Site-archief

Ne me quitte pas

Chanson op een kist

.

Op internet kwam ik via Pinterest een afbeelding tegen van een kist waarop de tekst van het lied ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel was aangebracht. Toen ik de tekst en de video van Brel opzocht kwam ik ook een vertaling van het nummer tegen. De tekst is net zo poetisch in het Nederlands als ik al vermoedde (mijn Frans is niet zo geweldig). Daarom niet allen de video om nog eens van te genieten maar ook de Franse en Nederlandse tekst.

.

Ne me quitte pas

.

Ne me quitte pas, il faut oublier
Tout peut s’oublier, qui s’enfuit déjà
Oublier le temps des malentendus et le temps perdu
A savoir comment oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi, le coeur du bonheur
Ne me quitte pas (3x)

Moi je t’offrirai des perles de pluie
Venues de pays où il ne pleut pas
Je creuserai la terre jusqu’après ma mort
Pour couvrir ton corps d’or et de lumière
Je ferai un domaine où l’amour sera roi
Où l’amour sera loi
Où tu seras reine
Ne me quitte pas (5x)

Je t’inventerai des mots insensés que tu comprendras
Je te parlerai de ces amants-là
qui ont vu
deux fois leurs coeurs s’embraser
Je te raconterai l’histoire de ce roi mort
De n’avoir pas pu te rencontrer
Ne me quitte pas (4x)

On a vu souvent rejaillir le feu de l’ancien volcan
Qu’on croyait trop vieux
Il est paraît-il
des terres brûlées
Donnant plus de blé qu’un meilleur avril
Et quand vient le soir pour qu’un ciel flamboie
Le rouge et le noir ne s’épousent-ils pas
Ne me quitte pas (5x)

Je ne vais plus pleurer
Je ne vais plus parler
Je me cacherai là à te regarder
Danser et sourire
Et à t’écouter
Chanter et puis rire
Laisse-moi devenir l’ombre de ton ombre
L’ombre de ta main
L’ombre de ton chien
Ne me quitte pas (4x)

.

Ga niet bij me weg

.

Ga niet bij me weg, je moet vergeten
Alles kan vergeten worden wat al bijna weg is
Vergeet de tijd van de misverstanden en de verloren tijd
Die je nodig had om te begrijpen hoe je de uren moet vergeten
Die de doodsteek gaven
Aan het geluk met teveel waaroms
Ga niet bij me weg (4x)

Ik zal je paarlen van regen aanbieden
Uit landen waar het niet regent
Ik zal het land bewerken tot na mijn dood
Om jouw lichaam met goud en licht te overdekken
Ik zal een omgeving scheppen waar liefde koning zal zijn,
Waar liefde zal heersen
Waar jij koningin zult zijn
Ga niet bij me weg (5x)

Ik bedenk voor jou dwaze woordjes die je zult begrijpen,
Ik zal het met je hebben over die geliefden
die al twee keer hebben gezien hoe hun hart
in vuur en vlam werd gezet
Ik zal je het verhaal van deze koning vertellen die is
gestorven omdat hij jou niet meer heeft kunnen vinden
Ga niet bij me weg (4x)

We zien zo vaak dat het vuur weer oplaait In een oude vulkaan
Waarvan we dachten dat hij uitgedoofd was
Het heeft veel weg van verbrande aarde
Die meer graan opbrengt dan een schitterende aprilmaand
En wanneer de avond valt met een vlammende hemel
Vermengen het rood en zwart zich dan niet met elkaar?
Ga niet bij me weg (5x)

Ik zal niet meer huilen
Ik zal niets meer zeggen
Ik zal me daar verstoppen om naar jou te kijken
Hoe je danst en glimlacht
En om naar je te luisteren
Hoe je zingt en daarna lacht
Laat mij de schaduw van jouw schaduw worden
De schaduw van jouw hand
De schaduw van jouw adem
Maar ga niet bij me weg
Ga niet bij me weg (3x)
.

Straatpoëzie

Ida Gerhardt

.

In ‘Onze taal’ het maandblad van het genootschap Onze Taal staat deze maand (nummer 7/8) een groot artikel van vier pagina’s over straatpoëzie met Kila van der Starre. De regelmatige lezer van dit blog weet dat Kila van der Starre de drijvende kracht is achter het project Straatpoëzie waaraan ook ik als partner ben verbonden. In het interview/artikel veel achtegrondinformatie over het project straatpoëzie en de website met deze naam.

Wat ik heel interessant vond om te lezen was dat in de top 10 van meestvoorkomende dichters, als het gaat om gedichten in de buitenruimte, Ida Gerhardt bovenaan staat. Gevolgd door twee, mij veel onbekendere, dichters Ina Stabergh (gewezen stadsdichter van Diest) en Tine Hertmans (tot voor kort dorpsdichter van Destelbergen) beide uit Vlaanderen, want straatpoëzie beperkt zich niet alleen tot Nederland  Er staan meer onbekendere namen in de top 10 maar dat komt omdat sommige streek- of stadsdichters vaak meerdere gedichten op straat hebben staan.

Het gedicht dat het vaakst voortkomt is ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt, maar liefst 7 keer kun je dat in Nederland/Vlaanderen tegen komen in de publieke ruimte. Zoals Kila stelt in het artikel; Dat gedicht wordt vaak gebruikt voor Tweede Wereldoorlog-monumenten. het gedicht gaat weliswaar ook over kerkklokken en muziek, maar als het op zo’n monument staat, lijkt het alleen te verwijzen naar de Joodse gemeenschap en de Holocaust’.

Nog een conclusie uit het onderzoek van Kila; Nederlanders komen in aanraking met poëzie op verschillende manieren. Op 1 staan bruiloften en begrafenissen, op 2 allerlei televisieprogramma’s en op 3 de openbare ruimte. Toen ik dit las wist ik weer waarom een initiatief als Straatpoëzie.nl maar ook de Poëziebus van grote waarde zijn voor de waardering van poëzie. In het artikel vertelt Kila dat ze ook nader onderzoek gaat doen naar poëzie op sociale media, poëziefestivals, kussenslopen, waterflesjes en zelfs getatoeëerde gedichten. Ik zal haar wijzen op mijn rubriek Gedichten op vreemde plekken (maar volgens mij weet ze die wel te vinden), daar staan honderden voorbeelden.

Je kunt nog steeds gedichten in de openbare ruimte aanmelden bij http://www.straatpoezie.nl, eenvoudig en snel, dus weet je ergens een gedicht op straat of buiten check de website even en als het er nog niet op staat, voeg het toe!

.

Het carillon

.

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, –
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius : – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

.

In het Hof van Breda in Kampen.

 

Mooi gesjeesd doodgaan

Luuk Gruwez

.

In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.

Zij komt met handtas en haar beste hoed,

gekrenkt tot in haar poederdoos,

arm ding, dat alle glorie verloor.

.

Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.

Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,

haar lichaam zo gerantsoeneerd

dat het maar goed was voor een halve eeuw.

.

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,

ik kan het domweg niet vergeten.

Hoe zij in alles was gesjeesd,

misschien in doodgaan nog het meest.

.

Hoorzaam

Dichtkunstkrant

.

Bij het opruimen kwam ik de Dichtkunstkrant 2016 tegen. Al bladerend stuitte ik op het gedicht ‘Hoorzaam’ van Steven Graauwmans. Graauwmans (1972), is een Vlaams dichter woonachtig in Brussel. Hij publiceerde o.a. gedichten in De Revisor en De Brakke Hond maar ook in bladen als Passionate, Krakatau en Gierik. In 2006 verscheen zijn debuutbundel ‘Uitzicht lotto’ gevolgd door ‘Reservisten van maandag’ in 2009 en ‘In de blauwe zon’ in 2012.

.

Hoorzaam

.

Zonder geluid hoor je het

hoe de kraan lekt, de kinderen op straat

hoe nylondraden door de lucht spannen

hoe de ruis op herinneringen zich afzet

op dagdagelijksheid

.

Je hoort hoe een grasmaaier aanslaat op zondag

hoe de vrouw de man de huid vol scheldt.

Je hoort het zand tussen je tenen

het getsjirp van lage zwaluwen.

Je hoort hoe de gong slaat

na het verloren gevecht

.

hoe de vuist geheven

tegen een wereld in slow motion.

Wij verhoren het lawaai van elke dag:

hoe in onze borst een boom barst

hoe we de splinters tellen.

.

Poëziebusdichters 10

Petra van den Berghen

.

Petra Van den Berghen (1971) studeerde aan Sint-Lucas in Brussel, waar ze meer over haar werken heeft geschreven dan er effectief gemaakt. Van kleins af aan was het voor haar normaal om gebeurtenissen en (in)zichten te (om)schrijven in een eigen taal. Puzzelen en spelen met woorden is een constante. Een schijfcursus in de jaren ’90 met Frank Vander Linden is een eerste trigger geweest om met eigen werk naar buiten te komen. Maar perfectionisme hield haar tegen dit te doen, ook later. Het genezen van kanker in combinatie van het geluk te hebben om een fantastische pianist (Jochem Thyssen, waar ze heel veel aan te danken heeft) tegen te komen, hebben gemaakt dat ze stappen heeft gezet, om te doen wat je weet dat je moet doen. In februari ’16 was er de try-out met schrijfsels en improvisatie op piano. En ze waren vertrokken… Kijk op http://www.poeziebus.nl voor data en stopplaatsen.

.

eenvoud

.

laat maar

laat maar gewoon

laat het maar gewoon in de eenvoud die het nooit is geweest, eenvoudig zijn

even

even maar

nu mag het eenvoudig weg, even, gewoon, eenvoudig

laat het maar

laat het maar gewoon

niets, bijzonders zijn

.

Poëziebusdichters 4

Daan Janssens

.

Daan Janssens is een jonge dichter en performer met een hart voor het experiment. In zijn teksten zoekt hij steeds naar het ongewone en kruisen actuele thema’s de degens met eeuwenoude beelden die zo enkel maar meer betekenis vergaren. In zijn performances is het al barok wat de klok slaat, vol groteske grimassen en bulderend gebrul. Voor alle data en plaatsen kijk op http://www.poeziebus.nl

.

Nieuw primitief

.

zij zoeken namen voor nieuwe kusten
ijzig water wast hun warme tranen

ogen op de zwarte zon lijkt zijn vader nog louter verzinsel
in zijn ogen
golven dragen vaders stem niet langer tot bij hem

ogen op de zwarte zon duikt de jongeling steeds dieper
de kolkende massa in

ogen op de zwarte zon de koude als een tweede huid
steeds dieper koningsblauw

met de zwarte zon in zijn ogen
gevederd herrezen

.

Poëziebusdichter 2

Eline Crols

.

Eline Crols (1994) kampt al een jaar of twintig met een verslaving aan woorden. Op zoek naar een manier om daarmee om te gaan, volgde ze een reeks therapieën, waaronder studies Taal- en Letterkunde en Journalistiek. Gezien het wisselende succes daarvan experimenteert ze met de medicinale kracht van poëzie en werd ze lid van de Turnhoutse zelfhulpgroep Collectief Dichterbij. Wil je Eline ( of de andere dichters) zien performen? Kijk dan op http://www.poeziebus.nl voor de data en plaatsen.

.

Vloeibaar

.T

Terwijl wij elkaar ingekapseld in heet badwater beloven dat
ons verschrompeld verlangen onder dit oppervlak
telkens opnieuw wordt geboren,
strandt langs de Vlaamse vloedlijn een walviswijfje.
Ze strekt zich uit als een fata morgana,
weerspiegelt hoe week wij zijn wanneer we vervellen
als kreeften
het oude schild achter ons laten.
Ze leerde het water haar nodig te hebben,
tast haar vel af op zoek naar de pijnplek
wild vlees op een dreunende wonde na de doortocht van de vishaak.
De rest van haar leven zal ze tegen het littekenweefsel aankijken.
Wanneer het tij keert, wordt zij opnieuw meegezogen
in een golvende herinnering. Olietankers aan de horizon,
hoe we zeeslag speelden aan de rand van het zwembad,
elkaar verloren bij het treffen van het vliegdekschip.
Nazomerochtend in Oostende.
We zochten parels in tapijtschelpen,
vergisten ons wanneer we in de ruis op ons hart de zee meenden te horen.
Bij valavond vonden we happende vissen langs de kustlijn.
Hun kloppende kieuwen in de tanende septemberzon
leerden ons kwetsbaar zijn.
De mazen van het net slechts uitstelgedrag voor wat
onontkoombaar.
Op een dag zal ons hoofd niet meer boven water komen
na de vlinderslag.
Zullen we nog slechts halfslachtig spartelen bij het vollopen van de longen.
En van alles wat ophoudt
– de terugtocht van het water,
het opdrogen van de uitgelopen mascarawangen,
het hopen op een boze droom –
van al die dingen het rimpelen pas als laatste.
Wanneer de warmte uit ons trekt,
we kleur en spierspanning verliezen,
voorgoed verstijven in herinnering,
loopt de keukenwekker af in een huis
dat geurt naar schepsnoep en waterverf.
Schuift moeder de diepvrieslasagne op gretige kleuterborden.
Goede raad komt hier voorverpakt en in laagjes,
zoals moeder handdoek, zwempak en badmuts opstapelt in een rugzak.
Vanavond is er zwemles om alvast te leren drijven.

.

Dichter op verzoek 8

Leonard Nolens

.

In de reeks dichters op verzoek vandaag een verzoek van de dichter Alex Gentjens. Hij vroeg om aandacht in deze rubriek voor de dichter Leonard Nolens. Toen hij mij zijn voorkeur liet weten was hij aan het luisteren naar een drie uur durend interview met de dichter Nolens. Je kunt het hier herbeluisteren http://radioplus.be/#/klara/herbeluister/2025dce5-2399-11e7-904a-00163edf48dd

Leonard Helena Sylvain Nolens (1947) wordt beschouwd als één van de belangrijkste levende dichters uit het Nederlandse taalgebied. Hij wordt regelmatig genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij is een romanticus, schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Nolens debuteerde met de dichtbundel ‘Orpheushanden’. Hij werkt en woont in Antwerpen. Hij ontving voor zijn werk verschillende litaraire prijzen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygensprijs , de VSB Poëzieprijs en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren.

Uit zijn bundel ‘Derwisj’ uit 2013 het gedicht ‘Jij bent schatrijk geboren’.

.

Jij bent schatrijk geboren

.

Jij en ik, dat is twee
Plus dit. Dat is drie. Dat is vragen
Om ruzie, men komt er niet uit.
Wij zitten perplex in elkaar.
Wij maken hetzelfde misbaar.
Jij en ik dat is een.

Jij bent schatrijk geboren
En kocht mij met gemak.
Dat zet ik je betaald
Op deze rekening.
Ik ben geen slapend geld
Vandaag, ik handel in ons.

Ik werk mij in het zweet
Van jou, ik bid en vloek mij
Uit de naad van ons,
Ik maak je winst op de markt.
Jij bent wat ik hier tel,
Mijn tol, mijn kapitaal.

Ik viel jou in de schoot
Van goud, ik woeker met wissels
Van ons en koop je terug
Nu ik ons doorverkoop
Aan vreemden, de truc is gelukt.
Wij staan op hetzelfde biljet.

.

Eater

Bart Chabot

.

Pas geleden was ik in Vlaanderen, in Damme; het boekendorp (las ik toen ik het dorp uitreed). Het was me wel opgevallen dat er drie boekhandels waren (waarvan 1 gesloten) maar om je dorp dan meteen boekendorp te noemen. In één van de twee winkels die wel open waren, bekeek ik de afdeling poëzie. Een paar plankjes met, vooral oude en vrijwel uitsluitend Vlaamse, poëziebundels. Met één uitzondering; ‘Popcorn’ van de Haagse dichter/schrijver Bart Chabot.

Dat verwachtte ik niet. De grote, wat bekendere dichters wellicht maar Bart Chabot. Thuis heb ik ‘Popcorn’ er maar weer eens bij genomen. De bundel dateert alweer van 1981 maar de gedichten staan nog steeds als een huis. Vooral het pagina durende gedicht ‘Tijdelijk Vernieuwde Avonturen van G-man Jerry Cotton Jr.’ in ‘Zijn Laatste Opdracht’, België, 22 fr.’, heerlijk absurdistisch en over the top.

Omdat dit een wel erg lang gedicht is (maar probeer de bundel te pakken te krijgen en lees het) koos ik voor hier het gedicht ‘Eater’ uit de bundel.

.

Eater

.

‘Eater’ op de rug van ’t zwarte jack

& een prijs op zijn voorhoofd

het leer klontert om z’n huid

.

helden komen als lijken bovendrijven

kussend hun schouders van marmer

sjouw je god mee op je t-shirt

dood idool krimpend in de was

.

wat gebeurd is wordt een incident

beeld voor beeld verbogen

.

een mond veegt langs de randen

van het verleden, samengesteld

uit opgegraven woorden

& elke letter staat terecht

.

een leven werd in tijd herschreven

daden vallen als haren uit

.

een prijs op zijn voorhoofd

het leer klontert aan z’n huid –

je hebt vast weleens van ‘m gehoord

.

 

Goud

Bazart

.

Iemand vroeg mij pas geleden wat maakt dat sommige songteksten als poëtisch worden gezien en waarom sommige lieddichters heel makkelijk ook als dichter worden gezien en andere juist niet. Een eenduidig antwoord kon ik daar toen niet op geven. De meeste songteksten zijn wat ze zijn, je leest ze en je weet; het gaat over een verloren liefde, over een meisje/vrouw/jongen/man of over een emotie. Volgens mij worden songteksten als poëtisch gezien als niet meteen duidelijk is waar ze over gaan, als er gespeeld wordt met de taal, als er mooie zinnen in staan die je bijblijven, niet omdat ze honderd keer herhaald worden maar omdat ze iets bijzonders hebben.

Ik moest hier aan denken toen ik het nummer ‘Goud’ van de Vlaamse band Bazart op de radio hoorde. De dromerige muziek gevoegd bij het Vlaams en de ietwat ongrijpbare teksten maken deze band bijzonder en luisterend naar de tekst dacht ik; het is net een gedicht. Daarom hier de tekst maar vooral ook het nummer.

.

Goud

.

Eén dans, geef me één dans met de duivel
Geen kans, er is geen kans op nog twijfel

Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel

Meevalt, als het meevalt op het einde
Oh geloof mij, elk feest duurt hier oneindig

Ik zie goud aan de rand van de zon
Ik ben te oud om te weten waarom
Mijn trein op het foute perron
Mijn trein zoekt nieuwe wagon

Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel

Neen dan, liever niet voorgoed verdwijnen
Oh alles wat ooit groot was, is nu kleiner

Ik zie goud aan de rand van de zon
Ik ben te oud om te weten waarom
Mijn trein op het foute perron
Mijn trein zoekt nieuwe wagon

Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel

.

%d bloggers liken dit: