Site-archief

Mevrouw Presley – van der Sleen

Rob Schouten

.

Afgelopen week zou Elvis Presley 85 jaar zijn geworden als hij nog had geleefd. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘Zware pijnstillers’ (toepasselijk) uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘Mevrouw Presley – van der Sleen’ las. Op de radio was afgelopen week was ook al een jarenlange fan van Elvis Presley te horen, die de documentaire over zijn leven, ‘That’s The Way It Is’ uit 1970 (Elvis was toen 35 jaar en op het hoogtepunt van zijn carrière) die op zijn geboortedag 8 januari in de bioscoop te zien was meer dan 100 keer gezien had. Ik moest bij de titel van dit gedicht meteen aan die mevrouw denken. Genoeg reden om dit gedicht hier te plaatsen.

.

Mevrouw Presley – van der Sleen

.

Op 17 augustus ’77 te Lloret aan Zee

las ik de Telegraaf, Elvis overleden.

Het deed me weinig: bolle Vegasster,

foute bakkebaarden.

.

Een jaar of vijftien later en dus ouder

bezocht ik Graceland. daar ik daar toch was.

Z’n tante op een schommelstoel

op het terras, het graf viel tegen.

.

Mijn muziek was het nog altijd niet,

zoals dit vers me ook niet raakt,

maar een vroegere hulp

in de huishouding , Marrie, uit Sleen

was smoorverliefd op ‘m en

had zijn foto boven haar bed.

,

Ook zij trouwens al jaren dood,

na een goeddeels mislukt bestaan.

.

Plopperdeplop

Poppers plop

.

Serieuze poëzie kan soms ineens heel grappig zijn of over een onderwerp gaan dat helemaal niet serieus is. Net zo goed als minder serieuze poëzie of light verse hele zware onderwerpen als thema kan hebben. Ik moest hier aan denken toen ik in de bundel ‘ Zware pijnstillers’ uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘ Poppers plop’ las. In dit gedicht worden Kabouter Plop (en nog wat cartoonachtige wezens) gecombineerd met de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Raimund Popper (1902 – 1994). Popper is bekend geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open samenleving’.

Door deze twee volslagen tegenpolen te combineren in en gedicht wordt je eerst op het verkeerde been gezet en vervolgens aangezet tot nadenken. Een knap gedicht.

.

Poppers plop

.

Kabouters hebben Korsakov

getuige K. Plop en de Smurfen

die er iedere dag opnieuw intrappen:

Gargamels list en Klus’ bedrog.

.

Toch zie je ze nooit excessief drinken.

Ik denk daarom dat het erfelijk is,

iets met het gen. Ik kan

het weten want ik heb het ook,

.

ik blijf maar kijken, volgens Popper

kan morgen alles anders zijn.

.

Zware pijnstillers

Rob Schouten

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland  recensies van dichtbundels.

In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.

De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.

Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.

.

Vader

.

Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,

een peutertje, de ander een volwassen man.

Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon

hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder

en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,

Plots had hij ons verwekt, maar bleef even

‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.

Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.

.

Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard

toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:

ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.

.

O God, bewaar me, laat me nu afglijden,

sla me met pest, neem me mijn dochters af

en leg me als het erop aankomt kalm in bed!

.

%d bloggers liken dit: