Site-archief

De hinde

Francesco Petrarca

.

Ik vond het wel weer eens tijd voor een liefdesgedicht en dus trok ik de bundel ‘De liefste, onsterfelijke liefdesverzen’ maar eens uit mijn kast. Deze bundel is samengesteld en vertaald door Paul Claes en bevat dichters die “eeuwig verliefd zijn, verliefd op hun beminde en op de taal, maar nog het meest op de liefde zelf”.

In deze bundel beroemde dichters uit alle tijden zoals Sappho, Dante, Keats, Hölderlin, Beaudelaire, Rilke, Yeats, Pessoa en vele anderen. Ik koos voor het gedicht ‘De hinde’ of zoals het in het Italiaans heet ‘Canzoniere CXC’ en ik heb zowel het origineel als de vertaling overgenomen.

.

De hinde

.

Een blanke hinde zag ik op het groen

met gouden horens onder een laurier

verschijnen bij de dubbele rivier,

terwijl de zon rees, in het guur seizoen.

.

Zo zoet verheven was dit visioen,

dat ik elk werk liet varen om het dier

te volgen, als een vrek die met plezier

zijn zwoegen opgeeft om een vondst te doen.

.

‘Raak mij niet aan,’ stond op haar sierhalsband

geschreven met topas en diamant,

‘Mijn heer heeft mij in vrijheid laten gaan.’

.

Reeds zag ik hoe de zon in ’t zenit scheen

-mijn ogen waren moe, maar niet voldaan-

toen ik in ’t water viel, en zij verdween.

.

Canzoniere CXC 

.

Una candida cerva sopra l’erba

verde m’apparve, con duo corna d’oro,

fra due riviere, all’ombra d’un alloro,

levando ’l sole, a la stagione acerba.

.   

Era sua vista sì dolce superba,

ch’i’ lasciai per seguirla ogni lavoro;

come l’avaro, che ’n cercar tesoro,

con diletto l’affanno disacerba.

Nessun mi tocchi — al bel collo d’intorno

scritto avea di diamanti e di topazî —

libera farmi al mio Cesare parve.

Et era ’l sol già vòlto al mezzo giorno;

gli occhi miei stanchi di mirar non sazî,

quand’io caddi ne l’acqua, et ella sparve.

.

Advertenties

Feest

Geluk dat kan wel jaren duren

.

In 2000 publiceerde uitgeverij Prometheus in de Ooievaar reeks de verzamelbundel ‘Geluk dat kan wel jaren duren’ het huwelijk in honderd gedichten. Ik ben een groot fan van verzamelbundels en bloemlezingen juist omdat er zoveel verschillende dichters in vertegenwoordigd zijn.

In dit geval dus rond het thema het huwelijk. Gedichten van dichters uit de 19e tot de (bijna) 21ste eeuw. Van luchtige, light verse gedichten tot zeer serieuze werkjes. Ik koos uit deze bundel voor twee wat kortere gedichten van Judith Herzberg en Anton Korteweg.

.

Hij deed zijn best 

.

Hij deed zijn best maar in acht jaar

niet veel geluk gehad met haar.

Thuis van zijn werk was zij óf weg óf boos

haar dood verbeterde hun huwelijk eindeloos.

 

(Judith Herzberg)

.

Feest

.

Ik moest de Hema in. Voor vruchtentaart.

Goed en goedkoop. Want junior verjaart.

Als je nou kijkt wat daar los loopt aan vrouw

dan wil ik wel naar huis. Naar die van jou.

 

(Anton Korteweg)

.

Op een pad van briefpapier

Brieven in de poëzie

.

Pas geleden besprak ik met mijn dochter het gegeven dat, wanneer haar ouders er niet meer zijn, zij en haar zus in ieder geval nog een dikke stapel liefdesbrieven tegemoet kunnen zien. Liefdesbrieven zijn van alle tijden maar ik vrees dat er tegenwoordig nog maar bitter weinig verstuurd worden. Zelfs e-mail als drager van innerlijke onrust en emotioneel geladen gevoelens is al verouderd. Tegenwoordig gebeurt hofmakerij via de Whatsapp, Snapchat of Instagram. Vluchtiger media zijn nauwelijks te bedenken.

In 1993 stelde Ernst van Altena voor de Vroom en Dreesmann de bundel ‘op een pad van briefpapier’ samen met als ondertitel ‘Brieven in de poëzie’. In de inleiding van deze bundel wordt grappig genoeg al gewaarschuwd dat de telefoon de persoonlijke briefwisseling sterk heeft teruggedrongen (toen dus al). Je kunt stellen, zo schrijft van Altena in zijn inleiding dat “elk gedicht een brief is, een brief aan de onbekende lezer van wie de dichter hoopt dat hij of zij de ideale ontvanger is”.

In deze bundel vele voorbeelden van gedichten van dichters van vroeger en nu. Zo ook een gedicht van Sjoerd Kuyper met als titel ‘Synge op Aran’ gebaseerd op een stuk uit een gedicht van Seamus Heaney..

.

Synge op Aran

.

There

he comes now, a hard pen

scraping in his head;

the nib filed on a salt wind

and dipped in the keening sea.

(Seamus Heaney)

.

De brieven, Synge, die je me zond –

ik las ze en herlas ze tot ikl ademloos

van dadendrang jouw zijde koos en

liep waar jij eens liep

.

op zoek naar postzegels; speeksel

van zee, gom van de rots, portret

van vissers verdronken in een taal

die in geen enveloppe paste.

.

Maar de strijd was gestreden; in rolstoelen

verlieten de aalscholvers het slagveld.

Met afschreven snavels krasten zij

vol overgave ABBA in oude kruisen.

.

Misschien dat jij, nu ik weer thuis ben,

opnieuw de ronde om het eiland doet

en je pen slijpt aan de zoute wind

-hoe kan ik je nog terugschrijven?

.

Je adres ging verloren tussen

de nieuwe namen van de kroeg

en als ik je opbel hoor ik sleets de jukebox

jengelen om muntstukken en zilverpoets.

.

Alle Poëten

Esther Jansma

.

In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.

De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.

.

Hoogtevrees

.

Ze ligt met een landschap van een man

in bed. Hij is enorm en zij

heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.

.

Verkleind tot een verliefde kleuter

klautert ze rond: tong in zijn oor,

spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –

.

ze hoort niets. Een landschap praat niet.

Hooguit gromt het zachtjes, liggend

op de rug, zichzelf, waardig.

.

De muze en Europa

Venezia

.

In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.

De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.

.

Venezia

.

Nu is de laatste straal van de zon geweken,

En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos

Erlangs wuift, schuchter doet verbleken

.

Het laaiend rood tot bijna blauwend roos

Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.

Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos

Om, op het water dat zoo luid kan spreken,

.

Te varen in de schaduw der paleizen,

Wanneer met dieper kleur de zomernacht

Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,

.

En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,

Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,

Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.

.

Eigenlijk zijn we

Hans Andreus

.

In 1974 verscheen van de dichter Hans Andreus (1926 – 1977) de bundel ‘Twaalf liefdesgedichten voor Lukie’, Witte netten van zon en maan. Daarin stond het gedicht ‘Eigenlijk zijn we’. In de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen dat verscheen in 1980 is dit gedicht ook opgenomen en dat is maar goed ook want van het oorspronkelijke werk kon ik niets terug vinden. En het gedicht is te mooi om verloren te gaan. Mede daarom deel ik het vandaag op dit blog.

.

Eigenlijk zijn we

.

Eigenlijk

zijn we

een fijne

schommeling

.

van liefde,

een en-

zovoort

van

.

beweging en tegen-

.

beweging

tot ‘t

.

hoogste

punt van rust.

.

Ik heb de liefde lief

Herman Gorter

.

In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.

.

Hé ik wou jij was de lucht

dat ik je ademen kon

en je zien in het hooge licht

en door je gaan kon.

.

Waar zijn je armen en je handen

en die witte overschoone landen

van je schouders en schijnende borst-

ik heb zoo’n honger en dorst.

.

 

Rorschach

Dichter van de maand

.

Vandaag van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze een gedicht uit zijn verzamelbundel ‘Alle goeds’ uit 2001. In ‘Alle goeds’ zijn drie bundels uit zijn beginjaren opgenomen te weten ‘De allesvrezer’ uit 1997, ‘Sta op en wankel’ uit 1999 en ‘Aan de bruid’ uit 2000.

Afgelopen week zappte ik langs een ietwat vreemde film op televisie en bleef daar hangen door de uiterst amateuristische manier waarop de film gemaakt was. Wat de titel van de film was weet ik eigenlijk niet maar het ging (onder andere) over een futuristische speurder en een soort van agent met een kap over zijn hoofd van textiel met vlekken daarop met de naam Rorschach.

Toen ik in ‘Alle goeds’ aan het bladeren was en ik het gedicht ‘Rorschach’ tegen kwam wist ik welk gedicht ik op zondag ging plaatsen.

.

Rorschach

.

Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.

Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.

Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,

de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.

.

Vanuit de lucht

Diann van Faassen

.

In 2001 werd door uitgeverij Passage de bundel ‘Vanuit de lucht’ uitgegeven met als ondertitel ‘De eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw’. In deze bundel een aantal bekende namen zoals Maria Barnas, Tsead Bruinja, Daniël Dee, Tjitske Jansen, Ramsey Nasr en Hagar Peters. De bundel werd samengesteld door Daniël Dee en biedt naast deze bekende namen ook een aantal minder of (voor mij) onbekende namen. Dat maakt deze bundel ook zo interressant. Wat is er geworden van de dichters die in 2001 allemaal tussen de 20 en de 30 jaar waren?

Van één van de dichters uit deze bundel weet ik wat er van haar geworden is (van wel meer maar ik beperk me nu even tot haar) en dat is Diann van Faassen, woonachtig in Den Haag, werkzaam als dichter en poëziedocent aldaar en actief op veel gebied. Een aantal jaar gelden ben ik nog door haar geïnterviewd over poëzie in het radioprogramma het Woordenrijk bij Den Haag FM. Van haar zijn in deze bundel drie gedichten opgenomen. Ik koos voor haar gedicht ‘Zomeravond’.

Meer informatie over Diann van Faassen vind je hier: http://dichtersgilde.nl/voorbeeld-pagina/dichters/diann-van-faassen/

.

Zomeravond

.

lange haren

meisjes

rennen over velden

rennen over warm gras

warm gras kietelt

kietelt onder voeten

kietelt

wat er was

.

dan druppelen over

warme rode wangen

zweet pareltjes zweet

natte lange haren

lange tuinslang spuit

even alles sproeien

koud afspoelen

.

tuinslang spuit

zon gaat onder

dag is uit

.

De klimmer, een berg

Sander Koolwijk

.

Poëzie hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn, hoogdravend of doorwrocht, poëzie kan ook helder en duidelijk zijn. Wanneer je het leest weet je waar het over gaat. Dan is het idee, of de manier van opschrijven wat het interessant maakt. In de bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten voor onderweg, samengesteld door Henk van Zuiden, uit 2009 en uitgegeven als Rainbowpocket, staat zo’n gedicht.

Van Sander Koolwijk is het gedicht ‘De klimmer, een berg’ opgenomen dat eerder verscheen in ‘Bergstraat 55’ in 2002 bij Sillen Media Projecten.

.

De klimmer, een berg

.

Aan het einde van de vlakte

staat een berg, een hoge berg.

.

Voor de berg

staat een persoon, een klimmer.

.

Bovenop de berg

staat niemand.

.

Maar dat komt nog wel, want

voor de berg

.

staat een klimmer.

.

%d bloggers liken dit: