Site-archief

De poëzie van Donald Trump

Doug E. Barr en Rob Sears

.

Ik heb er lang over getwijfeld of ik er iets over zou schrijven. De simpele maar (voor sommige zeer overtuigende) bijna oertaal van de voormalige  Amerikaanse president is een bron van wijdverbreid amusement en afschuw. Maar sommigen zijn begonnen met het verkennen van de esthetische kracht ervan. In ‘The Beautiful Poetry of Donald Trump’ heeft schrijver Rob Sears, aan de hand van (gedocumenteerde) uitspraken van Trump verzen gemaakt en deze gebundeld.  ‘Ik ken woorden … ik heb de beste woorden’ verklaarde Trump ooit met zijn gebruikelijke, opschepperige zelfvertrouwen. Voor een keer heeft hij misschien gelijk. Maar waarschijnlijk op een heel andere manier dan deze narcistische voormalig president zelf dacht. Sears zegt over de taal van Trump:

Hij spreekt in zeer compacte, gedestilleerde zinnen die je veel vertellen over wie hij is, in een klein aantal woorden. Dus het ligt niet zo ver van wat wat poëzie is of kan zijn” zegt Sears. “Veel van zijn zinnen hebben een staccato ritme. Wat hij zegt is niet ingewikkeld.”

Een paar voorbeelden (De cijfers achter de zinnen zijn verwijzingen naar de bronnen, gelegenheden waar Trump zijn uitspraken deed):

I am the best1

.

I predicted Apple’s stock would fall2

I will build a great, great wall3

I build buildings that are 94 stories tall4

My hands – are they small?5

.

Hot little girl in highschool6

.

I’m a very compassionate person (With a very high IQ)7

Just think, in a couple of years, I’ll be dating you8

It must be a pretty picture, you dropping to your knees9

Come here, I’ll show you how life works10. Please11

.

Gelukkig is er altijd een tegengeluid. Toen ik het gedicht ‘Donald Trump’ van dichter, essayist Doug E. Barr tegenkwam wist ik dat ik over de ironisch bedoelde bundel ”The Beautiful Poetry of Donald Trump’ kon schrijven. Doug E. Barr zet de persoon en de politiek in een heel ander daglicht.

.

Donald Trump

.

It’s apropos he’s loud and brash,
A cut off horn gives him his name.
He blows his own and tweets nonstop
For mass distraction is his game.
Bamboozle is his stock-in-trade.
Though he spent hours on the stump,
Divisions in America
Are what elected Donald Trump.

.

By his account he is the best,
He boasts, the greatest of them all.
His skill is in division though.
Too sad “divided we will fall.”
Despite how strong he thinks he is
He draws his strength from those divides.
Without them he would fade away.
He couldn’t live without the sides.

.

The sides sustaining politics
Are ways we try to fill the void.
If we’d accept we can’t do that,
All Donald Trumps we could avoid.
If we stop giving life to Trumps
We would unite humanity.
Without divides we might survive
To live another century.

.

It matters not that Biden won,
Beliefs dividing us remain.
Because “divided we will fall”
To keep believing is insane.
Throughout the race the voters prayed,
”God please come over to our side.”
The God of Abraham agreed.
But Nature’s God cannot divide.

.

Pantoen

Lexicon van de poëzie

.

Op zoek naar een versvorm kwam ik op de website ‘Lexicon van de poëzie’ https://docplayer.nl/60991522-Lexicon-van-de-poezie.html. En hoewel vreselijk vormgegeven door alle reclame op en rond de teksten is dit toch een enorme bron van kennis over de poëzie. Ik kende het lexicon wel (ik heb de boekvorm) maar deze site is erg overzichtelijk (het feitelijke lexicon dan). Al lezend kwam ik terecht bij de Pantoen, Pantoem of Pantoum. Ethymologisch stamt de pantoum uit het Maleis (pantun is een bepaald type vierregelig gedicht). Het pantoun bestaat uit kwatrijnen. Elke strofge wordt voor de helft in de volgende herhaald en wel zo dat vers 2 en 4 van de eerste strofe fungeren als vers 1 en 3 van de tweede strofe en zo verder. In het laatste kwatrijn is de tweede regel dezelfde als vers 3 van de eerste strofe en is de slotregel gelijk aan vers 1 van de eerste strofe. Het is dus tevens een cyclisch gedicht. Het pantoen heeft enige verwantschap met het ketengedicht of de sonnettenkrans.

In Nederland gebruikte Louis Couperus deze vorm maar ook Drs. P., Hélène Swarth en Theodor Holman. Hieronder staat een gedicht van Drs. P. in de pantoun vorm getiteld ‘Op de fiets’.

.

Op de fiets

.

We zitten met z’n allen op de fiets

En rijden stoer door bossen en langs heide.

Zorgen maken doen wij ons om niets,

Integendeel, de stress gaan we vermijden!

.

We reizen stoer door bossen en langs heide,

Het drukke leven even aan de kant.

Voorzeker toch, de stress gaan we vermijden?

We bouwen met natuur een goede band.

.

Het drukke leven even aan de kant.

We gaan onze conditie flink versterken,

We bouwen met natuur een goede band,

In symbiose gaan we daaraan werken.

.

We gaan onze conditie flink verstreken,

Zorgen maken doen wij ons om niets.

In symbiose gaan wij daaraan werken

We zitten met zijn allen op de fiets.

.

Hier kunt u dingen voor uw rijwiel krijgen

Van rijwielpomp tot rijwieltasje toe

Om van wat hier nog verder ligt te zwijgen

En alles prima en goedkoop, en hoe!

.

Van rijwielpomp tot rijwieltasje toe

U zegt maar wat u zoekt, het is voorhanden

En alles prima en goedkoop, en hoe!

De mooiste zadels en de sterkste banden

.

U zegt maar wat u zoekt, het is voorhanden

Wij hebben een compleet assortiment

De mooiste zadels en de sterkste banden

Of waar u verder ook op zoek naar bent

.

Wij hebben een compleet assortiment

Van degelijke afgeprijsde lampen

Of waar u verder ook op zoek naar bent

Met schaarste hebben wij hier niet te kampen

.

Van degelijke afgeprijsde lampen

Zijn wij, zoals u zien kunt, ruim voorzien

Met schaarste hebben wij hier niet te kampen

Er zijn veel soorten bellen bovendien

.

Zijn wij, zoals u zien kunt, ruim voorzien

Van nieuwigheden en verbeteringen –

Er zijn veel soorten bellen bovendien

En vaantjes en nog veel meer leuke dingen

.

Van nieuwigheden en verbeteringen

Van alles wat er is op dit gebied

En vaantjes en nog veel meer leuke dingen

Zo’n lage prijzen vindt u nergens niet

.

Van alles wat er is op dit gebied

Om van wat hier nog verder ligt te zwijgen

Zo’n lage prijzen vindt u nergens niet

Hier kunt u dingen voor uw rijwiel krijgen

.

Spitsvondige beeldspraak

Metafysische poëzie

.

Metafysische dichters schrijven over gewichtige onderwerpen zoals liefde en (christelijke) religie met behulp van complexe metaforen. Het woord metafysisch is een combinatie van het voorvoegsel ‘meta’ dat ‘na’ betekent, met het woord ‘fysiek’. De uitdrukking “na fysiek” verwijst naar iets dat niet door de wetenschap kan worden verklaard.

De term “metafysische dichters” werd voor het eerst bedacht door de schrijver Samuel Johnson in een hoofdstuk uit zijn ‘Lives of the Poets’ getiteld ‘Metaphysical Wit’ (1779): ‘De metafysische dichters waren geleerde mannen, en het was hun hele streven om te laten zien dat ze geleerd hadden; maar helaas besloten ze het op rijm te laten zien, maar in plaats van poëzie te schrijven, schreven ze alleen verzen, en heel vaak waren dat nauwelijks te beluisteren verzen, want de modulatie was zo onvolmaakt dat het alleen verzen bleken te zijn door de lettergrepen te tellen.

Johnson identificeerde de metafysische dichters van zijn tijd door hun gebruik van uitgebreide metaforen die hij ‘conciets’ noemde  (verwaandheden of zelfgenoegzaamheden) om complexe gedachten uit te drukken. Een conceit is spitsvondige vorm van beeldspraak: een vergelijking tussen twee zaken die op het oog volstrekt niet met elkaar te rijmen zijn. Metafysische poëzie kan verschillende vormen aannemen, zoals sonnetten, kwatrijnen of visuele poëzie, en metafysische dichters worden gevonden van de 16e eeuw tot de moderne tijd.

Voorbeelden zijn John Donne, Andrew Marvell, Wallace Stevens en William Carlos Williams. Van John Donne werd het gedicht ‘Elegie I’ geplaatst in ‘De Tweede Ronde’ in 2000. In een vertaling van W. Hoogendoorn heet het gedicht ‘Jaloezie’.

.

Jaloezie

.

Mal mens, je wenst je man van harte dood,
Maar klaagt, want zijn jaloersheid is zo groot!
Stel dat hij, bol van gif, ligt uitgestrekt
Op zijn sterfbed, met korsten overdekt,
Benauwd naar adem happend, evenzo
Als een fluitist bij een prestissimo,
En weldra, met gebraak waar elk van gruwt,
Zijn ziel uit één hel in een nieuwe spuwt,
Verdoofd door ’t krijsend straatarm nageslacht
Dat met een huicheltraan op erfgoed wacht,
Dan huil je niet, maar dartel je verblijd
Als een slavin die morgen wordt bevrijd.
Toch huil je, als je naar je man kijkt, die
Zich dood zwelgt aan het gif der jaloezie.
O, wees hem dankbaar dat hij zo beleefd
Door zijn wantrouwen ons een teken geeft.
Wij maken nooit meer openlijk uit nijd
Toespelingen op zijn wanstaltigheid,
Noch flirten aan zijn tafel, jij en ik,
Met woord, aanraking of een steelse blik.
En als hij na een maal bol nageniet,
Snurkend gevangen in zijn stoel van riet,
Dan annexeren wij zijn bed niet meer
En gaan niet langer in zijn huis tekeer.
Nu baart het risico mij grote vrees:
Het is zijn rijk, zijn burcht, zijn diocees.
Hij die uit afgunst graag zijn koning hoont
Of goud vervalst, die zorgt wel dat hij woont
Waar hij in ballingschap zijn gang kan gaan.
Ons jaagt een ander huis geen angst meer aan.
Hoe hij ons vruchteloos bespieden laat,
Zijn sluwe trucs, bezien wij daar met smaad,
Als Southwark Londens burgemeester, of
Zoals de Paus beschimpt wordt door de Mof.
.
.

Dan Dada doe uw werk!

Gaston Burssens

.

Als je het over de Avant-gardistische poëzie uit de lage landen hebt dan denk je waarschijnlijk als eerste meteen aan Paul van Ostaijen, één van de bekendste Dada dichters uit die tijd. En misschien heb je nog wel wat namen paraat uit deze stroming. Het Avant-gardisme was een generatie jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteerden in de schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur, poëzie, film, theater en moderne dans.

Onder het Avant-gardisme vallen (vooral in de beeldende kunst) vele onderstromingen als het Kubisme, CoBrA, Futurisme, PopArt, modernisme etc. Aan het begin van de 20e eeuw schreven binnen het Nederlandse taalgebied onder meer Theo van Doesburg, Hendrik Marsman en E. du Perron in navolging van het avant-gardisme en over deze stroming als zodanig. Van Doesburg noemde het avant-gardisme ‘de nieuwe beweging’. Pas na 1950 werden de bijbehorende ideeën en principes echter ook hier op grote schaal toegepast. Belangrijk werd de autonomistische poëtica, een vorm van poëzie waarin de nadruk niet langer lag op de intenties van de auteur of de omstandigheden waarin het gedicht tot stand is gekomen, maar op de vorm van het gedicht zelf, dat geacht werd zichzelf te ontwikkelen.

In 2014 gaf uitgeverij Vantilt de bundel ‘Dan Dada doe uw werk!’ uit met een overzicht van de Avantgardistische poëzie uit de lage landen.Hubert van den Berg en Geert Buelens stelde de bundel samen die een mooi overzicht biedt van dichters en gedichten uit deze stroming maar ook van manifesten en theoretische beschouwingen.

Een mij onbekende dichter Gaston Burssens is ook vertegenwoordig is deze bundel. Gaston Karel Mathilde Burssens (1896 -1965)  was een Belgisch expressionistisch dichter.  Net als bij Paul van Ostaijen evolueerde Burssens’ werk in de jaren twintig van humanitair expressionisme tot een meer organisch expressionisme. Muzikaliteit stond vanaf toen centraal in zijn poëtica. Burssens gaf Van Ostaijens onuitgegeven gedichten uit na diens dood. Burssens kreeg tweemaal de Driejaarlijkse Prijs voor Poëzie (1950-1952 en 1956-1958).

In 1918 debuteerde Burssens met de bundel ‘Verzen’ en in 1926 verscheen zijn 5e bundel ‘Enzovoorts’ waaruit het gedicht ‘Allegretto’ komt dat ook is opgenomen in ‘Dan Dada doe uw werk!’.

.

Allegretto

.

het motordonken op de sneeuw

is niet als ’t bijegonzen rond de lelie

wijl de sneeuw is lelieblank

en de motor ronkt sonoor

.

en het schellen van de slede

en het knallen van de zweep

en de matte motorklank

o de sneeuw is lelieblank

.

o ’t bijegonzen op de sneeuw

en ’t motorronken rond de lelie

.

Keizerin van Oostenrijk

Liefde die moet vrij zijn

.

Keizerin Sissi, zo is ze vooral bekend, al is het maar door de films met Romy Schneider, die haar beroemd maakte; Keizerin Elisabeth van Oostenrijk. Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (1837 – 1898) zoals haar naam was trouwde op zeer jonge leeftijd (16 jaar, haar man Keizer Frans Jozef was 23) en werd daardoor Keizerin van Oostenrijk en (vanaf 1867) Hongarije.

Ze was totaal onvoorbereid op een leven als Keizerin. Ze was van geboorte al prinses van Beieren en Hertogin in Beieren maar Keizerin was toch een ander verhaal. Ze had enorm veel moeite om zich aan te passen aan de strenge etiquette aan het hof en deed er van alles aan om aan de regels te ontsnappen.

Wat minder bekend is was dat ze in het diepste geheim  honderden verzen schreef. Pas in 1952, ruim een halve eeuw na haar tragische dood, werd in het Zwitserse Bern een cassette gevonden waarin zij haar verzamelde gedichten had opgeborgen.

In haar poëzie klinkt veelal haar eenzaamheid door en haar hunkering naar een eenvoudig en vervuld leven. In 2000 gaf uitgeverij Bert Bakker een selectie, samengesteld en vertaald door Gerda Meijerink, uit onder de titel ‘Liefde, die moet vrij zijn’. De 21 gedichten zijn opgenomen in het Duits en het Nederlands. Ik koos voor het gedicht Áfscheid van Zandvoort’ of ‘Abschied von Zandvoort’. Keizerin Elisabeth bezocht tijdens haar leven een aantal maand deze Hollandse badplaats en verbleef daar in hotel Kaufmann en Villa Paula. Ze bezocht Zandvoort voor fysiotherapie door de beroemde dr. Mezger in Amsterdam. Als ze in Zandvoort was hield ze zich bezig met snelwandelen langs het Zandvoortse strand en paardrijden.

.

Afscheid van Zandvoort

.

Nog een laatste, lange blik

Op jou, geliefde zee!

En dan vaarwel, hoe moeilijk ook;

God geve mij rentree!

.

Voor ’n afscheidsgroet vond ik het gepast,

Deze stille maanlichtnacht;

Jij trekt je uit- een glanzend beeld-

In al je zilverpracht.

.

Wanneer achter de duinenrij

De prille ochtend kriekt,

Ben ik met snelle vleugelslag

Al ver van jou gewiekt.

.

Maar ze vliegen hier altijd

De meeuwen, een witte schaar;

Dat één ervan er niet meer is,

Word jij dat dan gewaar?

.

Abschied von Zandvoort

.

Noch einen letzten, langen Blick
Auf dich geliebtes Meer!
Dann lebe wohl, so schwer´s auch fällt,
Gott geb´, auf Wiederkehr!

.

Zum Abschiedsgrusse wählt´ ich mir
Die stille Mondesnacht
Du liegst vor mir ein schimmernd Bild
In deiner Silberpracht.

.

Wenn morgen übers Dünenland
Die Sonne Strahl dich streift,
Bin ich mit raschem Flügelschlag
Schon weit von hier geschweift.

.

Umkreisen wird dich, wie zuvor,
Der Möven weisse Schar;
Dass unter ihnen eine fehlt,
Wirst du es wohl gewahr?

.

Tienkamp

Theo Danes

.

Een van de leuke en bijzondere kanten van het schrijven over poëzie is toch wel dat poëzie zo uiteenlopend, verschillend en gevarieerd is. Van geëngageerde gedichten over het wereldleed, naar heel persoonlijke, verinnerlijkte gedichten tot speelse verzen en rijmen. Ik mag dan ook graag tussen alle ‘serieuze’ poëzie door ook graag bundel met light verse lezen. Niet dat light verse niet serieus is, integendeel, het is een serieuze vorm van poëzie maar in haar vorm en inhoud toch vaak wal lichter en luchtiger van toon.

Een bundel die ik graag herlees is ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en Theo Danes. In deze bundel uit 2006 louter luchtige en grappige gedichten in light verse over atletiek. Zo ook het gedicht ‘Tienkamp’ van Theo Danes. Onwillekeurig moest ik bij het lezen van dit gedicht denken aan mijn oud bibliotheekcollega en Volkskrant columnist Ionica Smeets en haar columns met als titel ‘Ionica zag een getal’. Voor degene die deze column kennen zal dit niet als een verrassing komen.

.

Tienkamp

.

Ben je tienkamper, dan zoek je

Als een wiskundefanaat

In het meerkamppuntenboekje

Waar je met je punten staat:

.

‘Virtueel heb ik de beker

Ver ging beter dan gepland

Maar na Kogel zal ik zeker

Zakken in het klassement

.

Ha! De supertijd bij Horden

Bracht mij 80 punten meer

Polsstok moet 5 meter worden

Door het puntverlies bij Speer

.

46+ bij Discus

Was niet ingecalculeerd

Bij de Sprint liep ik wat mis, dus

Is dat flink gecompenseerd’

.

Tienkampers zijn nooit verwonderd

Als de uitslag wordt vermeld

Ze zijn na de 1500

Afgemat en uitgeteld

.

Ajuinvingers

Stefan Hertmans

.,

Liefdespoëzie schrijven is een vak apart. En niet eenvoudig. In een liefdesgedicht de clichés vermijden, de platgetreden paden ontwijken, de pathetiek bezweren en juist door niet te zeggen wat je wil zeggen in letterlijke bewoordingen maar in goed gekozen woorden waaruit de lezer kan opmaken wat je bedoeld; daar kunnen goede liefdesgedichten uit voortkomen.

Een dichter die heeft bewezen prachtig over de liefde te kunnen dichten is de Vlaamse dichter Stefan Hertmans.

Hertmans (1951) is schrijver, essayist en dichter. Zijn werk werd in vele talen vertaald en voor zijn werk kreeg hij veel prijzen en werd hij verschillende keren genomineerd voor belangrijke poëzieprijzen. In 2019 kreeg hij de Constantijn Huygens-prijs. Daarnaast verscheen werk van hem in alle belangrijke magazines in binnen en buitenland.

In 2016 verscheen van hem bij uitgeverij de Bezige Bij de bundel ‘Een beeld van jou’ gedichten over de liefde. De gedichten uit deze bundel werden opgenomen uit ‘Muziek voor de overtocht. Verzamelde gedichten 1975-2005’ uit 2006 en ‘De val van vrije dagen’ uit 2010.

Of er een subtiel verschil is tussen liefdesgedichten en gedichten over de liefde weet ik niet maar ik maar alle aspecten van de liefde komen aan bod in deze bundel. Ik koos voor het gedicht ‘Ajuinvingers’ alleen al om de titel waarbij je meteen een beeld of een herinnering hebt en om de schoonheid van het woord ‘Ajuin’.

.

Ajuinvingers

.

Je sneed ze alsof ze leefden,

eerst dwars en dan de ringen,

maar het deed pijn daar

waar de schil je huid kon raken.

.

We moeten nu niet praten

had je nog gezegd.

Je ogen prikken maar het

stelpt de woorden niet.

.

Zelf rook ik de rode snippers,

hun sap nog in de vingers

die ik op je handen had gelegd.

.

Zo bezocht me ooit een engel,

terwijl jij koortsig sliep,

.

en op het vuur een pan

die jaren blonk van avondlicht.

.

Verlicht ons, Muze,

versnipper onze levens.

.

Omhels me, jij,

je vingers ruiken

en ze beven.

.

 

 

Het sterrenbeeld

Anthonie Donker

.

In 1946 publiceerde uitgeverij Van Loghum Slaterus de bundel ‘Het Sterrenbeeld’ van dichter Anthonie Donker. De verzen die in deze bundel stonden waren allemaal geschreven in de jaren 1940 – 1942. Anthonie Donker is het pseudoniem van Nicolaas Anthonie (Nico) Donkersloot (1902 – 1965). Donkersloot was hoogleraar Nederlands, letterkundige, schrijver, essayist, literair vertaler en dichter.

Anthonie Donker debuteerde als dichter in ‘De Vrije Bladen’ in de jaren twintig van de vorige eeuw. In 1929 won hij voor zijn dichtbundel ‘Kruistochten’ de Domprijs voor poëzie van de jury die bestond uit J.C. Bloem, Hendrik Marsman en Marnix Gijsen. In datzelfde jaar won hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde voor zijn dichtbundel ‘Grenzen’.

In de oorlog schreef hij onder het pseudoniem Maarten de Rijk. Tijdens de oorlogsjaren was hij betrokken bij verzetsactiviteiten en werd door de Duitse bezetter ontslagen als hoogleraar en gearresteerd. Hij werd opgesloten in het Oranjehotel (de gevangenis van Scheveningen) en zou na de oorlog een tekst schrijven voor de plaquette (naast de deur in de buitenmuur aan de Van Alkemadelaan) die daar in 1949 onthuld werd ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden op de Waalsdorpervlakte.

Op https://www.dbnl.org/tekst/_str007194701_01/_str007194701_01_0062.php staat over deze bundel onder andere te lezen: Deze verzenbundel bevat vijf-en-dertig stukken, bijna alle sonnetten, in drie groepen onderverdeeld: een onverpoosd beuken, met een zachte hardnekkigheid, tegen de wanden van dit vergankelijk leven; een moeizaam vangen, in té omzich-tig bewerkte verzen, van vôôr-klanken der eeuwigheid; een nooit voltooide onthechting voor wie, vol van heimwee, het bestaan wil bereiken tussen hemel en aarde, het ‘sterrenbeeld’.

Ik koos uit ‘Het sterrenbeeld’ het gedicht ‘Het portret’.

.

Het portret

.

Ten einde raad, zal ik haar eindlijk schildren?

Herschep de ruimte, hand, met uw gebaar

Tot schets en dan tot beeltenis van haar,

Laat niet de drift der vingers weer verwilderd,

Ten einde raad zal ik haar eindlijk schildren.

.

Gewent zij zich reeds in haar eigen trekken?

O worstling om het dierbare portret

In streek na streek als booten uitgezet

Verlangend om die kustlijn te ontdekken,

Zij vindt haar weg reeds in haar eigen trekken.

.

Hoe de muziek der oogen te vertalen?

Diep genoeg ziende in dien sterrennacht,

Ontwarend waar zij altijd nog op wacht

Zie ik de engel op het voorhoofd dalen

En zal van de oogen de muziek vertalen.

.

Maar hoe zou ik de pijn der lippen stillen?

Al ’t ondervondene en het rustloos spel.

Van snelle schaduwen, daarvan zal wel

Het teeken aan den mondhoek blijven trillen,

O pijn der lippen die ik niet kan stillen.

.

Er is light!

Het Vrije Vers

.

Ik heb op dit blog al vaak geschreven over allerlei versvormen. Vaak putte ik hierbij uit verzen die op de de website http://www.hetvrijevers.nl staan. Hetvrijevers.nl is een initiatief van Quirien van Haelen en is opgericht in 2009. De site is een vrijplaats voor light verse en gerelateerde vormvaste uitingen. De redactie van Hetvrijevers bestaat uit: Jaap van den Born, Inge Boulonois, Arjan Keene, Peter Knipmeijer en Remko Koplamp.

De website begint met de mededeling: Bevrijd van vormloosheid. Op deze website hoef je dan ook niet op zoek te gaan naar gedichten en verzen die in de vrije vorm geschreven zijn. Nee, op Hetvrijevers.nl staan juist verzen en gedichten in vooraf vastgestelde vormen. En dat zijn er velen. Als je kijkt op de categorie Versvormen op dit blog kun je vele voorbeelden lezen. Maar naast de vele vaste versvormen is ook de light verse zeer goed vertegenwoordigd op de website.

En nu is er dan een boek uitgegeven door Hetvrijevers met de titel ‘Er is light!’. Deze bundel werd uitgegeven naar aanleiding van het feit dat Hetvrijevers tien jaar bestaat. Deze bijzondere bloemlezing bevat het beste, mooiste en geestigste werk dat in het afgelopen decennium op Het vrije vers is gepubliceerd. Aan de bundel droegen maar liefst 65 dichters bij, zowel de crème als de crème de la crème van light verse, waaronder Ivo de Wijs,  Drs. P, Patty Scholten, Jaap van den Born, Driek van Wissen en Frank van Pamelen.

De bundel is als hardcover verkrijgbaar (€ 20,55) en als paperback (€17,55) uitsluitend via de website https://www.mijnbestseller.nl/shop/.

Uit de bundel twee voorbeelden van Hans Mooi (Ambitie) en Louise Dorren (Het eekhoornvrouwtje).

.

Ambitie

.

Je bent gedreven en je schrijft

wat aan je kunstig brein ontglipt.

Maar je beseft: wie schrijft die blijft

vaak zitten met zijn manuscript.

.

Het eekhoornvrouwtje

.

Omwille van de vruchten van haar schoot

loopt zij zich ’t vuur gedurig uit de sloffen

met eten halen, voeden, nestje stoffen

haar vent, jawel, haar vent verzet geen poot

.

die ongelijkheid laat haar echter koud

wat haar betreft heeft zij het wel getroffen

omdat zij simpelweg van eikels houdt.

.

Psychiater

Adriaan van Leent

.

Via via kreeg ik het bundeltje ‘Vaarwel Holland’ te pakken van dichter en schrijver Adriaan van Leent (1926) uitgegeven in 1989 door uitgeverij De Beuk, stichting voor literaire publicaties. Van Johannes Antonius Adriaan van Leent is weinig bekend. Hij krijgt enige bekendheid bij de publicatie van zijn roman ‘De bisschop van Den Haag’ maar daar blijft het bij. Adriaan van Leent debuteerde als dichter in De Gids met verzen, waarmee hij in 1954 de eerste prijs in een poëziewedstrijd tussen Vlaamse en Nederlandse studenten gewonnen had. Hij was van 1962 tot 1973 hoogleraar in de sociale psychologie aan de Landbouw hogeschool te Wageningen.

Deze (bijna) vergeten dichter verdient het wat aandacht te krijgen. De gedichten in de bundel ‘Vaarwel Holland’ getuigen van een bijzonder beeldend woordgebruik. Zo ook het gedicht ‘Psychiater’ in sonnetvorm waar een prachtig maar bijna vergeten woord ‘okkernoot’ ik voorkomt.

.

Psychiater

.

Hij zit, geschedeld als een testpiloot,

te wiegen op zijn schietstoel; niet te pellen

het brein dat woekert in de okkernoot,

fossiel gefronst uit welke fontanellen.

.

De cockpit schemert naar een moederschoot

vol vloeibaar hoornvlies van ontstelde schellen;

de handschoen van een stem sopt korstig brood

waar lymfe willoos uit het rotsbeen wellen:

.

“Vóór het gesteente was woestijn moeras,

vóór het gebeente waren pezen spieren:

speling en spanning van melodisch ras.

.

Adem de ruimte van de oerborstkas

als wij motorisch door de rijmmuur gieren

naar God – een woordgolf van elastisch gas.”

.


%d bloggers liken dit: