Site-archief

SOS

Rieneke Minderman-Grobben

.

Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.

Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.

.

SOS

.

Ik leed schipbreuk en spoelde aan

Het was geen prettige ervaring

Bijna was het met me gedaan

Ik stak nog een vuurpijl af

maar dat had géén effect

Doodmoe zeiknat

Maar God zij dank

Ik leefde nog

Dat had ik zojuist gecheckt!

Ik spoelde op een eiland aan

Viel in slaap

Werd wakker bij het rijzen van de zon

Maakte een plan

Hoe ik overleven kon!

Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken

Maar mijn lucifers waren nat

M’n aansteker verloren

In mijn broekzak zat een gat!

Ik ging op verkenning uit

En keek op mijn kompas

Wilde water drinken uit m’n fles

Maar merkte dat het een wijntje was

SOS

Ik zit op 51 graden noorderbreedte

Het eiland onbewoond

De naam is Tiengemeten!

En als je me komt redden

Neem dan broodjes mee

Graag iets te roken en

Een warm koppie thee

Want…

Ik heb al 40 dagen niet gegeten

Op het eiland Tiengemeten

.

Vers gekruid

Inge Boulonois

.

Een aantal jaar geleden (2008) mocht ik voordragen in het knusse huiskameratelier van Alja Spaan in Alkmaar waar zij regelmatig dichters en muzikanten vroeg op te treden. Tijdens die voordracht daar was ook Inge Boulonois aanwezig en zolang volg ik haar al. Inge (1945) volgde de opleiding tot beeldend kunstenaar aan de Akademie voor Beeldende Kunst Arnhem en voltooide later ze de studie kunstpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen.

In het nieuwe millennium is ze overgestapt op het schrijven van gedichten. Ze is medewerker (en dus collega) van het literaire e-zine Meander. Voor meandermagazine.nl schrijft ze analyses, recensies van light verse en interviews.
Voor http://www.gedichten.nl schrijft ze elke dinsdag een actueel snelsonnet. Ook op http://www.hetvrijevers.nl staan gedichten van haar hand en maakt ze deel uit van de redactie.

Het genre waarin Inge schrijft, light verse, is een bijzonder genre binnen de poëzie. Er wordt wel eens wat schamperig over gesproken maar niet door mij. Ik weet hoe moeilijk het is om een goed light verse gedicht te schrijven. Voor Inge Boulonois is het schrijven van light verse echter geen enkel probleem (denk ik toch als ik haar gedichten lees).

In haar nieuwe bundel ‘Vers gekruid’ staan 100 humoristische en lichtvoetige gedichten die maar wat vaak een serieuze ondertoon hebben als het om de onderwerpskeuze gaat. Als voorbeeld het gedicht ‘Recensent’ uit deze bundel. In de vorm van een ‘onzijn’ of ‘elftal’ geschreven. Voor de specifieke vorm informatie kijk je op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/26/onzijn-elftal/

De bundel met vele verrassingen is te koop in de boekhandel of via http://www.ingeboulonois.nl

.

Recensent

 .

Zijn vak is honorabel maar ook zwaar

Hij is de zielzorger van bellettrie

En als zodanig van niveau bezeten

.

Zijn smaak en stijl zijn van een bel-esprit

Slechts híj weet hoe je kwaliteit moet meten

En heeft de schrijvers onwijs veel te leren

.

Maar wordt miskend, voor haarklover versleten

Het is zijn plicht zeer streng te kritiseren

Toch taalt hij soms naar lovend commentaar

.

Dan prijst hij één roman, ooit zelf geschreven

Die hij nog steeds maar niet krijgt uitgegeven

.

Voordracht

Richard Minne

.

Hoewel ik een paar boekenkasten vol poëzie heb en dus alle mogelijkheid om van poëzie te genieten, mis ik toch iets. En dat iets is het in levende lijve aanschouwen en aanhoren van dichters die hun werk voordragen. Er gaat niets boven zelf voordragen en al helemaal niet als je op een podium staat met andere dichters. Zo heb ik bijvoorbeeld dit jaar de podia van Ongehoord! In Rotterdam en de Haarlemse dichtlijn enorm gemist. Op 1 dag met zoveel dichters en op verschillende podia voordrachten. Dat is waarlijk genieten.

En omdat het momenteel niet mogelijk is om zelf voor te dragen op een podium of om naar andere dichters te luisteren, heb ik als pleister op de wonde een gedicht opgezocht dat over de edele kunst van het voordragen gaat. Het is het gedicht ‘De voordracht’ van de dichter Richard Minne (1891 -1965).

Minne was een Vlaams dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1927 met de bundel ‘In den zoeten inval’. Zijn gedichten verschenen in allerlei literaire tijdschriften. Met name in de jaren dertig en vijftig werd veel van zijn werk gepubliceerd in tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Forum’ en Nieuw Vlaams tijdschrift’. Het gedicht ‘De voordracht komt uit ‘In den zoeten inval’ dat in 1955 werd heruitgegeven.

.

De voordracht

.

Wie durft er cynisch te beweren

dat schoonheid geen gemeengoed is?

Vol dames is de zaal en heren

voor des dichters belijdenis.

.

Daar troont hij op het spreekgestoelte,

met zijn Zondagse kleren aan

(Door ’t open raam speelt de onweerszwoelte).

Een volk dat leest kan niet vergaan.

De dichter spreekt in keurge termen:

‘koopt boeken!’ Maar in zijn gemoed

is het alsof de vlammen zwermen.

Koopt boeken? ’t Is ook brandbaar goed.

.

Poëzie luisteren

LP en DVD

.

Vorige week was ik in een kringloopwinkel in Limburg en daar lag een LP box met bakelieten 78 toeren platen uit 1936 met als titel ‘Tweede album verzen van Nederlandse en Vlaamse dichters van 1500 tot op heden’ gezegd door Paul Huf. Omdat ik geen platenspeler bezit waarop je 78 toeren platen kan afspelen heb ik de box niet gekocht. Met enige spijt want verzen die ‘gezegd’ worden uit 1936 had ik graag beluisterd.

Gelukkig kocht ik in een andere kringloopwinkel de bundel ‘Meer poëzie in Carré 1966 & 2006’ van uitgeverij van Gennep. Deel 1 van de Awater-reeks. Bij deze bundel zit een DVD met daarop een televisieregistratie van de spraakmakende 28 februari 1966 van Poëzie in Carré.

Naast deze DVD is er in de bundel een terugblik te lezen op die avond in 1966 en een foto-impressie. En natuurlijk lijsten van de deelnemende dichters in 1966 en in 2006 (in 2006 deden drie dichters mee die ook in 1966 deelnemen te weten Simon Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar en Hans Verhagen).

Naast deze drie ouwe rotten veel hedendaagse dichters als Tjitskes Jansen, Ingmar Heytze, Hagar Peeters, Vrouwkje Tuinman, H.H. ter Balk, Ilja Leonard Pfeijffer en nog een aantal. Luisteren naar poëzie is iets bijzonders. Reden waarom ik graag op poëziepodia sta en ze ook bezoek. Je kunt een gedicht vele malen hebben gelezen maar als je de dichter het gedicht voor hoort dragen kan ik daar extra van genieten, om de voordracht en de accenten die de dichter in het gedicht legt die je nooit van papier kunt lezen.

Uit de bundel met dichters van Poëzie in Carré uit 2006 koos ik voor het gedicht ‘Jij ziet goed uit vandaag’ van Vrouwkje Tuinman.

.

Jij ziet goed uit vandaag.

.

De man van de griesmeelpannenkoeken

zegt iets tegen mij. De man de bakker.

Ik heb hem niet verstaan verdiept

in het vooruitzicht van mijn volle maag.

Veilig vol hij zegt het nogmaals

en ik schaam me. Je laat niet eimand

twee keer zeggen jij ziet goed uit.

Hij zegt ik mooi. dat verstaan.

Zou hij weten hij is de eerste die tegen

mij praat vandaag – nooit spreken met

volle mond – dat het de derde pannenkoek

is deze week. Hij vraagt of ik getrouwd.

.

Dichter? Doe mee!

Stichting Ongehoord!

.

Na twee jaar stilte is er dan eindelijk weer een nieuwe editie van de Ongehoord! Poëziewedstrijd. Er is een kleine verandering ten opzichte van de vorige edities namelijk de manier van inzenden. Ongehoord! gaat mee in de vaart der volkeren als het gaat om het makkelijker mee doen met de wedstrijd.

Voorwaarden

Het thema dit jaar is een kort gedicht van Jules Deelder: ‘De omgeving van de mens is de medemens’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd via de link onderaan dit bericht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Twee namen zijn al bekend: dichters Sabine Kars (tweede prijswinnaar eerste editie)en Evy Van Eynde. Een laatste naam volgt spoedig.
  • Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 1 mei 2020 worden ingezonden.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden in het najaar (waarschijnlijk september) in een nog nader te kiezen locatie.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de website of in een digitale bundel (mits opgenomen in de shortlist)

Je kunt je gedicht uploaden via de speciale deelnemers pagina (Via: https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ )

Dit kun je winnen

Hou deze website van Ongehoord! in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De nummers 1 tot 3 winnen (naast een eervolle vermelding bij de publicatie van gedicht op de website / in digitale bundel) de volgende prijzen:

  1. een beeldje van Lillian Mensing en een optreden op een Ongehoord! podium
  2. een optreden op een Ongehoord! podium
  3. een optreden op een Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.

Bukowski en King

Omdat het kan

.

Zo nu en dan heb ik zin om gewoon een gedicht te plaatsen zonder verdere aanwijsbare reden. Zo’n gedicht is, valt me op, vaak van Charles Bukowski, een van mijn favoriete Amerikaanse dichters. Dit gedicht ‘The shower’  Komt ook voor in de documentaire ‘Born into this’ uit 2003 van regisseur John Dullahan. In die documentaire voegt hij de naam Linda toe in het gedicht tijdens een voordracht.

Het betreft hier Linda King, beeldhouwer, toneelschrijver en dichter waarmee Bukowski in het begin van de jaren ‘70 een jarenlange relatie mee had.

.

The shower

.

we like to shower afterwards
(I like the water hotter than she)
and her face is always soft and peaceful
and she’ll watch me first
spread the soap over my balls
lift the balls
squeeze them,
then wash the cock:
“hey, this thing is still hard!”
then get all the hair down there,-
the belly, the back, the neck, the legs,
I grin grin grin,
and then I wash her. . .
first the cunt, I
stand behind her, my cock in the cheeks of her ass
I gently soap up the cunt hairs,
wash there with a soothing motion,
I linger perhaps longer than necessary,
then I get the backs of the legs, the ass,
the back, the neck, I turn her, kiss her,
soap up the breasts, get them and the belly, the neck,
the fronts of the legs, the ankles, the feet,
and then the cunt, once more, for luck. . .
another kiss, and she gets out first,
toweling, sometimes singing while I stay in
turn the water on hotter
feeling the good times of love’s miracle
I then get out. . .
it is usually mid-afternoon and quiet,
and getting dressed we talk about what else
there might be to do,
but being together solves most of it
for as long as those things stay solved
in the history of women and
man, it’s different for each-
for me, it’s splendid enough to remember
past the memories of pain and defeat and unhappiness:
when you take it away
do it slowly and easily
make it as if I were dying in my sleep instead of in
my life, amen.

Poëzie aan de Gouwe

29 januari 2020

.

Van de dorpsdichter van Waddinxveen, Piet Hardendood, kreeg ik de uitnodiging om deel te nemen aan Poëzie aan de Gouwe op woensdag 29 januari aanstaande (daags voor de Nationale Gedichtendag). Doel van Poëzie aan de Gouwe is het publiek bekend maken met de taal van de poëzie. Nu gebeurt dat natuurlijk op vele plaatsen in Nederland op allerlei manieren en op allerlei poëziepodia (kijk maar eens onder het kopje poëziepodia op dit blog) maar de insteek van Piet is toch nieuw en ik ken geen ander initiatief dat hier op lijkt.

Piet heeft de dichters gevraagd twee of drie gedichten te schrijven rond het thema van de Poëzieweek ‘De toekomst is nu’. Het publiek krijgt deze gedichten uitgereikt op papier en wordt in de gelegenheid gesteld vragen over de gedichten aan de dichter te stellen. De dichters worden in de gelegenheid gesteld iets over de gedichten of over hun poëzie in het algemeen te vertellen en de presentator van de avond zal de dichter ook enige vragen stellen.

Op deze manier gaan de gedichten die die avond worden voorgedragen (meer) leven voor de mensen in het publiek dan dat ze alleen zouden worden voorgedragen. De interactie met het publiek is er rechtstreeks en direct en dat is een groot verschil met een regulier podium waar dit wel voor- of achteraf kan maar waar dit maar sporadisch gebeurt.

Poëzie aan de Gouwe is op woensdag 29 januari, in Bar/eetcafé de Point, Wingerd 2 in Waddinxveen, inloop is om 19.30 uur en het programma begint om 20.00. Mijn poëzie komt aan de beurt in het eerste blok tussen 20.10 en 20.55 uur. Naast mij zal onder andere ook Marije Hendrikx (1945) deelnemen. Marije publiceerde twee bundels in 2010 ‘Vleugje liefs’ en ‘Zeg liefde’ en ze publiceerde in verschillende verzamelbundels en magazines zoals ‘Schoon Schip’ en ‘Po-e-zine’. Van haar hand heb ik een gedicht gekozen getiteld ‘Ik hoop zo dat je luistert’ een gedicht dat wat mij betreft goed bij het thema van de Poëzieweek past.

.

ik hoop zo dat je luistert…

.

op jouw contrabas heb ik gespeeld
mijn lief – het waren
valse tonen die klonken

ik hoop dat je niet luisterde

valse tranen waren het niet
die als hoosbui vanuit mijn tenen
uit de diepte van mijn ziel gutsten

ik hoop dat je niet keek

word niet kwaad lief
ik ben niet goed in harde noten kraken
nooit geweest – dat weet je

een stoofpotje zal ik voor je koken – jouw
geliefde draadjesvlees – dat kan ik wel
en voor het ultieme genot

zal ik mijn dikke billen in dat
afgrijselijk strakke rokje steken
waarin jij mij graag ziet

ik hoop dat je kijkt.

mijn zilveren haren
had ik graag met jou gedragen lief
tot aan het einde der tijden
maar jij moest zonodig

het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen
luister lief – ergens
wordt nog ons lied gespeeld

ik hoop zo dat je luistert..

.

De stem van de dichter

Pierre Kemp

.

Een bloemlezing van poëzie en proza geschikt om voor te dragen, zo luidt de ondertitel bij de in 1962 door J.B. Wolters in Groningen uitgegeven bundel ‘De stem van de dichter’. Blijkbaar was er destijds in het curriculum van de scholen nog plaats voor voordracht (kom daar maar eens om tegenwoordig). De bundel beslaat een grote ruimte in tijd, van Vondel, Bredero, Constantijn Huygens en Bilderdijk naar Multatuli, Gerhardt en Vasalis. Bekende gedichten en minder bekende gedichten.

In het voorwoord staat het doel van het voordragen beschreven: Het doel van het voordragen is: anderen te laten genieten van een kunstwerk. De voordrager moet niet de ontroering opdringen, die het kunstwerk bij hem gewekt heeft, hij moet de bewogenheid en de visie van de maker vertolken. Hij is uitsluitend medium tussen de maker en de toehoorder; een beter medium dan het gedrukte woord, dat de levende taal slechts (gebrekkig) aanduidt.

Een paar dingen vallen me op: blijkbaar was poëzie in 1962 exclusief van mannen (ik denk van niet) en over de keuze van het medium (beter of slechter) valt ook nog wel een discussie te voeren. Dat wil ik hier niet doen, al is het maar omdat het medium dat ik gekozen heb voor mijn website per definitie vooral gericht is op het gedrukte woord.

Een dichter die in de bundel voorkomt is Pierre Kemp (1886 – 1967). Kemp is een dichter die ik graag lees maar eigenlijk weinig lees (dat heb je soms). Een dichter met een bijzonder leven; een mooi detail uit zijn leven vind ik het feit dat hij altijd zwart droeg, hij werkte in de staatsmijn Laura waar hij loonadministrateur was, zodat het kolengruis op zijn kleding niet zou opvallen.

In ‘De stem van de dichter’ is het gedicht ‘Najaarsstemming’ van zijn hand opgenomen dat oorspronkelijk verscheen in ‘Phototropen en Noctophilen’ uit 1947.

.

Najaarsstemming

.
Alles lijkt zo verloofd buiten en ik ben gehuwd.
Het beeld van de haan in het landschap is niet nieuw,
het beeld van de kippen in de weide is niet oud
en alles is vanmorgen in groen gebiesd met goud.
Maar ik kleed me om en op de pijpen van
mijn broek speld ik de blaadren, die ik grijpen kan
en over de revers van mijn zwarte jas
een slinger donkergele dahlia’s.
Want ook ik wil vandaag zijn wat groen, wat goud;
verloofd en gehuwd en vooral niet oud.
.
.

Voordrachtskunst

Een korte handleiding

.

Volgens de auteur van het boek ‘Poëzie als woordspel’ heeft Nederland de meeste beoefenaars van de dichtkunst per vierkante kilometer. Of dat waar is durf ik niet te zeggen maar gezien de vele poëziepodia en de dichters op internet en de sociale media zou het zomaar kunnen. Steeds meer dichters willen hun poëzie niet alleen schrijven maar ook ten gehore brengen. En daar gaat het nog wel eens mis. Voordragen is een kunst die niet iedereen van nature beheerst.

Daarom hier een aantal hints, tips en trucs die ik tegenkwam in mijn poëzie-archief. Een aantal jaren geleden organiseerde stichting Ongehoord! een workshop voordragen waar deze tips en trucs aan de orde kwam.

De basishouding

Het lichaam.

  1. Zet je voeten parallel naast elkaar op de grond (tussenruimte ongeveer 15 cm, tenen naar voren)
  2. Hou de knieën iets gebogen, dus niet op slot (de knieën moeten evenwijdig boven de voeten gebogen worden)
  3. Zet het bekken boven de lijn van de knieën en voeten.
  4. Span de buikspieren iets aan, bounce een aantal keren
  5. Maak de borst lang en breed
  6. Trek de schouders op, span ze daarna aan en laat ze los zodat ze vanzelf ontspannen
  7. Span de armen aan en laat ze daarna ontspannen hangen
  8. Maak de nek lang
  9. Zorg dat de kruin van je hoofd recht op de lente as van je lijf staat
  10. Trek je wangen in, blaas je wangen op, en kauw net alsof je een enorm stuk kauwgom in je mond heb, ontspan je gezicht

Om beeldend te kunnen presenteren of voordragen is het belangrijk om je gedicht te analyseren:

  • Sfeer
  • Beelden
  • Emoties
  • Personages

Lees je gedicht een paar keer door desnoods hardop.

  1. Welke kleuren zie je in het gedicht?
  2. Welke geluiden hoor je in het gedicht?
  3. Welke geuren heeft het gedicht in zich? Welke geur overheerst?
  4. Welke mensen komen in het gedicht voor? Hoe zien ze eruit?
  5. Welke emoties worden er in het gedicht beleefd en door wie?
  6. Hoe ruikt het in het gedicht?

Zo maar een aantal aanbevelingen om mee te oefenen wanneer je onzeker bent over je voordracht of wanneer je deze wilt verbeteren. Leer je gedichten zoveel mogelijk uit je hoofd zodat je, tijdens je voordracht, oogcontact kan maken met het publiek. Let op de muzikaliteit, het ritme en het metrum van het gedicht.

Het gedicht ‘Een dichter’ van A. Marja uit ‘Traject’ uit 1955 biedt allerlei aanknopingspunten om bovenstaande vragen te stellen en te beantwoorden.

.

Een dichter

.

In deze nacht word ik opnieuw bespeeld

door wat kan komen in een ver verschiet,

gekweld zoek ik de vorm maar vind die niet

en voel mij als in vezelen verdeeld.

.

Het geeft meer onbehagen en verdriet

dan wat er overdag toch al aan scheelt:

oude kwetsuren, die het leven heelt,

zoals men troostend zegt, doch zelden ziet.

.

Was ik maar zuiver, was ik maar alleen

het protoplasma dat ik lig te zijn,

maar ergens trekt de treiterende pijn

die ik wel geest moet noemen er doorheen,

en die misschien ook deze nacht verbindt

met weer een nacht, waar ik de vorm in vind.

.

Poëzie in het leslokaal

Symposium

.

Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.

Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.

Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0  Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.

Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.

Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.

.

Waarom ik geen Neerlandistiek studeer

.

Van de beroemdste dertien dichtersnamen

uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,

behaalden tien het Literair Examen

en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

.

Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,

Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen

tot hoge ambten, maar schreef poëzie

zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

.

Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.

Heeft één gedicht dat op z’n poten staat

niet méér gewicht dan een professoraat?

.

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,

(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).

Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

.

 

 

 

%d bloggers liken dit: