Site-archief

Geteisterd volk

Gedichten uit de oorlogsjaren

.

Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.

Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.

In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.

De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.

.

Geteisterd volk

.

Geteisterd volk, aan u mijn medelijden

Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,

Niet om soldatengraf en stedepuin,

Om weezen, weduwleed en moederlijden.

.

Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,

Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.

De som der tranen is uw volks fortuin.

De nazaat zal uw sterkend leed belijden.

.

Maar wreeder is de teister van uw ziel:

Die als een roover in uw grenzen viel,

Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.

.

Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:

Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?

De arische germaan, de stamgenoot.

.

 

Advertenties

Liefde kon maar beter naamloos zijn

Amnesty International

.

In 2000 bracht Amnesty International samen met uitgeverij De Geus de verzamelbundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn’ uit. In deze bundel, samengesteld door Daan Bronkhorst, zijn 150 dichteressen bijeengebracht van over de hele wereld. De poëzie gaat over het streven naar vrijheid en gerechtigheid, het verlangen naar een betere wereld, de verhouding tussen mannen en vrouwen en de vrouwelijke identiteit. Maar ook over vervolging, onderdrukking en oorlog.

In deze bundel gedichten van de drie enige vrouwelijke winnaars van de Nobelprijs voor de Literatuur Wislawa Szymborska, Gabriela Mistral en Nelly Sachs maar ook van Anna Achmatova, Elisabet Eybers Jana Beranova en Judith Herzberg (en vele anderen). Ruim 300 bladzijden met de meest fantastische poëzie (vertaald in) het Nederlands.

Ik koos voor een dichter die ik niet ken, Taslima Nasrin (1952) uit Bangladesh. Gedurende haar studie medicijnen schreef ze feministische columns. In 1993 werd haar roman ‘Schaamte’ door de overheid verboden omdat die spannen tussen moslims en hindoes zou aanwakkeren. Conservatieve mullahs boden een beloning voor wie haar zou vermoorden. Ze vluchtte naar Zweden en in 1994 kreeg ze van het Europees Parlement de Sacharov-prijs. Tegenwoordig woont ze in Berlijn.

.

Karakter

.

Jij bent een meisje

en dat kun je beter niet vergeten

want als je over de drempel van je huis stapt

zullen de mannen je wantrouwend aankijken

Wanneer je door blijft lopen op het pad

zullen de mannen je volgen en fluiten

Wanneer je het pad oversteekt en de weg op gaat

zullen de mannen je beschimpen en je een losbandige vrouw

noemen

Als je geen karakter hebt

zul je omkeren

en zo niet

dan zul je door blijven gaan

zoals je nu doet.

.

Feit of fictie

Florimond Wassenaar

.

Bij het opruimen van mijn kast kwam ik de ‘Dichtkunstkrant 2016’ tegen. Deze krant verschijnt 1 keer per jaar, rond de poëzieweek. In deze krant staat een gedicht van Florimond Wassenaar (1970) redactielid en mede initiator van de Dichtkunstkrant. Wassenaar draagt maandelijks een gedicht voor op Bluesradio te Amsterdam (stads FM) en publiceert die op zijn blog ‘de vierde zaterdag’. Hij publiceerde onder andere in Awater/Tortuca, De Gids en Parmentier.

Het gedicht van zijn hand dat in de Dichtkunstkrant verscheen viel me op door het actuele thema. Op 22 oktober 2015 vermoordde een Zweedse man, verkleed als Darth Vader, een kind en een leraar op een Zweedse school. Aanvankelijk dachten de kinderen dat het hier een verkleedpartij betrof, tot de dader daadwerkelijk zijn zwaard gebruikte. Feit en fictie. In een tijd waarin feiten en fictie nogal eens verward worden (nep nieuws) wilde ik dit gedicht hier doorplaatsen.

.

Feit of fictie

.

Darth Vader ging eerst op de foto

het was een tijdje gezellig met hem op school

uiteindelijk bleek dat niets dat hij deed, leek

op gewoon een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

Darth vader staat bekend

als het goede

dat zich tot het kwade heeft gewend

vanwege woede om een zeker verraad

heeft wantrouwen hem een masker opgezet

de kinderen in de klas

zagen een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

tot hij één van hen aan zijn degen reeg

ook een tweede, al beter wetend

ontkwam niet levend

.

vanochtend voordat ik ging bidden

zag ik een vrouw met een kinderwagen

er hing een tros bananen aan het stuur

ze was blond, had blauwe ogen

ze keek me bezorgd aan

haar kind sprak brabbeltaal naar de lucht

die niet eens zo donker was

de zon zelfs wilde komen

toch zijn we met een grote boog

om elkaar heen gelopen

.

05_hamid_al_kanboui

                                           Kunst: Hamid El Kanbouhi

De Gids

Internationale poëzie

.

Voor 50 luttele centen kocht ik in Hengelo in een kringloopwinkel een exemplaar van De Gids uit 1994, deel 11/12. Dit deel heeft Internationale Poëzie als onderwerp. Dichters als John Ashbery, Michael Ondaatje, Anne Duden, Peter Handke en Olga Sedakova ( en nog 20 dichters) zijn in dit deel vertegenwoordigd met gedichten. Bijna 150 pagina’s leesplezier.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Bruno K. Öijer (1951). Ik kende deze Zweedse dichter niet dus even opgezocht voor iedereen die hem ook niet kende. Öijer is in Zweden een bekend dichter. Hij debuteerde in 1973 met ‘Sång för anarkismenof ‘Lied voor het anarchisme’. Öijer is waarschijnlijk het bekendst door zijn performances op het toneel. In de jaren ’70 was hij lid van de poëziegroep ‘Vesuvius’.

Hij ontving in Zweden verschillende literaire prijzen. Uit De Gids het gedicht ‘We leggen de zwarte puzzel’ vertaald door Hans Kloos.

.

We leggen de zwarte puzzel

.

ik kwam aan de macht

ik zo groen wordt blauw gespeld

en de avond is lang

wanneer deze richt op zijn slaap

.

tapkasten

dolken van neon

ik hoor bestelde liefde afzeggen

en jij woont donker, donkerder dan je denkt

je hart slaat je

.

ik weet nog toen ik moest

de boom was hoger dan hoog

zieken trokken strootjes

om wie het land moest gaan genezen

.

je weet waar het om gaat

ik heb mijn naam gezadeld

ik rijd een gewond dier

en er zijn geen regels

wanneer wij de zwarte puzzel leggen

.

ik zag wie je bent

de ruimte spant een koude haan

de lappenpop tuurt met ogen die ontbreken

en pas in onze slaap nemen wij elkaar

ik weet dat je hebt geroeid

het overgrote deel van elke nacht

tot je eindelijk voorbij alle hulp was verzeild

.

Öijen

De Gids

Voetsporen

Amir Afrassiabi

.

In 2000 werd door de stichting Schrijven en de stichting Dunya de bundel ‘Voetsporen’ uitgegeven. In deze bundel gedichten van dichters die hun wortels in een ander land of andere cultuur hebben. Amir Afrassiabi, Brigitta Hacham, Akbar, Ilbegi, Marianne Littooy, Guillaume Pool en Myra Römer zijn allemaal met een aantal gedichten in deze bundel vertegenwoordigd.

Amir Afrassiabi (1934) woont en werkt sinds 1986 in Nederland. De in Iran geboren dichter studeerde literatuur en architectuur en was werkzaam als architect. Sinds de jaren vijftig werden zijn verhalen, essays en gedichten in verschillende literaire tijdschriften in Iran gepubliceerd. Hij schreef drie Perzischtalige poëziebundels ‘Najaarspraatjes’ (1962), ‘Met de zeevogels’ (1993) en ‘Het station’ (1998).

Amir is voorzitter van de Iraanse stichting voor Cultuur en Kennis en redacteur van het (in Iran verboden en in Duitsland verschijnende) culturele maandblad ‘Gardoun’en redacteur van het literaire tijdschrift ‘Maks’ in Zweden.

Uit deze bundel het gedicht ‘Nood’van zijn hand dat in deze warme dagen herkenning zal brengen.

.

Nood

.

Moeder had een bevroren god

in haar geërfde ijskast,

bewaarde hem daar

voor de dagen van nood,

de snikhete zomerdagen.

Wie zomaar van hem at, wachtte

vreselijke straf. Het was

aangrijpend te horen hoe Vader

hem in zijn vloeken ontzag:

Nu is het tijd, de hoogste tijd,

de tijd van nood is aangebroken hier.

Het is snikheet. het is zo warm geworden,

alles smelt. Ook

de ijskast.

.

Voetsporen

Amir Afrassiabi_01

Hope

Emily Dickinson

.

Schrijvend over de gedichten in de metro van New York kwam ik het gedicht van E,ily Dickinson (1830 – 1886) tegen met de intrigerende titel “Hope” is the thing with feathers uit 1861. Verder op zoek naar het gedicht kwam ik onder andere een website tegen waar de betekenis van het gedicht wordt uiteengezet en je meer te weten komt over de poëzie van Emily Dickinson (http://www.sparknotes.com/poetry/dickinson/section2.rhtml) over haar homiletische stijl (homilethiek=preekkunst) die ze overnam uit psalmen en religieuze hymnen.

Ook zonder deze wetenschap is het een prachtig gedicht over hoop die als een vogel neerstrijkt in de ziel.

.

“Hope”is the thing with feathers

“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –

 

And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –

 

I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet – never – in Extremity,
It asked a crumb – of me.
.
.
Liza Linette Yandam, een kunstenares uit Stockholm, Zweden maakt van dit gedicht de volgende tekening.
.
Hope

Leef je vragen

Rainer Maria Rilke

.

Tussen 1903 en 1908 schreef Rainer Maria Rilke een aantal brieven. De compilatie van deze brieven verscheen onder de titel ‘Briefe an einen jungen Dichter’ . In deze 10 brieven geeft Rilke antwoorden op vragen van Franz Xaver Kappus die zich tot Rilke had gewend met vragen over zijn eerste literaire werk.

De brieven met de antwoorden op Kappus vragen zijn verstuurd vanuit verschillende plaatsen in Europa zoals Parijs, Rome, Viareggio en Zweden. In de brieven onthoudt Rilke zich van kritiek op het werk van Kappus maar geeft hij hem  persoonlijke adviezen en toont hij hem een breed scala aan onderwerpen die het leven in petto heeft.

Zo schrijft Rilke: ‘Ik vraag u geduld te hebben met de onopgeloste vragen in uw hart en te proberen de vragen zelf lief te hebben. Zoek niet naar antwoorden die niet gegeven kunnen worden, want antwoorden zijn het leven niet. Het gaat er om te leven. Leef de vragen. Misschien leeft u geleidelijk aan zonder het te merken in uw antwoord’

Rainer Maria Rilke wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van het Modernisme (die een radicale verandering voorstond op alle terreinen van het leven tegen de traditie).

van Rilke het gedicht ‘De Panter’.

.

DE PANTER

In de Jardin des Plantes, Parijs

Zijn blik is van het voorbijgaan van de staven

zo moe geworden, dat hij niets meer houdt.

Hem is ‘t, of duizend staven hem omgaven,

of achter duizend staven enkel leegte grauwt.

De weke gang van krachtige lenige schreden

die zich in allerkleinste kringen draait,

is als een dans van kracht rondom een midden

waarin een grote wil is dolgedraaid.

Soms schuift het zwaar pupilgordijn

geluidloos op -. Dan glijdt een beeld naar binnen,

gaat door de stilte van de strak gespannen zinnen

naar ‘t hart – waar het verdwijnt.

.

Met dank aan Ad Haans van Cubra.nl

.

Rainer_Maria_Rilke,_1900

iCE KiNG

Epic Centre: metalmuziek en poëzie

.

De Belgische muzikant iCE KiNG is een muzikant als geen ander. Alleen vergezeld van een elektrische gitaar maakt hij lange epische nummers vol variatie. De muziek is Keltisch geïnspireerd, maar zijn aanpak en vooral de elektrische gitaar verhindert eenieder om hier van folk te spreken. De zang is gevarieerd en de teksten zijn gebaseerd op bijna vergeten poëtische geheimen.

Zo is het nummer Lost and found een muzikale transcriptie en aanvulling van het gedicht ‘On a Roman Helmet’ van William Henry Ogilvie (1869-1963). In het nummer 1103 B.C. gaat iCE KiNG nog verder terug in de tijd, met aangepaste tekstfragmenten uit ‘The History of Britain’ van John Milton (1608-1674) – beter bekend van het epische gedicht ‘Paradise Lost’. De muziek vertoont hierbij een erg complex, harmonisch en mysterieus karakter.

Het nummer Lord Lochinvar is een middeleeuws aandoende ballade, met een tekst die gebaseerd is op ‘Lochinvar’ van Sir Walter Scott (1771-1832) – de auteur van onder andere ‘Ivanhoe’. Maar niet alleen Engelstalige nummer staan er op deze (in eigen beheer) uitgebrachte CD.

Toppen av isberget is Zweeds voor de spreekwoordelijke top van de ijsberg. Heel het nummer is dan ook in het Zweeds gezongen. Het is een herwerking van het gedicht ‘Du Gamla, Du Fria’ van Richard Dybeck (1811-1877).

.

De CD Epic centre kent 9 nummers.

Hieronder de tekst van On a Roman helmet van William Henry Ogilvie.

.

A helmet of the legion, this,

 

.

That long and deep hath lain,

Come back to taste the living kiss

 

.

Of sun and wind again.

Ah ! touch it with a reverent hand,

 

.

For in its burnished dome

Lies here within this distant land

 

.

The glory that was Rome I

The tides of sixteen hundred years

 

.

Have flowed, and ebbed, and flowed,

And yet — I see the tossing spears

.

Come up the Roman Road;
.

.

De helm uit dit gedicht werd bij opgravingen gevonden die werden verricht bij het oude Romeinse kamp bij Newstead (in de buurt van Melrose aan de voet van de Eildons of Trimontium). Samen met andere Romeinse objecten is de helm nu te zien in het Oudheidkundig museum in Edinburgh.

.

Meer informatie over iCE KiNG op: http://www.darkentries.be/nl/interviews/?iid=503

.

iCE KiNG

 


			
%d bloggers liken dit: