Site-archief

Partijtje worstelen

Revolver

.

In een klein Vlaams dorpje onder de rook van Antwerpen kocht ik in een kringloopwinkel twee exemplaren van het tijdschrift ‘Revolver’. Ik kende het tijdschrift niet maar na enig speurwerk blijkt dit driemaandelijkse tijdschrift verschenen te zijn tussen 1968 en 2009. Verantwoordelijk uitgever was Gerd Segers en mijn exemplaren zijn uit 1994 en 1995. De prijs voor een jaarabonnement was toen 850 respectievelijk 900 Belgische Franc (zo’n 45 gulden voor 4 nummers) en daarvoor kreeg je wel waar voor je geld.

In Revolver 20/3 (1994) Poetry on the road, of Revolver gaat op reis naar Rotterdam (Poetry International). In dat nummer poëzie van Leo Vroman, Herman de Coninck, Lars Gustafsson, Jack Mapanje, Eva Gerlach, Leonard Nolens, Joachim Sartorius en Kazuko Shiraishi.  In de oorspronkelijke taal (wanneer niet Nederlands) en in vertaling.

Ik koos voor een gedicht van dichter Jack Mapanje (1944) uit Malawi met het gedicht ‘Partrijtje worstelen’ in een vertaling van Daan Bronkhorst.

.

Partijtje worstelen

.

Dus zoon

de volgende keer als je

weer dier speelt op het zand,

speel geen hyena meegesleurd

door de leeuw, speel

liever de leeuw,

zonodig

sleur je hem mee

doe de hyena die

de leeuw heeft gedood

en als hij gromt

zeg hem dan dat het maar

een spel is – beestenspel

jullie zijn mensen en

de volgende keer is hij

sowieso aanvoerder

in kippenstelen

varkensbloedtappen

en zulk vermaak.

dit was het laatste

partijtje

worstelen!

.

Geheim

Pierre Reverdy

.

De Franse dichter Pierre Reverdy (1889 – 1960) had veel invloed op (surrealistische) schilders uit zijn tijd. Hij was bevriend met grote namen als Guillaume Apollinaire, Louis Aragon, Georges Braque, André Breton, Juan Gris en Pablo Picasso.

Reverdy speelde hij een belangrijke rol tijdens de tweede wereldoorlog in het Franse verzet tegen de Duitse bezetter. Dit terwijl de liefde van zijn leven Coco Chanel, met wie hij een relatie had tussen 1921 en 1926, juist met de bezettende nazi’s samenwerkte.

Het gedicht ‘Geheim’ is afkomstig uit de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ uit 2018 en werd uitgegeven door Amnesty International en uitgeverij De Geus. Het gedicht is vertaald door Elisabeth Leijnse en genomen van de website poemes.co/pierre-reverdy.

.

Geheim

.

De lege stolp

De dode vogels

In het huis waar alles sluimert

Negen uur

.

De aarde houdt zich onbeweeglijk

.

Kan het zijn dat iemand zucht

Kan het zijn dat bomen glimlachen

.

Het water beeft op het puntje van elk blad

Een wolk doorkruist de nacht

.

Voor de deur zingt een man

.

Het raam gaat geluidloos open

.

Reverdy geschilderd door Modigliani.

Laatste keer dichter van de maand juni

Antjie Krog

.

Vandaag is het de laatste zondag in juni en dus de laatste keer deze maand dat ik een gedicht plaats van de dichter van de maand Antjie Krog. Vandaag koos ik voor het gedicht ‘Bij je vertrek’ dat komt uit de bundel ‘Lijfkreet’ uit 2006. De vertalingen in deze bundel zijn van Jan van der Haar en Robert Dorsman.

.

Bij je vertrek

.

ik wilde een ark in mijn armen scheppen
waarin je voortdurend gaaf kon zijn
waarin breuklijnen konden verzachten tot de
fluwelen ongereptheid van een olijftak

.

waarin we je ogen weer inktglad konden strijken
je bedremmelde beentje
in glans konden laten overtreffen
waarin we je huilbuien en woedeaanvallen

.

voor altijd konden afwenden. uit het slagveld
van je ouders wilde ik je wegplukken
je koesteren en hoeden voor verraad
je engel wilde ik zijn en je zwaard

.

met de zegevierende partij ben je vertrokken.
ik heb je het meest schadeloos liefgehad.

.

Land van genade en verdriet

Dichter van de maand juni

.

In de Volkskrant van 29 mei staat een artikel over Vanja Kaluderjercic, directeur van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’wordt elke week een bekende persoon gevraagd naar het favoriete boek, een plek, een architect, een gerecht, film, persoon en in in het geval van Kaluderjercic ook naar haar favoriete dichter.

Dit blijkt Antjie Krog te zijn, dichter van de maand juni 2021 op mijn blog. Ze zegt hierover: “Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds in in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd’. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands.” En ook: “Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.”

Omdat Antjie Krog dichter van de maand is, en omdat het gedicht ‘Land van genade en verdriet’ in de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ staat is het voor mij een kleine moeite om het eerste deel van de Nederlandse vertaling van dit gedicht hier te plaatsen. Het totale gedicht in het Zuid Afrikaans vind je hier: https://www.poemhunter.com/poem/land-van-genade-en-verdriet/

.

Land van genade en verdriet

.

tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.

.

Foto: Daniel Cohen

Ik had als kind

Willem Wilmink

.

Ik lees in de bundel ‘Ik had als kind een huis en haard’ uit 1996, een bloemlezing uit het werk van Willem Wilmink (1936-2003). Een mooi uitgegeven bundel in een harde kaft met linnen. De gedichten in deze bundel zijn gekozen en ingeleid door een andere grote dichter Jean Pierre Rawie.

In de bundel staan twee Rondelen en ze zijn dan ook getiteld ‘Rondeel’ wat ik dan weer grappig vind want feitelijk geef je een gedicht dan de naam van de versvorm die je gebruikt. Geen dichter zal een gedicht in vrije vorm ‘gedicht in vrije vorm’ of iets dergelijks noemen. En wat te doen als je een bundel met rondelen schrijft? Nummeren? Bij sonnetten heb ik dat wel gezien.

Maar goed, twee rondelen dus. Een van de twee trof me omdat het een rondeel is naar Charles d’Orléans (Le temps a laissé son manteau, of vrij vertaald ‘De tijd heeft zijn jas afgelegd’) een gedicht over de komst van de lente. Wilmink heeft er geen vertaling van gemaakt maar met het zelfde onderwerp in gedachte een eigen invulling aan gegeven.

Wil je meer over het rondeel lezen kijk dan op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/13/kwatrijnen-en-rondeel/

.

Rondeel

.

              naar Charles d’Orléans

Le temps a laissé son manteau

.

Het jaar heeft zijn jas niet meer aan

van regen en vrieswind en kou,

en is in het luchtigste blauw

vanochtend naar buiten gegaan.

.

De vogeltjes fluiten en slaan,

ze hebben een boodschap voor jou:

het jaar heeft zijn jas niet meer aan!

.

En zeg eens, hoe vind je dat staan:

fonteinen met sluiers van dauw

en beekjes met zilveren mouw?

’t Heeft alles wat nieuws aangedaan:

het jaar heeft zijn jas niet meer aan.

.

Wat ik zou willen afschaffen

Laura Ranger

.

Toen mijn jongste dochter een jaar of 8 was kwam ze op het idee om, net als haar vader, gedichten te gaan schrijven. Niet zo vreemd voor een jong meisje (of jongen, zelf was ik een jaar of 13) maar wat mij trof was de toon van haar poëzie. Ik noem het hier expres poëzie want haar gedichten waren verrassend goed, sprankelend en ideeënrijk. Aan de vorm mankeerde hier en daar nog wel wat en ook de rijm in haar gedichten was soms wat gezocht maar ze had talent. Ze heeft er verder niets mee gedaan en dat is natuurlijk prima maar ik moest eraan denken toen ik het bundeltje ‘Laura’s gedichten’ onder ogen kwam van Laura Ranger.

Laura Ranger, een meisje uit Nieuw-Zeeland, begon op haar zesde gedichten te schrijven die al snel de aandacht trokken van haar ouders, haar onderwijzers, en uiteindelijk van een bekende uitgever. Ze won een belangrijke prijs, haar gedichten verschenen in tijdschriften en Bill Manhire koos één van haar gedichten voor zijn bundel ‘100 New Zealand Poems’. Gotwit (Random House) zag er iets in en publiceerde een kleine bundel van haar gedichten.  In minder dan 6 maanden was haar bundel de bestverkochte bundel aller tijden in Nieuw Zeeland, meer dan twintig weken stond ze bovenaan in de Nieuw-Zeelandse boekentoptien. Volwassenen met verstand van poëzie wreven hun ogen uit van verbazing dat zo’n jong meisje zulke poëzie kon schrijven.

Op zoek naar hoe het Laura nu vergaat ben ik niet veel verder gekomen dan dat er in een verzamelbundel uit 2020 een gedicht van haar is opgenomen uit 2014 (ze was toen al volwassen) maar blijkbaar is het succes van haar allereerste gedichten nooit meer geëvenaard. In 1997 kwam er bij De Bezige Bij een vertaling van haar bundel uit ‘Laura’s gedichten’ in een vertaling van Guus Middag en Gerrie Bruil. Ik koos voor het gedicht ”Wat ik zou willen afschaffen’ dat ze op achtjarige leeftijd schreef..

.

Wat ik zou willen afschaffen

.

Ik zou de grasmaaiers

willen afschaffen

dan kon ik rennen

en gaan liggen en me verstoppen

in het hoge gras.

.

Ik zou het huiswerk

willen afschaffen

en misdadigers

vooral moordenaars.

.

Ik zou de slaap

willen afschaffen.

Ik zou ringetjes rond

mijn ogen doen

dan gingen ze nooit meer dicht.

.

In de bibliotheek

Ghazal gedicht

.

Een ghazal is een klassiek Arabisch liefdesgedicht (zou dichter Maureen Ghazal zich naar deze vorm vernoemd hebben?).  Vooral de vorm is kenmerkend. De ghazal bestaat uit tweeregelige strofen waarvan de tweede regel telkens inspringt. Elke strofe moet een afgeronde gedachte bevatten. In de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ poëzie die inspireert, troost en ontroert, staat een ghazal gedicht van een onbekende dichter.

Mijn oog bleef haken achter de titel ‘In de bibliotheek’, altijd een onderwerp in de poëzie dat mijn bijzondere aandacht heeft. Het gedicht is oorspronkelijk geschreven in het Sanskriet ( de heilige schrijftaal voor het brahmanisme, boeddhisme, jaïnisme en hindoeïsme) en vertaald door Piet Liedmeijer. Het bijzondere aan dit gedicht is dat het op het eerste oog geen liefdesgedicht is maar uiteindelijk toch juist een bijzonder liefdesgedicht blijkt te zijn.

.

In de bibliotheek

.

Wat blader je toch door al die boeken

verwacht je een openbaring te vinden?

.

Zal wat je aan wijsheid bij geleerden leert

je de ogen openen voor je eigen hart?

.

Maak je een studie van het hele mensdom

om nooit meer zelf dom te zijn?

.

Het liefst is me jouw waarheid te horen

ik geef je mijn hart ervoor terug.

.

Juridische bibliotheek München

Openbare Bibliotheek Stuttgart

 

Orpheus

Zsuzsa Beney

.

De Hongaarse dichter Zsuzsa Beney (1930-2006) studeerde medicijnen en was werkzaam als longarts in Boedapest. Al op 17 jarige leeftijd publiceerde zij haar gedichten in tijdschriften maar pas na haar dertigste begon zij opnieuw met schrijven, poëzie en essays. In 1972 verscheen haar debuutbundel ‘Tüzföld’ of ‘Vuurland’. In 1982 nam zij deel aan Poetry International in Rotterdam en ter gelegenheid verscheen het gedicht ‘Orpheus’ in een vertaling van Sylvia Bodnár.

.

Orpheus

.

Waarom riep je me? Uit de duistere

doodsdiepte haal ik je terug! – Maar je riep me!

Overschoon verstorven lief, van de wereld

afgestorven, meende ik, om mijnentwille –

.

Kan zelfs mijn liefde je niet doen sterven?

.

Waterschittering, schitterschimmig elfenbankje,

eierdonzig heidebed, land-barende lente, Jij –

je geboorteplek werd je huwelijksbed –

.

Wat deed je eruit herrijzen?

.

Gewend was de stilte in mijn dode hart –

je jammerklacht reet mijn hart weer open

en op mensentoon, ooit de woordenecho

van zwijgende wezens, ween ik. Schone verstorvene.

.

Mijn lief, hoor je mijn vliedende dood?

.

Primo Levi en Dirk Kroon

Dubbel-gedicht

.

Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.

Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.

Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.

.

Wachten

.

Dit is de tijd van bliksems zonder donder,

Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,

Van rusteloze slaap en zinloos waken.

Gezellin, vergeet de dagen niet

Van lange gemakkelijke stilten,

Van nachtelijk toegenegen straten,

Van kalme overdenkingen,

Voordat de bladeren vallen,

Voordat de hemel betrekt,

Voordat ons opnieuw wekt,

bekend geluid, voor onze deuren,

Van met staal beslagen passen.

.

Wachttijd

.

Sta je op een tweesprong

in een uitgestorven landschap?

Kijk naar de knotwilg naast je

die na gekapt te zijn, ineens

weer uitbot of onaangeraakt

zal sterven – de takken in de lucht.

.

Wacht je met gelatenheid

de zoveelste winter af?

Bij het eerste voorjaarslicht

zal blijken of je ongemerkt

op nieuwe groei bent voorbereid.

.

Woman with blond hair an empty road. Girl waiting. Search for a new way. Hitchhiking trip. Travel, adventure. Sense of freedom, enjoy relax lifestyle. Scenic view, landscape. Explore North Norway

De zoek naar schittering

Gevelgedicht

.

Jiske Foppe heeft als initiatiefnemer van het project open/dicht_bruggedichten in oktober 2017 stichting De zoek naar Schittering opgericht. Haar missie is onder meer om poëzie in de openbare ruimte te stimuleren, door eenieder die dit voorstaat. Zoals je weet als je dit blogt regelmatig leest, heb ik al vanaf het begin van dit blog (oktober 2007) aandacht besteed aan poëzie in de openbare ruimte (middels de categorieën Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte).  Ik sprak Jiske pas geleden en zij wees mij op een nieuw project van haar stichting in de wijk Hordijkerveld in IJsselmonde.

Daar worden drie gevels voorzien van gevelgedichten in combinatie met muurschilderingen. Bewoners uit Hordijkerveld werden opgeroepen een eigen gedicht of een thema of hun favoriete gedicht in te sturen voor op een gevel in de wijk. Er waren 23 inzendingen van zelf geschreven gedichten door 14 bewoners van alle leeftijden.

Het gedicht van Ria Rippen uit Hordijkerveld is uitgekozen om in het voorjaar van 2021 op de eerste gevel op de hoek Emelissedijk en Ruimersdijk te worden geschilderd, in combinatie met een muurschildering van Ricardo van Zwol.  Hij zat ook in de jury, samen met de IJsselmondse dichter Joz Knoop , Adriaan Staal (bewoner en bestuurslid van Stichting CO IJsselmonde die het project steunt) en Jiske Foppe van de stichting.
Jiske over de selectie:
“Het was geen eenvoudige keuze want er zijn mooie, ontroerende en rake gedichten ingestuurd. We hopen die in een kleine dichtbundel te kunnen verspreiden begin volgend jaar want die verdienen het zeker gelezen te worden.”

Het gedicht van Ria Rippen dat geplaatst gaat worden op de gevel is het volgende:

Hier wonen de denker,
de doener, de dichter, de drammer
en degene die ziet hoe
de pluisjes van de paardenbloem
zomaar meegaan met de wind.

Over het geselecteerde gedicht van Ria Rippen schreef Jiske namens de jury:
“Wij vonden dit gedicht, dat uit maar één zin bestaat, poëtisch en aansprekend, herkenbaar. Het benoemt verschillende typen bewoners in de wijk, met een verrassende wending na de opsomming ervan. Een mooie alliteratie, met al die d’s aan het begin van de woorden. Het is sfeervol en brengt je op een bijna rustgevende manier naar het eind van het gedicht. Je waait zelf een beetje mee. Het is beeldend geschreven, wat goed past bij de combinatie met een muurschildering.”

Ria was heel verrast en gaf aan nieuwsgierig te zijn naar de andere inzendingen. Ze ontving ter felicitatie alvast een bloemetje namens de stichting. Ricardo van Zwol liet haar alvast de gevel zien waar het om gaat. Ria bleek al ervaring met schrijven te hebben en publiceerde zelfs een bundel “korte, gruwelijke verhalen”, zoals ze het omschrijft, genaamd ‘Mutaties’, via de Rotterdamse Kunststichting  in de Sonde Reeks in 1977.

De stichting ‘De zoek naar schittering’ heeft haar naam gekozen uit een gedicht van de Poolse Adam Zagajewski dat hij in 2003 op het Poetry International Festival ten gehore vind. In een vertaling van Karol  Lesman uit 2008.

.

Poëzie is de zoek naar schittering

.

Poëzie is de zoek naar schittering.
Poëzie is de koninklijke weg
die ons het verst brengt.
We zoeken schittering op het grijze uur,
’s middags of in de schouwen van de dageraad,
zelfs in de bus, in november,
als vlak naast ons een oude priester zit te dommelen.Een kelner in een Chinees restaurant barst in snikken uit
en niemand die vermoedt waarom.
Wie weet, misschien is ook dat wel zoeken,
net als dat moment aan zee,
toen aan de horizon een piratenschip verscheen,
tot stilstand kwam en nog lang onbeweeglijk bleef liggen.
Maar ook momenten van diepe vreugde
.

en ontelbare momenten van onrust.
Laat mij zien, vraag ik.
Laat mij volhouden, zeg ik.
’s Avonds valt een koude regen.
In de straten en de lanen van mijn stad
werkt geluidloos en hartstochtelijk de duisternis.
Poëzie is de zoek naar schittering.

 

%d bloggers liken dit: