Site-archief

Jonge dichter

Lisette Ma Neza

.

De jonge Vlaamse dichter Lisette Ma Neza (1999) uit Schaarbeek schopte het als jongste deelnemer tot Belgisch Kampioene Poetry Slam 2017 – zowel met de jury- als de publieksprijs –  en kaapte later in de Europese finale in Parijs een mooie tweede plaats weg. Momenteel studeert zij filmregie aan LUCA-School of Arts. In een interview voor de Poëzieclub met Merlijn Huntjens zegt ze over performance en dichten: “De tekst moet goed zijn. Je hoeft volgens mij niet de beste schrijver te zijn om de beste performance te kunnen geven; iemand die magische woorden schrijft en ze gewoon opleest van papier, kan mij ook in vervoering brengen.”

Op de vraag, in dat zelfde interview, hoe ze zichzelf ziet (dichter, slammer, podiumdichter, spoken wordartiest, papieren dichter) antwoordt ze: “Ik zou mezelf eerder een narrator noemen, een verteller dus.” In het gedicht ‘Hoe we het deden’ komt dit tot uitdrukking.

.

Hoe we het deden

 

hij heeft al vijf jaar niet.
ik maar vijf. weken.

ik zeg dat mannen mij gebruiken.
hij dat ik dat. bij hem

en ik vertel het hem viervoudig, achtzijdig en een paar keer dubbelgevouwen. dat ik liever niet
aan zijn piemel zit.

en hij vertelt het mij maal duizend dat het liefde is.

.

Minnezinne in moerstaal

Delia Bremer & Ria Westerhuis

.

Ik ken het dartele poëzieduo Delia en Ria al sinds een optreden bij Reuring in 2013. Daarna droegen ze voor bij Ongehoord!, zagen we elkaar regelmatig op poëziepodia zoals bij de Poëziebustoer en een festival in hun thuisregio. Toen ik hoorde van hun initiatief om hun succesbundel ‘Minnezinne’, (erotische) poëzie in de Drentse taal, een meer landelijk vervolg te geven heb ik dit meteen aan Evy van Eynde doorgegeven van wie ik toen een bundel ‘Zal ik liefde noemen’ aan het uitgeven was via MUG books. Zij reageerde en staat nu als één van de 49 dichters in deze fraaie bundel. In ‘Minnezinne in Moerstaal’ staan gedichten in vele dialecten en talen, van Utregs, Limburgs, Drents tot plat Haags, Achterhoeks, Deventers ( ik wist niet dat daar ook een eigen dialect gesproken werd), Vlaams, Suid-Afrikaans en Schleswig-Holsteins.

Een bonte verzameling van gedichten waar je soms wat meer en soms wat minder je best voor moet doen om ze te kunnen begrijpen. De bundel is netjes uitgegeven door Ter Verpoozing in Peize en bevat twee foto’s die vreemd genoeg hetzelfde zijn. De verbindende schakel tussen de gedichten (behalve dat ze in de eigen taal zijn geschreven) is de liefde, de liefde voor taal en lijf. In die zin blijven Delia en Ria dichtbij hun originele bundel.

Ik heb de bundel met heel veel plezier gelezen. Wat een rijkdom biedt onze taal als je oog hebt voor de verschillen. Het was niet eenvoudig om een keuze te maken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het gedicht ‘Zomerfeest’ van Henk Jalvingh in het Zuidwest-Drents (ja de verschillen zijn groot, zelfs in een provincie als Drenthe). Voor taalliefhebbers die een beetje ondeugende poëzie kunnen waarderen is deze bundel een feest. Maar ook voor taalliefhebbers hebben Delia en Ria iets moois neergezet, waarvoor dank.

.

Zomerfeest

.

Was ’t de wien,

De breuierige nacht,

Wij hadden nargens over nao edacht,

En vertrukken ongezien.

.

Mooi was ze,

En lustvol.

Gien idee hoe dit uutpakken zol.

Maor ze was mij al bij de ritse.

.

Ongeremd,

Stroomden oenze hormonen.

Zoenen, likken, betasten en komen.

Gien meinse die wat vernemt.

.

Waor waaj?

Wij waren oe kwiet!

Dat is waor ’t de volgende morgen over giet.

Ik glundere, en geef ’t gesprek een andere draai.

.

Handle with care

Mahlu Mertens

.

De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.

Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.

 

Handle with care

.

ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.

.

we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.

.

hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.

.

Gesluierde schandaaltjes

SMS poëzie

.

In 2008 werd een SMS-Poëziewedstrijd georganiseerd onder de titel ‘Gesluierde schandaaltjes’ in opdracht van BASE in het kader van Odegand. De 34 bekroonde gedichten werden in een klein bundeltje gepubliceerd in een oplage van 8.000 stuks en de productie lag in handen van het PoëzieCentrum Gent. Ik denk dat zoiets tegenwoordig niet meer gedaan zou worden, misschien onder de titel App-gedichtenwedstrijd. Via de beperking van (destijds) 160 karakters werden deelnemers gestimuleerd en gevraagd kernachtig te formuleren onder het motto ‘in der beschränkung seigt sich erst der Meister’.

De oogst was volgens de inleider rijk en gevarieerd en soms ook wat ondeugend (het thema was ‘1001 nachten’) en uit de vele inzendingen werden dus 34 gedichten gepubliceerd. De winnaar van deze wedstrijd werd Boris Cruyssaert, de tweede prijs (met een trilogie) Hilde van Cauteren en derde prijs ging naar Antoine Fonck.

Omdat het zulke korte gedichtjes zijn plaats ik ze hier alle vijf.

.

Mijn woorden zeilen, sluipen

gesluierd, van hiel tot keel,

openen je honing

met tong van kaneel. Tot je lijfje

haremsgewijs hijgt. En zwijgt.

.

Boris Cruyssaert

.

hij greep haar bij het nekvel als

een kat en dwong haar zijn

genade te betalen. maar zij temde

hem: ze betaalde met verslavende

taal, met altijd nog een verhaal

.

zo koopt zij dagen van de dood:

zij schikt haar taal,

laat haar verhalen

dralen tegen het daglicht aan

.

hoe ze hem met haar wendingen

behaagt en subtiel de plot verdaagt

naar een volgende nacht: zo

kluistert zij hem aan haar lippen,

zo handelt zij taal voor tijd

.

Hilde van Cauteren

.

het laatste / allerlaatste sprookje /

van 1001 nacht / gaat over

een meisje in Irak / dat de ogen

afwendt / van het been dat /

naar zij zich herinnert /

zij gisteren nog / had

.

Antoine Fonck

 

 

Declamatorium

Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie

.

In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.

De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.

Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.

.

Wanneer ik een soldaat zal zijn

dan grif ik gedichten in de kolf

van mijn geweer

en de man die dan zeggen zal

schiet

die sla ik met mijn gedichten

dood

.

Négligés

Yousra Benfquih

.

In 2017 zou de Vlaamse, van Marokkaanse komaf, Yousra Benfquih als dichter mee gaan met de Poëziebus. Door omstandigheden is daar toen helaas niet doorgegaan. Wel kwam ze in de Poeziebusbundel met een gedicht. Yousra Benfquih is mensenrechtenjuriste en doctoraal onderzoekster aan de Universiteit Antwerpen (Recht & Ontwikkeling). Maar het recht deelt haar hart met de kunsten, om meer specifiek te zijn tekenen en schilderen en schrijven. Ze begon het academiejaar met een schrijfopleiding aan de Academie van Borgerhout, werd toegelaten tot de Parijse residentie van de Buren en won de TXT-on-stage wedstrijd Naft voor Woord.

Uit de Poëziebundel van de Poëziebus 2017 met de veelzeggende titel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘Négligés’ van haar hand.

.

Négligés

.

Daal dieper af, daal enkel af

maak, alle meervoud van je los:

je hemden

je bloesjes

je doorkijkverdrieten.

Kom, ik vouw je in mij als:

enkelvoud.

Hier ben je, hier is het

voor één keer

altijd genoeg.

.

Vuur en ijs

Robert Frost

.

De Amerikaans dichter en toneelschrijver Robert Lee Frost (1874 – 1963) stierf toen ik 9 dagen oud was. Ondanks dat dit alweer ruim een halve eeuw geleden is worden zijn gedichten nog steeds gelezen en gewaardeerd. Zijn bekendste gedicht is waarschijnlijk ‘The road not taken’ (dit gedicht kun je lezen in mijn bericht van 3 juli 2012).  Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Frost ontving vier Pulitzer-prijzen voor Poëzie.

De Vlaamse Lepus heeft gedichten van Frost vertaald in het Nederlands (zoals hij ook vertalingen maakte van gedichten van E.E. Cummings, ook hier op dit blog te lezen). Het gedicht ‘Fire and Ice’ wil ik vandaag met jullie delen in het Engels en in de vertaling van Lepus.

.

Fire and Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.
.
Vuur en ijs
.
Men zegt dat de wereld zal vergaan in vuur,
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.
.

Weggaan

Charles Bukowski

.

Op de website van Vlaamse schilder, schrijver en vertaler Manu Bruynseraede (https://manubruynseraede.wordpress.com) staan een aantal gedichten van Charles Bukowski te lezen, zowel in het Engels als in (zijn) Nederlandse vertaling.

Voor een ieder die het Engels niet (goed) machtig is plaats ik hier zowel het origineel van het gedicht ‘Going away’ als de vertaling ‘Weggaan’.

.

weggaan

.

Doorheen de laatste deur

langs de muziek

langs de dansende meisjes

doorheen de laatste gang

langs de laatste Nieuwjaar

en de laatste hoera!

langsheen de vlucht van

de kolibrie

langsheen de laatste kus

de laatste vloed en stroom

de laatste nieuwe dag

de laatste slaap bij nacht

de laatste zoete sinaasappel

de laatste oorlog

voorbij het laatste

laatste

woord.

.

going away

down through the last door.

past the music.

past the dancing girls.

down through the last hall.

past the last New Year

and the last hurrah!

past the flight of the hummingbird.

past the last kiss.

the last flux and flow.

the last new day.

the last night’s sleep.

the last sweet orange.

the last war.

past the last

last

word.

.

charles_bukowski

De Kloostermaagd

Guido Gezelle

.

Guido Gezelle ( 1830 – 1899) was was een Vlaams rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler die 15 talen sprak.

Van Guido Gezelle bezit ik de bundel ‘Dichtoefeningen’ uit 1892 van uitgever Jules de Meester. Een werkje dat je in veel officiële bibliografieën niet zal tegenkomen omdat het is uitgegeven door het seminarie en waarschijnlijk is bedoeld voor gebruik in het Seminarie.

De bundel begint  met de pagina Goedkeuringe en daar staat het volgende te lezen:

“’t is altijd met vruegde dat Wij de heeren Professors onzer Collegiën hunne schriften zien in het licht geven. Wij verleenen dus volgern Onze Goedkeuring aan de Vlaamsche dichtoefeningen, van den Eerweerden Heer Guido Gezelle, Pb, Professor van Poësis in ’t Kleen Seminarie te Rousselaere; dit werk dat den Schrijver moet tot eere strekken, zal ook, verhopen Wij, van langs om beter bewijzen dat Godsdienst en Deugd de schoonste stoffen leveren voor Letter- en Dichtoefening; het zal Onze jonge Leerlingen meer en meer aanmoedigen om hunne Taal te beoefenen en in weerde te houden.”

Ja zo ging dat in de 19e eeuw in Vlaanderen. Dit voorwoord, of deze Goedkeuringe zijn afgegeven in Brugge op 1858 door J.B. Bisschop van Brugge.

In de bundel dus louter religieuze gedichten en door het geloof ingegeven poëzie. Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘De Kloostermaagd’.

.

De kloostermaagd

.

Aanschouw, met onberoerde schreên,

een jonge en eedle vrouw

ootmoedig naar den Autaar treên,

tot Christus’ heilge trouw:

het wereldsch valsch geluk, ofschoon

het haar ten deele kwam,

versmeet zij voor de doorne kroon

van ’t arm gekruiste Lam;

zij koos, in plaats van ’t prachtig huis,

een muur van naakten steen,

een houten diamanten Kruis,

een perelsnoer van been;

een lijkdoek en een boetgewaad

voor trouwkleed, voor juweel,

een boek waar Gods gebed in staat:

’t is al heur erflijk deel.

En Christus’ arme zieke leên,

zijn lijden, zijn verdriet,

voor bruidschat, is haar toegegeên

en zij het ontzegt het niet:

ze aanveerdt het met een wellekom

gelijk m’een schat aanveerdt,

want Christus is heur bruidegom

en- Hij is alles weerd.

.

GG

IMG_0463

IMG_0464

Belofte

Hilde Keteleer

.

De Vlaamse Hilde Keteleer (1955) is behalve dichter ook literair vertaalster uit het Duits en het Frans. Ze is docente aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de gemeentelijke Academie van Ekeren en ze begeleidt literatuurgroepen. In 2001 verscheen haar debuutbundel ‘Al wat winter is en waar’ gevolgd in 2003 door de tweetalige bundel ‘Entre-deux / Twee vrouwen van twee kanten’  die ze samen met Caroline Lamarche uitgaf. In 2004 volgt dan nog de bundel ‘Deuren’ en daarna blijft het stil op het poëtisch vlak. Ze publiceert daarna nog vele vertalingen van romans en verhalen en een eigen roman en reisverhaal maar geen poëzie meer.

Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Belofte’.

.

Belofte

Zoals het blanke appelvlees
nog niet tevoorschijn gebeten,
zoals de grand cru in de fles
nog vol met gloed geweten,
zoals het eerste goede vers
nog enkel in het hoofd geschreven,
zoals jouw geschiedenis
nog niet met die van mij verweven,

zo is mij je oksel en je mond:
een geur, een onbetreden grond.

.

winter

Hilde

Met dank aan Knack.be en Wikipedia.
%d bloggers liken dit: