Site-archief

Biesbosch

Ben Cami

.

Veel mensen vieren vakantie in eigen land, niet alleen in Nederland maar ook in veel andere landen in de wereld. Door de onzekerheid over wat er wel; en niet mogelijk is kiezen Nederlanders om nu eens niet af te reizen naar de Spaanse stranden, de Turkse all in resorts, de Franse campings of de Thaise eilanden maar om in Nederland te blijven en vakantie te vieren in Otterlo, Veere, Lochem of de Biesbosch.

De Vlaamse dichter Ben Cami (1920 – 2004)  schreef al eens een gedicht over een van deze plekken. In de bundel ‘Ben Cami Gedichten’, het verzameld werk van deze dichter uit 2009 staat het gedicht ‘Biesbosch’.

.

Biesbosch

.

Twee vissers in de stille morgen

Trekken ter visvangst. De Biesbosch

Licht voor hen zijn rustige nevels op

De vissen maken blaasjes in hun slaap,

De paling doet zijn lang lijf trillen

Diep in ’t goor.

.

Hebben ze alles mee? Het leefnet en het schepnet

Genoeg benzine, lijntjes voor de brasem

Lijntjes voor de voorn? en op hun tocht

Door de morgen die alleen voor vissers

Als een wonder opengaat,

Zuigen ze diep verheugd aan hun eerste sigaret.

Ze speuren naar de lucht, voorspellen

Zuidwestenwind en dat de vis zal bijten.

.

Nog

Dubbel-gedicht

.

Er zijn vele onderwerpen waar dichters over schrijven, en daardoor is het mogelijk dat je gedichten van verschillende dichters tegenkomt in dichtbundels, met dezelfde titel. Over dieren, de liefde, de dood en het dichterschap bijvoorbeeld is het niet moeilijk twee gedichten te vinden met een zelfde titel of inhoud. Met een titel als ‘Nog’ is dat een heel ander verhaal. Het woordje ‘nog’ is een weinig zeggend bijwoord en als titel van een gedicht niet voor de hand liggend.

En toch zijn er twee dichters die het als titel voor een gedicht hebben gekozen. Allereerst de dichter Armando (1929-2018). In de bundel ‘Stemmen’ uit 2013 staan veel gedichten met korte woorden als titel; ‘Hij’, ‘Het, ‘Ooit’, ‘Weer’ en dus ook het gedicht ‘Nog’.

Het andere gedicht met de titel ‘Nog’ staat in de dichtbundel ‘Bladgrond’ van Roland Jooris uit 2016. Roland Joris (1936) is een Vlaamse dichter die in 1956 debuteerde met de bundel ‘Gitaar’ in een Post-Experimentele stijl. ‘Bladgrond’ is zijn 16e bundel. Voor zijn werk kreeg Jooris verschillende (Vlaamse) prijzen maar ook de Jan Campert-prijs in 1979 voor verzameld werk in ‘Gedichten 1958-1978’.

.

Nog

.

Het is er nog,

het feest van dwaze elfen,

de klopjacht op het evenbeeld,

een zitplaats voor de haat.

.

Het is er nog,

de hardgekookte hongersnood,

een zijweg aan de overkant,

de hang naar het verraad.

.

Het is er nu nog steeds,

het werd een metgezel.

.

.

Nog

.

Nabij

toch weer elders

.

Hij raapt op

wat niet gevonden

kan worden

.

Hij hoort iets

wat opspringt uit beduimeld

geblader, uit gefluister

een toets die zich afvraagt

waarom

.

Hij tast naar

een gestommel van

onmondig beramen, hij brengt

het ter sprake

.

Het doorwoelt zich

.

Zomergedichten

Dubbel-gedicht

.

Nu de zon weer schijnt in deze rare en ingewikkelde tijden vond ik het tijd om ook in mijn berichten wat vaker de zon te laten schijnen. Als hart onder de riem of gewoon als voorbode van betere tijden. Daarom vandaag een Dubbel-gedicht over de zon.

Het eerste gedicht ‘Zomer’ is van de dichter Jos De Haes (1920 – 1974) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986. De Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij debuteerde in de collectieve bundel ‘Aanhef’ in 1941 met ‘De diepe wortel’, publiceerde gedichten in ‘Podium (1943 – 1944) waar hij hoofdredacteur van was, in de ‘Poëziespiegel’ en in ‘Dietsche Warande & Belfort’ waarvoor hij in 1950 recensent werd en in 1960 redactielid. Na zijn dood verscheen zijn verzameld werk in 3 delen in 1974, 1986 en 2004.

Het tweede gedicht ‘Zonlicht’ is van dichter Rogi Wieg (1962 – 2015) en komt uit de bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ uit 2015. Rogi Wieg was schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘Cis-trans’. Hij was redacteur van de literaire bladen ‘Tirade’ en ‘Maatstaf’ en hij was tussen 1986 en 1999 als poëziecriticus verbonden aan ‘Het Parool’. Wieg kreeg onder andere het Charlotte Köhler Stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverblijf’. stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’. 

.

Zomer

.

Stond op de plek een wagen

scheef in de grond ter ziele.

De zon stond hout te zagen.

Ik sliep tussen de wielen.

Ik sloeg de liefde gade

van kevers en van maden.

Tedere bakelieten

plezierden en verdrietten

elkaar met dunne vijlen,

met haken en met bijlen,

met tatertjes en sprieten

alaam van sodomieten.

.

Ik lag in hoge klaver,

de rode toppen blekten.

Ik lag in hoge klaver

met wijfjes van insecten.

.

Zonlicht

.

Veel grote mannen hadden wel

een gezin, een warm bord op

tafel, een balkon boven de zee.

Ben ik een groot man, sla dan

.

tenminste een spijker in mijn

werk die niet krom en roestig

verleden of toekomst uitbeeldt,

maar als spijker het oog

juist op de hoogte houdt

.

van wat het moet zien:

ik mis je zo, eeuwigheid,

dat ik haastig naar huis ga

uit het zonlicht om nog

.

tijd te hebben thuis te komen

uit het zonlicht.

Grootheid is het meervoud omarmen

van grammaticaal zeer ongelijke tijden.

.

 

Dichter of Denker

Rodin

.

Het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917) ‘De denker’ blijkt bij nader inzien ooit door Rodin gemaakt te zijn als ‘De dichter’ lees ik in een bijlage van de Volkskrant. ‘Le penseur’, zoals het beeld door het leven gaat stelt Dante Alighieri voor, de middeleeuwse dichter die het epos La Divina Commedia of De goddelijke komedie schreef over zijn fictieve reis naar het vagevuur en de hemel.

Rodin kreeg in 1880 de opdracht tot het ontwerpen van de toegangspoort voor het nieuwe museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs. Rodin koos als thema voor Inferno, het eerste deel van de La Divina Commedia, waarin de hel wordt bezocht. De centrale figuur aan de bovenkant van de poort was Dante zelf en Rodin noemde dit beeld aanvankelijk De poëet.

Het museum voor Decoratieve Kunsten is er nooit gekomen en Rodin begon met het gieten van De denker los van deze poort. Los van de context van de poort werd het beeld uiteindelijk De denker genoemd.

Als eerbetoon aan de Dichter moest ik denken  aan het gedicht ‘Dichter’ van Hermen de Coninck. Daarom hier uit ‘De gedichten’ van Herman de Coninck dit gedicht.

.

Dichter

.

voor hem zijn alle dingen

glazen wijn: zeer verfijnde zijnden

om te laten staan tot later

en het is alsof hij heel traag

drinkt terwijl hij wacht

want verlangen wordt bezitten

van een verlangen

en geluk is wachten

op geluk.

.

Lied

François Villon

.

Op 16 oktober 2019 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/16/ballade-voor-de-meisjes-van-plezier/ en 26 april 2018 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/26/gek-slecht-en-gevaarlijk-te-kennen/ schreef ik al over de Franse dichter François Villon (1431 – ca. 1463). Nu heb ik een nieuw bundeltje in mijn bezit uit 1969 getiteld ‘Verzamelde gedichten’ vertalingen van Ernst van Altena. Ondanks het feit dat Villon meer dan 500 jaar geleden leefde, is zijn poëzie nog steeds populair. Mijn editie is een 5e druk (1e druk 1963). De bundel beschikt over een groot aantal aantekeningen met duidingen van personen en situaties waarover Villon dicht.

In de bundel staan een groot aantal balladen, renvooien en rondelen. Maar er staat meer in, zoals een lied ( ‘Chanson’).

.

Lied

.

Thuis terug uit kille cel

waar ‘k haast stierf in barre nood…

Dacht Fortuna dat ‘k genoot?

Dan vergist zij zich toch wel!

Hooglijk trekt ze na dit spel

zich nu zonder slag of stoot

thuis terug.

.

Zo is ’t leven mij een hel.

Ach, ik wou meteen wel dood,

om te rusten in God’s schoot,

want zo komt mijn ziel dan snel

thuis terug.

.

Chanson

.

Au retour de dure prison,

Ou jái laissié presque la vie,

Se Fortune a sur moy envie,

Jugiez s’elle fait mesprison!

Il me semble que, par raison,

Elle deust bien estre assouvie

Au retour.

.

Se si plaine est de desraison

Que vueille que de tout devie,

Plaise a Dieu que l’ame ravie

En soit lassus en sa maison,

Au retour.

.

Promesse de bonheur

Menno Wigman

.

Van Menno Wigman (1966 – 2018) is pas geleden de verzamelbundel ‘Verzamelde gedichten’ verschenen bij uitgeverij Prometheus. Een bundel met al zijn werk. Ik heb de bundel (nog) niet maar ik weet wel wat ik persoonlijk één van de mooiste gedichten van Menno Wigman vind, namelijk het gedicht ‘Promesse de bonheur’ (Belofte van geluk) uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2013. Een liefdesgedicht waarin alle talenten en vaardigheden die Wigman bezat naar voren komen.

.

Promesse de bonheur

.

Ik lig in haar bed en zij die net de douche uit stapt.
Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.
.
Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.
.
Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,
.
naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.

.

Miroslav Holub

De deur

.

In mijn boekenkast staat de dikke bundel ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ van de Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923 – 1998), uitgegeven door de Bezige Bij in 2008 in een vertaling van Jana Beranová, die ik ooit cadeau kreeg van haar.  Ik heb al vaker iets gedeeld uit deze mooie bundel en dat doe ik graag nog eens. Daarom vandaag het gedicht ‘De deur’.

.

De deur

.

Kom, doe de deur open.

Misschien is buiten

een boom of een woud

of een tuin

of een magische stad.

.

Kom, doe de deur open.

Misschien krabt er een hond.

Misschien is er een gezicht

of een oog

of het beeld

van een beeld

.

Kom, doe de deur open.

Als er mist is,

trekt hij op.

.

Kom, doe de deur open.

Al was er alleen maar

tikkende duisternis,

al was er alleen maar

holle wind

al was er

niets

buiten,

kom, doe de deur open.

.

Het zal

tenminste

tochten.

.

 

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Sonnet

Hugo Claus

.

Op deze laatste zondag van het jaar, uit de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ uit 1994 van Hugo Claus vandaag een sonnet. Hugo Claus schreef veel gedichten in vrije vorm maar hij mocht ook regelmatig vaste vormen of gedichten met rijm schrijven zoals het gedicht ‘Sonnet’

.

Sonnet

.

Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn

op één moment en dan doven,

zo willen het de wereld en Einstein.

En dat de mensen groeien als lover

.

onder een zelfde luchtvervuiling

en gelijk vergaan in de herinnering,

zo verzekert het de tijd

die in mijn nekvel bijt.

.

Daarom moet ik nu radeloos

dat ene moment loven

dat ik je zie uitgestald,

,

je jonge tover als nooit tevoren,

een naakt moment dat straffeloos

voor mijn ogen voorovervalt

.

Jij en ik

Willem Wilmink

.

Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.

.

Jij en ik

.

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

.

%d bloggers liken dit: