Site-archief

Sofie Verdoodt

Steen

.

Het leuke van verzamelbundels lezen is, behalve dat je over een thema vele gezichtspunten, stijlen en ideeën voorgeschoteld krijgt, ook de gelegenheid om nieuwe dichters te leren kennen. Die laatste ervaring had ik toen ik aan het lezen was in ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ nieuw groot verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu.

Op de op een na laatste bladzijde van de gedichten in het boek staat het gedicht ‘Steen’ van de Belgische dichter Sofie Verdoodt (1983). Sofie Verdoodt publiceerde gedichtencycli in onder meer Poëziekrant, De Volksverheffing en De Brakke Hond. Haar werk werd bekroond in talrijke poëziewedstrijden. Als doctor in de kunstwetenschappen schrijft ze over film en kunst, doceert ze en werkt ze als filmprogrammator.

In 2014 debuteerde ze bij poëzieCentrum met de bundel ‘Doodwater’ en voor zover ik kan nagaan is het bij dit debuut gebleven. Op haar website wordt de titel van de bundel uitgelegd: “Bijgelovige zeelieden koesterden een diepe angst voor het verschijnsel ‘doodwater’ dat voorkwam in voornamelijk Scandinavische wateren. Een kleiner vaartuig blijft in cirkels varen of raakt stuurloos door een bovenlaag van zoet of brak water dat de stroom ophoudt. Dit maritieme begrip werd in de volksmond een uitdrukking voor symbolische stilstand en aanzuigende doodsdrift.”

En: “Over haar gedichten hangt vaak een dreiging, iets onheilspellends waarvan je weet dat het er is, ook al staat het er niet. Het staat je te wachten.” Alle reden dus om het gedicht ‘steen’ uit deze bundel hier met je te delen.

.

steen

.

je dood sloeg een kleine krater in de tuin

met het oorverdovende

van stilvallende motoren

ik ruim vandaag weer puin

en vind de zwarte doos van mijn herinnering

.

het is je steen die leunt tegen mijn voeten

als de drempel die ik nemen moet

om uit je vacht te groeien

kleefkruid hecht zich aan mijn huid

de aarde voedt zich met jouw bloed

.

ik kijk naar hoe het je vergaat

hoe je je afwendt van het licht

jij en de bloemen groeien slechts

een andere richting uit

.

wie een kuil graaft

krijgt hem nooit meer dicht

want met een graf is het niet anders

dan met alle dingen

.

de stenen zullen groter worden

een mens moet altijd klein beginnen

.

 

Rob de Vos poëziewedstrijd

Doe mee!

.

De Meander Dichtersprijs die de naam draagt van de geestelijk vader van Meander, Rob de Vos, is weer van start gegaan. Tot 1 oktober 2022 mag je meedoen met één gedicht, geïnspireerd op net thema van dit jaar, namelijk twee kunstwerken van kunstenaar Inge Bak. Laat je inspireren door deze werken of één van de werken die je het meest aanspreekt en laat je fantasie en je poëtische gaven de vrije loop.

De voorwaarden voor deelname zijn: het gedicht is in het Nederlands geschreven, moet in een Word bestand worden aangeleverd, mag niet langer zijn dan een A4 formaat in een normaal leesbare lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur), niet ondertekent met je naam, geïnspireerd dus op 1 of beide kunstwerken van Inge Bak, nooit ergens eerder gepubliceerd, genomineerd of bekroond, niet kwetsend of discriminerend en na inzending niet meer te veranderen.  Over de uitslag, dat mag duidelijk zijn, woprdt niet gecorrespondeerd.

Wanneer je meedoet geef je daarmee toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de site van Meander. De jury bestaat dit jaar uit: Peter Vermaat (recensent), Hettie Marzak (recensent), Inge Bak (kunstenaar, dichter, recensent), Herbert Mouwe (dichter, recensent), Hans Franse (letterkundige, recensent, dichter) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent). Uit de inzendingen worden tien gedichten genomineerd waaruit drie winnaars komen en zeven eervolle vermeldingen.

De eerste prijs is de Rob de Vos trofee , € 100,- en publicatie, de 2e prijs een boekenbon van € 50,- en publicatie en de 3e prijs een boekenbon van € 25,- en publicatie. De eervolle vermeldingen worden gepubliceerd op de website van Meander.

Deze wedstrijd kun je ook terugvinden op https://schrijvenonline.org/ en op de website https://schrijverspunt.nl/ .

Om alvast in de stemming te komen hier het winnende gedicht van de Rob de Vosprijs 2021 van de Vlaamse dichter Nicholas Van Herck (1986) getiteld ‘Het park’ waarvan je hier het juryrapport leest.

.

Het park
.
Ik weet nog hoe het gras
rimpels op mijn benen achterliet
tot ze er uitzagen zoals de jouwe
.
hoe het winter werd
en ik te oud voor mijn leeftijd leek
omdat mijn lippen wondjes vellen als het vriest
.
of hoe je me tegen mijn ouderdom wilde beschermen
door zorgzaam de kreuken uit mijn jas te strijken
en hoe per plooi die uit mijn mouw verdween,
er één verscheen op jouw handen.

.

Lees nu de nieuwe MUG!

Nummer 12

.

Het nieuwste nummer van minipoëziemagazine MUGzine is uit! Een heerlijk helder lentenummer met poëzie van drie oude bekende en een nieuw Vlaams talent. Wim Hofman, Anton Korteweg, Jana Beranová en de Vlaamse dichterAmina Belôrf verzorgden de gedichten in #12. De kunst in dit nummer is van internationaal werkend fotograaf Scarlett Hooft Graafland. Natuurlijk een verse Luule en een sprankelend voorwoord van onze eigen redactiefilosoof.

Elke editie van MUGzine is gratis te downloaden via Mugzines.nl en voor de liefhebber (en wie is dat niet?) is er een papieren versie beschikbaar. Wil je die standaard een jaar lang bij verschijnen in je brievenbus hebben word dan donateur. En als je een keer een proefexemplaar wil ontvangen mail dan naar MUGzines (zie de website).

MUGzine wordt gemaakt door MUG books, Poetry Affairs en BRRT graphic design . Volg ons op Instagram of Twitter

 

Van één van de dichters van MUGzine #12 een gedicht als voorproefje. Anton Korteweg (1944) publiceerde recent (2021) de bundel ‘Enfin’. Uit deze bundel het gedicht ‘Niet eerlijk’.

.

Niet eerlijk

.

We zijn al aan ’t verzakken; de spinnen

beginnen ons te tarten met hun webben en

de balsemienen zijn maar al te graag bereid

te knakken.

.

Tegen de muur van ons vervallen schuurtje

wiegen, nauw zichtbaar op een lichte zucht,

de windekelken, oog verblindend prachtig. Dat

dan weer wel.

.

Zij mogen maar één dag. Een beetje boomer,

hoe krakkemikkig ook, schopt het doorgaans

tot in de tachtig.

.

Anorexia

Jana Arns

.

Afgelopen weekend was ik wat aan het rond browsen op het wereldwijde interweb (naar aanleiding van een bericht over het feit dat er steeds meer Nederlanders een vorm van obesitas hebben) toen ik een al wat ouder artikel tegen kwam over fotomodellen in Frankrijk. Het artikel was uit 2015 en het ging over de Franse Tweede Kamer die maatregel had aangenomen die het inhuren van te magere modellen door modellenbureau’s en modehuizen strafbaar stelt. Verder worden ook boetes uitgevaardigd voor het vergoelijken van anorexia, de ziekte waarbij vooral meisjes zichzelf uithongeren om mager te zijn.

Toen ik dit las moest ik denken aan een gedicht dat ik ooit las over Anorexia Nervosa. Van wie het was wist ik niet meer dus ik heb even moeten zoeken maar ik heb het gevonden. Het betreft het gedicht van de Vlaamse dichter Jana Arns (1983) getiteld ‘A. Nervosa’ uit de bundel ‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019. In dit gedicht staat ook een mooie verwijzing naar ‘de voorbeeldmodellen’ die dus vanaf 2015 in Frankrijk verboden zijn.

.

A. Nervosa

.

Ons kind is bang voor suikerspinnen.

Het spiegelpaleis in haar hoofd is beslagen.

Zij is de schim binnen dit spookhuis.

.

Eten is hier hogere wiskunde

met rijstkorrels na de komma,

tafels gedekt met breuken.

.

Het model op de flatscreen juicht haar toe.

Samen snijden ze het brood van de korsten.

Lopen op eetsokjes over onaangeroerde borden.

.

Geen snoep in de gaatjes van haar tanden.

Zij is twaalf ribben,

aangelengd met water.

.

Hij komt, zij komt..

De nieuwe, nieuwe MUG

.

Een nieuw jaar, een nieuw geluid of eigenlijk een iets andere aanpak van wat al goed was maar altijd beter en anders kan; De nieuwe editie van MUGzine (de 11e editie alweer) is aanstaande, ergens de komende dagen wordt ie gepubliceerd. In dit nummer poëzie van dichters Meliza de Vries, Siel VerhannemanGaël van Heijst en Marie-Anne Hermans. Natuurlijk een Luule (ook deze iets anders dan voorheen), een sprankelend voorwoord met dito mug en illustraties van de veelzijdige Meliza de Vries.

Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Meliza getiteld ‘Wereldadapter’.

.

Wereldadapter

.

Ik heb een taalachterstand in 5995 talen
faal in het wereldburgerschap
praat in de verleden tijd van mijn moedertaal
.
om geen heimwee te krijgen krimp ik
in sommige talen zijn geen verkleinwoorden
.
ik vertraag dialogen met Google Translate
in voorlopige tijdzones, tot ik dezelfde taal spreek.

.

afstand

Ruth Lasters

.

Het hebben van veel poëziebundels is om vele redenen een vorm van geluk. Omdat het er zoveel zijn kun je blind een bundel uit je kast pakken en dan is de kans groot dat wat je ervaart, dat wat je leest, voor de eerste keer is. In mijn kast staan verschillende jaargangen van ‘De 100 beste gedichten’ voor de VSB Poëzieprijs. In die van 2017, waar Francine Houben de keuze van de gedichten verzorgde, staan onder andere een aantal gedichten van de Vlaamse dichter en schrijfster Ruth Lasters (1979) uit haar bundel ‘Lichtmeters’ uit 2015.

Ik bleef hangen bij de gedichten van Ruth door het gedicht ‘Afstand’. Op de een of andere manier heeft het woord afstand de afgelopen twee jaar een andere en meer geladen betekenis gekregen. Daarover in dit gedicht uiteraard geen woord maar met die nieuwe betekenis in het achterhoofd leest dit gedicht ineens heel anders.

.

Afstand

.

Ik zocht een instrument om de afstand tussen mezelf en de anderen

te meten, zoals een stapel borden, die ik tussen sommigen en mij

.

in duwde als was er een strijd om de scheefst gegroeide bordentoren

die alsnog overeind blijft. Bij anderen hielde ik het porselein gewoon

.

voor mij als een voorbarige gift van vast ooit nodige verzoening. Bij jou

halveerde ik de stapel tot twee gammele krukjes waarop wij

.

het hadden over dat het gek is: dat je toen je jong was veel met anderen

gemeen hebben soms zag als bedreigend voor je eigenheid, terwijl je

.

als je ouder bent net vreest om nooit bijna ophefbaar volkomen –

als een groezelig bord onder een melkkom voor

.

de katten.

.

 

Bierkaartjespoëzie

Gedichtenwedstrijd

.

De bibliotheek in Aalst (België), Utopia, organiseerde in 2019 (en opnieuw in 2020) een bierkaartjespoëziewedstrijd. De opdracht luidde:  ‘Schrijf jouw mooiste woorden op een bierkaartje (of bierviltje zoals wij zouden zeggen) van Utopia of op een ander bierkaartje dat je net voor je liggen hebt op café, en deponeer jouw inzending in de speciale bus in één van de deelnemende café’s. Vergeet er natuurlijk niet jouw naam, geboortedatum en e-mailadres op te zetten.’

De ook in Nederland bekende cabaretier Wim Helsen maakte de winnaar bekend en het winnende gedicht werd aangebracht op een muur ( 3 bij 5 meter groot) aan de Pupillensite, rechtover Utopia. Uit 309 inzendingen werd studente Taal- en Letterkunde Hélène De Kegel (21) tot winnaar gekozen. Het gedicht waarmee ze de wedstrijd won luidt:

.

De wind huilt en

ik begrijp het,

vandaag is,

weenbaar

.

Een mooi initiatief dat navolging verdient.

.

Whatsappgedicht

Sylvie Marie

.

In het meest recente nummer van Deus Ex Machina (177) staat een bijzonder en nieuw fenomeen. Naast de door algoritmen gestuurde flarfgedichten staat er ook een Whatsappgedicht. In dit geval geschreven door Sylvie Marie (1984). Sylvie Marie debuteerde in 2013 met de bundel ‘Speler X’ waarna nog vier dichtbundels volgden.

Maar in Deus Ex Machina dus een Whatsappgedicht wat in feite een nieuwe vorm van een readymade is. Het gedicht kwam tevoorschijn in Whatsapp. Sylvie Marie hoefde daarvoor slechts de woordsuggesties te volgen. Alleen het eerste woord koos ze zelf: Een. Voor het vervolg kon ze telkens een keuze maken uit drie door de app zelf aangereikte woorden. Er werd niets aan de tekst gewijzigd, ook geen hoofdletters. Voor de leesbaarheid zijn wel enkele enters en witregels toegevoegd.

Je weet nu hoe het moet, dus maak er zelf eentje zou ik zeggen. Hier is haar Whatsappgedicht.

.

Een gezicht omzwachteld

Tot gedicht

.

Natte klei vol vingervegen

Zo zijn ook mijn gedachten

Over jou

Nog niet af

En best wel een zootje

.

Het water aan elkaar gekleefd

Knisperende ritselgolven rollen

Over mij heen

Zwaar zand word ik

Tenen persen zich een weg naar beneden

.

De wolken zijn slagroom

De wereld is een toetje

Het heelal een patisserie

.

Niet de macht over de nacht zal de mens uiteindelijk troosten

Wel het besef van zijn lach overdag

.

Mijn zoon kan een tijger zijn.

En nog moeilijk af te wassen ook

.

Op de trein terug naar de bomen

schudden wuiven dansen

en ik vraag me af of er wel twee soorten perfectie kunnen bestaan

ik vrees dat ik moet doorwandelen

de kast heeft geen deur

het hart is van de kast

en alleen van de kast

.

Houston we have a problem

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was.  Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.

Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.

Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.

Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.

.

Voor eeuwig verbonden

Rodaan Al Galidi

.

De uit Irak afkomstige dichter Rodaan Al Galidi ( Rodhan Al Khalidi, 1971) woont sinds 2007 in Nederland. In 1998 vroeg hij, na gevlucht te zijn uit Irak, asiel aan in Nederland. Dit werd toen geweigerd. Hij leerde zichzelf de Nederlandse taal en ontving in Vlaanderen een werkbeurs. In 2007 kreeg hij, door een generaal pardon, alsnog een verblijfsvergunning. In 2011 schreef hij in NRC Next dat hij was gezakt voor zijn inburgeringsexamen waardoor hij geen Nederlands paspoort kreeg maar hij behield wel zijn verblijfsvergunning.

Inmiddels heeft hij meerdere romans, verhalenbundels, columns en 9 poëziebundels gepubliceerd. In 2007 werd zijn bundel ‘De herfst van Zorro’ genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Daarnaast ontving hij vele prijzen voor zijn proza en ander werk waaronder de Literatuurprijs van de Europese Unie 2011 voor ‘De autist en de postduif’.

Dit jaar schreef hij samen met de Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert het Poëzieweekgeschenk ‘Samen al ’t hope’. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Voor eeuwig verbonden’ over hoe leven en dood in alles met elkaar verbonden zijn.

.

Voor eeuwig verbonden

.

De dood en het leven

gaan naar dezelfde school,

zitten bij elkaar in de klas,

luisteren naar dezelfde meester.

Bij een vraag steken ze beiden hun vinger op

en geven samen hetzelfde antwoord.

In de pauze spelen ze op hetzelfde plein,

vallen uit dezelfde tak,

kloppen hetzelfde zand uit hun schoenen

en na de laatste les,

gaat het leven naar de dood

en de dood naar het leven.

.

 

%d bloggers liken dit: