Site-archief

Zondag

Ed. Hoornik

.

“In prettige herinnering aan – en met hartelijke dank voor de goede zorgen gedurende de dagen van 11 september – 21 september 1953”. Dit is het eerste dat ik lees wanneer ik de bundel ‘Kleine dichterkeur’ een keuze uit verzen dezer eeuw, ingeleid en van een bio- en bibliografie voorzien door dr. W.L. Brandsma, uit 1950, open sla. Een tijd waarin mensen elkaar dichtbundels gaven als dank voor een verblijf bij anderen, misschien moeten we dat weer gaan invoeren in deze tijd.

Dezer eeuw, uit de ondertitel, moet natuurlijk gelezen worden als de eerste helft van de 20ste eeuw en dat is te zien aan de dichters die zijn opgenomen; stuk voor stuk geboren aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw.

Lezend in deze bundel kom ik het gedicht ‘Zondag’ tegen en zittend in de tuin in de zon weet ik; dit is het gedicht dat ik vandaag, op zondag, met jullie wil delen. Het gedicht komt uit de bundel ‘Tweespalt’ uit 1943 van Ed. Hoornik (1910 – 1970).

.

Zondag

.

De zondagmorgen geurt naar brood en honing;

de vroege zon schijnt op het tafelkleed;

zij neuriet als zij het vertrek betreedt;

verwonderd staat zij in de eigen woning.

.

Een snelle fietser rijdt onder de bomen,

het nikkel blinkt nog als zij hem vergeet;

op ’t schone linnen staat ’t ontbijt gereed,

als zij de jongens uit de tuin ziet komen.

.

De heldere stemmen klinken door de gangen,

hoe heerlijk is de koelte van hun wangen,

zij staat te lachen om den wilden zoen.

.

De hond speelt keffend in het frisse groen;

de klokken luiden, een warm verlangen

maakt dat zij zingende het werk gaat doen.

.

 

De troost van het zegbare

Herman de Coninck

.

Al jaren ben ik een groot bewonderaar van het werk van Herman de Coninck (1944 – 1997). Bijna een half jaar lang plaatste ik elke zondag een gedicht van hem als dichter van de maand, op dit blog. Maar dat is alweer jaren geleden. In mijn boekenkast kwam ik, terwijl ik iets anders zocht, zijn bundel ‘Vingerafdrukken’ tegen uit 1997 en ik merkte dat ik meteen weer werd gegrepen door zijn taal.

Daarom en omdat je nooit teveel van Herman de Coninck kunt lezen, vandaag opnieuw een gedicht op zondag van deze fantastische Vlaamse dichter.

.

*

.

De troost van het zegbare.

-Schatje, is er iets?

-Nee liefje, er is niets.

.

Avond. Zo’n rustige druppelregen.

De avond als pianist.

.

Zo werd er thuis gebeden, vijftig keer

weesgegroet Maria vol van genade.

.

Zo werd er gepreveld, ssst gezegd

tegen de koude oorlog bij de warme kachel.

.

-Schatje, is er iets?

-Nee, liefje.

-Sorry, ik dacht even dat er iets was.

.

Nog maar wat korte gedichten

Gedichten van de maand April

.

Vandaag is het de laatste zondag in April dus weer (voor de laatste keer) een aantal korte gedichten. In volgorde van lezen allereerst het gedicht ‘Geluk’ van Chris van Geel uit zijn bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1993. Het tweede korte gedicht is van Nachoem M. Wijnberg, is getiteld ‘Vreemdeling’ en komt uit zijn bundel ‘Alvast’ uit 1998. Het derde gedicht is van Anneke Reitsma en is getiteld ‘Verstrooiing’. Dit gedicht is genomen uit haar bundel ‘Wadlopen’ uit 1983.

.

Geluk

.

Een steen tegenkomen in een hap krentenbrood

zonder er eerst op gebeten

te hebben. Een groot geluk, vol diepe geruststelling.

.

Vreemdeling

.

De vreemdeling zegt: ‘Jullie zijn toch zelf vreemdeling

[geweest,’

en zij zeggen: ‘Nee, wij niet, wij waren altijd hier,

in het kale donker wachtend op het binnen gedragen lichaam

van een die er altijd was en die een vreemdeling ontmoette.’

.

Verstrooiing

.

U bent mijn vader en ik ben uw kind.

Ik weet wat u verloren in mij vindt:

De woorden die gij sprak zend ik uiteen

tot zij zich voegen in de sporen en de wind.

.

Korte gedichten

Op maandag

.

De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).

Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.

Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.

Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.

.

Paar

.

Ik zie een jongen naast een meisje lopen,

hij kust haar en zij lacht om het geval.

Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,

zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.

.

Gospelsong

.

Elke seconde verandert de wereld

men leeft maar en sterft maar

alsof het niets is en misschien is

het ook wel niets dan wat beweging

waardoor de wereld niet verandert.

.

grijpen en mazen

.

het glijdt de vingers van herhaling door

-tussen-

de pauzes in

snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten

tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren

in altijd, overal ontglipt.

.

Korte gedichten van de maand

April 2020

.

Ik was van plan de zondagen in april te vullen met een nieuwe dichter van de maand en op zoek naar een dichter kwam ik een aantal bundels tegen met korte gedichten. Ik heb me daarom bedacht en zal in april geen dichter van de maand kiezen maar korte gedichten van de maand.

Elke zondag deze maand zal ik vier korte gedichten plaatsen. Gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters van alle tijden. Vandaag te beginnen met vier gedichten van de volgende dichters: Driek van Wissen (1943 – 2010) uit ‘Volle mep’ uit 1987, Roeland van Leuve (1691 – 1751) uit ‘Mengelwerken’ uit 1723, Evy Van Eynde (1978) uit ‘Zal ik liefde noemen’ uit 2019 en Henk Spaan (1948) uit ”n Lach en ’n Traan’ uit 1974. Een eclectisch gezelschap van Vlamingen en Nederlanders uit verschillende eeuwen.

.

Voetbal is oorlog – zei men indertijd,

maar tegenwoordig vindt de meeste strijd

buiten de lijnen plaats en niet erbinnen

door uitschot dat het elftal begeleidt

en waar je nooit de oorlog mee kunt winnen

.

Onweetent

.

Ik Schryf, en en weet niet wat!

Ik Digt, en moet nog denken,

Om ’t geen ik op dit blad,

Mijn Lezer nu zal schenken:

Maar wyl ik niets en weet,

Zoo doe ik niemant leet.

.

IJspapavers

.

Door ijspapavers tegen het raam

grijpt het kale beeld

dat steeds luider schreeuwt

.

om kraakverse krokusblaadjes

mij naar de keel

.

Hoeveel suikerklontjes smelten straks

in mijn kop vol lentebloemen.

.

Dichter

.

De dichter dicht niet

Maar opent verre verschieten

b.v. van tientallen vrouwen

met prachtige tieten

.

Afbeelding: poeziecentrum.be

wij water

A. Gerits

.

In de serie Haagse Cahiers, een letterkundige reeks onder redactie van Johan van Nieuwenhuizen, verscheen in 1966 deel 9 van dichter A. Gerits. Anton H.J. Gerits (1930) was antiquaar en schrijver maar hij gaf ook veertien dichtbundels uit. In 1993 werd hem de Literaire Prijs van de Provincie Gelderland toegekend voor de cyclus ‘Tot dolen en dromen ontwaakt’, een eerbetoon aan Ida Gerhardt. Hij was lid van het Amsterdamse Dichterscollectief 2006, dat voortkwam uit Literaire Uitgeverij De Beuk.

In ‘wij water’ dat aan zijn vrouw is opgedragen en dat in een oplage van 100 stuks op een handpers is gedrukt, staan 18 gedichten. In de bundel op pagina 19 zitten twee identieke kleine briefjes, een erratum, waarom te lezen staat dat de 8e regel van het (titel) gedicht ‘wij water’ moet zijn ‘er blijft ons niets te wachten’ in plaats van ‘er blijft ons niet te wachten’. Zelfs in een, met veel aandacht en oog voor kwaliteit gedrukte bundel kan een foutje sluipen.

De meeste gedichten in dit Cahier zijn in de ‘wij’ of de ‘ons’ vorm geschreven. Ik koos, speciaal omdat het vandaag zondag is, voor het gedicht ‘Zondag’.

.

Zondag

.

De straten zijn van boven dicht.

In smalle gangen gaan wij rond

als muizen, klein, en bang voor licht.

Wij speuren nauwelijks de grond.

.

Wij lopen in de lege val

onszelf in kerken opgezet

en nemen wat ons redden zal

met valse schaamte mee naar bed.

.

Wij slapen naar de nieuwe dag,

de straten baden in het licht,

maar wie van ons dit wonder zag,

deed ’s morgens vroeg de ogen dicht.

.

Zoals regen

Cees Nooteboom

.

In 1956 debuteerde Nooteboom als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters (De Vijftigers), maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over de poëzie van Nooteboom: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”.

In ‘Het gezicht van het oog’ de dichtbundel uit 1989 waarin de Latijnse dichter Lucretius een belangrijke rol speelt, schrijft Cees Nooteboom: “De dichter is een gemaal, door hem wordt het landschap van woorden”.

Uit zijn bundel ‘Koude gedichten’ uit 1959, het laatste gedicht van Nooteboom als dichter van de maand November getiteld ‘Zoals regen…’ waarin de dichter met woorden een landschap creëert.

.

Zoals regen…

.

zoals regen zoekt een natuurlijk versmelten
en planten hun aarde ten zeerste bevroeden

.

zo drijvend op een lange zijden zeewind
blies jij in mijn gebied je oevers, mistiger,
heb jij verdriet voortdurend op mij ingesproken
zoals ook regen steeds zoekt een natuurlijk versmelten.

.

en groeit nu dit bitter stromen rustiger, zijns ondanks, en
opgesierd met vreemde dingen van het maanspel –
het blijft mijn grondwater van dagelijks versterven
en jij en ik is dood en verder machteloos.

.

Dichter van de maand november

Cees Nooteboom

.

Romanschrijver, dichter, vertaler en reisverhaledschrijver Cees Nooteboom (1933) is op basis van zijn oeuvre, zijn bekendheid in het buitenland en zijn zeer imponerende prijzenkast waarschijnlijk Nederlands beroemdste auteur. Alleen de Nobelprijs voor de literatuur ontbreekt nog waardoor hij waarschijnlijk al jaren genoemd wordt als belangrijke kanshebber op deze prestigieuze prijs.

Hoewel Cees Nooteboom dus ongelofelijk veel geschreven heeft is het aandeel van poëzie in zijn oeuvre beperkt tot een handvol bundels. Desalniettemin is zijn poëzie wel degelijk interessant en zeer lezenswaardig. Daarom is Nooteboom in de maand november dichter van de maand, wat betekent dat ik elke zondag een gedicht van zijn hand zal plaatsen.

Vandaag begin ik met het gedicht ‘Skelet’ uit zijn bundel ‘Aas’ uit 1982.

.

Skelet

.

Wat taal aan mij was is ontcijferd,

veranderd in andere tekens.

Mijn gebeente vertelt de vertaling

van leven in dood.

.

Daarmee ben ik niet verdwenen.

Tussen de levende planten

en het gebit van de steen

verander ik langzaam in aarde.

Pas daarna heet ik niets meer.

.

Lees mij dus nog één keer

in deze vertragende paring.

Herhaal mijn gerangschikte zinnen

tot ik niets meer beteken

en zonder een zin op je wacht.

.

Klokkenluider

Herman Brood

 

Vandaag voor de laatste maal in september Herman Brood als dichter van de maand. En om in stijl af te sluiten met een zeer actueel thema koos ik voor het gedicht met als beginregel ‘op een dag’ over een Klokkenluider. Uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002.

.

Op een dag

paste de hoed niet meer

de bovenrug

deed aan een klokkenluider denken

de lever aan notre dame

een stapje terug

leek onvermijdelijk

vooruit, fataal

zet hem daar maar neer

.

XTC

Dichter van de maand

.

Vandaag opnieuw een gedicht uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later‘ van de dichter van de maand september Herman Brood. Opnieuw een staaltje absurde humor in het gedicht zonder gedicht over XTC.

.

papa zat in de kelder

de XTC te roeren

vooralsnog geen vooruitgang

mijn moeder werd dan weleens boos

ik werk dag en nacht

en jij doet niks anders als roeren

ik voelde mij verscheurd

tussen 2 partijen

klaar

.

 

%d bloggers liken dit: