Site-archief

Neeltje Maria Min

Een vrouw bezoeken

.

Er zijn Nederlandse dichters, die iedereen kent of waarvan iedereen toch wel eens gehoord heeft maar die niet of nauwelijks in het nieuws komen. En met in het nieuws komen bedoel ik dan op een positieve manier omdat er bijvoorbeeld een nieuwe bundel komt of is, omdat een gedicht of bundel (of de dichter zelf) bekroond is of een prijs heeft gekregen, of omdat deze dichter op een belangrijk podium staat. Zo’n dichter is Neeltje Maria Min. Na haar overdonderende debuut in 1966 met ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ (waarvan al meer dan 80.000 exemplaren zijn verkocht!) duurde het maar liefst 19 jaar voor er een vervolg volgde ‘Een vrouw bezoeken’ uit 1985. In 1995 verscheen alweer haar laatste poëziebundel ‘Kindsbeen’. Omdat de poëzie van Min zo heel eigen is, zo verfijnd en bijzonder en omdat ik haar bundel uit 1985 weer eens herlas het gedicht zonder titel hieronder van haar hand.

.

Kom heiland, wijze minnaar, blijf.
Voltooi haar. Wees haar toeverlaat
maar slacht haar speelgoedbeesten af.
Ontken haar vrees en strijk haar plooien glad.
Ruk splinters uit haar bleke jeugd en luister
naar wat haar ongeduld beveelt.
Haar kinderlijke drift is niet gespeeld.
Zij zal niet slapen voor zij is gekruisigd.
.
Advertenties

Cliffhanger in een gedicht

Toon Tellegen

.

Pas geleden las ik een gedicht van Toon Tellegen in de bundel ‘Stof dat als een meisje’ uit 2009, zonder titel, waarna ik me voornam een stukje te schrijven over een fenomeen dat in dit titelloze gedicht voorkomt; de cliffhanger. Een cliffhanger is een vakterm uit de film- en televisiewereld, die ook gebruikt wordt voor verhalen in boeken en toneelstukken. Het houdt in dat een verhaal van bijvoorbeeld een serie of aflevering, film of boek eindigt op een moment waarop de spanning het grootst is, en waarbij niet duidelijk is hoe het verder afloopt. Op dat moment is de plot nog niet afgerond en blijft de kijker met een onbevredigend gevoel achter, nieuwsgierig naar het verdere verloop. Dat verdere verloop wordt dan meestal gegeven in een volgende aflevering. Maar dus ook in gedichten, alleen daar volgt dan geen volgende aflevering maar moet de lezer zijn of haar fantasie gebruiken om de verdere loop van het gedicht in te vullen.

Ik heb kort gezocht naar andere voorbeelden van cliffhangers (of soms zijn het open eindes met een twist) in poëzie en heb er een gevonden in een gedicht dat ik zelf schreef en dat verscheen in mijn bundel ‘Winterpijn’ uit 2014. Uiteraard zijn er meerdere voorbeelden te vinden (ik hou me aanbevolen voor suggesties!). Daarom eerst het gedicht van mezelf ‘Reasons to be cheerful part three, My big love’. En daarna het gedicht van Toon Tellegen.

.

Reasons to be cheerful part three

My big love

 

Haar jurk is wit. Niet gewoon wit maar

gebroken wit, of hoe dat dan ook heet, meer

crèmekleurig.  Heel veel jurk. ‘Dat hoort erbij’

had ze gezegd.  Bij afwezigheid van haar

vader , loopt haar oudere oom met haar op.

 

Links en rechts gaan mensen staan.  Zijn

Schoenen knellen, vooral links bij zijn enkel

De lach rond haar moeders mond is nog

nooit zo breed geweest, nog even en hij valt

van haar gezicht, denkt ie en kijkt weg.

 

Nog twee rijen, dan zijn ze bij hem.  Daar zit zijn

oude buurmeisje.  Hij kijkt naar haar lichaam,

haar lange blonde haren.  Hij lacht om haar

krullende mondhoeken.  Dan staat ze naast hem

‘Je hoeft alleen maar ja te zeggen’  had ze gezegd.

.

Gedicht van Toon Tellegen

 

Het regende

en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid

.

en een engel verscheen,

zag om zich heen

en sloeg iemand neer,

en nog iemand,

en nog iemand

.

en achteraan, in het donker, achter iedereen,

in elkaar gedoken, met zijn rug tegen de muur,

zat een man, keek naar de grond

en dacht na,

dacht dagen maanden jaren na

en dacht tenslotte, op een ochtend,

in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen

krijsend in de bleke lucht:

ik, ik zal…

.

en de engel baande zich een weg naar hem

.

Theun de Winter

De Gedichten

.

In de boekhandel Dominicanen in Maastricht kwam ik het kleine bundeltje ‘De Gedichten’ tegen van Theun de Winter. Een alleraardigst bundeltje uit 1972. Theun de Winter (1944) debuteerde met dit bundeltje bij de Erven Rap. Na zijn niet voltooide studie in Amsterdam tekende hij cartoons voor Propria Cures schreef gedichten, en werd door Armando gevraagd als medewerker bij de Haagse Post. Ook schreef De Winter het nummer ‘Terug naar de kust’ (1976) voor Maggie MacNeal, en componeerde hij met Ron Westerbeek de filmmuziek voor ‘Het debuut (1977).

De Winter verhuisde terug naar Texel (waar hij zijn jeugd had doorgebracht), kocht het ouderlijk huis, en begon de ezelvereniging Texel ia.

Uit het bundeltje ‘De Gedichten’ twee korte gedichten.

.

Tijdens een autotochtje met I.

op een zondag

van Santpoort naar Zandvoort

en weer terug

zag ik nabij

het natuurbad Velserend

dat de Ruïne van Brederode

in de steigers stond.

.

Ja meneer

het zijn apparaten hè

en door mensenhanden

gemaakt

dus ze kunnen

wel eens

kapot gaan.

.

Stoppen met roken in 87 gedichten

Dimitri Verhulst

.

Dimitri Verhulst (1972) is dichter en schrijver. Zijn officiële debuut was de verhalenbundel ‘De kamer hiernaast’ (1999), die genomineerd werd voor de NRC-prijs. Hij publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften, waaronder ‘Nieuw Wereldtijdschrift’, ‘De Brakke Hond’ en het tijdschrift ‘Underground’, waarvan hij redacteur is. In 2017 verscheen van hem de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ uit. Ik werd gewezen op een gedicht zonder titel uit deze bundel en ik was meteen om, zeker als je Verhulst het gedicht hoort voordragen. Daarom zonder verdere introductie dit keer het gedicht in tekst en beeld en geluid.

.

Verbeeld je de verbeelding,

geef haar de macht die de mens

niet toebehoort.

Droom jezelf een stad

totdat je er echt in woont.

Denk je gedachten door de muur;

De dag bestaat

omdat je ‘r in gelooft.

Dwars de dood.

Bouw de vrouw die van je houdt,

want verzonnen zijn we zinnig.

Bedenken wij elkaar,

en beminnen wij dan innig.

.

Kijk en luister naar dit gedicht via de volgende link.

https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_11367699~dimitri-verhulst~.html

.

Jawoord

Herman de Coninck

.

Op deze zondag in september opnieuw een gedicht van Herman de Coninck. Uit de bundel ‘De gedichten’ uit 2014 (in mijn geval), een liefdesgedicht. Soms denken mensen dat liefdesgedichten heel hoogdravend (moeten) zijn, met vuur en vlam, boordevol emoties. Terwijl de mooiste liefdespoëzie volgens mij altijd klein en subtiel is. Zoals het volgende gedicht van Herman de Coninck, zonder titel uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’.

.

Zoals het strand en de zee:

jij gaat nooit weg. En ik

kom altijd terug. Het is bijna zo goed

.

als blijven. Voor een jawoord

is het te laat.

Maar je zegt niet nee.

.

Harry en K.

De daad in 69 gedichten

.

Ik schreef al eerder over de bundel ‘ Seks, de daad in 69 gedichten’ , in 2001 uitgegeven door uitgeverij 521, een bloemlezing van Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze met erotische gedichten van Nederlandstalige dichters. In deze bundel staan twee gedichtjes naast elkaar die opvallen door hun inhoud maar ook door hun vorm. Daarom deze twee hier gezamenlijk weergegeven. Het ene is van Harry Mulisch zonder titel en de ander is van K. Schippers met als titel ‘ Blank verse’ .

.

terwijl ik

klaarkom          gaat

de bel.

wie kan

dat zijn              zo laat nog?

een kind?

.

Blank verse

.

je

je

je

je                      je               je

je                            en je

.

ik raak je overal niet aan

.

Dichter op verzoek

Deel 3

.

Het aantal aanmeldingen voor de nieuwe categorie ‘Dichter op verzoek’ begint dermate vormen aan te nemen dat ik besloten heb ook op andere dagen dan de zondag aandacht aan deze categorie te besteden. Vandaag echter eerst deel 3 met een verzoek van Jan Bontje voor een gedicht van Herman Gorter.

Herman Gorter (1864 – 1927) was een bekend Nederlands dichter. Hij was medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de voorloper van de PvdA) maar hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte ‘Mei’ uit 1889 dat een volledige bundel beslaat. De openingsregel van dit gedicht, ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ is een staande uitdrukking geworden in de Nederlandse taal.

Uit een heel andere bundel, namelijk ‘De school der poëzie”  uit 1897 het titelloze gedicht van Herman Gorter.

.

O hart, begeef u in de eenzaamheid, –

zooals een jongling in wien voor het eerst

de liefde ontstaat, en, verbaasd voor het teerst

nieuwe gevoel, van zich zelven wegschrijdt,

.

en van de jonkvrouw nog het allerverst

wezen wil, om, wat hem in ’t harte leit,

te kunnen overdenkenom ’t zeerst –

ga zoo mijn hart alleen, en laat het wijd

.

der wereld. Sla de oogen in u zelven,

houd wat gij daar voor waar ziet, ook voor waar,

blijf daarin en kom daar lang niet vandaan.

.

Laat geen verbeelding uw gezicht bewelven,

maar word u over eigen waarheid klaar,

en zie in eenzaamheid haar alleen aan.

.

Voor twee scharren blauwbekken

W. Hussem

De, in Rotterdam geboren en in Den Haag overleden, kunstenaar Willem Frans Karel Hussem (1900 – 1974) was een Nederlandse schilder, beeldhouwer en dichter. Als dichter kende ik zijn naam al wel, als W. Hussem, maar eigenlijk alleen van een enkel gedicht in een bloemlezing. Zaterdag kocht ik in Heythuysen, een dorpje in midden Limburg, bij de plaatselijke kringloop de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ van zijn hand uit 1966.

Hoewel Hussem vooral bekendheid geniet als schilder ( werk van hem bevind zich in de collecties van o.a. Het gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam) publiceerde hij veel dichtbundels.

Kunstenaars die zich met een van of beide door Willem Hussem beoefende disciplines bezighielden, verenigden zich rond hem in de Posthoorngroep, genoemd naar een Haagse horecagelegenheid waar tot voor kort nog een poëziepodium werd georganiseerd.

In 1940 debuteerde hij bij L.J.C. Boucher met De kustlijn, gevolgd door Uitzicht op zee, dat verscheen bij A.A.M. Stols (1941). Vooral in de jaren zestig verschenen veel dichtbundels, waarvan de bekendste is Voor twee scharren blauwbekken (1966). Sommige boeken werden door hemzelf uitgegeven, zoals Lessen in luchtdruk. Ook na zijn dood bleef zijn dichtwerk verschijnen, het laatst de bundel Met inkt zeggen (2011), die met Hussems penseeltekeningen verlucht is.

In de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’  staan veel korte gedichten, zonder titel. Daarom uit deze bundel een paar voorbeelden.

.

het botwant leeg

het aas verspeeld

ik ga wormen dollen op het wad

.

voor els

behoedzaam brengt zij

plantje voor plantje

over naar het bloembed

struikelt

en valt midden in de roos

.

met de stamgasten

in het dorpscafé

drink ik mij dronken

aan hun eenzaamheid

.

venus

mars

de grote beer

verder en verder

ga ik de hei op

ineens besef ik

hoe laat het is

boven de dennen

gloort de dag

.

image

 

 

Winter

Herman de Coninck

.

Het is alweer een aantal maanden geleden dat ik over Herman de Coninck schreef. Het was ook alweer even geleden dat ik een gedicht van hem las. En nog steeds als ik zijn gedichten lees verwonder ik me over zijn taal, de schoonheid van zijn poëzie, de gelaagdheid. Ik denk dat ik zijn gedichten altijd zal blijven lezen en herlezen.

Vandaag is het één van de eerste winterse dagen in dit jaar, het vriest en dat deed me denken aan een titelloos gedicht dat ik van zijn hand las. Zoals zo vaak gaat het in dit gedicht over meer dan wat je leest. De winter is ook in dit gedicht op vele manieren uit te leggen. Het komt uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.

.

.

Het moet met winter. Op de horizon een boom,

een stemvork voor noordenwind.

De eindeloze vlakten van het overleven.

Wolven zijn in een vorige eeuw gebleven.

.

Er is geen nieuwe gekomen.

Slechts bijna blauwe sneeuw:

zoveel wit dat je het kunt horen.

Daarin ingevroren.

.

In de grootste kou die ik ooit had.

Onleesbaar. dat ik van je? U? Au?

.

herman_de_coninck_1

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten

%d bloggers liken dit: