Site-archief

Graf van Jotie T’Hooft

Vlaamse Jim Morrison

.

In de Volkskrant las ik ergens weggestopt een klein maar belangrijk artikeltje. Het betrof hier een aankondiging dat het graf van de jong gestorven Vlaamse dichter Jotie T’Hooft (1956 – 1977) bescherming krijgt van het gemeentebestuur van Oudenaarde, na  al 10 jaar met ruiming  bedreigd te zijn. Men is er eindelijk van overtuigd dat het graf op de lijst met funerair erfgoed hoort. Als liefhebber van poëzie, van het werk van T’Hooft en van graven kan ik hier natuurlijk alleen maar blij mee zijn. De reden dat men er zo over heeft getwijfeld (40 jaar na zijn dood zijn we inmiddels) is dat T’Hooft een drugsverslaafde en losbandige dichter was. Tsja, als dat al een criterium is dan weet ik nog wel een paar graven van grote dichters die ook geruimd zouden moeten worden. Maar gelukkig is men tot inkeer gekomen.

Alleen daarom al vandaag een gedicht van Jotie T’Hooft getiteld ‘Een eenvoudig dorp’ uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit 1983.

.

Een eenvoudig dorp

.

Geknield aan de grens van een simpel dorp

ben ik ontworteld voor het aanschijn

van honderden bunders land, waartussen

de mensen, de dieren, de lucht en het water

zich bewegen; in een bedding, of voor een

.

ploegschaar gespannen en toch zeer rustig

want doende aan een niet te stuiten werk.

Dit herinnert mij aan de lucht die in mijn longen

tot rust zal komen zoals de meubelmaker

die in de handen van zijn hout

.

een tafel wordt, zich buigt, in zich de zon voelt

groeien, gloeien, loeien met het huiswaarts kerend vee

mee, wanneer ik onderga en rozerood en purper

ieder ooglid sluit.

.

Advertenties

Levensloop

Menno Wigman

.

Gisterochtend overleed de dichter, schrijver en essaist Menno Wigman (1966) aan een hartziekte. Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel ‘Zomers stinken alle steden’, waarmee hij meteen doorbrak naar een groot publiek. Ook met zijn latere werk oogstte hij succes bij zowel de critici, de pers als het publiek.

Zijn laatste bundel, ‘Slordig met geluk’, verscheen in 2016 en werd afgelopen nog woensdag voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever heeft dit nieuws hem nog bereikt.

Behalve gedichten publiceerde Wigman ook essays en een autobiografisch werk. Zijn gedichten zijn vertaald in onder meer het Frans, Engels en Duits.

Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij regelmatig her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde. Uiteindelijk was het dus die hartkwaal die hem noodlottig werd. Een mooi inhoudelijk stuk over zijn leven en poëzie kun je lezen op https://www.volkskrant.nl/boeken/een-leven-verpest-door-poezie-maar-hij-kon-het-niet-laten-dichter-menno-wigman-51-overleden~a4564840/

Menno Wigman ontving in 2002 de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Zwart als kaviaar’ en in 2015 de A. Roland Holst-penning.

Ik heb gekeken of ik een toepasselijk gedicht van zijn hand kon vinden. Het is het gedicht ‘Levensloop’ geworden uit zijn bundel ‘Dit is mijn dag’ uit 2004 waarbij vooral de laatste regels me deden besluiten voor dit gedicht te kiezen.

.

Levensloop

.

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,

het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.

Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had

onder de wielen van de tijd wegstoof.

.

Tienkamper en Ijsland

Poëzie is overal

.

Dat poëzie overal te vinden is roep ik al jaren. Nou ja dat schrijf ik vooral op dit blog. In de zaterdag Volkskrant van een week geleden las ik twee voorbeelden van poëzie waar je ze misschien niet meteen verwacht.

Het ene gedicht (light verse) was van Tienkamper en dichter Theo Danes en stond bij een artikel over, wat de koningin van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro moet worden, Daphne Schippers.

.

Prioriteiten

.

Gisteren kreeg ik bezoek

van Nymfomane stripper

Ga weg, zei ik, laat aan die broek

want straks loopt Daphne Schippers

.

Het andere gedicht las ik in een artikel over de Brexit en de gevolgen daarvan voor Engeland en de Engelsen. In Groot Brittannië wordt de Ijslandse dichter Ingibjorg Haraldsdottir (1942) tegenwoordig veel geciteerd en dan met name het volgende gedicht ‘Vrouw’.

.

Vrouw

Als alles is gezegd

als de wereldproblemen

zijn ontleed, besproken en geregeld

komt er altijd een vrouw

om de tafel op te ruimen

de vloer te reinigen  en de ramen te openen

om de sigarenrook eruit te laten

reken daar maar op

.

Het origineel is uit 1983 en is getiteld ‘Kona’.

 Kona

Þegar allt hefur verið sagt
þegar vandamál heimsins eru
vegin metin og útkljáð
þegar augu hafa mæst
og hendur verið þrýstar
í alvöru augnabliksins
– kemur alltaf einhver kona
að taka af borðinu
sópa gólfið og opna gluggana
til að hleypa vindlareyknum út.
Það bregst ekki.
.
theodanes_foto_nieuws

ingibjorgharalds

DS

Erts

Gabriel Smit

.

Ik heb inmiddels ruim 6 meter aan dichtbundels verzameld door de jaren heen en daar zitten bijzondere exemplaren tussen. Een mooi voorbeeld daarvan is de bundel ‘Erts’ uit 1955. Een bloemlezing uit de poëie van heden, samengesteld en ingeleid door Bert Voeten.

Het aardige van dit soort bundels, zeker als ze al wat ouder zijn, is dat ik er dichters in tegen kom waar ik nog nooit van gehoord heb. Dichters die, om wat voor reden dan ook, ooit bekend waren en in de vergetelheid zijn geraakt. Een voorbeeld van zo’n dichter is Gabriel Smit (1910-1981).

Als je op zijn naam zoekt op internet kom je al snel een uitgebreide bi(bli)ografie tegen op http://www.schrijversinfo.nl

Dan blijkt Smit in zijn tijd een bekende dichter te zijn geweest. Op de website van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat te lezen over hem: “Dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver, vertaler. Gold als een van de bekendste katholieke dichters, in de periode 1940-1970.
Werkzaam als journalist bij De Gooi en Eemlander (1933-1944) en bij het Utrechtsch Dagblad (1939-1950). Hij was daarna literair redacteur van De Volkskrant (1952-1975). Ook was hij na de oorlog redacteur van weekblad De Linie en het literair tijdschrift Roeping.” Ook won Smit gedurende zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder tweemaal de Henriëtte Roland Holstprijs (1957 en 1967).

Uit de bundel ‘Erts’ en oorspronkelijk verschenen in De Gids in 1955 de gedichten ‘Omschrijvingen van de liefste I en II’.

.

Omschrijvingen van de liefste

  I

Je komt. Ik houd mijn adem in. Even

valt alles stil, auto’s zijn eeuwen

oud, Het uur is een eerste sneeuwen,

bijna dalend, bijna teruggedreven.

.

Samen weten wij wat niemand vermoeden

kan. Tussen ons beiden houden

onzichtbare stemmen een vertrouwde

doortocht open. Neuriënd behoeden

.

zij de zee voor terugval, blijven

van hart tot hart lang voor onze

geboorte hun verrukking slaan.

.

Nu ben je er. de wolken drijven

weer, de stad begint weer te bonzen.

Maar het neuriën houdt aan.

.

.

II

Samen zijn wij op reis. De dagen

glijden als in een trein de weiden

aan ons voorbij. Soms komen vragen

je ogen, je schoot verwijden,

.

adem opent je handen, even

trilt waterlicht aan de ramen,

gewiek van vogels, gevleugeld leven.

wij denken niet, wij kijken, samen.

.

Soms staat de trein verwonderlijk

stil. Buiten ligt het bezonnen

landschap en wacht, onvoltooid.

.

Even is ons samenzijn afzonderlijk,

dan weet het zich weer begonnen.

Soms is een hand genoeg, soms nooit.

.

IMG_2592

 

 

Lief

Joost Zwagerman

.

In de Volkskrant van afgelopen vrijdag stond een mooie recensie van Arjan Peters, van de laatste en postuum verschenen poëziebundel van Joost Zwagerman, getiteld ‘Wakend over God’. Bij de recensie stond een gedicht uit deze bundel die ik iedereen die dit niet gelezen heeft, of de Volkskrant niet heeft, graag wil meegeven.

.

Lief

.

Mijn lief, wees alsjeblieft

heel lief voor mij, nu God

mij denkelijk heeft uitgewist.

Mijn lief, blijf alsjeblieft

heel dicht bij mij. Misschien

word ik door God gemist.

.

Mijn lief, vertrouw ook

nu op mij. ik ben niet weg,

God ademt mij. Mijn lief

wees alsjeblieft heel lief

voor mij. Misschien heeft God

zich in mijn dood vergist.

.

JZ

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Kruistocht in spijkerbroek

Frans Vogel

.

De Rotterdamse dichter Frans Vogel is 80 jaar en wordt in een uitgebreid artikel in de Volkskrant van gisteren besproken en aan het woord gelaten. Frans is columnist, copywriter en dichter. Rien Vroegindeweij noemde hem ooit ‘de Charles Bukowski van de Rotterdamse underground’. Hier een typerend gedicht uit zijn, in 2005 gepubliceerde, bundel ‘Gelukkig maar, laatstverzamelde werk’.

.

Kruistocht in spijkerbroek

(Met dank aan Thea Beckman)

’t Is hartje winter en bij de tramhalte
giert een venijnige oostenwind
mij frontaal tegemoet:
adembenemend.
Vanboven, in mijn vanbinnen
gewatteerde leren jack,
is het nog te harden.
Maar vanonder, in mijn
goeie, ouwe, versleten Wrangler,
sta ik rillerig op de tocht:
de ijzige stormwind doorwoelt
mijn kruis en vernikkelt
bijkans mijn scrotum.
Terwijl ik, besef ik,
daar geen bal, ja geen zak
aan kan doen.
Gelaten denk ik:
nou ja, laat maar waaien.
Maar gelukkig: daar hebbie
waratje de tram:
einde kruistocht.
(Zal godverdomme tijd worden.)
.
vogel
Voor wie nog meer van Frans Vogel wil horen en zien nog twee gedichten over de liefde.

Het huis woont in mij

Peter Swanborn

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Het huis woont in mij’ van Peter Swanborn. Swanborn is dichter, schrijft liedteksten, is literair medewerker van de Volkskrant en redacteur van Tortuca. Tortuca is een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst dat sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgegeven. Ieder nummer van Tortuca bevat een afgewogen compositie van verhalen, gedichten, tekeningen, foto’s en schilderijen. (meer info op http://tortuca.com/).

Een aantal gedichten uit deze bundel verscheen eerder in Het liegende konijn, Liter, Poëziekrant Tirade en Tortuca. De bundel bevat 31 gedichten in 3 hoofdstukken en werd uitgegeven door uitgeverij Podium in 2013. Uit deze bundel het gedicht ‘Avond op het balkon’ uit hoofdstuk 3 ; Geen mens te zien.

.

Avond op het balkon

.

Op de daken wacht een bed van vuur. De wind veegt

door de binnentuin.Ik stap over de reling, laat me vallen

als word ik gedragen, via de vijver, een moment verloren

in een muggenzwerm, dan langs achtergevels steil omhoog

naar vlammen die gretig over de rand slaan. Mijn arm strekt,

mijn hand grijpt, als het hoofd, bezweet, om orde roept en ik

met een schok in mijn oude vorm tot stilstand kom.

.

het huis

Swanborn

Tortucas-02

Zomergasten en de poëzie

Ionica Smeets

.

Afgelopen zondag was wetenschapsjournaliste en wiskundige Ionica Smeets (1979) de Zomergast  bij het gelijknamige programma van de VPRO (lees vooral ook de recensie van dit programma vandaag in de Volkskrant van Jean-Pierre Geelen). Nu ken ik Ionica al vele jaren, ze werkte jarenlang tijdens haar school- en studietijd bij de bibliotheek Maassluis waar ik directeur ben. In de jaren dat we collega’s waren was Ionica precies zoals ze op tv was afgelopen zondag. Ik herinner me een keer na een bibliotheekuitstapje, toen ik haar een lift gaf naar haar woonplaats Delft, dat ze tijdens de autorit uit haar hoofd een gedicht voordroeg.

Toen ze zondagavond dan ook een fragment liet zien van haar favoriete dichter Leo Vroman verbaasde mij dat niet. Een prachtig fragment uit een documentaire over Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Naar aanleiding van deze aflevering heb ik werk van Leo Vroman herlezen en wil ik graag een gedicht van hem met jullie delen.

.

In bed

.

Het is mij een droom te ontwaken

door een hand op het haar en de slapen

en de streling van zaaien en rapen

meer dromen te voelen maken;

.

hoor in het omhullend geruis

van een adem de zee, de wind

op een lang, leeg strand, en een kind

ver van het ouderlijk huis –

.

Zij vroeg mij waar we nu waren.

Het was herfst in mijn droom en ook buiten

bewegen zich dorre blaren

door de lucht, en over de ruiten.

.

Ionica

 

159696-300-446-scale

 

 

Bukowski

Vandaag in de Volkskrant

.

Twintig jaar na zijn dood wordt de schrijver Charles ­Bukowski overal geëerd. Behalve in Duitse Andernach, Bukowski’s geboortegrond. Daar zijn ze niet trots op Buk. Vandaag in de Volkskrant een groot artikel waarin de neef van Bukowski zijn verhaal doet.

Elke reden om iets van Bukowski te plaatsen is een goede reden dus:

.

Are you drinking?

washed-up, on shore, the old yellow notebook
out again
I write from the bed
as I did last
year.
will see the doctor,
Monday.
“yes, doctor, weak legs, vertigo, head-
aches and my back
hurts.”
“are you drinking?” he will ask.
“are you getting your
exercise, your
vitamins?”
I think that I am just ill
with life, the same stale yet
fluctuating
factors.
even at the track
I watch the horses run by
and it seems
meaningless.
I leave early after buying tickets on the
remaining races.
“taking off?” asks the motel
clerk.
“yes, it’s boring,”
I tell him.
“If you think it’s boring
out there,” he tells me, “you oughta be
back here.”
so here I am
propped up against my pillows
again
just an old guy
just an old writer
with a yellow
notebook.
something is
walking across the
floor
toward
me.
oh, it’s just
my cat
this
time.

.

Buk

%d bloggers liken dit: