Site-archief

Wacht … woorden

Anneke Brassinga

.

De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd.  Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.

In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.

.

Wachtwoorden

.

Ik had me zo geoefend in het wachten

dat ik schrok toen er iemand kwam;

ik had nog nooit van hem gehoord

herkende hem op het eerste woord

zodat ik aan geen wachten dacht.

Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,

bewaakten van bovenaf de poort;

in een schip gecamoufleerd met lakens

voeren wij de stad in, onder hen door.

Gesloten bleef de tas met taarten,

al jaren uit mijn mond gespaard,

nooit was er tijd, nooit tijd te over

om aan uitstel te ontkomen.

Wij zijn nu zo geoefend in het wachten

dat als een kind het bij ons hoort.

.

                                                                                                                                                                  Foto: Serge Ligtenberg

 

Advertenties

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

Hans Lodeizen

.

Zeger de Ruiter reageerde op mijn verzoek om dichters te noemen waaraan ik aandacht zou kunnen besteden met de dichter Hans Lodeizen. Nu vind ik Hans Lodeizen een geweldig dichter dus dat doe ik met alle liefde. Lodeizen (1924 – 1950) schreef slecht één dichtbundel ‘Het innerlijk behang’ (en wat nagelaten werk) maar hij verwierf zich desalniettemin een heel eigen plaats in net literaire landschap. Hij had een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied en geldt min of meer als voorloper van de Vijftigers.

Peter Berger schreef over het werk van Lodeizen: Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch’. (Bron: Wikipedia)

.

ik heb mij met moeite alleen gemaakt

.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

.

Alpenlied

Leo van der Zalm

.

Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.

Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is.  Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.

.

In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.

.

Alpenlied

.

aan wind heb je niets, die
gaat voorbij in zo’n dal, die
vlucht verder
aan regen heb je niets, die
is er maar af en toe en voedt zo
her en der een beek
aan wolken heb je niets, die
doen zo hooghartig, die gaan
elke kant op
maar de bergen zijn er en die staan
onwrikbaar, die hebben
de tijd mee
die doen alsof ze bestaan
voor de eeuwigheid, maar dan
maar voor even
want op hun flanken groeit hun verval
alles wat aan bloei zich uitleeft
voorbijgaand
elke wortel, die het gesteente splijt
elke bloem, die en bij en wind
aan zich verslaaft
aan bergen heb je niets, die
doen maar uit de hoogte, die staan
rond een dal
en vervallen, voor je het weet,
eerder dan de wind, dan regen,
dan wolken
,
                                                                                                                                 Schilderij: Aat Veldhoen

Alle letters tellen

Beginletter Pangramkwintijn

.

Elke keer verbaas ik me weer over de hoeveelheid versvormen die er zijn en over de vindingrijkheid van mensen die nieuwe versvormen bedenken. Een van die mensen is Frits Criens. In 2016 bedacht hij de ‘Beginletter Pangramkwintrijn’ en publiceerde deze op http://www.hetvrijevers.nl/, de website voor light verse, vaste vormen, nonsenspoëzie, humorpoëzie en plezierdichten met nieuws en teksten van en voor professionals en liefhebbers.

Een pangram (Grieks: pan gramma, “alle letters”) of holo-alfabetische zin is een zin waarin alle letters van het alfabet voorkomen. De bekendste is misschien wel: The quick brown fox jumps over the lazy dog. Volgens Wikipedia bevat een volmaakt pangram elke letter (uit het alfabet) slechts eenmaal. De uitdaging is om een zo kort mogelijke zin te maken die aan deze voorwaarde voldoet. Frits Criens voegt hier aan toe, dat voor deze vorm sprake dient te zijn van een perfect beginletter-pangram waarbij de beginletters in alfabetische volgorde staan. Aan deze eis zijn de de elementen metrum en rijm toegevoegd.

Een Beginletter pangramkwintijn bestaat uit: 5 regels, rijmschema abaab en heeft als metrum 6 jamben maar een ander metrum is ook mogelijk afhankelijk van de woorden die bedacht worden (wat op zichzelf al best moeilijk is).

Hier een voorbeeld van Frits Criens zelf:

Als Bernadine, constant dwarsig, explodeert

– Flink geile heks in jeugdig kekke lingerie –

Met nichterige ophef pinnig querelleert,

Rechtstandig saluerend tweemaal urineert,

Verzucht Winet: X-benig yonidiertje… zie!

.

Light verse

Jan Boerstoel

.

Nu november is aangebroken, de wintertijd is ingegaan en de dagen korter lijken dan ooit na een lange zomer is het volgens mij tijd voor wat luchtigheid, wat speelsheid, wat gekkigheid zo u wil. Daarom de komende zondagen voorbeelden van light verse. Wikipedia geeft als definitie van light verse:

Light verse is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Drs. P ontwierp er de Nederlandse term plezierdichten voor. De vorm kan velerlei zijn (sonnet, ballade, kwatrijn, ollekebolleke, en vele andere, kijk hiervoor ook vooral onder de categorie Versvormen). In light verse staat het spelen met taal en versvormen centraal, de vorm wordt gethematiseerd; het is voornamelijk het onderwerp dat licht is. Plezierdichten of light verse is overigens nog wat anders dan nonsenspoëzie. Onder nonsenspoëzie verstaat men gedichten waarin humoristische fantasie wordt bedreven, vol niet-bestaande woorden en andere dwaasheden. De bedoeling van nonsenspoëzie is te amuseren, waar light verse gaat over het op een intelligente manier versterken door taalacrobatiek en vormvastheid van een niet-nonsensicale inhoud.

In het Nederlands taalgebied zijn vele plezierdichters, de bekendste is natuurlijk Drs. P. maar ook Willem Wilmink, Ivo de Wijs, Driek van Wissen, Inge Boulonois en Kees Stip zijn bekend door de lichte en speelse toon van hun gedichten.

Ook Jan Boerstoel kun je onder deze categorie scharen. Boerstoel (1944) is schrijver en dichter, onder andere van van vele liedjes voor cabaret. Zijn gedichten zijn vaak wat melancholisch maar hebben vaak een humoristische ondertoon. Zo ook het gedicht ‘Futen’ uit ‘Een beetje wees’ uit 1990.

.

Futen

.

De futen zijn weer druk met nest- en waterbouw

in de Da Costagracht: bladeren, kleine takken,

maar ook papier, verroeste waslijn, plastic zakken,

een echte stadsfuut kijkt allang niet meer zo nauw.

.

En ik sta voor mijn raam en zie hun zwoegen aan

en denk aan al die ruziënde grachtgenoten:

eenden en meeuwen en aan grote vuilnisboten,

ik maak me ongerust of dat wel goed kan gaan.

.

Maar futen kunnen daar niet overstuur van raken,

als zij van rotzooi, op zijn fuuts, iets prachtigs maken.

.

1 april!

De humorist

.

Op 1 april wilde ik eens stilstaan bij het fenomeen van grappen maken of het voor de gek houden van anderen op deze dag. Ik weet dat het zondag is en dus eigenlijk de dag voor de dichter van de maand maar deze schuif ik voor een keer door naar morgen.

Volgens de Wikipedia is de meest voor de hand liggende verklaring van het fenomeen 1 april grappen de volgende:

De 1 aprilgrap is ontstaan uit een vroeger middeleeuws festival: het feest van de zotten. La fête des fous was vooral in Frankrijk van de 5e tot de 16e eeuw erg populair. Het werd gevierd omstreeks 1 januari door het kiezen van een valse paus of bisschop en ging gepaard met allerlei rituelen en festiviteiten waarbij de geestelijkheid werd geparodieerd. Aan de basis hiervan lagen dan weer naar alle waarschijnlijkheid vroegere heidense zonnewende feesten. In de 16e eeuw zou dit bij de Franse wijziging naar de Gregoriaanse kalender naar 1 april zijn verschoven.

Hoe het precies zit weet men niet maar het fenomeen van elkaar voor de gek houden en grappen maken op 1 april is een sterk verankert gebruik in ons land (maar zeker niet alleen hier, ook in België, Rusland, Frankrijk en een boel Engelstalige landen).

Op zoek naar een gedicht over 1 april kwam ik veel humoristische gedichten tegen maar geen enkel over 1 april (ze zullen er ongetwijfeld zijn). Wel las ik een gedicht van Simon Carmiggelt in zijn bundel ‘De gedichten’ uit 1974,  met de titel ‘De humorist’. Het dekt de lading van 1 april misschien niet helemaal maar is zeker de moeite waard.

.

De humorist

.

Als knaap heb ik mijn eerste grap verzonnen.

Mijn moeder riep: ‘Dat wordt een humorist.’

De brave vrouw. Zij heeft zich niet vergist.

Een schelmse carrière was begonnen.

.

O, in de aanvang ging ’t somtijds stroef

en viel de kwinkslag wel eens in ’t water.

Die vroege gein! ‘k Moest er om lachen, later.

Want zelfs herinnering stemt mij niet droef.

.

Al schaterend schiep ik een klein bedrijfje,

waar de cliënt een mopje kan bestellen,

ik scherts maar voort. Ik kan ze niet meer tellen.

Bij dag en nacht – ik bak een vrolijk schrijfje.

.

Al mijn agressies kan ik in dit vak

profijtelijk tot jeukpoeder vermalen.

Maar zou ik daarbij wel de tachtig halen?

Als dát gelukt, ben ik een monter wrak.

.

Neem me onder je vleugels

Van The Big Bang Theory naar de nationale dichter van Israël

.

In de erg grappige sitcom ‘The Big Bang Theory’ speelt Mayim Bialik sinds 2010 Amy, de vriendin van de oppernerd Dr. Sheldon Cooper. Ik mag deze serie graag bekeijken al was het alleen maar omdat er een heleboel wetenschappers meewerken aan deze serie waardoor de berekeningen en de wetenschappelijke onderwerpen die terloops aan de orde komen heel serieus zijn uitgewerkt en kloppen met de wetenschappelijke realiteit. Daarnaast is de serie ook gewoon ontzettend grappig.

Toen ik een stukje over Mayim Bialik las en op haar Wikipedia pagina keek, bleek dat zij een afstammeling is van Chaim Nachman Bialik. Chaim Nachman Bialik (1873 – 1934) was een joodse dichter, schrijver van proza, vertaler en redacteur uit de Oekraïne, die in het Hebreeuws en Jiddisch schreef. Hij is één van de meest invloedrijke Hebreeuwse dichters en wordt in Israël algemeen beschouwd als de nationale Dichter, alhoewel hij 14 jaar voor de oprichting van de staat is gestorven. Bialik heeft gedurende de periode van 1899 tot en met 1915, 20 van zijn gedichten in het Jiddisch gepubliceerd in verschillende Jiddische periodieken in Rusland. Zijn gedichten worden vaak beschouwd als de beste van de moderne Jiddische poëzie van die tijd.

Zijn bekendste gedicht is wellicht ‘Hachnasini tachat knafeeg’ of ‘Neem mij onder je vleugels’. Ik kon geen Nederlandse vertaling vinden van dit gedicht maar wel de Engelse vertaling van Ruth Nevo.

.

Take me under your wing

 

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

One merciful twilight hour,
hear my pain, bend your head.
They say there is youth in the world.
Where has my youth fled?

Listen! another secret:
I have been seared by a flame.
They say there is love in the world.
How do we know love’s name?

I was deceived by the stars.
There was a dream; it passed.
I have nothing at all in the world,
nothing but a vast waste.

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

.

 

 

Amazing Grace

Hymne

.

In de dichtkunst is de hymne een ietwat vergeten vorm. De Hymne is een verheven lofzang op een bepaald onderwerp (zoals een land, God of een godheid, of een gebeurtenis zoals de Olympische Spelen). Hymnen kunnen zowel wereldlijk als geestelijk van aard zijn. In de christelijke traditie is het zingen van hymnen een vast onderdeel van de liturgie. Het zingen van hymnen is de vroegst gedocumenteerde muzikale activiteit in de christelijke kerk. Van alle bekende hymnen is ‘Amazing Grace’ misschien wel de bekendste in het Engels taalgebied.

Wat veel mensen denk ik niet weten en wat mij in ieder geval verraste was dat ‘Amazing Grace’ is een christelijke hymne is, die al in 1772 werd geschreven door de Engelsman John Newton. Het lied is door diverse bekende muzikanten gebruikt, onder wie ook vele Amerikaanse zangers en zangeressen. Voorbeelden zijn Elvis Presley, Johnny Cash, Aretha Franklin en Willie Nelson. In Nederland werd het nummer op de plaat gezet door Mieke Telkamp en André Rieu.

Oorspronkelijk werd ‘Amazing Grace’ op allerlei verschillende melodieën gezongen. Pas in 1835 werd de tekst door William Walker in zijn liedboek ‘Southern Harmony’ gekoppeld aan de huidige melodie, een traditionele melodie genaamd ‘New Britain’. Deze melodie werd wereldbekend, en wordt vooral veel gespeeld op doedelzakken. Het wordt wel gezien als het volkslied van de Cherokee, omdat zij dit zongen bij hun begrafenissen.

Persoonlijk heb ik een voorkeur voor de versie van Aretha Franklin omdat zij als soul en gospelzangeres als geen anders de tekst vanuit het hart zingt.

.

Amazing Grace

Amazing grace (how sweet the sound)
that saved a wretch like me!
I once was lost, but now I am found,
Was blind, but now I see.
‘Twas grace that taught my heart to fear,
and grace my fears relieved;
how precious did that grace appear,
the hour I first believed!
Through many dangers, toils and snares,
I have already come;
‘twas grace has brought me safe thus far,
and grace will lead me home.
The Lord has promised good to me,
His word my hope secures;
He will my shield and portion be,
as long as life endures.
Yes, when this flesh and heart shall fail,
and mortal life shall cease;
I shall possess, within the veil,
a life of joy and peace.
The earth shall soon dissolve like snow,
the sun forbear to shine;
but God, who call’d me here below,
will be forever mine.

.

Van het dubbelalbum ‘Gospel greats’ uit 1972 van Aretha Franklin haar uitvoering (waarop ook haar vader Reverend C.L. Franklin nog is te horen) van Youtube.

.

Met dank aan Wikipedia.

Dichters en schrijvers begraafplaats

Schoonselhof in Antwerpen

.

Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.

Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.

Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.

Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.

.

een minnend paar

.

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar

liefde of toeval niemand weet het

stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer

.

graf-gg

Graf Gust Gils

hconscience_graf

Graf Hendrik Conscience

graf-gw

Graf Gerald Walschap

graf-hdc

Oude graf Herman de Coninck

wilrijk_graf_herman_de_coninck

Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)

Jan Arends

Korte venijnige poëzie

.

Afgelopen zondag presenteerde ik een poëziemiddag waar ook Alexander Franken optrad. Als singer-songwriter en als dichter. Alexander heeft een paar korte maar krachtige gedichtjes geschreven die altijd aanslaan. Ook bij mij, ook al heb ik ze al meerdere malen gehoord uit zijn mond. Dit deed me denken aan de schrijver, dichter en literair vertaler Jan Arends.

Jan Arends (1925 – 1974) was Hagenaar van geboorte (net als Franken overigens). Hij had een moeilijke jeugd en omdat het werk van Jan Arends  veel autobiografische elementen bevat, is zijn leven en zijn literaire werk sterk met elkaar vervlochten. In zijn werk geeft Arends een kritische visie op de maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief.

Jan Arends heeft nog geen twee jaar als schrijver en dichter de aandacht van een breed lezerspubliek getrokken en in de publiciteit gestaan. Op 21 januari 1974, de dag waarop zijn gedichtenbundel ‘Lunchpauzegedichten’ verschijnt, pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning op de vijfde etage van een flat in Amsterdam te springen. Uit zijn nalatenschap werd door Remco Campert de dichtbundel ‘Nagelaten gedichten’ samengesteld die in 1975 verscheen. In 1983 verschijnt het ‘Verzameld werk’ met daarin een aantal niet eerder gepubliceerde gedichten. (Bron Wikipedia).

Hieronder twee gedichten van Arends, kort, krachtig en venijnig. De eerste uit ‘Lunchpauzegedichten’ en de tweede uit ‘Nagelaten gedichten’.

.

Wat

geeft dat toch

een angstig gevoel

van vrede

als vader

zijn bijl slijpt.

.

.

Kanker

is
een goede dood.

Teplettervallen
is
een goede dood.

Verdrinken
is
een goede dood.

Zelfmoord
is
een goede dood.

Elke dood
is
een goede dood.

Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.

Altijd.

.

Arends reeks-Lunchpauze@1.indd

arends_nagelaten_gedichten

 

%d bloggers liken dit: