Site-archief

Kop dicht bundel

Ronald Snijders

.

Schrijver, presentator en komiek Ronald Snijders (1975) is bij de meeste mensen waarschijnlijk wel bekend van het VPRO televisieprogramma ‘De staat van verwarring’ of als schrijver van het boek ‘De alfabetweter’ waarin hij maar liefst 1000 woorden aan onze taal toevoegt met evenveel nieuwe betekenissen. Een mooi voorbeeld is Benefietkeeper: een doelman die voor het goede doel staat.

Minder bekend is hij van zijn ‘Kopdichten’ die hij een jaar lang iedere zaterdag voor Het Parool maakte. Een kopdicht bestaat uit krantenkoppen van de afgelopen week met de bedoeling de koppen zoveel mogelijk los te zingen van de actualiteit en als dichtregel de fantasie in te trekken.

Want dat is wel een beetje zijn ding, fantasievol met de taal omspringen. In de bundel ‘Kopdichtbundel’ zijn door uitgeverij De Harmonie 43 van deze kopdichten bijeengebracht. Naast de kopdichten staan er ook een aantal collages in de bundel. Je zou deze kopdichten als een spoort readymades kunnen beschouwen.

Hier een voorbeeld van twee collages en het readymade gedicht of het kopdicht bij de collage ‘De shit’.

.

De shit

.

De schoonheid duikt op in het onverwachte

Sparta-doelman wordt met ‘lul’ op voorhoofd

wakker na titelfeest

Uniek, modern en schimmig

Na die nacht was ik als een verdoofd vogeltje

De menselijke maat blijft voorop staan

Om moedeloos van te worden

.

Daar wapperen de witte zakdoekjes weer

Sta ik daar voor janlul met mijn schepnetje

Tot op het bot vernederd

Ik wil nú genieten

Overgave en creatieve extase

In een rolstoel door het hele land

De bezoekers opfokken

.

Prima dat mensen me

een takkewijf noemen

Met ‘klein’ geluk gaan we het in de 21ste eeuw

niet redden

.

 

Advertenties

Stoppen met roken in 87 gedichten

Dimitri Verhulst

.

Dimitri Verhulst (1972) is dichter en schrijver. Zijn officiële debuut was de verhalenbundel ‘De kamer hiernaast’ (1999), die genomineerd werd voor de NRC-prijs. Hij publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften, waaronder ‘Nieuw Wereldtijdschrift’, ‘De Brakke Hond’ en het tijdschrift ‘Underground’, waarvan hij redacteur is. In 2017 verscheen van hem de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ uit. Ik werd gewezen op een gedicht zonder titel uit deze bundel en ik was meteen om, zeker als je Verhulst het gedicht hoort voordragen. Daarom zonder verdere introductie dit keer het gedicht in tekst en beeld en geluid.

.

Verbeeld je de verbeelding,

geef haar de macht die de mens

niet toebehoort.

Droom jezelf een stad

totdat je er echt in woont.

Denk je gedachten door de muur;

De dag bestaat

omdat je ‘r in gelooft.

Dwars de dood.

Bouw de vrouw die van je houdt,

want verzonnen zijn we zinnig.

Bedenken wij elkaar,

en beminnen wij dan innig.

.

Kijk en luister naar dit gedicht via de volgende link.

https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_11367699~dimitri-verhulst~.html

.

Haagse dichter

Adriaan Bontebal

.

Toen ik mijn opleiding deed tot bibliothecaris in Den Haag, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, kwam ik in aanraking met het werk van de Haagse schrijver/dichter Adriaan Bontebal. Toen was dat een bundel met miniaturen maar pas later, veel later kwam ik erachter dat Bontebal, wiens echte naam Aad van Rijn was, ook dichter was. Wanneer ik tegenwoordig naar het puur Haagse literaire onderonsje ‘Puur gelul’ in het Paard van Troje ga, tweemaal per jaar, dan heeft Adriaan Bontebal daar altijd een ereplaatsje als één van de verloren zonmen van de Haagse literaire scene.

Adriaan Bontebal (1952 – 2012) debuteerde officieel in 1988 met zijn bundel ‘Een goot met uitzicht’. Hij was een vertegenwoordiger van de anarchistische, Haagse kraakbeweging en schreef zijn gedichten en miniaturen met een groot gevoel voor humor en met oog voor de details van het alledaagse leven. In 1987 was hij mede-organisator van De Haagse Nach van de Literatuur, maar hij werd bekend door zijn voordrachten door het hele land en door zijn optredens in 1998 met de Haagse cabaretier Sjaak Bral. Adriaan Bontebal was een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma ‘Music Hall’.

Door een motorongeluk verloor hij een been en bewoog hij zich voort met een prothese. Gedichten van Adriaan Bontebal zijn opgenomen in Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ en in ’25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten’. In januari 2012, vlak voor zijn dood (in februari 2012), schreef hij dit gedicht. Bontebal overleed op 59 jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

.

Wanneer ik buiten fiets
– ik fiets altijd buiten
ik ben klein behuisd –
en de regen me doorweekt
terwijl ruk- en valwinden
op me inbeuken
zodat ik slalom
als een beschonkene
bedenk ik

Zolang ik tegen
de elementen vecht
vecht ik niet
tegen mezelf

.

Heel veel meer van Adriaan Bontebal lees je op zijn blog http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/

.

                                                                                                                                                                                                  Poëzietegel in Den Haag

Gedichtenjukebox

Bibliotheek Rotterdam

.

Voor Ongehoord! maar ook voor mijn werk kom ik regelmatig in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Pal naast station Blaak en de markthal gelegen in het centrum van Rotterdam. Al jaren loop ik op de eerste verdieping langs de Gedichtenjukebox en eerlijk gezegd was het nooit in me opgekomen om daar iets over te schrijven. Ten onrechte natuurlijk want de Gedichtenjukebox biedt een keur aan prachtige poëzie.

De echte ouwe jukebox met daarin filmpjes van dichters die voordragen uit eigen werk is gevuld met filmpjes van het VPRO programma Dode Dichters Almanak en biedt onder andere filmpjes met onder andere Simon Vestdijk, Gerrit Kouwenaar, Gerard Reve maar ook Charles Bukowski en Wislawa Szymborska. Op de filmpjes zijn de dichters te zien en te beluisteren terwijl ze zelf hun poëzie voordragen.

Kijk voor alle filmpjes op http://www.vpro.nl/boeken/programmas/dode-dichters-almanak.html of loop een keer binnen bij de centrale bibliotheek in Rotterdam.

.

Hieronder een gedicht van en door Gerard Reve (niet die uit de gedichtenjukebox) met als titel ‘Getuigenis’.

Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de Dood!

.

poeziejukebox

 

Jonge Held

Martijn van Beem

.

Afgelopen zondag keek ik naar de bijzonder mooie documentaire over het leven en de dood van Willem Ekkel, samen met broer Daan hoofdrolspelers uit de serie ‘Jonge Helden’ van de VPRO, uitgezonden in de jaren 1985 tot 1988. In deze documentaire kwam onder andere een naam van een mij onbekende dichter aan de orde Martijn van Beem.

Op zoek naar informatie of werk van deze, toen jonge, dichter vond ik eigenlijk niets behalve dat Martijn één van de presentatoren was van ‘Jonge Helden’ en nog iets. Een bijzonder grappig en inmiddels heerlijk gedateerd filmpje dat Martijn maakte met Devika Strooker in 1987 onder de noemer school TV als derde deel van de serie Dichters op school.

In dit filmpje gaat Martijn op bezoek bij deskundige Sjef Verbraaken die met behulp van een floppy disc met daarop een computer poëzieprogramma een gedicht schrijft. Je zou dit kunnen zien als een eerste vorm van ready made poëzie.

Het gedicht dat het programma uit losse zinnen maakt gaat als volgt:

.

Gevaarlijk zijn pas echt diegenen

kauwend op hun ongemak

die alles doen voor vrede

desnoods moordend

.

Maar kijk vooral dit heerlijke filmpje.

Jongehelden

VPRO poëzie

Dichterbij

.

Afgelopen zaterdag was de 33ste ‘Nacht van de poëzie’. De VPRO was weer zeer actief rondom deze Nacht. Op de website van de VPRO http://www.VPRO.nl/boeken is veel informatie te vinden rondom deze 33ste Nacht. Dichtersinterviews, poëziebundels en gedichtentips maar ook de rubriek ‘Dichterbij’.

In ‘Dichterbij’ zijn inmiddels 29 afleveringen te bekijken (ook via het Youtube kanaal van de VPRO, waarop je je kunt abonneren). In deze korte portretten wordt een korte schets getoond uit het leven van de dichter en gedurende deze schets wordt een gedicht voorgedragen.

Hieronder een voorbeeld met de dichter Erik Jan Harmens.

En voor de liefhebbers van geschreven poëzie een ander gedicht van deze dichter.

.

Tussenstuk

ik geloof niet dat ik u helemaal heb verstaan
zou u het willen herhalen
niet steeds weer opnieuw één keer
ik zal er niet meer doorheen praten
het woord is aan u en utoen we kwamen wisten we eigenlijk niet of we al mochten komen
we wisten ook niet bij wie we kwamen we schoven gewoon maar aan
en lieten het ons smaken maar wat er tussen onze kiezen achterbleef wisten we niet
en we konden het ook niet vragen want de andere gasten aan tafel bliezen geen adem meer uit
ze werden afgeruimd als een tafellaken en highfiveden een hemel in

het is niet dat ik geen woord heb verstaan van wat u zei
ik verstond alleen de zelfstandige naamwoorden niet
als u die nu even op dit opengevouwen tafelservet wilt opschrijven
met de lipstick van de vrouw die ik ontvallen ben

toen we gingen wisten we eigenlijk niet of we al mochten gaan
bij iedere stap verwachtten we een securicorhand tussen de bladen
maar daar was de deur al met de fooivragende apen
en buitenlucht als een kamp in je gezicht
met al mijn tandplak heb ik u vader lief

.

vpro_poezie_logo_definitief

VPRO

Facebookproject

David van Reybrouck

.

Afgelopen zondag als Zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO, vandaag met een gedicht op dit blog. David van Reybrouck is behalve dichter, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van proza en theaterteksten uit Vlaanderen. Een veelzijdig man, zo is hij de oprichter van het Brussels dichterscollectief, bezieler van de G 1000, een burgertop, over de taalgrenzen heen, die 1000 Belgen liet overleggen voor een betere democratie in België, voorzitter van de PEN Vlaanderen en winnaar van verschillende literatuurprijzen waaronder de Libris geschiedenis prijs en de AKO literatuurprijs.

In februari 2011 startte hij een Facebookproject rond het collectief vormgeven van een gedicht, vertrekkende van een willekeurig gekozen zin uit een krantenartikel. Op de startzin voor de nieuwe constructie: ‘Het waren eenzame kilometers tussen Ieper en Brussel’ kwamen 110 reacties. De eindredactie bleef bij de initiatiefnemer. Hieronder het resultaat van dit project en een gedicht van zijn hand.

.

In alle vroegte

het waren eenzame kilometers

tussen Ieper en Brussel

het was stil alleen de tijdgeest sprak

op de radio sprak een man in tongen

de donkere rit werd een moeilijke

puzzel

ontbinding onveiligheid hevig

verlangen

ik vreesde dat het slijk zou schreeuwen

om zoiets als een veldrit

op zondagnamiddag

kilometers lang ben ik

gesteven wegen natriumrood

verlicht duizenden strepen niets

naderde zelfs niet in meters

de nacht die zal breken

de opgaande hoofdstad

vuurrode longen

ja we zijn er om te vertrouwen

van skyline naar zeespiegel

van aarde naar beton

en eenzaamheid stuwt voort weekt los

de wind jaagt het hout kraakt

een vlucht lijsters nee spreeuwen

wijzigt van lijn

soms had ik gelukkige gedachten

fluwelen zetels koffie snijbloemen

antiek

langs het water stonden paarden

rechtopstaand te slapen

daar lag mijn grond daar lag de pijn

.

 

De kruik

 

– Voor Agnès –

Jezelf zo schikkend als was ik een bad,
hoofd onder kin, rug langs mijn buik
spoel je aan in zilver en kwik.

Lig nu stil. Langzaam laat ik het water
lopen. De kruik kleedt je uit
in het helderste wit. Je hals van email,
je schouder die schatert van licht.

Sluit je de ogen, je haar wordt een wier.
Vind ik een vorm voor water dat loopt?
Het wuift en wacht, een onweer op zee,
je oogleden blijven gesloten.

.

david_van_reybrouck_spreker_g1000_5

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl, foto: readmylips.be

Zomergasten en de poëzie

Ionica Smeets

.

Afgelopen zondag was wetenschapsjournaliste en wiskundige Ionica Smeets (1979) de Zomergast  bij het gelijknamige programma van de VPRO (lees vooral ook de recensie van dit programma vandaag in de Volkskrant van Jean-Pierre Geelen). Nu ken ik Ionica al vele jaren, ze werkte jarenlang tijdens haar school- en studietijd bij de bibliotheek Maassluis waar ik directeur ben. In de jaren dat we collega’s waren was Ionica precies zoals ze op tv was afgelopen zondag. Ik herinner me een keer na een bibliotheekuitstapje, toen ik haar een lift gaf naar haar woonplaats Delft, dat ze tijdens de autorit uit haar hoofd een gedicht voordroeg.

Toen ze zondagavond dan ook een fragment liet zien van haar favoriete dichter Leo Vroman verbaasde mij dat niet. Een prachtig fragment uit een documentaire over Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Naar aanleiding van deze aflevering heb ik werk van Leo Vroman herlezen en wil ik graag een gedicht van hem met jullie delen.

.

In bed

.

Het is mij een droom te ontwaken

door een hand op het haar en de slapen

en de streling van zaaien en rapen

meer dromen te voelen maken;

.

hoor in het omhullend geruis

van een adem de zee, de wind

op een lang, leeg strand, en een kind

ver van het ouderlijk huis –

.

Zij vroeg mij waar we nu waren.

Het was herfst in mijn droom en ook buiten

bewegen zich dorre blaren

door de lucht, en over de ruiten.

.

Ionica

 

159696-300-446-scale

 

 

Onvoltooid gedicht

Klapband

.

Uit de bundel Kuttje Compleet vandaag een gedicht van Wilhelmina Kuttje Sr. uit 1936. De notitie bij dit gedicht luidt na de laatste regel: Hier houdt het op. ’t Was ook eigenlijk maar een kladje in handschrift. Maar toch de moeite waard.

Uit de bundel: Vetpot

.

Klapband

.

Zoevend langs ’s heren wegen

dromend achter ’t stuurwiel heen

glijdt het modderige landschap

door den miezerige regen

klaagt den motor steen noch been

WAAR GAAN WIJ HEEN?

.

Ach, ’t is niet zozeer een einddoel

’t is veeleer de vreugde van den reis

Ploeterend door die modderpoel

op den vlucht voor Hein met Zeis

.

KLAP! klinkt plots ter linkerzijde

en wij stoppen met gesis!

En wij maken vuile handen

en wij wisselen van wiel

zetten onze lange tanden:

en wat ons toen heeft bezield

was: O staak het gemopper over banden

straks draven wij weer door vreemde landen

Die klapband deed ons weer beseffen

dat het leven…

.

groep

Kuttje compleet

Ronflonflon Reeks Deel 3

.

Eind jaren 80 was er op 3FM (wat toen nog radio 3 heette) het legendarische middagprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond. Als er ooit een radioprogramma was dat het absurdisme hoog in het vaandel had dan was het dit programma van Wim T. Schippers. Volledig absurde dialogen, interviews die meestal geen interviews waren, liedjes die ineens werden afgebroken of waar volledig doorheen gepraat werd, bedenk het gekste wat je kunt verzinnen en dan nog gekker.

Een vast onderdeel van het programma waren de gedichten van Wilhelmina Kuttje. Het onderdeel dat steevast werd aangekondigd als “de gedichten van Wilhelmina Kuttje met twee t, waarna even later Jan Vos (het alter ego van Clous van Mechelen) inbrak in het programma met de woorden: Wie had er twee thee besteld?

Volledige anarchie op de radio gebracht door de VPRO. Van dit programma zijn 4 boekjes verschenen. Deel 1: Gevoelige plekjes van wilhelmina Kuttje, deel 2: Wel, en ook, het grote Jaap Knasterhuis Filmwoordenboek, deel 3: Kuttje compleet, gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond en deel 4: De grote hoop, tips en wenken van Jan Vos uitgelegd aan Jacques Plafond.

Aan deel 3, Kuttje compleet wil ik hier de komende weken aandacht besteden. Van de achterflap:

“Uit de honderden dichtbundels die haar grootmoeder, Wilhelmina Kuttje Sr. voornemens was te voltooien bij leven en welzijn (1901 – 1967) deed haar kleindochter, Wilhelmina Kuttje Jr. een welgemikte keuze, niet alleen als voordrachtsstof in het befaamde radioprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’maar ook bijeengebracht in deze verzamelbundel. Uitvoerig geannoteerd en keurig van voetnoten voorzien geven zij een helder inzicht in de gedachtenwereld van de terecht herontdekte grote dichteres en als zodanig een cultuur-historisch overzicht van de eerste drie/vijfde van de 20ste eeuw. Met een voorwoord van haar kleindochter en een inleiding van Remco Campert.”

.

Brand* (uit de bundel ‘Verlangens’)

.

Nietsvermoedend zeurt

mijn diepgang voort

balancerend geurt

mijn oppervlakte, gloort

ginder spookt verlangen

naar het onbekende grote.

.

Wist ‘k maar waar het zich ontblootte

in zonneschijn en juub’lend denken

aan kreeg’lend vallen en weer opstaan

zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken

laat ik maar een eindje verder gaan…

.

En plots: Daar vat ik vlam,

mijn leven en welzijn explodeert

ik sta in brand, ik wordt begeerd…

door jou, die in mijn leven kwam

maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?

.

Immers, alles wat begint zal tot as vergaan

maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…

Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor

.

*Dit gedicht schreef Wilhelmina Kuttje  op haar 22ste, kort nadat tekenaar H. Zedden haar  voor het eerst bezocht, Zedden die op 18jarige leeftijd een pentekening van haar maakte.

.

kuttje plafond

 

 

%d bloggers liken dit: