Site-archief

Vrijheid

5 mei

.

Het is vandaag bevrijdingsdag en ik had al een blogpost geschreven tot ik me bedacht dat 75 jaar na de bevrijding van Nederland het passend is om een gedicht te plaatsen over vrijheid of vrij zijn. zijn eerste gedachte was om een gedicht van een dichter uit de oorlog die over de bevrijding schreef te plaatsen maar ik gooi het vandaag over een iets andere, wat algemenere boeg als het om vrijheid gaat.

Tenslotte hebben wij in Nederland de luxe van al 75 jaar in vrijheid te kunnen leven terwijl er zoveel landen en volkeren zijn op de wereld die dat niet kunnen. Daarom koos ik voor een gedicht van de Chinese dichter Wu Mei (Wu Mei betekent volgens mij ‘Moedig mooi’ of mooi en moedig en dat slaat zeker op deze dichter uit China. Zij was getuige van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede op 4 juni 1989.

In de bundel ‘Vrij’ gedichten over vrijheid, vrede en vriendschap, uitgegeven door Amnesty International in de Rainbow Essentials uit 2008 is het gedicht ‘Vrijheid’ van haar opgenomen in vertaling van Daan Bronkhorst. Op bevrijdingsdag leek me dit een passend gedicht.

.

Vrijheid

.

Vrijheid kent geen enkel misdrijf,

zoekt geen ruzie, slaat geen wond,

pleegt geen echtbreuk, zet geen val,

is nooit schuldig aan bedrog.

.

Vrijheid heeft geen schuld, geen schande,

maakt geen aanspraak op excuus,

kent noch schaamte noch berouw,

doet zich nooit als ander voor.

.

Vrijheid is je stille adem,

is je almaar fluisterend bloed,

is je voet die bodem zoekt

waar de grond is weggeslagen.

.

Oorlog en vrede

Dubbelgedicht

.

Ik wilde een dubbelgedicht wijden aan herdenken, aan de oorlog en het verzet of aan de overledenen en terwijl ik aan het lezen was in allerlei bundels op zoek naar geschikte gedichten kwam ik twee gedichten tegen die in mijn ogen aan elkaar gekoppeld konden worden. Vanuit de oorlog naar de vrede en hoe we daarna met de overlevering aan de oorlog omgaan. Juist ook omdat in deze tijd herdacht wordt Auschwitz 75 jaar geleden bevrijd werd door het Rode leger en de discussie over hoe en of we kunnen blijven herdenken als de ooggetuigen en overlevenden van de oorlog er straks niet meer zijn.

Het eerste gedicht is van Martinus Nijhoff (1894 – 1935) en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Vormen’ uit 1924. Wellicht is dit Nijhoff’s belangrijkste bundel. Hij schetst in deze bundel een beeld van de moderne mens in zijn verscheurdheid: zowel religieus verlangend, als zinnelijk en levensmoe. De wereld wordt ervaren als een chaos en de dichter tracht in zijn verzen deze te ordenen. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Soldatenkerstmis’.

Het tweede gedicht is van Ed. Hoornik (1910 – 1970) en verscheen oorspronkelijk in De Gids (1965) en is getiteld ‘Tot de doden’. Reeds voor de oorlog waarschuwde Ed. Hoornik tegen het nazisme, onder meer met het gedicht ‘Pogrom’, met de slotregel “het is maar tien uur sporen naar Berlijn”. Door zijn verzet moest hij in de oorlog onderduiken, werd gearresteerd en werd via Kamp Vught in 1944 overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Dit verblijf in Dachau heeft zijn verdere leven getekend. In de bundel ‘Ex Tenebris’ schrteef hij hier onder andere over: “wie daarin opgenomen is geweest, zal de dood tot zijn dood met zich meedragen”.

.

Soldatenkerstmis

.

Zij dorsten niet te zingen in de tent

Zoolang het kindje op den trommel sliep.

Toen hief er één zijn glas omhoog en riep:

“Hoera voor ’t kind! Hoera voor ’t regiment!”

.

Het heele kamp drong om de tent te hoop,

En al die lachende oogen werden week

Als ’t kind om groote vingers greep, of keek

Naar ’t blinken van een afgesneden knoop.

.

Eén brengt een bloem, een ander voert een geit

Nabij, waarop een jongen schrijlings rijdt –

Hoor, het is Kerstmis! Hoor de klokken beven –

.

God gaf een kinderhart aan den soldaat

En heeft, ontroerd, toen het verweerd gelaat

Met bijl en beitel uit ruw hout gedreven.

.

Tot de doden

.

Wij kunnen U niet meer bereiken
Wij komen een zintuig te kort
Wij leggen ons neer bij feiten
Dat gij minder en minder wordt

.

De enkele keren dat ge
In dromen nog ons verschijnt
Wordt ge al ijler en ijler
Tot ge voor altijd verdwijnt

.

Straten houden uw namen
Voor heden en morgen in stand
Maar onze kinderen brengen
Ze niet meer met u in verband

.

Het land ligt nog net als het toen lag
Van polder tot polder te kijk
De mensen die er in wonen
Blijven zichzelve gelijk

.

Maar éénmaal per jaar is de stilte
Tot de hemel toe van u vervuld
En belijden wij zonder woorden
Onze dankbaarheid, onze schuld

.

Vrij!

Ariel Dorfman

.

In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.

De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.

Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.  

.

Twee plus twee

.

We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,

compañero van de cel

tot die ene kamer.

.

Als het er twintig zijn,

brengen ze je al niet meer naar de wc.

Als het er vijfenveertig zijn,

kan het al niet meer zijn

om je te luchten.

.

Als je boven de tachtig zit,

en je begint

struikelend en blind

een trap op te gaan,

ai, als je boven de tachtig zit,

is er geen andere plaats

waar ze je heen kunnen brengen,

is er geen andere plaats,

is er geen andere plaats,

is er al geen andere plaats meer.

.

vrij

ad

 

Bokje in Richmond

Dahlia Ravikovitch

.

Dahlia Ravikovitch (1936 – 2005) was een dichter, vertaalster en vredesactiviste uit Israël. Zij publiceerde 10 poëziebundels in het Hebreeuws en haar werk werd in 23 landen vertaald. Ook werden haar gedichten gebruikt voor populaire liedjes en worden haar gedichten op scholen in Israël aan kinderen geleerd.

Zelf vertaalde ze Yeats, Eliot en Poe in het Hebreeuws. Vanuit haar huis in Tel Aviv ijverde ze voor vrede, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid in de regio in samenwerking met schrijvers en kunstenaars. Ook trad ze op in Nederland tijdens Poetry International. Daar werd door Tamir Herzberg onder andere het volgende gedicht van haar vertaald.

.

Bokje in Richmond

.

Op de houten bank in het park zei hij tegen me,

ik ben bang om dood te gaan, zelfs als ik oud ben

en ik weet niet hoe het zal zijn.

Ik kan niet weten hoe het zal zijn.

.

En ik zei, het zal niet erg zijn

het kan een zachte dood zijn.

Toen viel de Coca-Cola om

en hij lachte en lachte en kwam niet meer bij

en gaf me een klap op mijn rug, heel hard,

als iemand wiens krachten zijn lichaam verlaten.

.

Dahlia

 

Leo Vroman

Vrede

.

Na een week van liefdesgedichten zou ik bijna vergeten om een prachtig gedicht over de vrede te plaatsen. Na 4 en 5 mei is dat wel gepast. Met dank aan hetmooistegedicht.blogspot.nl een van de, volgens mij, mooiste gedichten over de oorlog en de vrede van Leo Vromans. Dit gedicht bevat een aantal van de mooiste zinnen uit de Nederlandse poëzie.

.

Vrede

Komt een duif van honderd pond,

een olijfboom in zijn klauwen,

bij mijn oren met zijn mond

vol van koren zoete vrouwen,

vol van kirrende verhalen

hoe de oorlog is verdwenen

en herhaalt ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.

.

Sinds ik mij zo onverwacht

in een taxi had gestort

dat ik in de nacht een gat

naliet dat steeds groter wordt,

sinds mijn zacht betraande schat,

droogte blozend van ellende

staan bleef, zo bleef stilstaan dat

keisteen ketste in haar lenden,

ben ik te dicht en droog van vel

om uit te zweten in gebeden,

kreukels knijpend evenwel,

en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.

.

Liefde is een stinkend wonder

van onthoofde wulpsigheden

als ik voort moet leven zonder

vrede, godverdomme, vrede;

want het scheurende geluid

waar ik van mijn lief mee scheidde

schrikt mij nu het bed nog uit

waar wij soms in dromen beiden

dat de oorlog van weleer

wederkeert op vilte voeten,

dat we, eigenlijk al niet meer

kunnend alles, toch weer moeten

liggen rennen en daarnaast

gillen in elkanders oren,

zo wanhopig dat wij haast

dromen ons te kunnen horen.

.

Mag ik niet vloeken als het vuur

van een stad, sinds lang herbouwd,

voortrolt uit een kamermuur,

rondlaait en mij wakker houdt?

Doch het versgebraden kind,

vuurwerk wordend, is het niet

wat ik vreselijk, vreselijk vind:

het is de eeuw dat niets geschiedt,

nadat eensklaps, midden door een huis,

een toren is komen te staan van vuil,

lang vergeten keldermodder,

snel onbruikbaar wordend huisraad,

bloedrode vlammen en vlammend

rood bloed, de lucht eromheen behangen

met levende delen van dode doch

aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-

dat het verbaasde kind in deze zuil

gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft.

,

Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen,

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.

.

leaf and old barbed wire

leaf and old barbed wire

%d bloggers liken dit: