Site-archief

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

.

De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.

Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.

.

Zo kan het niet langer

,

Sluit af met

ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Ga langs de achterdeur. Die valt

vanzelf in het slot.

.

Ga dan toch lekker

een bosbad nemen of met iemand

uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon

of een lekker gedicht daarover schrijven

in een witte foert. met binnen handbereik

een multipack vederlichte

woehahaha’s.

.

Morgen dus.

Hoe moeilijk kan dat zijn.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

.

 

Bodemloos blauw

Mark Meekers

.

De dichter Mark Meekers is samen met Hugo Claus de meest bekroonde Vlaamse dichter. Naast dichter is Meekers beeldend kunstenaar onder zijn ware naam Mark Rademakers.

Mark Meekers (1939) was stichter van de dichtersgroepen ‘Mengmetaal’ en ‘Concept’. Hij was dorpsdichter van het spookdorp Doel waarover ik op 3 maart 2019 al schreef  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/03/03/doel/ en hij was poëzie-ambassadeur van Vlaams-Brabant.

In 2016 verscheen de bundel ‘Bodemloos blauw’ van zijn hand bij uitgeverij P in Leuven. ‘Bodemloos blauw’ is een hulde aan de dromerige surrealistische kunstenaar Marc Chagall (1887 – 1985). Meekers gedichten werpen een unieke blik op Chagalls bestaan en kunst.

Uit deze bundel koos ik het gedicht dat hoort bij het gelijknamige schilderij ‘Paris by light’ Uit 1927.

.

Paris by light

.

even nog slapen onder een hamer, dan

als een kogel uit de Russische roulette

het paradijs uitgelucht, waar de kippen

eieren in dopjes moeten leggen, de blinde

.

vlek het hele oog overspoelt, loensen (zelfs

links) verboden is. Parijs – “sacré coeur!” –

heeft een groot hitsig hart en licht voor

allen. In elke Parisienne giechelt een meisje

.

van plezier. french cancan + champagne-

ringen over ritsige roden. de valiezen

uitgepakt in de passage de Dantzig nummer

twee, waar het gonst van de steekbeitels,

.

penselen elkander in de haren vliegen.

hier draait dame fortuin het reuzenrad,

tracht hij ogen in beslag te nemen, als ziener

kijkers medeplichtig te maken aan het mooie.

.

De toekomst is nu

Poëzieweek 2020

.

Van 30 januari tot en met 5 februari is het Poëzieweek en op 30 januari is het Nationale Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. Op de website van de Poëzieweek https://www.poezieweek.com/ kun je alle activiteiten en bijzonderheden nalezen. Het thema van de Poëzieweek is ‘De toekomst is nu’.

In aanloop naar de Poëzieweek toe wil ik een aantal gedichten van dichters die in dit thema geplaatst kunnen worden, hier plaatsen. De eerste dichter en het eerste gedicht is van Hans Berghuis.

Berghuis (1924 – 1994) was dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1947 met de poëziebundel ‘Stanza’s voor haar’ in 1950 gevolgd door de bundel ‘Grote en kleine metten voor jou’ waarna het tot 1984 zou duren voor hij weer een dichtbundel publiceerde, namelijk ‘Postpapier voor Nigra’. In veel van Berghuis’ poëzie is er sprake van een rusteloos zoeken om te ontkomen aan de essentieel menselijke eenzaamheid. In het gedicht ‘De laatste adem’ komt dit ook mooi naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Postpapier voor Nigra’ briefgedichten, dat in 1984 werd uitgegeven door Uitgeverij Stichting Ravenberg Pers. In dit gedicht wordt pijnlijk duidelijk een situatie geschetst waarin de toekomst van de hoofdpersoon al vast staat en al reeds is begonnen.

.

Laatste adem

.

Des nachts sluipend door het huis, op zoek

naar drank en sigaretten, een glas achterover

slaan tegen de pijn, tien regels van het boek

lezen dat nooit geschreven werd, daar zitten

in een stoel zonder zeker te weten wat te doen,

de vogels horen wakker worden tegen vieren

en dan kruipend en tierend terug naar bed.

Hij vloekt tegen haar billen, tast de spleet,

hij kneedt de mammas van zijn zwarte schaap,

hij laat de slang die één maal Eva beet

kopstoten in zijn boom, totdat zij vraagt:

‘Wil je gewoon doen? Kom je in mijn hol?

Ik ruik je al een uur van hier tot daar. -‘

Ongewoon levend blaast hij zijn adem bol:

zijn dood begraaft hij in de moederbaar.

.

Nieuwjaarswens

2020

.

Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wil ik iedereen een heel mooi, poëtisch, liefdevol en voorspoedig 2020 toewensen in goede gezondheid. En hoe kan ik dit beter illustreren dan door een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933 – 1981) uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2006 getiteld ‘Nieuwjaarswensen’.

.

Nieuwjaarswens
.
Dit zou de aarde moeten zijn, een kamer
na Kerstmis nog naar dennenaalden ruikend
en drijvend in een meer van suikersneeuw;
daar, waar men alle harten kan tezamen
binden en als mooiste bloemenruiker
schenken aan het schoonste jaar van deze eeuw.
.
Maar elk jaar heeft zijn oudgekende grillen
en bitterheden. Soms wat voor een ander
briljanten zijn, schijnt ons goedkope sneeuw.
Het enige, waarin wij niet verschillen,
is dat wij ouder worden en verlangen:
‘Dit worde ’t schoonste jaar van deze eeuw.’
.

Mit Claus Raus

Het jaar uit met Hugo Claus

.

Okay, ik heb in een baldadige bui de titel van dit blog geschreven. Misschien komt het door het gedicht van Hugo Claus dat ik las in de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Gert Jan de Vries en Ilja Leonard Pfeijffer. Of is het gewoon de poëzie van Claus waar ik baldadig van wordt. Oordeel zelf over het gedicht ‘De regenkoning’ dat verscheen in ‘Gedichten 1948 – 1993’.

.

De regenkoning

.

De regenkoning sprak (en gelovig waren mijn oren)

‘Hier heb ik de vrouw: gevlamde anus,

Borstknop en navelachtige nachtschade,

Daar kan geen sterveling tegen.’

Toen brak

Het rijk der onderhuid aan splinters.

.

Regeerde deze Ram uitbundig en verrukt?

Niet vragen. Luister niet.

Het verhaal van zijn tanden drong

In de vrouwen, dwingend

Als een zomerregen, als een vroegtijdig

Onderaan in hun liezen begraven doorn.

.

Het regende zeventig dagen – de nachten waren gegolfd

En zout. Onthoofde raven vielen.

In alle daken spleet een oog.

En sedert woont in mij,

In mijn ontkroond geraamte,

Een regen koning die vlammen wekt.

.

Help mijn man is klusser!

Koenraad Goudeseune

.

Ik weet niet of het programma ‘Help mijn man is klusser!’ bekend is, maar ik moest er onwillekeurig aan denken toen ik het gedicht ‘Klusser’ van Koenraad Goudeseune las. Niet dat het in dit gedicht gaat over gemankeerde klusmannen die hun vrouw tot hysterie en verdriet drijven door hun huis te gaan verbouwen en het dan niet afmaken, het huis in een staat van oorlog achterlatend, en toch moest ik hieraan denken.

De in Ieper (West Vlaanderen) geboren Koenraad Goudeseune (1965) publiceerde zijn eerste gedichten in Dietsche Warande & Belfort en het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met de bundel ‘Album’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1998 verscheen zijn tweede bundel ‘Dat zij mij leest ‘bij uitgeverij Atlas.

In 2011 verschijnt zijn bundel ‘Dichters na mij’ en de omslag van deze bundel doet mij heel erg aan mijn eigen bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit datzelfde jaar. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Klusser’. Een bijzonder gedicht, waarin de hoofdpersoon andere problemen heeft dan het niet afmaken van de verbouwing, met een verrassend einde.

.

Klusser

.

Je was in een Doe Het Zelf.

Je weet hoe makkelijk het is

te zondigen tegen je enige principe:

ga nooit zo’n winkel binnen.

Je deed het toch, je wist weer beter.

.

Je had naast een hamer iets nodig

dat je zelf in elkaar kon steken

iets met een handleiding

en pijlen die van hoe het precies zat

de richting wezen.

.

En je vond alleen een hamer.

En toen je uit de winkel kwam,

had je alleen een hamer bij je

En je liep over straat als een idioot.

.

En je was niet blij dat je hem had gestolen.

.

Ongehoord! poëziewedstrijd 2020

Nieuwe editie

.

Stichting Ongehoord! komt terug. Na in 2019 alleen een (zeer succesvol) podium te hebben georganiseerd in de Jacobustuin zal er in 2020 opnieuw een poëzie- of gedichtenwedstrijd worden georganiseerd. De Ongehoord! poëziewedstrijd beleefde haar eerste editie in 2012 en beleefde haar voorlopig laatste editie in 2017. Door allerlei ontwikkelingen en bestuurswisselingen lag deze wedstrijd in 2018 en 2019 stil.

Maar er is dus goed nieuws! Volgend jaar is er opnieuw de mogelijkheid om het felbegeerde beeldje (de eerste prijs van deze wedstrijd) te bemachtigen door mee te doen. De voorwaarden en het thema zullen medio januari (rond de Dag van de poëzie) worden bekend gemaakt op de website van stichting Ongehoord! en op dit blog.

Prijswinnaars van deze wedstrijd zijn:

2012: Hervé Deleu

2013: Anneke Wasscher

2014: Alja Spaan

2015: Gerard Scharn

2016: Hein van der Schoot

2017: Gijs Smit

.

Wil jij je naam aan dit rijtje toevoegen hou dan de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com en/of dit blog in de gaten. Uiteraard zullen we bij de start van deze wedstrijd de publiciteit zoeken en er volop ruchtbaarheid aan geven. Om je alvast een beetje in de sfeer te brengen heb ik een gedicht van de eerste (Vlaamse) winnaar van deze wedstrijd uitgekozen. Het is niet het gedicht waarmee Hervé in 2012 won, dat kun je hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/12/verslag-van-een-prijsuitreiking/ maar een gedicht uit zijn in 2013 verschenen bundel ‘De geur van de maan’ getiteld ‘Tango’.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak,

glimmend veld in ravenzwart,

siddert als een espenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat.

.

Ijdel glijdt z’haar schoenen in,

de hak als fallus opgericht,

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht.

.

Hij leidt haar dwingend in het rond,

zij is het vuur, hij is de lont,

hun lijnen smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt.

.

Hun blikken haken elkaar vast,

’t begeren in haar schoot gevat,

door ’t overrijpe breekt de bast,

zij wordt een vrucht in eigen nat.

.

Synchroon bewegen ze hun lijf,

uit elke vezel druipt het geil,

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt

uit hun verzadigd zijn…

.

Vers geplukt

Merlijn Huntjens

.

Al 15 jaar lang wordt er in Lelystad een Stadsdichtersdag georganiseerd. Met de Stadsdichtersdag heeft zich in Lelystad een waardevolle traditie geworteld met een landelijke uitstraling. Gerard Beense (hij was ooit de eerste stadsdichter van Lelystad) en Felix Guérain hebben vanaf het begin de organisatie van dit evenement op zich genomen. Op deze dag kunnen de (dit jaar) 40 stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen terecht in huizen van inwoners van Lelystad, die de bewoners ter beschikking stellen, voor een poëzievoordracht. In de avond is er dan een optreden van alle dichters in het theater/bioscoop/congrescentrum in Lelystad, de Agora.

Ook dichter des vaderlands Tsead Bruinja verzorgde dit jaar een voordracht. Tijdens deze avond werd ook voor de achtste maal de prijs voor het beste stadsgedicht uitgereikt. Van zowel de gedichten die voor de stadsgedichtenprijs zijn ingezonden als van een selectie uit het werk van de huidige stadsdichters verschijnt bij uitgeverij Kontrast elk jaar een bundel.

In 2017 verscheen ‘Vers geplukt’ met de inzendingen van dat jaar. In deze bundel staat ook Merlijn Huntjens, stadsdichter van Heerlen in 2017 en 2018, met het gedicht ‘op en af ter gelegenheid van geluksweekend’.

.

op en af ter gelegenheid van geluksweekend

.

I.

.

bij het raam alles in een handpalm willen vangen en vasthouden, de

hele wereld het liefst en je kop vol kopen. dat maakt niet gelukkig.

.

lekker onder een deken bij het raam. kijk! er is een kip op de schutting

gekomen. hij lijkt op mij hoe hij niet vliegen kan maar hoog hupt en

hoe dat prima is.

.

II.

.

dat de hele wereld pluraal en in koor in mij spreekt. dat die kopstoffen

hard gaan.

.

in elk geval een beetje geleidelijk op en af zoals mijn vader die zijn bril

altijd zocht en hem gelukkig op zijn hoofd vond.

.

Foto: Luc Lodder

Met twee maten

Marnix Gijssen

.

De verzamelbundel ‘Met twee maten’ uit 1956 werd in dat jaar in een oplage van maar liefst 15.000 stuks gedrukt en later in 1969 nog eens 7.500 stuks. Deze bundel ingeleid en samengesteld door Paul Rodenko, heeft als ondertitel; de kern van vijftig jaar nederlandse poëzie geïsoleerd en experimenteel gesplitst.

De bundel is dus in tweeën gedeeld, de eerste maat, zoals Rodenko het noemt, geeft een beeld van het beste, dat er de laatste halve eeuw in Nederland en Vlaanderen aan poëzie is geschreven (dus ruwweg de eerste helft van de 20ste eeuw).

De tweede maat wil een poging zijn tot reconstructie van de poëtische erfenis van de laatste halve eeuw, op basis van het contemporaine poëtische bewustzijn, dat in zijn meest geprononceerde vorm in de poëzie der experimenteren tot uitdrukking komt.

Juist naar die tweede maat ging mijn belangstelling uit, grote dichters en gedichten uit de eerste helft van de 20ste eeuw ken ik genoeg maar wat verstaat of verstond Rodenko in 1956 als experimenteel? Met de kennis en de kijk van een 21ste eeuwse lezer valt dat experimentele erg mee. Toch valt er een hoop te genieten en is duidelijk waarom dichters als Andreus, Lucebert en Claus in dit deel zijn opgenomen.

Maar ook een schrijver/dichter als Marnix Gijsen (1899-1984) staat tussen de Experimentelen. Ik ken Gijsen als schrijver maar niet zozeer als dichter en juist hij staat hier als experimenteel gerangschikt. Als je het gedicht ‘Bij een sterfbed’ leest begrijp je dit ineens beter.

.

Bij een sterfbed

.

Dat wij allen

aan dit leven

kleven

lijk een oester aan haar schelp,

lijk aan den tepel der leeuwin

de weke welp

doet dat mij dat beven?

Of is het dat oud en diep verdriet

om den dag die heengaat,

om een bron die in zand vervliet,

om Oedipus die ons blind en klagend

verlaat?

.

Gele dood, stomme dood,

elke porie wordt een wonde,

ik bloed zwijgend, langzaam uit.

Mijn zoetste ketens, vlees en geest,

hebt gij weer plots ontbonden.

Ik ben uw buit, ik ben uw buit.

.

Amour Florale; een terugblik

Presentatie nieuwe bundel Evy Van Eynde

.

Afgelopen vrijdag was het zover, in George & the Bear in Genk was de presentatie van de nieuwe bundel van Evy Van Eynde ‘Amour Florale’ een bundel vol florale liefdespoëzie die ik met MUG books mocht uitgeven. En dit was geen gewone presentatie, wie Evy een beetje kent zal dat begrijpen. Was haar presentatie van ‘Zal ik liefde noemen’ al een theatrale benadering van een presentatie, dit keer was het zo veel meer dan dat.

Als eerste mocht ik, als uitgever, Evy en het publiek toespreken en ik had voor de gelegenheid twee toepasselijke gedichten uitgezocht. Het eerste gedicht  was van mijn hand en getiteld ‘Tuintafereel’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/02/04/nog-maar-eens-een-nieuw-gedicht/ en vervolgens een nog veel toepasselijker gedicht van Irene Wiersma (Flux) met de titel ‘Jaloezie jegens kamerplanten’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/04/22/gedicht-van-flux-irene-wiersma/ . Dit waren slecht amuses, kleine opwarmertjes voor het uitgebreide en copieuze meergangendiner dat Evy en haar companen voor het publiek in petto hadden.

Evy Van Eynde (poëzie), Michelle Schreurs (zang), Jelle Stevens (percussie), Stoffel Hias (gitaar en bas), Marc Wetzels (gitaar, bas, zang) en Stokely Dichtman (poëzie) verzorgden een poëtische en muzikale show van maar liefst anderhalf uur waarin op muziek gezette gedichten, spoken word performance, muziek, poëzie en een sprookje de revue passeerden. En dit allemaal (losjes) gebaseerd op de laatste bundel van Evy ‘Amour Florale’ waarover Evy zelf schrijft: “In zeventien gedichten vertel ik het verhaal van de heerlijke, doch noodlottige liefde tussen een plant en een dichter. Het schuurt, het glijdt, het steekt, het kwijlt, het loopt over van drama en miscommunicatie en het einde is open”.

Voor wie erbij was een genot om te zien en te beluisteren. Evy en haar groep wil dit theaterstuk (want dat is het!) graag ook op andere plekken brengen en ik weet dat ze bezig zijn een opname te maken van de show. Mocht je geïnteresseerd zijn neem dan contact met haar op.

Hieronder een filmpje dat ik maakte van een klein onderdeel van dit spektakel en het gedicht ‘Echo’ uit de bundel.

.

Echo

.

Nu geen sappen
meer vloeien door
het karkas van je bast

voed ik je niet langer
met liefde en water
toevallige aanrakingen

woorden van troost
en inspiratie

Ik zet mijn lippen
aan je lijf

en ik blaas je op
tot mijn kaken pijn
mijn hart overslag

in de stilte die je echoot

 

%d bloggers liken dit: