Site-archief

Leunen tegen de flanken van de tijd

Sabine Kars

.

De afgelopen week las ik op Facebook dat de, door mij bewonderde dichter, Sabine Kars, een (deel) van een gedicht op een muur kreeg in de gemeente waar zij woont, Zutphen. Zoiets laat ik natuurlijk niet zomaar gaan en ik heb haar gevraagd om het volledige gedicht. Zij was zo vriendelijk mij dit toe te sturen. Het is hieronder te lezen.

Het aantal muurgedichten in de gemeente Zutphen is op initiatief van de werkgroep Muurpoëzie Zutphen uitgebreid. Voor het eerst werden (delen van) gedichten op gevels in Warnsveld en De Hoven aangebracht.  Zo werd ook een deel van een gedicht van Sabine Kars – dichter op begane grond-, aan de Weg naar Voorst 3, De Hoven aangebracht. De tekst werd geschilderd door Dirk Aarnink.Het gedicht staat waterpas, de wereld er omheen staat uit het lood.

Leunen tegen de flanken van de tijd

op de maat van kantelende dagen en de nacht
met open ogen van hellende vragen
verlang ik naar een stad
die tot stilstand komt

maar alles beweegt en slaat snaren aan

zelfs het slapen in kantoren
rust op lawaaigevulde belangen
en het vangen van licht
dat gekunsteld is

apparaten zoemen machines
dreinen hun vastzittende hoest
wint verwoestend terrein verziekt me
snoeit me maakt me met de grond gelijk

ringtones
pushberichten
moord en brand
altijd binnen handbereik van
knipperende mensen

onderhuidse bommen en de schutters

op het dak springen van hak op tak op
tak hun verknipte woordenspel
en tumult ken ik van buiten

nu wil ik schuilen

zing me een lied
uit de diepte van vogels
vol vrijgelaten woorden
en wat zou kunnen zijn

ik vouw me op ik
rits me dicht
denk aan
ruimte

en weg van de zwerm
neem ik een vlucht
over heuvels van velours
hang aan wijzers en

zie de wereld wuiven

kijk mij
in gewaterverfde lucht
met reikhalzende ganzen wieken
leunend tegen de flanken van de tijd

ik strijk neer
op een pleisterplaats
waar spaties groeien
leg me te luister

bij de adem
van loofrijke suppoosten
die met tederhouten handen
stilte souffleren

ik nestel
en vertak me
in hun kruinen kijk uit
op weidse duinen waarachter

een einderloze branding
en een vloed aan alles
wat me lief is

daar
word ik ruimer
daar knip ik alle dromen aan

.

Advertenties

De muze viert feest

Paul Rodenko

.

Afgelopen Oud en Nieuw verbleef ik in Drenthe en vandaar uit bracht ik een bezoek aan twee kringloopwinkels in Groningen. Bij kringloopwinkels is het altijd maar afwachten of: Ze veel boeken hebben, de kans dan groot is of ze ook veel poëziebundels hebben en of ze de boeken een beetje gerangschikt hebben. Ik kom toch regelmatig in kringloopwinkels waar alle boeken maar een beetje door elkaar staan of waar de poëzie tussen de (vele) romans staan. In de eerste winkel die ik bezocht stonden de poëziebundels wel apart maar niet aangegeven. Daar kocht ik voor nog geen tientje maar liefst tien bundels.

In de tweede kringloopwinkel alweer geen aanduiding van poëzie maar toch gevonden. Daar kocht ik voor nog een drie keer niks drie bundels.  Dat Groningen een literair klimaat had wist ik en ik weet ook dat er aan poëzie ‘gedaan’ wordt. Dat de opbrengst zo groot zou zijn was echter een verrassing. En er zaten een paar fraaie exemplaren bij. Zoals de bundel ‘De muze viert feest’.

Deze bundel uit 1960 (het Boekenweekgeschenk dat jaar) is een uitgave van de Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels voor de jeugd! Het bevat een ‘Bonte verzameling feestgedichten bijeengebracht door Gerriot Borgers” met tekeningen en een typografie van J.H. Kuiper. Achterin de bundel waarin vrijwel alle belangrijke dichters uit die tijd zijn vertegenwoordigd een index op eerste regel, op naam van de dichter en een korte beschrijving van de dichters uit de bundel.

Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht van Paul Rodenko waarvan achterin de bundel staat: Geboren 26 XI 1920 in Den Haag. Studeerde Slavische talen en psychologie te Leiden en Parijs. Redacteur van ‘Columbus’, ‘Podium’ en thans vast medewerker van ‘Maatstaf’. Woont te Warnsveld. Het gedicht dat van Rodenko staat is heel toepasselijk in deze maand getiteld ‘Januari’.

.

Januari

.

Groene stemmen en gele stemmen en de lente

Van een jonge sneeuw

Het raadsel van de trams ontraadseld

De lucht vol ochtendgymnastiek

.

Wij rinkelen onze lach wij drinken

De koppige vorst als een kroningsgedicht

Wij dragen ons blinkende tweelinggezicht

Wij horen bijeen als een stel akrobaten

En onder de kapspiegel van onze ogen

Onder het kraaien geduld van de bomen

Onder de sneeuwhazerij van woorden

Vinden wij in het contact onzer handen

Bloedwarme zonnen en kolibri’s uit

.

 

%d bloggers liken dit: