Site-archief

Poëzie uit Rhodesië

Bonus Zimunya

.

In 1975 heette Zimbabwe nog Rhodesië (pas in 1980 werd Zimbabwe een onafhankelijke natie). En zoals in alle landen in de wereld werd ook in Rhodesië aan poëzie gedaan. In Engeland kocht ik afgelopen jaar een klein bundeltje getiteld ‘Rhodesian Poetry’ no.12 1974-1975. The Twenty-fifth Anniversary Issue (1950-1975). Uitgegeven door The Poetry Society of Rhodesia and Published on a non-profitmaking basis.

In het voorwoord schrijft Stephen Gray  van de Rand Afrikaans University in Johannesburg onder andere dat poëzie die de woorden en het gedachtengoed van Keats gebruikt hem niet kan bekoren als het gaat om poëzie in Rhodesië. Hij is meer gecharmeerd door de poëzie met een sociale context en die past bij de ‘nieuwe natie’ die Rhodesië op dat moment is.

In de bundel een aantal typisch Engelse namen van al wat oudere dichters zoals D.E Borrel (1928). G.R. Brown (1928), Judy Edgar (1936) en Olive Robertson (1909) maar ook van een aantal jongere “Afrikaanse’ dichters als Viki Tapiwa, Enetia Vasilatos (1951) en Bonus Zimunya.

Bonus Zimuya (1949) wordt genoemd als Rhodesië African die gepubliceerd heeft in Chirimo in 1969. Inmiddels is Musaemura Bonas Zimunya een van Zimbabwes meest vooraanstaande schrijvers. In 1980 werd hij professor Engelse taal aan de University of Zimbabwe. Hij was secretary general van de Zimbabwean Writers Union en in 1992 ontving hij een Fulbright Scholarship aan de Pratt Institute in New York. In 1999 verliet hij Zimbabwe en momenteel is hij Director of Black Studies aan de Virginia Tech.

In de bundel staat het gedicht ‘Old Granny’ van hem en hieronder kun je het origineel en mijn vertaling lezen.

.

Old Granny

.

A little freezing Spider:

Logs and arms gathered in her chest

Rocking with flu,

I saw old Granny

At Harare market;

It was past nine of the night.

When I saw the dusty crumpled Spider –

A torn little blanket

Was her web.

.

Oud omaatje

.

Een kleine bevroren spin:

Stammen en armen verzameld op haar borst

Schommelend van de griep,

Ik zag een oud omaatje

Op de markt van Harare;

Het was na negen uur ’s avonds.

Toen ik deze stoffige verfrommelde Spin zag –

Een gescheurde kleine deken

Was haar web.

.

 

Dichters in Durban

Novib

.

In 1997 werd het eerste internationale poëziefestival in Zuid Afrika georganiseerd. Nadat Nelson Mandela in 1994 werd verkozen tot president in de eerste non-raciale verkiezingen ooit in Zuid Afrika was er een tijd van vrijheid en vernieuwing in Zuid Afrika. Dit leidde tot Poetry Africa in de Zuid Afrikaanse havenstad Durban. Vele dichters die tijdens het apartheidsregime vervolgd werden of in ieder geval hun stem niet konden laten horen gaven hier acte de présence. Ook Nederlandstalige dichters waren aanwezig in Remco Campert en Hugo Claus. Maar ook dichters uit India, Mexico, Canada, Duitsland, Japan, Mauritius, Zimbabwe en nog een aantal landen waren vertegenwoordigd. Vanuit Zuid Afrika waren er dichters die poëzie schreven in het Engels, het Afrikaans en het Zulu.

De organisatie, het Centre of Creative Arts onder de bezielende leiding van Adriaan Donker en Breyten Breytenbach had zich laten inspireren door Poetry International in Rotterdam. Het festival werd dan ook geopend door Obed Mlaba, burgemeester van Durban en Bram Peper, burgemeester van Rotterdam.

De Novib bundelde in 1997 een aantal van deze dichters in ‘Dichters in Durban’ en ik koos voor het gedicht ‘Veteraan’ van Tatamkhulu Afrika in een vertaling van Hugo Claus.

.

Veteraan

.

Achter de omgekeerde ruggen

van de heuvels hoor ik nog altijd

de hoest van motors die plots zwenken

en de blauwe

rook van de lucht is de blauwe

rook van geweren en de grauw-

blauwe rook van de jaren.

En er is daar een gezang dat ik mij rekkend wil bereiken,

een harmonie van razernij die mij lieflijker

toeklinkt dan om het even welke liefde.

Maar de heuvels zijn hoog,

hoger dan mijn begerig hart, en mijn voeten

zijn verstrikt in de wieren.

Soms lijkt het alsof ik

een phut-phut-phut hoor

als een kind dat knalt met een kinderlijk

speelgoedgeweer en ik weet

dat de verre kogels opnieuw zoeken naar

de levenden tussen de gebeenten.

Maar er zijn daar geen levenden meer,

alleen doden, en zij zijn dood

zoals ik dood ben, alhoewel ik ademhaal

en mijn gehuil is dat van een wolf

tussen de schedels en mijn stap

is die van een schaduw in een plek van uilen.

.

%d bloggers liken dit: