Site-archief

Gedichtenwedstrijden

Vrij vers of vaste versvormen 

.

Zo aan het einde van 2021 is het misschien leuk om nog eens aan een gedichtenwedstrijd mee te doen. Op de website van Schrijven online staan er verschillende. Hier een aantal heel verschillende die je wellicht de moeite waard vindt.

VWN

Op de website van de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en –communicatie Nederland kun je meedoen aan een poëziewedstrijd die ter ere van hun 35-jarige jubileum wordt georganiseerd. Ze zijn daarbij op zoek naar de mooiste wetenschapspoëzie binnen het Nederlandse taalgebied. Wie schrijft het beste nieuwe gedicht over de wetenschap in de ruimste zin van het woord?

Elk gedicht wordt anoniem beoordeeld door een onafhankelijke voorjury. De pakweg honderdtwintig best beoordeelde gedichten zullen worden gebundeld in een nieuw te verschijnen gedichtenbundel.

De jury, bestaat uit Anna Enquist, Ionica Smeets, Edward van de Vendel en Marlies ter Voorde. De jury zal drie winnaars selecteren. Op de winnaars van de derde tot en met eerste prijs ligt naast 100, 150 en 250 euro een wetenschappelijk verantwoord boekenpakket te wachten. De uiterste inzendtermijn is 28 november 2021.

Haiku Kring

De Haiku Kring Nederland organiseert een kukai. Een kukai is een haikuwedstrijd waarbij de deelnemers ook de jury zijn. Je kan je haiku inzenden tot en met 28 november. Alle inzendingen komen overzichtelijk en anoniem op een webpagina te staan. Je mag stemmen op jouw favoriete drie haiku’s, maar je mag natuurlijk niet op je eigen haiku stemmen. De regels omtrent de haiku en het elfje zijn denk ik wel bekend. Haiku; drie regels met respectievelijk 5,7 en 5 lettergrepen per zin, waarbij een  zintuigelijke ervaring naar voren komt.

Ministerie van Liefde en Waardering

Als laatste de Gedichtenwedstrijd van het Ministerie van Liefde en Waardering. Het thema is liefde en waardering en het dient te passen op een A4 vel. Verder zijn er geen regels. Ook zijn er geen inschrijfkosten. De inzendtermijn is (uiterlijk)10 februari 2022. Er kunnen maximaal twee gedichten per persoon ingestuurd worden.

.

De idioot op het dak

Tjitske Jansen

.

Afgelopen zaterdag was ik bij de Leidse PoëzieNacht georganiseerd door Fields of Wonder in De Burcht in hartje Leiden. Deze Poëzienacht (of eigenlijk avond) werd door Fields of Wonder gemaakt in samenwerking met stichting INDEX Poetry en stichting Leids Literair Landschap. Op deze avond kwamen Anton Korteweg, Dorien de Wit, Wout Waanders en Tjistske Jansen voordragen en de kandidaat stadsdichters droegen een gedicht voor. Paar opvallende dingen: de twee mannelijke dichters waren geblesseerd aan hun voet (Wout Waanders droeg voor gezeten in een rolstoel en Anton Korteweg bewoog) zich voort geholpen door twee stokken, het was een heerlijke ontspannen mooie nazomeravond en de sfeer was uitstekend. Naast serieuze poëzie viel er ook regelmatig te lachen om de gedichten en de voordrachten.

De presentator van dienst kondigde Tjitske Jansen (1971) aan met een verhaal over zijn eerste ervaring met Tjitske Jansen bij Festina Lente in 2001 waar ze de finale van deze Poetry Slam won. Daar hoorde hij haar voor het eerst het gedicht ‘ De idioot op het dak’ voordragen. Hij vroeg haar of ze dat wilde voordragen (waarschijnlijk niet zei hij erbij) maar Tjitske was zeer bereid om het gedicht voor te dragen en dat was voor mij een van de hoogtepunten van de avond. Daarom uit de bundel ‘ Het moest maar eens gaan sneeuwen’  uit 2003 het gedicht ‘ De idioot op het dak’.

.

De idioot op het dak

.

Ik vroeg de jongen op mijn werk – dat bestaat uit peperoni, melanzani en carciofi in de bakjes scheppen, kip en friet en gamba’s bakken, salades maken, enzovoort, ik deed de koude kant vandaag en hij de warme – of we na het werk wat gingen drinken. Na het werk gingen we wat drinken.

Er was een jongen die de Domtoren op zijn arm had laten tatoeëren, een jongen die Chris heette, een jongen die later weer in Groningen ging wonen, er was een jongen die het woord wist voor de geur die hertenwijfjes afscheiden.

Diezelfde avond fietste ik, stomdronken, naar mijn ex. Even kijken of zijn fiets er stond. Die stond er. Eén keer aanbellen. Nog een keer aanbellen. Nog één keer. Ik herinner me wat hij me over stalkers heeft verteld: die moet je negeren. Ik wil niet dat hij mij negeert. Ik bel nog een keer aan. Heel lang.

Steeds als ik denk: nu laat ik de bel los, laat ik de bel niet los. Hij doet nog steeds niet open. Ik zoek waar ik beginnen kan met op het dak te klimmen. Een paar daken van zijn dak vandaan is een begin. Ik begin met op het dak te klimmen. Als ik drie daken heb gehad, ik ben er bijna,

gaat er een dakraam open. Een vrouw schreeuwt godverdomme, een mannenhoofd verschijnt. Ik heb nog nooit van zo dichtbij, vanuit dit perspectief, een mannenhoofd uit een dakraam zien steken, Ik zeg: Ik ben geen inbreker, ik zeg dat ik me schaam, ik vraag of hij vroeg op moet morgen.

De man geeft me geen kans verder te klimmen. Hij blijft met zijn hoofd uit het dakraam. Er gaat nog een dakraam open. Ik had nog nooit één mannenhoofd van zo dichtbij uit een dakraam zien steken, laat staan twee tegelijk. Zitten blijven! zeggen ze. Zitten blijven! Ik vraag me af of ik een strafblad krijg.

De politie is gearriveerd. Waar is hij? Hoor ik vragen. Het is een vrouw. Ik begeef me naar de dakrand om me te laten zien. Het is een soort optreden, maar dan van onderaf belicht. Er is ook een hond bij. Een labrador die op mijn ex lijkt. Die is ook blond.

Ik klim naar binnen door het dakraam van het eerste mannenhoofd. Ik sta op een zolder. Ik zie de vrouw die godverdomme riep, ik aai de hond, ik zeg: Sorry, sorry. Ik zeg:
Ik ben geen inbreker.

Iemand vraagt me hoe ik op dat dak gekomen ben. Iemand vraagt me waarom ik dit deed. Liefdesverdriet, zeg ik. Ja, zegt een politieman, uit liefdesverdriet kun je rare dingen doen. Hoe heet je? Vraag ik hem. Ik heet Paul, zegt hij. En waar woon je?

.

 

 

Martje Wijers

Non mea culpa

.

Martje Wijers (1986) werkt als docente Zweeds en Nederlands aan anderstaligen. Ze is gepromoveerd op een proefschrift in de taalwetenschap aan de Universiteit van Gent. Ze schrijft gedichten, treedt op en slamt. Ze won o.a. de jaarfinales van de poëzieslag in Festina Lente en de U-slam in 2016, Bellum Poëtica in 2017 en 2018 en stond al drie keer eerder in de finale van het NK Poetry Slam, die ze in 2020 won. Gedichten van Martje werden o.a. gepubliceerd op De Optimist en drie jaar op rij in de Turing top 100.

Wil je naar Martje luisteren dan kun je terecht op de website van De Gids https://www.de-gids.nl/artikelen/beslag-bitterkoekjes . Met onderstaand gedicht ‘Non mea culpa’ won ze de NK Poetry Slam 2020.

.

Non mea culpa

.

Ik weet best dat de grondstoffen uitgeput raken
maar ik ben zelf ook heel moe
en het is toch niet mijn schuld
dat het allemaal niet eerlijk is verdeeld?
ik ben nooit goed geweest in hoofdrekenen
stuur gerust een tikkie voor mijn zonden
vul mijn naam automatisch in op een online petitie
.
ik weet wel dat ik alleen maar trek heb
maar het is de schuld van het suikerbrood
het is te lekker en te goedkoop
voor heel weinig geld kun je heel dik worden
een vette laag gemak als buffer tegen het geweten
dat is nodig met al het schuldgevoel dat aan me knaagt
dat de schaamte op mijn botten blootlegt
het knaagt tot ik bol van buiten hol vanbinnen
als een matroesjka volmondig kan zeggen:
.
maar het is niet mijn schuld
het is de schuld van het cruiseschip dat de griepgolf bracht
van de hotelramen die niet open kunnen
de lichtdoorlatende gordijnen
van de korter wordende dagen
moeders met steeds dezelfde vragen
van het stof dat nooit stopt met vallen
van de linksdragende mannen
het spek dat niet goed werd doorbakken
van de hormonen in de kipfilet
van de paardenmeisjes die zo hard borstelden dat er niets meer overbleef
.
het is ook niet jouw schuld
maar van de Dalai Lama die geen zin heeft in zijn reïncarnatie
de krantenbezorger met zijn zogenaamde kerstwensen
van de managers van influencers
het krakende bed
je vochtvasthoudende benen
de aanhoudende droogte
de onverstaanbare omroepstem op station Amersfoort Vathorst
de bakkersvrouw die in de broden knijpt
alsof het kinderen met bolle wangen zijn
.
niemand heeft het zo gewild, zo onrechtvaardig
laat je vrije wil zien dan en ik schuif alle schuld vandaag nog in je schoenen
we kunnen er niks aan doen, aan die aangeboren hartafwijking
die veel te grote, lege kamers
we kunnen er niks aan doen dat we ze niet kunnen vullen
met tafels en designbanken
niemand durft erop te zitten
iedereen is bang om te knoeien
.
wel heb ik vast hoogpolige tapijten neergelegd
als verzachtende omstandigheid
zodat het minder galmt
als we roepen
of iemand ons
alsjeblieft
alvast wil vergeven

.

Het derde oog

Jolanda Oudijk

.

In het begin van mijn dichters ‘loopbaan’ deed ik geregeld mee aan allerlei poëziewedstrijden. Ik heb er in een paar jaar tijd ook een aantal gewonnen (waaronder de allereerste waaraan ik meedeed van de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle). In mijn enthousiasme begreep ik toen nog niet dat er verschil zat in verschillende wedstrijden. Er waren natuurlijk de poëziewedstrijden waar een goede jury opzat en waar kwaliteit het criterium was.

Maar er werden ook wedstrijden georganiseerd waar de deelnemers zich van te voren moesten vastleggen op het afnemen van minimaal drie bundels met daarin de ‘genomineerden en de prijswinnaar. Een aardig verdienmodel maar voor de beginnend dichter ook een leuke manier om in een (verzamel)bundel een keer gepubliceerd te worden.

Inmiddels doe ik nog slechts heel af en toe aan een poëziewedstrijd mee (eigenlijk sinds ik zelf en daarna met Ongehoord!  begonnen ben met het organiseren van een poëziewedstrijd). In 2008 deed ik nietsvermoedend mee aan de Strellus Poëzie Prijs waarbij de bundel ‘Het derde oog’  werd gepubliceerd met als ondertitel ‘Verzamelde gedichten van Nederlandse en Belgische auteurs’. Een flinke ondertitel voor het gegeven dat er deelnemers aan deze ‘wedstrijd’ waren uit beide landen.

Bladerend in deze bundel kwam ik een aardig gedicht tegen van een mij onbekende dichter Jolanda Oudijk. Zij deed mee met het gedicht ‘Autosuggestie’.

.

Autosuggestie

.

praat ze zichzelf

handsfree

zingt ze een eigen wijsje

of mee met de radio

.

nee, ze vloekt hardop

lippenstift bloedt

op een bijtende mond

.

multiple choice

het zout op haar lippen

a. chips

b. zeewater

c. tranen

.

wat valt er te kiezen

met het vermoeden:

zijn hart is geen cabriolet

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Sara De Lodder

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is Sara De Lodder met haar gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’. Van harte gefeliciteerd met deze prijs. In totaal deden er 186 dichters mee met de wedstrijd. Sara De Lodder kreeg uit handen van de burgemeester van Albrandswaard, Jolanda de Witte, de eerste prijs (een beeldje van Lillian Mensing) uitgereikt.

.

De jury schrijft in haar juryrapport over de inzendingen en hoe men te werk ging:

“Er waren 186 inzendingen, waarvan na een voorselectie er 33 overbleven. Als jury hebben we ons gebogen over deze shortlist. De gedichten kregen we anoniem. We wisten dus niet wie er achter de gedichten schuilgaan.

De inzendingen waren heel divers. Van traditioneel, tot experimenteel, lang en soms zeer kort. We hebben gelet op de samenhang binnen het gedicht, originele woordkeuzes, aansprekende beelden, kortom: kwaliteit en oorspronkelijkheid. 

Maar een beeld moet wel kloppen, hoewel dat natuurlijk deels persoonlijk is. We troffen op zichzelf prachtige poëtische zinnen aan, die verder geen functie binnen het geheel hadden. Ze misten lading en betekenis. Datzelfde is te zeggen over beelden die elkaar soms tegenspraken. Het blijkt hoe moeilijk het is een gedicht lang de kwaliteit hoog te houden.

Maar er is genoeg potentieel bij veel van de 33 gedichten. Met aandachtige herlezing zouden deze zich kunnen ontpoppen als sterke en overtuigende exemplaren. In ons juryoverleg zeiden we regelmatig tegen elkaar dat een gedicht beter zou zijn geworden met wat redactie. Ons advies aan dichters, leg je werk voor aan kritische meelezers.

Het thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’, ontleend aan een gedicht van Jules Deelder, werd over het algemeen zeer divers geïnterpreteerd door de inzenders. In meerdere gedichten is ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis, met name op het ontbreken van lijfelijke nabijheid van de medemens. Door de een als een gemis ervaren en door een ander duidelijk als een rustmoment, een zegen zelfs, gevoeld. 

Interessant is dat maatschappelijke poëzie de laatste tijd erg in opkomst is. Een mooi voorbeeld hiervan is het collectief ‘De Klimaatdichters’. Opmerkelijk is dat dit bij de inzendingen weinig is terug te zien. Veel poëzie is toch naar binnen gericht. Daar is overigens niets mis mee.”

 

Het winnende gedicht

De jury (Alek Dabrowski, Evy Van Ende, Sabine Kars) schreef over het winnende gedicht in het juryrapport:

.Dit gedicht sprong er voor ons onmiddellijk uit, vooral wat betreft de originaliteit van de metafoor die erin opgevoerd wordt. Het fysieke liefdesspel wordt voorgesteld als in elkaar passende winkelkarretjes, lichaamsdelen passeren als koopwaren op de band aan de kassa van een supermarkt. De kassajuffrouw wordt op rauwe wijze gedenigreerd (of is het net opgewaardeerd?) tot lustobject.  De dichter heeft het over “het naakte, malse vlees”.

Het gedicht bevat daarnaast een aantal zeer mooie vondsten die het rammelende, onwaarschijnlijke karakter van die metafoor onderschrijven. “Om ter bangst” en “het ijzer als navelstreng” vonden we poëtisch zeer sterk. 

‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’ is ruw en teder tegelijk. Een subtiele combinatie die ook binnen de zinnen zelf tot uiting komt. Zoals in:

‘Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je
terug wil is nooit in een kamer’

De reflectie in:
‘Wij breken iedere dag weer los –
ik zoek mijn melk in vreemde schappen’

zet de lezer soepel aan tot overpeinzing. Om daar vervolgens snel weer uit en terug naar het nuchtere hier en nu in de supermarkt gehaald te worden, door het verrassende:

‘Zegeltjes?’


Ook het slotvers van het gedicht kon ons erg bekoren. Het beeld van een karretje verloren in de tuin is erg mooi. Het riep een ongerijmd, eenzaam beeld bij ons op dat uitnodigt tot mijmeren over de absurditeit, de verlatenheid van de liefde. 

.

Hoe wij als karretjes in elkaar passen

.

Neem wangspek, een paar malse dijen en een schouderblad

of twee, om ter bangst, ter liefst

 .

Neem je binnenoor, het is een archief

met die precisie hoe je luistert

 .

Neem mij, tegen de stroom in, naar jou

keer ik altijd terug

 .

Neem kassajuffrouw acht, je wil haar

rauw tussen al je spullen op de band: zoveel euro,-

ze imiteert een schoot, je denkt aan een moeder, dat vol

naakte, malse vlees, alles

wat ze aanraakt mag ze hebben

 .

Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je

terug wil is nooit in een kamer

Maar als karretjes die na lange dag in de supermarkt terug in

elkaar gaan, het ijzer als een navelstreng

 .

Wij breken iedere dag weer los –

ik zoek mijn melk in vreemde schappen

 .

Zegeltjes?

 .

Eén enkele keer bracht ik zo’n karretje thuis:

nergens stond het meer verloren als in mijn tuin.

 


Inzendtermijn poëziewedstrijd is verlengd

Ongehoord! Poëziewedstrijd 2020

.

Door alle omstandigheden weten we een hoop niet maar één ding weten we wel en dat is dat de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2020 doorgaat. Wat er ook gebeurt, er worden drie prijswinnaars bekend gemaakt. We hopen er stilletjes op dat we in september toch iets feestelijks van de prijsuitreiking kunnen maken in of rond kasteel Rhoon maar hoe dan ook gaan we de prijs toekennen en uitreiken.

Omdat de aandacht de afgelopen twee maanden voor de meeste mensen heel ergens anders lag dan bij een poëziewedstrijd loopt het nog geen storm (er zijn al behoorlijk wat inzendingen maar er kan nog meer bij). Daarom hebben we besloten de inzendtermijn van de wedstrijd te verlengen naar 31 mei 2020.

Dus wil je nog meedoen, heb je een mooi gedicht of wil je een gedicht schrijven met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’doe dan mee. Waarschijnlijk was er nog nooit een thema zo actueel als dit korte gedicht van Jules Deelder.

Meedoen is heel eenvoudig. Ga naar https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ lees daar de voorwaarden en upload je gedicht middels de link in het bericht.

Om je nog wat extra te enthousiasmeren hier een gedicht van één van de prijswinnaars Anneke Wasscher (winnaar van de 2013 editie). Het gedicht is genomen uit haar bundel ‘Atlas van de tijd’ uit 2017 en is getiteld ‘Esther’.

.

Esther

 .
beelden roepen haar al jaren na
ze weet niet meer wat echt is
misschien verspreekt de waarheid zich

.
is het gewoon een bange droom
een hersenspinsel dat nog hangt in
de rommelkamer van haar hoofd

.
steeds vaker komt de nachtmerrie
die gekke bokkensprongen maakt
angst wordt vindingrijk

 .
ze spreekt in monologen
geeft wanen weg aan
wie ze hebben wil

 .
haar vrede heeft een onderduikadres
bij gratie van de roes, een synoniem
voor leven kent ze niet

.

 

Dichter? Doe mee!

Stichting Ongehoord!

.

Na twee jaar stilte is er dan eindelijk weer een nieuwe editie van de Ongehoord! Poëziewedstrijd. Er is een kleine verandering ten opzichte van de vorige edities namelijk de manier van inzenden. Ongehoord! gaat mee in de vaart der volkeren als het gaat om het makkelijker mee doen met de wedstrijd.

Voorwaarden

Het thema dit jaar is een kort gedicht van Jules Deelder: ‘De omgeving van de mens is de medemens’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd via de link onderaan dit bericht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Twee namen zijn al bekend: dichters Sabine Kars (tweede prijswinnaar eerste editie)en Evy Van Eynde. Een laatste naam volgt spoedig.
  • Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 1 mei 2020 worden ingezonden.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden in het najaar (waarschijnlijk september) in een nog nader te kiezen locatie.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de website of in een digitale bundel (mits opgenomen in de shortlist)

Je kunt je gedicht uploaden via de speciale deelnemers pagina (Via: https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ )

Dit kun je winnen

Hou deze website van Ongehoord! in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De nummers 1 tot 3 winnen (naast een eervolle vermelding bij de publicatie van gedicht op de website / in digitale bundel) de volgende prijzen:

  1. een beeldje van Lillian Mensing en een optreden op een Ongehoord! podium
  2. een optreden op een Ongehoord! podium
  3. een optreden op een Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.

In alles

Mandy Eggerding

.

Winnaar van de eerste Rob de Vos-prijs (opvolger van de Meander poëzieprijs en vernoemd naar de oprichter van Meander literatuur website) is Mandy Eggerding met haar gedicht ‘In alles’. Het afgelopen jaar hebben 7 juryleden, waaronder ikzelf, vele gedichten beoordeeld (231 inzendingen) en wij hebben als jury unaniem het gedicht van Mandy gekozen als beste gedicht.

Zij wint hiermee de Rob de Vos-prijs trofee en een bedrag van 100 euro (en natuurlijk eeuwige roem). De gedichten moesten geïnspireerd zijn op een thema dat uit het gedicht ‘Aarde, wees niet streng’ van Menno Wigman kwam: ‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’. Dat er vele interpretaties waren op dit thema hebben wij als jury ondervonden. Van zomerse avonden tot verre oorden, herinneringen en beschrijvingen.

Mandy Mariska Eggerding (1968) uit Amsterdam is een veelzijdig theatermaker die eigenlijk liever schrijft. Zij studeert al een aantal jaren poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dit jaar won zij de tweede prijs van de Schrijverspodiumwedstrijd en publiceerde zij in Literair Tijdschrift Poesia. Momenteel schrijft Mandy aan haar eindwerk voor de Schrijversvakschool en dat zijn een veertigtal gedichten.

Wil je meer lezen over de winnende gedichten en de Rob de Vos-prijs ga dan naar de website van Meander https://meandermagazine.nl/2019/11/rob-de-vos-prijs-2019-2

.

In alles

Op deze ochtend vol van licht kwam ik je weer tegen.
Je was niet opgestaan, lag onveranderd op je zij –
een vogel tegen het glas –
stil – maar je lachte je schuine lach
.                                              heel even
door de verstilling heen, een lente op je lippen.


Buiten brak het licht op de kozijnen
.                                               trillend.

Ik opende het raam,
                        hoeveel lichter de lucht
                        een zacht aaien dat naar binnen draait

                        zo licht als ik daar dan sta
                        zo licht als jij me raakt

zo openzwaaiend mis ik jou

in alles.

.

De stijgbeugel

Poëziewedstrijd

.

Pas geleden kocht ik in een kringloopwinkel een bundeltje gedichten met de titel ‘De stijgbeugel’ veertig verzen van nieuwe dichters. Het bundeltje is uit 1953 en uitgegeven door N.V. De Arbeiderspers in de serie De Boekvink,  litteratuur in miniatuur (dit is geen typefout, het staat er echt litteratuur). Ik was in de veronderstelling dat het hier een verzamelbundeltje betrof maar dat ligt toch iets anders. Wat blijkt? Het betreft hier een bundel met winnaars van een door de VARA-rubriek ‘Met en zonder omslag’ uitgeschreven prijsvraag voor nog onbekende ‘naam’-loze dichters in Nederland.

De organisatoren hadden zich verkeken op het grote aantal gedichten dat er werd ingezonden (maar liefst 3000) en deze moesten door een driekoppige jury (Max Dendermonde, Reinold Kuipers en Garmt Stuiveling) worden gelezen en beoordeeld. De winnaar van deze wedstrijd werd Christine Meyling (1925 – 1983), een naam is die ik nog nooit ergens ben tegengekomen. Het lijkt erop dat Meyling haar dichtersloopbaan niet heeft voortgezet ( ik heb het uiteraard even uitgezocht, van haar hand verschenen in 1954 – 1956 een aantal gedichten in Maatstaf en De Nieuwe Stem, daarna werd het stil).

Wat opmerkelijk is is dat de tweede prijs werd gewonnen door Ellen Warmond (1930 – 2011), een dichter die later heel bekend is geworden. Haar naam is de enige tussen vele onbekende namen die bij mij een belletje lieten rinkelen. En ondanks dit feit is deze bundel een heel fijn boekje om te lezen. het geeft heel mooi weer hoe er aan het begin van de jaren vijftig in Nederland werd gedicht. Een mengeling van poëzie van na de oorlog (waar de oorlog nog in na klinkt), vaste versvormen, romantische poëzie en poëzie die al naar de vernieuwingsdrang van de vijftigers neigt.

Ik heb besloten een van de twee eerste prijswinnende gedichten hier te plaatsen van Meyling ( Claire) en een van de tweede prijs van Warmond (***) om het verschil in stijl te laten zien.

.

Claire

.

Jouw kind is aarzelend geboren.

Het toefde op de drempel van verdriet,

Begroef de droom die het voorgoed verliet

en zou de wereld droef en blij behoren.

.

Het was een meisje, weer, en vaag geschonden

(twee rose wonden, maar die gaan voorbij).

Je hebt haar – moeilijk – toch maar lief gevonden,

zij paste logisch in de onvoltooide rij

.

van de verbloemde, heimelijke zonden.

Nog even bracht een klein en zoet gemis,

toen er veel mensen in je kamer stonden,

je tot de grens van een bekentenis.

Maar omdat zij het ook niet helpen konden,

bleef alles als het was en steeds gebleven is.

.

Voor Wim

.

***

.

Ik steek je onbekommerd

overmoedig dwars door de aarzeling

die kamers vierendeelt en ons

afzijdig houdt mijn hand

toe met de woorden zie

dit heb ik voor je meegebracht

een landkaart zonder wegen

een nooit meer in roulering komend

geldstuk een sublieme

seconde van volkomen

van onbeheerst en mateloos

van bandeloos en onbelemmerd

blind-zijn.

.

De moeder de vrouw

Martinus Nijhoff

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat Murat Isik, winnaar van de Libris Literatuurprijs 2018 met zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, het Boekenweek essay 2019 zal schrijven. Het thema is ontleent aan de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff ‘De moeder de vrouw’. Reden genoeg voor mij om het gedicht van Nijhoff (1894 – 1953) op te zoeken en met jullie te delen.

In de bundel ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, met een inleiding van Jan Wolkers uit 2000 staat dit gedicht (naast nog een aantal gedichten van zijn hand) gepubliceerd. Vele zullen dit gedicht herkennen aan de beroemde openingsregel.

.

De moeder de vrouw

.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

.

%d bloggers liken dit: