Site-archief

Zal ik liefde noemen

Evy Van Eynde

.

Bij mijn mini-uitgeverijtje van poëziebundels (fysiek en E-bundels) MUG books, rolt een dezer dagen de nieuwste publicatie van de band, de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter, schrijver, theatermaker Evy Van Eynde. De officiële presentatie zal in februari plaats vinden waarover ik nog nader zal berichten. In deze nieuwe bundel (de 11de uitgave van MUG books alweer) neemt Evy Van Eynde je mee op het pad der liefde dat vaak maar zeker niet altijd over rozen gaat. De poëzie van Evy is prachtig, beeldrijk, en zit vol bloemrijke om- en beschrijvingen van ‘de liefde’. Meer over deze mooie bundel binnenkort maar nu, hier alvast een voorproefje van de bundel met het gedicht ‘Het stof te lijf’.

.
Het stof te lijf

.
Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

.
bot en gekarteld
als een oud mes

.
Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

.
stijf en starend
als een beeld op de schouw

.
waarvan je niet meer weet
wie | wanneer | waarom

.
waarvan je | desondanks
geen afscheid nemen kan

.
Bij het grof vuil – te broos, te porselein
op zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

.
Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf

.
tot scherven desnoods

.

Advertenties

Het pad der zinnen

Poëziewandeling.

.

Van dichter Evy Van Eynde (van wie zeer binnenkort de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ uitkomt bij uitgeverij MUG books, kreeg ik een aantal foto’s van het Pad der zinnen toegestuurd, een stiltewandeling in het stiltegebied Zwarteput in Zutendaal België. Bij het bezoekerscentrum in Lieteberg kun je voor € 3,- een informatieboekje, een wandelkaart, en bladwijzers met daarop gedichten die je tijdens de wandeling tegen komt. Langs de route liggen namelijk allerlei stenen met daarop gedichten van onder andere Jeroen Brouwers, Herman Rohaert, Willem Vermandere en Leonard Nolens.

Het ‘Pad der Zinnen’ is in totaal 21 km lang maar kan opgedeeld worden in drie lussen (6,5 – 7 en 7,5 km). Hieronder een voorbeeld van het gedicht van Herman Rohaert.

.

’t wordt kort

en stil

het licht

breekt roerloos

als een paard, achtergelaten

de nacht, de dag

een haastige

hoest

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sonnet

Hugo Claus

.

Op deze laatste zondag van het jaar, uit de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ uit 1994 van Hugo Claus vandaag een sonnet. Hugo Claus schreef veel gedichten in vrije vorm maar hij mocht ook regelmatig vaste vormen of gedichten met rijm schrijven zoals het gedicht ‘Sonnet’

.

Sonnet

.

Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn

op één moment en dan doven,

zo willen het de wereld en Einstein.

En dat de mensen groeien als lover

.

onder een zelfde luchtvervuiling

en gelijk vergaan in de herinnering,

zo verzekert het de tijd

die in mijn nekvel bijt.

.

Daarom moet ik nu radeloos

dat ene moment loven

dat ik je zie uitgestald,

,

je jonge tover als nooit tevoren,

een naakt moment dat straffeloos

voor mijn ogen voorovervalt

.

Amalia Rodriguez zingt

Hubert van Herreweghen

.

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920 -2016) wordt samen met generatiegenoten als Anton van Wilderode en Christine D’haen gezien als dichters van de bezettingsgeneratie. Hij debuteerde in de oorlog (1943) met de bundel ‘Het jaar der gedachtenis’ en in 2015, op 95 jarige leeftijd, verscheen zijn laatste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij werkte als onderwijzer, journalist en bij de Vlaamse televisie. Naast dichter was van Herreweghen redacteur van enkele literaire tijdschriften, waaronder Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. In dat laatste tijdschrift verschenen vrijwel al zijn gedichten. Daarnaast was hij samensteller van bloemlezingen van gedichten. Van 1965 tot 2000, 36 jaar lang, verzorgde hij voor het Davidsfonds een selectie van 50 gedichten uit de poëtische jaarproductie in tijdschriften. Hubert van Herreweghen ontving tijdens zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder de Prijs van de provincie Brabant (1945), de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde voor de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre (2006).

Uit ” Vleugels’ Poëtisch Erfdeel der Nederlanden uit 1962, koos ik voor het gedicht ‘Amalia Rodriguez zingt’ vooral omdat dit bij mij een herinnering naar boven bracht aan mijn ouders die naar haar luisterde.

.

Amalia Rodriguez zingt

.

I

Hartstochtelijk uit de ellende klagen,

tegen vernedering steigerende trots,

om hemel en aarde uit te dagen

en de oneindige barmhartigheid Gods.

.

O nooit nooit in het leven te dulden

wat ons tot droeve narren verminkt,

berusten nooit, maar schelden op schulden

en klagen om wat in ’t graf verzinkt.

.

Voor de ongeborenen is er het leven,

voor levenden is er schande en dood;

en tot wij liggen in dezelfde schoot

zullen de doden geen teken geven.

.

II

Klagen zoals de tortels klagen

diep in ’t van koeren ronkend bos,

de dove echo ondervragen,

maar niets komt uit de stilte los.

.

Klagen zoals al wat geschapen

is, klaagt, en jankt en kermt,

klagen zoals de schapen blaten

totdat de slachter zich ontfermt,

.

klagen zoals de golven klagen,

schreeuwen zoals de zeemeeuw schreeuwt;

duizend gedoofde huilen dragen

zeeën en wind. De stilte geeuwt.

.

.

Haar mond

Hugo Claus

.

Op de onovertroffen website https://www.dbnl.org lees ik over de poëzie van Hugo Claus dat deze ‘in de tijdsleutel van de agressie staat, het is een poëzie van drift en actie’. Voor wie het werk van Hugo Claus kent zal dit niet als onbekend voorkomen. In ‘De Oostakkerse gedichten’ uit 1995, van Hugo Claus, die voor het eerst onder de titel ‘Nota’s voor een Oostakkerse cantate’ in het tijdschrift Tijd en Mens werden gepubliceerd staat het gedicht ‘Haar mond’ . In dit gedicht komt de drift en de actie duidelijk terug.

.

Haar mond

.

Haar mond: de tijger, de sprong, de tol

Om en om naar zeven maanden Zomer.

Haar lijf:”de liane die te laaien lag,

Korenschelp.

.

Vlak is mijn wit,

En wit als een stenen vis.

Onthuisd is mijn vel.

Ontvolkt ben ik.

.

Zij is een ander geworden. Mijn oog ontwend,

Die hoog als de zee en stollend in mijn nekvel woonde.

.

Kleermaker

Herman Leenders

.

De Vlaamse dichter Herman Leenders werd in 1960 geboren in Brugge. Hij studeerde Germaanse filologie. In 1992 debuteerde hij met de bundel ‘Ogentroost’ waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs en de Hugues C. Pernath-prijs won alsmede de Prijs van de Provincie West-Vlaanderen.  Ook publiceerde hij een verhalenbundel en twee romans. In 2016 – 2017 werd hij aangesteld als vrije Brugse stadsdichter. In zijn werk behandelt hij vooral de spanning tussen droom en werkelijkheid. Hij doet dat in een directe taal die beeldend en zintuiglijk is. Uit zijn bundel ‘Landlopen’ uit 1995 het gedicht ‘Kleermaker’.

.

Kleermaker

.

Hij meet de afstand tussen mijn kruis en de grond.

Hij legt zijn centimeter om mijn hals als een strop.

Zijn vingers betasten de stof.

.

Ik hou mijn armen stijf uiteen:

een vogelschrik in de binnenkant van kleren.

De naalden prikken door de voering heen.

.

Ik word opgemeten als een partij land.

Zijn vrouw stelt mij te boek.

Hij dicteert haar.

.

-de spelden in zijn mond-

drie rijen getallen

die nooit zullen krimpen bij het wassen.

.

Het gezeefde gedicht

Nieuwe dichters

.

Al browsend op het internet kwam ik op de website http://www.hetgezeefdegedicht.be/ een website voor nieuwe dichters. Deze website, die onder redactie staat van Roel Richelieu Van Londersele en Charles Ducal, beide ervaren en publicerende Vlaamse dichters, richt zich op nieuwe dichters en debutanten die op zoek gaan op het Internet naar poëzie en daar vaak minderwaardig werk tegen komen dat geen voorbeeld kan zijn. De redacteuren passen een strenge selectie toe van ingekomen gedichten en willen door deze selectie een overzicht geven en een platform bieden aan nieuwe dichters die kwalitatief en waardevol werk produceren.

Zij doen dit door die selectie toe te passen, geselecteerde gedichten te plaatsen op deze website, een ontmoetingsplaats en podium te bieden op een jaarlijkse poëziedag en dichters die de selectie net niet halen te voorzien van opbouwende kritiek en tips. Op de site verder een overzicht van alle dichters van wie ooit een gedicht is geplaatst, de gedichten, bundels van dichters die een bundel hebben gepubliceerd bij een landelijke uitgeverij, een poëzieprijs en nog veel meer.

Uiteraard heb ik uitgebreid een kijkje genomen in de lijst met gedichten en daar koos ik een gedicht uit van Norbert De Meyer getiteld ‘Eigenwijs’.

.

Eigenwijs

.

er wapperde nog een vlinder voorbij
zomaar in de late klaarte van september

zei je dat het gewoon verblinding was
je had zwaluwen gezien op de toren

de gestreepte zon schopte je
de doodlopende straat op

waar mensen opgeschrikt naar binnen liepen
omdat schimmen grotesker zijn dan vals licht

je bent het natuurlijk niet met me eens
gestapelde woorden stuiken altijd in elkaar

laten gebarsten letters achter en mijn hese stem
die af en toe wat neuriet

.

Dichter van de maand

Hugo Claus

.

In de laatste maand van 2018 wil ik op de resterende zondagen de dichter Hugo Claus als dichter van de maand een plek geven. Hugo Maurice Julien Claus (1929 – 2008) was een toonaangevende Vlaams schrijver en dichter die onder zijn eigen naam publiceerde, evenals onder verschillende pseudoniemen. Claus’ literaire bijdragen omvatten de genres van drama, de roman en poëzie; hij was daarnaast actief als schilder en filmregisseur. Hij schreef voornamelijk in het Nederlands, hoewel hij ook poëzie in het Engels schreef. Hugo Claus ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen zoals de Constantijn Huygens-prijs, de VSB poëzieprijs (voor ‘De sporen’) en de prijs der Nederlandse letteren.

Uit de bundel ‘Ik schrijf je neer, de mooiste gedichten’ uit 2002 koos ik het gedicht ‘Zomer’, leek me wel grappig zo bijna in de winter.

.

Zomer

.

Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.

De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.

Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.

Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.

.

Het zingend meisje

De stem der muze

.

In de loop der tijd heb ik verschillende exemplaren van de ‘Muze’ reeks verzameld ( bijvoorbeeld De muze op zee, 2 muzen, De muze viert feest en De muze en Europa) en ik dacht een nieuw exemplaar aan deze reeks te kunnen toevoegen toen ik ‘De stem der muze’ kocht. Maar dit was niet het geval. Waren de exemplaren uit de Muze reeks allemaal Boekenweek geschenken, dat is ‘De stem der muze’ niet. Deze in 1961 uitgegeven bundel met als ondertitel ‘een bundel moderne gedichten om voor te dragen samengesteld door P. Maassen’ is een losse uitgave van uitgeverij J.M. Meulenhoff.

De bundel begint met een ‘Open brief’ of een inleiding van toneelspeler en voordrachtskunstenaar Hans Tiemeyer gericht aan ‘de jongeren van Nederland’. In een gloedvol betoog richt Tiemeyer zich tot de Nederlandse jongeren met de boodschap dit boek aan te schaffen, bij zich te dragen en regelmatig een gedicht eruit te lezen, waarna hij verder ingaat op de melodie, de muziek en het het metrum van de gedichten. Hij pleit er ook voor om de gedichten ‘mee te zingen’om ze zo eigen te maken.

Hij eindigt de brief met: “Nou nog een enkel woord over het meezingen zelf, het voordragen dus: doe het voor jezelf, net zolang tot je alles, maar dan ook alles weet wat de dichter bedoelde. Je zult gelukkig zijn met dit te weten, deel het dan mee aan iemand die je dierbaar is, laat hem of haar delen in je geluk en als je helemaal zeker bent van jezelf, draag het dan aan meer mensen voor. Door dit delen van je rijkdom word je zelf niet armer en worden zij rijker, want ‘Verzen zijn onsterfelijke geschenken’. ”

Ik kan het niet meer eens zijn met hem. Ook daarom een gedicht uit deze bundel van de Vlaamse dichter Karel Jonckheere (1906 – 1993). Deze wereldreiziger bezocht vele delen van de aardbol en zijn reizen waren een grote bron van inspiratie voor zijn gedichten.

.

Het zingend meisje

.

Zij wacht en rilt, als bloemen in de avondwind,

en voelt een tere bron zacht naar haar lippen vloeien.

Reeds deint de klamer in haar blik, die verten vindt,

waarin de melodie tot louter droom kan bloeien.

.

Zij zingt, alleen. Haar jonge, menselijke stem

schenkt aan elk slapend woord het glanzen van koralen;

soms fluistert zij om plots met innig schuchtre klem

de schone, wilde ziel uit éne klank te halen.

.

Wie luistert weet dat er muren zijn en tijd,

hij voelt zich weerom rijp voor reis en avonturen,

maar ook voor stilte en leed en oude innigheid,

en glimlacht wijs en hoopt dat ’t lied mag blijven duren.

.

Waar is de eerste morgen?

Levende experimentele poëzie in Vlaanderen

.

Van een vriendin kreeg ik onder andere de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ een bundel uit de Ad Multosreeks van uitgeverij A. Manteau uit 1960. Een bundel over de “levende experimentele poëzie in Vlaanderen” samengesteld en ingeleid door Jan Walravens. Het leuke aan dit soort oude bundels is dat er dichters in worden opgevoerd die aan het begin staan van hun carrière of al wel bekend zijn maar inmiddels (bijna 60 jaar later) in veel gevallen al zijn overleden of waarvan nooit meer iets is vernomen. In de inleiding veel aandacht aan de groep en het literaire tijdschrift ‘Tijd en Mens’ een Vlaams vrijzinnig literair tijdschrift, opgericht in 1949 door Jan Walravens en Remy van de Kerckhove. Het verscheen voor de laatste maal in 1955. Het bestond maar vijf jaar, maar had toch veel invloed op de vernieuwing in de naoorlogse Vlaamse literatuur.

Vooral van Hugo Claus verschenen nogal wat gedichten in dit tijdschrift, hij was dan ook nauw betrokken bij ‘Tijd en Mens’, net als onder andere Louis Paul Boon, Tone Brulin, Albert Bontridder, Jef van Tuerenhout, Maurice D’Haese en Ben Cami. Behalve de eerste twee allemaal dichters die ik niet ken of kende.

In de inleiding wordt ook de verbinding gelegd met de Nederlandse moderne of experimentele poëzie, maar ook worden de verschillend benoemd. Zo was de deze beweging boven de Moerdijk volgens de inleider “jeugdiger, onstuimiger maar ook esthetischer, terwijl in Vlaanderen men meer streefde naar “bezinning en ethische bekommernis”.

In deze fijne bundel worden een groot aantal dichters die in de Tijd en Mens periode actief waren opgevoerd maar ook een aantal opvolgers die meer neigde richting de Franse surrealisten. Een groot aantal bekende namen komen voorbij zoals de genoemde Louis Paul Boon en Hugo Claus maar ook dichters die minder bekend zijn als Jaak Brouwers, Claude Korban en Ben Cami.

Ben Cami  (1920 – 2004) was een Vlaams dichter, leerkracht en goede vriend van Louis Paul Boon. Hij gebruikte in het begin van zijn carrière het pseudoniem Johan Benth. Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975 leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was één van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens en zat in de redactie van dit tijdschrift. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

Uit de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ het gedicht ‘Thuiskomst’ van Ben Cami.

.

Thuiskomst

.

In puur blauw ijs van winters licht

Vinden wegen rivieren steden

Hun plaats opnieuw in het bekend bestel.

.

Een oud man vraagt:

Wie won de oorlog, vrienden?

Het klinkt misplaatst en wreed.

.

Langs de wegen staren uit magere knapengezichten

Dezelfde ogen ons aan,

Hunkerend.

.

 

%d bloggers liken dit: