Site-archief

Het was voorspeld

De mooiste gedichten over weer of geen weer

.

In de loop der jaren zijn er veel, heel veel poëziebundels verschenen rondom een bepaald thema. Inmiddels bezit ik er al vele tientallen van. Zo zijn er bundels over muziek, voetbal, dieren, moeders, kinderen, tuinieren, seks, Europa, het geloof, de oorlog (wereldoorlog I en II), de vrede, katten en ga zo maar door. Het aardige van dit soort bundels vind ik de variëteit in dichters en vormen van poëzie die samenstellers bij elkaar weten te vinden. Pas geleden heb ik weer een nieuw exemplaar aan mijn verzameling kunnen toevoegen, dit keer met als thema ‘het weer’, Nederlandser kun je het bijna niet krijgen.

In 2004 gaf uitgeverij Mozaïek uit Zoetermeer, de bundel ‘Het was voorspeld’ uit met als ondertitel ‘de mooiste gedichten over weer of geen weer’. Deze zelfde uitgeverij gaf al eerder themabundels uit over koeien en rivieren en dijken. Deze bundel werd samengesteld door Rien van den Berg en Liesbeth Goedbloed en bestaat uit gedichten van bekende dichters (Gerrit Achterberg, Herman de Coninck, Anna Enquist,Judith HerzbergToon tellegen, Vasalis en Willem Wilmink) en minder bekende dichters (Peter van Lier, Lenze L. Brouwers, Koos Geerds en Rouke van der Hoek). Onderwerpen zijn vormen van neerslag, de maanden, de seizoenen, weermannen maar ook de wind, de wolken en de zon.

Ik koos voor en gedicht van dichter Menno Wigman getiteld ‘Stil maar, wacht maar’.

.

Stil maar, wacht maar

.

Wat een geluk dat Holland niet bestaat.

Alleen een tenger land van mist en klei,

alleen miljoenen doden zonder steen,

alleen het ultimatum van de zee.

.

En wat een troost dat er geen morgen is,

dat er nooit sprake was van sneeuw en hagel,

zon en voorjaarswind – helemaal niks.

.

Alleen het ultimatum van het licht.

.

Tot zover het weerbericht.

.

 

Gevonden poëzie

Zoetermeer

.

Ik heb al vaker geschreven over, wat ik noem, gevonden poëzie. Poëzie die je tegenkomt op plekken waar je het niet verwacht, poëtische uitingen binnen en buiten waar ogenschijnlijk geen idee of plan aan ten grondslag ligt. En vandaag voeg ik weer een vondst toe. Toen ik enige tijd geleden in Zoetermeer de straat in reed waar mijn moeder woont en waar ik een groot deel van mijn jeugd heb gewoond, viel mij een geel bord boven het straatnaambord en een snelheidsbord op. Ik kon niet goed lezen wat erop stond echter. Toen ik weer weg reed uit de straat ben ik even gestopt om te zien wat er nou precies op dat bord stond. Het beelk een ‘gedicht’ te zijn, een tekst met een poëtisch karakter. Het rare echter was dat er in de andere straten in de buurt niet van dit soort borden hingen.

Ik heb een foto van het bord gemaakt en ben daarna op zoek gegaan naar wat dit precies voor een bord was, of het deel uitmaakt van een project en of er nog meerdere borden hangen. Niets heb ik gevonden. Het lijkt erop dat dit het enige bord is dat daar hangt, zonder aanwijsbare reden of context. Een echt voorbeeld dus van gevonden poëzie.

.

het kuiken tikt zacht

tegen de schil, die zegt krak

zonlicht stroomt binnen

.

gretig drinkt de pup

moedermelk voedt geweldig

geluk groeit gestaag

.

Misverstand

Menno Wigman

.

Al eerder besteedde ik aandacht aan de poëzie van Menno Wigman (1966). Wigman publiceerde vanaf 1984 verschillende bundels, hij publiceerde poëzie in bladen als Vrijstaat Austerlitz, Zoetermeer, Optima, Maatstaf, De Tweede Ronde, Millennium, Payola, Bunker Hill, De Zingende Zaag, Passionate en De Gids en hij ontving voor zijn werk de A. Roland Holst-Penning (2015) en de Jan Campert-prijs  (2002) voor ‘Zwart als kaviaar’. Naast dichter is Wigman vertaler en samensteller van bloemlezingen.

Uit de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 het gedicht ‘Misverstand’.

.

Misverstand

.

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed

waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand

of drie geloof ik meer en meer dat poëzie

geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte

die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

.

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt

en ’s nachts – een heelkunst is het niet.

De kamer blijft een kamer, het bed een bed.

Mijn leven is door poëzie verpesten ook

al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

.

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig

lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

.

zak

Hulp bij zelfdoding

Marc van Biezen

.

In 2011 verscheen bij uitgeverij Mistral de bundel ‘Ex-mondschilder’ van Marc van Biezen. Marc van Biezen (1968) debuteerde in 2007 met de bundel Afwezigheidsassistente. Zijn poëzie werd ook gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Zoetermeer en De Brakke Hond. Samen met collega-dichter Jaap Stiemer maakte hij de cd KRANK ZIN, een ‘ontluisterboek voor zachthorenden’.

In ‘Ex-mondschilder’ zijn (zeer) korte gedichten of puntdichten en aforismen gebundeld die stuk voor stuk donkere thema’s behandelen. Tegelijkertijd zijn de gedichten licht van toon wat het lezen zeker geen onaangename bezigheid maakt. Ziekte, verval, ongeluk en de dood zijn thema’s die voorbij komen. Volgens de uitgever poogt de dichter in deze bundel “het leed dat leven heet te bezweren met troostende relativering en absurdistische humor”.

Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Hulp bij zelfdoding’.

.

Hulp bij zelfdoding

.

adem in

adem uit

.

adem in

adem uit

.

en

stop

.

ex-mondschilder-marc-van-biezen-boek-cover-9789049951276

Binnenstadboogie

Recensie

.

Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’

Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.

Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.

Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.

Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.

Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.

Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.

Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.

.

Zoetermeer *

.

Buien lusteloosheid

dalen op mij neer

als iemand mij verteld

“U nadert Zoetermeer”

.

De architect die dat bedacht heeft

was aan de drugs of straalbezopen

waarom heeft hij geen galg bedacht

om hem aan op te kunnen knopen

.

Een wijk heet er Palestijn

daar durft geen jood te komen

maar ook de vrome moslims

willen er niet wonen

.

Het Stadshart klopt er niet

.

De mensen zijn er chagrijnig

gelijk moet je ze geven

er valt toch niets te lachen

als je in Zoetermeer moet leven

.

Ik wou dat er een eind aan kwam

dus bad ik : “Lieve heer,”

“Als u ooit nog iets gaat scheppen”

“schep dan geen Zoetermeer”

.

* Met dank aan René Geerlings

AF

Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl 

Nieuw gedicht

Zoetermeer 1967

Toen ik jong was was Zoetermeer nog een dorpje met 6.000 inwoners,  werd een van de ssrte vinexwijken van Nederland gerealiseerd. Boerderijen maakten plaats voor nieuwbouwwoningen en al gauw was de Boerderij niet meer die plek waar de koeien op stal stonden en het graan werd verbouwd maar de poptempel te midden van flats en doorzonwoningen.

.

De Boerderij

 .

Hier was de boomgaard met appelbomen en

perenbomen, waar kippen vrij rond liepen en wij,

niet gehinderd door enig historisch besef,

onze jeugdjaren gulzig genoten

 .

Het uitzicht eindigde daar waar je ogen je brachten

waar de zon de scherpe lijnen tot wazigheid verwarmde

 .

De eerste flatgebouwen klommen op uit de klei

van akkerbouwers en foerageergebieden van  weidevogels

ze gaven ons een nieuwe horizon en brachten hoogte

in ons platte polderleven

 .

we liepen gedachteloos van en naar school

terwijl zich om ons heen de wereld vormde

het dorp verdween als de seizoenen

zonder ooit nog terug te keren

 .

daar lopen wij nu, in deze stad zonder grenzen,

waar alleen de poptempel nog verwijst naar vroeger tijden

.

%d bloggers liken dit: