Site-archief

Poëzie in het leslokaal

Symposium

.

Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.

Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.

Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0  Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.

Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.

Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.

.

Waarom ik geen Neerlandistiek studeer

.

Van de beroemdste dertien dichtersnamen

uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,

behaalden tien het Literair Examen

en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

.

Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,

Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen

tot hoge ambten, maar schreef poëzie

zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

.

Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.

Heeft één gedicht dat op z’n poten staat

niet méér gewicht dan een professoraat?

.

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,

(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).

Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

.

 

 

 

Advertenties

10 tips voor het schrijven van een gedicht

Een ‘handleiding’

.

Op zijn zeer informatieve website https://jerz.setonhill.edu/ beschrijft Dennis G. Jerz van de Amerikaanse universiteit van Settonhill (vandaar de naam van zijn website) hoe je een goed gedicht schrijft. Hiervoor heeft hij tien tips. Ik heb al vaker websites en dichters aangehaald die een soort van menu voor het schrijven van goede poëzie hadden geformuleerd maar deze wilde ik je toch niet onthouden, want Dennis G. Jerz weet waar hij het over heeft.

De tien tips voor het schrijven van een goed gedicht zijn:

  1. Ken je doel
  2. Vermijd clichés
  3. Vermijd sentimentaliteit
  4. Gebruik ‘afbeeldingen’
  5. Gebruik metaforen en simile
  6. Gebruik concrete woorden in plaats van abstracte woorden
  7. Communiceer het thema
  8. Draai het gewone om
  9. Rijm met uiterste voorzichtigheid
  10. Herzie, herzie, herzie

Omdat deze 10  tips waarschijnlijk niet helemaal meteen duidelijk zijn wil ik er kort bij stilstaan.

  1. Als je niet weet waar je heen gaat, hoe kun je daar dan komen? Weet wat je wil bereiken voor je aan een gedicht begint. Onderzoek je een persoonlijke ervaring? Wil je ergens voor of tegen protesteren? Wil je de schoonheid van iets of iemand beschrijven? Wil je met de taal spelen om de taal? Het maakt eigenlijk niet uit welk doel het is, als je maar een doel hebt.
  2. Een cliché is een woord of een combinatie van woorden die al zo vaak gebruikt zijn dat ze eigenlijk aan betekenis hebben ingeboet of deze helemaal zijn verloren. Clichés gebruiken betekent saaie betekenis. Een gedicht vol clichés is als een bord met oud voedsel: onsmakelijk.
  3. Het probleem met sentimentaliteit is dat dit afbreuk doet aan de literaire kwaliteit van je werk. Als je gedicht papperig of met tranen in de ogen is, kunnen je lezers openlijk rebelleren tegen je poging om emotionele reacties in hen op te roepen. Als dat gebeurt, zullen ze stoppen met nadenken over de problemen die je wilt aankaarten, en in plaats daarvan hun energie besteden aan het proberen hun eigen kokhalsreflex te beheersen.
  4. Gebruik afbeeldingen als in de zin van schilder met woorden een beeld. Gebruik daarbij al je zintuigen.
  5. Een metafoor is een bewering die beweert dat één ding echt iets anders is, zoals bijvoorbeeld ‘die bokser is een gladde paling waarmee bedoeld wordt dat je hem wel kan raken maar dat alles van hem afglijdt. De definitie van een metafoor is een vorm van beeldspraak, waarbij er sprake is van een impliciete (onuitgesproken) vergelijking. Een simile is een vergelijking waarbij je zegt dat een object vergelijkbaar is met een ander object. Bij similes worden woorden als ‘zoals’ of ‘als’gebruikt.
  6. Met concrete woorden als poes, rivier, glimmende ogen schets je een beeld dat de lezer begrijpt en kan plaatsen. Hij of zij kan daar verder zelf een invulling aangeven. Bij Abstracte begrippen als liefde, geluk, vrijheid en dergelijke is dat veel moeilijker. Ik  zie abstracte begrippen als containerbegrippen; je kunt er echt zoveel in kwijt dat het het gedicht alleen maar onduidelijker maakt en dus minder persoonlijk voor de lezer.
  7. Een thema is gelijk aan een idee en een mening. Een thema is niet alleen maar een gebeurtenis maar ook hoe de dichter denkt over die gebeurtenis. De dichter streeft ernaar de lezer zijn/ haar thema gedurende het hele gedicht te laten zien, met behulp van literaire technieken.
  8. Je hoeft geen speciaal of literair genie te zijn om goede gedichten te schrijven – het enige wat je hoeft te doen is een gewoon object, plaats, persoon of idee nemen en er een nieuwe perceptie van bedenken. Zo kan een oude vrouw in een bus een actieve senior worden die marathons loopt voor goede doelen.
  9. Rijmen in een gedicht is een valkuil. Rijmen is niet alleen rijmen maar ook een metrum toepassen, muzikaliteit inbouwen. En met rijmt komt rijmdwang dat het vrije van de poëzie juist in de weg kan zitten.
  10. Een gedicht is vrijwel nooit in een keer klaar. Herlees het, schaaf eraan, kijk waar je niet helemaal tevreden over bent , leg het gedicht een paar dagen weg en kijk er dan nog eens naar. Vraag mensen die kritisch kunnen kijken je gedicht te lezen. Aan een opmerking als; mooi gedicht heb je niks, goede opbouwende kritiek is veel waard en uiteindelijk ben jij degene die beslist.

Dit zijn 10 tips om tot het schrijven van goede poëzie te komen. Zelf zou ik er nog aan toe willen voegen: lees veel poëzie, dan ga je goede en minder goede poëzie vanzelf herkennen. En door poëzie te lezen ga je je eigen stem als dichter vinden. Bespreek je gedicht ook met andere dichters en ga luisteren naar voordrachten. op die manier leer je de muzikaliteit en het metrum ontdekken en beheersen.

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.

Jongens jongens jongens jongens

Kees van Kooten

.

Kees van Kooten (1941) droeg het gedicht ‘Jongens jongens jongens jongens’ in 2018 voor tijdens een aflevering van ‘De wereld draait door’. Bij de BNN/VARA.  Omdat het verder nergens is terug te lezen wil ik het graag met jullie delen.

.

Jongens jongens jongens jongens

.

Jongens, jongens, jongens, jongens.

En één of twee meisjes achter wie wij aanfietsten.

Want wij durfden niet naast ze te rijden. Alleen hard erlangs terwijl, wij keken naar de neuzen van onze sandalen op de blokken van onze pedalen.

De volgende morgen kerfde je haar initialen in de bank waaronder een verboden knokboekje van Dick Bos werd doorgegeven en ik schreef 3 september negentienvierenvijftig rechts bovenaan mijn blaadje en keek lang naar buiten waar het leefde.

Drie jonge bladloze gemeenteboompjes aan een paal om hun hals. De strakke acht van een verschoten soldatenkoppelriem tegen het omwaaien.

Wij kregen Nederlands en lazen van geen wereld die ons leuk leek van geen land waar wij hadden willen wonen van geen jongen die wij wilden wezen.

Bleven wij nog lang alleen zo?

Jongens jongens jongens, en na een tijdje gewone meneren?

Liep er niemand door dit Letterland die de klasdeur kwam intrappen, de ramen los wou gooien en ons openbreken zou, zodat al die onvoldoende jongensboeken voorgoed in een doos naar zolder konden?

Toen is er één jongen op eigen houtje uit bladeren gegaan. Over zijn toeren kwam hij terug en liet ons lezen waar hij ze had zien staan: de woorden die wij zochten, de jongenszielsverwante zinnen die zeiden wat we waren en wat we wilden maar best begrepen dat niet kon: alle dagen feest en hand in hand, boven ons hele leven zweven.

Jongens jongens jongens, en altijd te weinig meisjes, maar die jongen teveel, bij de pickup, wilde jij wel zijn.

Als je er maar bij kon zijn en mee mocht wanneer ze een standbeeld gingen opwinden en de volgende morgen weer gewoon naar school, maar nu onkwetsbaar door een geheim.

Sedertdien werd Remco Campert doorgegeven onder banken waarop niets meer werd geschreven want eindelijk stond het ergens.

Jongens jongens jongens jongens op het eindexamenfeest in negentiennegenenvijftig.

Eentje had er een mes bij zich en het mooiste meisje bij wie het thuis was en dat Camperts verhaal van de Jongen met het Mes net zo geilgelovig als wij had gelezen, verklaarde zich bereid om met haar petticoat omhoog en haar benen wijd tegen de huiskamerdeur te gaan staan.

Vijf minuten wachtte ze, maar geen van de jongens durfde de schrijver na te leven en het mes te richten op het topje van de hardboard wigwam tussen haar benen.

En we gingen wel naar Parijs, maar met onze ouders.

Tien jaar later waren alle jongens getrouwd met meisjes van andere scholen en ze zijn overal gaan wonen en ze zijn in zaken gegaan en ze hebben elkander van alles aangedaan. Hun zonen mogen tegenwoordig Remco Campert lezen van hun scholen.

Vannacht sloop er nog zo’n vader zijn bed uit, pakte Liefdes Schijnbewegingen en las zich een stukje tot jongen. Toen kroop hij terug, zijn vrouw vroeg wat er was en hij zei: ‘ik had dorst schat, ben even wat wezen drinken van Remco Campert.’

‘Ik wist niet dat je nog wakker was,’ gaapte zij. ‘En wanneer wij nu die stomme Telegraaf opzeggen en De Volkskrant nemen, dan hebben wij hem elke donderdag en zaterdag’

.

Nieuw gedicht en optreden

Sssssttt Geheim

.

Ook in 2019 organiseert de Stichting Haagse Notûh het festival SSSSSttt Geheim. Dit keer is dat op zaterdag 6 juli. In 4 Haagse Hofjes en in de Kloostertuin verzorgen amateurmuzikanten en dichters een middag vullend programma. Ook ik sta dit jaar weer geprogrammeerd, dit jaar in de Kloostertuin Vincentius van 15.30 tot 16.00 uur. Dit keer sta ik samen met ‘Het klein maar dapper orkest’ een fanfarekorps uit de Schilderswijk, de zanger, dichter, bard Musonius, Everlite for Hawaiians en Theaterfanfare kunst voor het volk op één podium.

Andere dichters die elders in een hofje staan zijn: Alexander Franken (Hoofts hofje), Gerrit Vennema (Spaanse hof), en Diann van Faassen en Frans Terken (Hofje van Nieuwkoop).

Toegang is overal gratis en je kan vrij eenvoudig (de locaties liggen allemaal dichtbij elkaar in het centrum van Den Haag) van locatie naar locatie wandelen. Op de website https://www.kunstvoorhetvolk.nl/kvhv2017/wp-content/uploads/2019/06/102_19001_PROGR-2019_A6_DEFINITIEF.pdf  vind je alle informatie over dit festival.

Een (nieuw) gedicht dat ik naast meer nieuw werk in ieder geval zal voordragen tijdens Sssssttt Geheim, is het gedicht ‘Mist’.

.

Mist

.
Aan het einde van het bos,
in het oosten van het land,
liggen bomen opgestapeld,
wachtend op een late herfst.

.

In het groene duister
meen ik jou te zien,
slechts heel even, badend
onder zoveel dennen.

.

Het grijze mos onder mijn voeten
trekt omhoog langs mijn benen,
tot ik zit. Zo moet het
voelen wanneer je droomt.

.

Ik mis mij, in jouw aanwezigheid,
achter gestapelde bomen,
in een bos dat geen
naam mag hebben.

.

 

Lees!

Ahmed Aboutaleb

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden staat een mooi interview met de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb, over zijn fascinatie met poëzie. Rotterdam, als centrum van de poëzie wat mij betreft, had zich geen beter burgemeester kunnen wensen. Bevlogen en geïnspireerd vertelt de eerste burger van Rotterdam over hoe zijn liefde voor poëzie is ontstaan, en ontwikkeld, wat poëzie voor hem betekent onder andere in zijn huidige ambt en wat zijn plannen zijn met poëzie als hij op een dag geen burgemeester meer is (zelf een bundel uitbrengen).

Uitgeverij Douane (uit Rotterdam) heeft hem gevraagd 50 gedichten uit de wereldpoëzie bijeen te brengen die iets bijzonders voor hem betekenen. Dat heeft geresulteerd in de bundel ‘Lees!’ met daarin gedichten van onder andere Jamal Addine Aloumari, Ingrid Jonker, Günther Grass, Joseph Brodsky, Wendy Cope, Jules Deelder, Sappho, Ester Naomi Perquin, Jopi Hart en Ramsey Nasr. Van deze laatste dichter zegt Aboutaleb in het interview: “Nederlandse voordrachtskunst is zelden mooi. Maar ik moet een uitzondering maken voor Ramsey Nasr. Die kan fabelachtig voordragen.” Elders in het interview zegt hij dat hij van de poëzie ne het engagement is, dat hij niet alleen maar voor de schoonheid van de poëzie gaat.

In het gedicht van Ramsey Nasr (die naast dichter ook onder andere acteur is) ‘Een mooie dag om stilte te verscheuren’, uit de bundel ‘Mi have een droom’ uit 2012, komen wat mij betreft schoonheid en engagement te samen.

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit – en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.
.
Het is de wet van Nederland. Bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.
.
Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.
.
Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.

.

Haarlemse Dichtlijn

Frans Terken

.

Al jarenlang wordt er in Haarlem een poëziefestival georganiseerd onder de noemer Haarlemse Dichtlijn. Maar liefst 100 dichters krijgen een plek in één van de plekken in de stad (kroeg, zangvereniging, atelier, wijnbar etc.) en mogen daar drie gedichten voordragen. En dat tweemaal. Nu kun je denken; drie gedichten? Dat is niet veel. Dat klopt maar door het grote aantal dichters is dit het maximaal haalbare. En als je op twee plekken voordraagt kun je dus 6 gedichten doen. Het grote voordeel van deze opzet is de interactie met andere dichters en door de bekendheid die de Haarlemse Dichtlijn inmiddels heeft is er altijd veel publiek aanwezig.

Gisteren mocht ik ook mijn gedichten voordragen. In Wijnlokaal Louwtje en in de prachtige zaal van Zang & Vriendschap, beide malen voor flink aantal mensen. De Haarlemse Dichtlijn eindigt altijd met een samenkomst bij café Koops en daar waren heel veel dichters en bekenden aanwezig. Een compliment voor de uitstekende organisatie en het hoge niveau van voordrachten op deze mooie dag.

Zelf stond ik twee keer op een podium waar ook Frans Terken stond. Frans ken ik al vele jaren en hij reist regelmatig het land door om zijn poëzie voor te dragen. Zo zal hij ook op 7 juli op het podium van Ongehoord! in de Jacobustuin acte de presence geven en ook op ‘Ssssttt Geheim’ op 6 juli in Den Haag (waar ik ook sta) kun je hem zien en horen. Frans schrijft regelmatig op zijn blog https://fransterken.blogspot.com/ en vandaag wil ik het gedicht dat hij gistermiddag bij de Haarlemse Dichtlijn voordroeg en tevens in de festivalbundel staat, met jullie delen.

.

Onder ogen

.

Bij binnenkomst sta ik oog in oog

met de glazen bollen van Maria B.

in een roes beginnen ze te spreken

proberen een woord te zeggen

.

hoe het blijft bij proberen

als ik een kamer verder ga

terwijl zij mij op toonhoogte

meevoert in haar beelden

.

haperend vloeiend stotterend

in proberen blijft steken

alsof er beren op de weg

gaten waarin het woord wegduikt

.

hoe het in de oren kruipt

de ruis van blijven proberen

ogen die keren en draaien

aftastend zich tot me richten

.

tussen stalen sponningen

mij volgen tot op loopafstand

buiten waar het landschap fluistert

.

(Bij TRY-ING, Song for three rooms. Installatie van glazen objecten, Maria Narnbas, Kröller-Müller Museum 2018)

.

Foto: Babs Witteman

Gaat voordragen

Mei 2019

.

April mag dan de wreedste maand zijn, Mei is de volste maand en zeker als het gaat om podia waar ik gevraagd ben voor te dragen. Dit is het lijstje voor Mei:

.

5 mei: Kleinkunstig podium De Stamboom, Eikstraat 1, Den Haag, aanvang 16.00 uur

25 mei: Agathafestival, Prinsenhof Delft, aanvang 15.00 uur

29 mei: Poetry at the park, Huijgenspark Den Haag, aanvang 19.00 uur

30 mei: Haarlemse Dichtlijn, door de hele stad Haarlem, aanvang 12.00 uur (Frankestraat 24)

.

Declamatorium

Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie

.

In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.

De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.

Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.

.

Wanneer ik een soldaat zal zijn

dan grif ik gedichten in de kolf

van mijn geweer

en de man die dan zeggen zal

schiet

die sla ik met mijn gedichten

dood

.

A. den Doolaard

Poëzieweek 2019

.

Zoals op elke zondag deze maand aandacht voor de komende poëzieweek die loopt van 31 januari t/m 6 februari. Op zondag 27 januari echter trappen we in Maassluis al af met o.a. een optreden van de dichter Ingmar Heytze https://www.poezieweek.com/activiteit/poeziemiddag-4/

Op de zondagen in januari schrijf ik over gedichten van Ingmar Heytze of over het thema van deze Poëzieweek ‘Vrijheid’. Vandaag een gedicht over de vrijheid van schrijver, dichter, journalist A. den Doolaard of Bob Spoelstra (1901 – 1994), zoals zijn echte naam was.

Al heel vroeg, nog ver voor de oorlog, publiceerde A. den Doolaard waarschuwende artikelen tegen het opkomende fascisme. Een aantal kritische artikelen die hij schreef voor het Nederlandse dagblad Het Volk over totalitaire landen werd gebundeld in 1937 in ‘Swastika over Europa – een grote reportage’ . Deze anti-nazi-artikelen resulteerden in uitzetting uit Italië, Oostenrijk en Duitsland. De Duitse krant Völkische Beobachter beschuldigde Den Doolaard van lasterlijke berichtgeving.

Van de oplage van 1000 exemplaren werden er ongeveer 500 onverkochte exemplaren in mei 1940 door uitgeverij Querido vernietigd , toen het Duitse leger Nederland binnenviel en hij en zijn vrouw naar het zuiden vluchtten. Uiteindelijk slaagden ze erin Engeland te bereiken als Engelandvaarder , na bijna een jaar in Frankrijk te hebben doorgebracht. In Londen werkte hij voor de Nederlandse radio-omroep Radio Oranje en vaak verzorgde hij toespraken voor de Nederlandse bevolking onder Duitse bezetting, wat weerstand aanmoedigde.

In 1944 verscheen in Londen van zijn hand de dichtbundel ‘De partisanen en andere gedichten’. In 1945 werd deze bundel bij De Bezige Bij herdrukt. Uit deze bundel het gedicht ‘De partizanen’.

.

De partizanen

.

Dit is de roem der partizanen:

Te strijden, de uitkomst ongeteld,

Niet deinzend voor het dichtst geweld

Noch zijn miljoenen onderdanen,

.

Alleen te staan desnoods, met God,

Alleen, gesteund door ’t straf geweten;

In ’t kleed, tot op de draad versleten

Koning te zijn in ’t vuilste kot.

.

Dit is het lot der partizanen:

Gebrand te worden en gekerfd

Gelijk een waas te zijn verscherfd

Druipend van bloed en bittere tranen,

.

Van hoofd tot scheen te zijn bedekt

Met d’eretekens der wonden,

Door ketenen te zijn geschonden,

Misvormd te zijn en uitgerekt.

.

Dit is het loon der partizanen

Tien regels in ’t geschiedenisboek,

Een kuil, in een vergeten hoek

En hier en daar herdenkingstranen.

.

Wie over vijfentwintig jaar

Als straten naar ministers heten

Kent nog de man, die heeft gesmeten

Die eerste bom, in ’t eerste jaar?

.

Grafsteen van A. den Doolaard met daarop, volgens zijn eigen zeggen, de mooiste zin die hij ooit schreef.
%d bloggers liken dit: