Site-archief

Van deze plaats af kan ik alles horen

Dichter van de maand april

.

Vandaag de laatste dichter van de maand (voorlopig). Vanaf mei zal ik op zondag een dichter of gedicht op verzoek plaatsen in de categorie ‘Dichter op verzoek’. Heb je een gedicht of een dichter waarvan je vindt dat deze wel wat extra aandacht verdient, laat me dit dan weten, reageer op deze post of laat het me via Facebook, Twitter of Instagram weten. Nu dus de laatste keer een gedicht van dichter van de maand april Neeltje Maria Min. Een gedicht uit haar bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit 1966 getiteld ‘Van deze plaats af kan ik alles horen’.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

.

Van deze plaats af kan ik alles horen.
Ik hoor de tafel kraken onder het gewicht van borden.
Ik hoor dat er kinderen worden geboren.
Steeds hoor ik kinderen geboren worden.

De kamer vult zich met geluid.
Ik hoor het roesten van het slot.
Ik hoor het rotten van het fruit.
Steeds hoor ik hoe het fruit verrot.

Ik kan alleen maar luisteren en zwijgen,
alleen maar luisteren naar wat mijn vader leest.
Elk woord begint met dat onrustig hijgen.
Ik ben er niet. Ik ben er nooit geweest.

.

Advertenties

Dichter van de maand april

Neeltje Maria Min

.

In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.

Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.

.

Zij stonden voorovergebogen,

voorhoofd aan voorhoofd.

Daaronder bewogen

handjes en voetjes.

Een zieltogend lijfje,

een kindje van vijf.

.

Zij spraken, maar spraken in scherven.

Zij schoven uit hun groot gezicht,

dat als een dak boven mijn ogen hing,

woorden van een gedicht

in omgekeerde volgorde.

.

Ik was hun kind.

Ik voelde me verplicht

om weer gezond te worden.

Ik sidderde nog eenmaal en besloot:

Ik ben hun kind,

ik ga nog lang niet dood.

.

 

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Fragment

V weekeinde

.

In de Volkskrant, in het V weekeinde katern,  een groot artikel/interview met Kira Wuck, zeer succesvol met haar debuutbundel en in maart 2011 nog op het Ongehoord! podium. Daarnaast las ik in de bijdrage van Jean-Pierre Geelen, refererend aan de bijdrage van Peter R. de Vries aan de televisie van 2012 de volgende zinnen:

.

Noem mij, bevestig mijn bestaan

laat mijn naam zijn als een keten

noem mij, noem mij, spreek mij aan

o, noem mij bij mijn diepste naam

.

Er stond geen verwijzing naar de dichter maar wij weten natuurlijk allemaal dat dit uit ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’ komt van Neeltje Maria Min. En omdat het zo’n prachtig gedicht is hier de hele tekst.

.

mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
.
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

.

Uit: Voor wie ik liefheb wil ik heten, 1966

bundel

%d bloggers liken dit: