Site-archief

Zo oud als toen

Jan Eijkelboom

.

Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse journalist, dichter, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. In Tirade sept/okt 1983, jaargang 27 werd een bijzonder mooi gedicht van zijn hand gepubliceerd met de meteen al intrigerende titel ‘Zo oud als toen’ en met een slotzin die wat mij betreft een klassieker is.

.

Zo oud als toen

.

‘Jongen, bederf je ogen niet.’
.
Ik zat maar weer in Het Leven te lezen
in de donkere kamer vol vreemd porcelein
en Delftsblauwe borden.
Ook ’s zomers was het vroeg laat in dat huis.
Grootvader klutste zijn eitje
en zei toen ik opkeek:
‘Je opa houdt veel van z’n eige.’
.
Buiten hadden de beuken
een kleur alsof brons
kon roesten als ijzer.
De vijver, nooit meer geschoond,
lag zwart te verlanden.
.
Zo oud als toen
hoop ik nooit meer te worden.

,

Bibliofilie

Paul Verlaine

.

Paul Verlaine (1844–1896) wordt honderdvijfentwintig jaar na zijn dood nog steeds beschouwd als een van de grootste dichters aller tijden en een belangrijk vernieuwer van de Franse poëzie. De Biblio-sonnetten zijn de laatste gedichten die hij geschreven heeft. Met de Parijse uitgever Pierre Dauze was Verlaine in oktober 1895 overeengekomen dat hij vierentwintig sonnetten zou schrijven met ‘Het Boek’ als onderwerp. Toen Verlaine op 8 januari 1896 overleed, had hij er dertien ingeleverd, waarvan er vijf waren gepubliceerd in Dauze’s Revue Biblio-iconographique. Alle dertien Biblio-sonnetten verschenen pas in 1913 als zelfstandige uitgave, en wel in een even luxe als beperkte oplage van 131 exemplaren.

In 2016 werd door de Stichting Cultureel Brabant een Nederlandse vertaling gepubliceerd met de originele illustraties van Richard Ranft. Naast de gedichten bevat deze bundel een biografische schets van Paul Verlaine door Peter Ijsenbrant en een bibliografische geschiedenis door Ed Schilders. De vertaling van de gedichten was in handen van Martin Hulseboom.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Bibliofilie’ omdat ik de beleving die in dit gedicht wordt behandeld regelmatig zelf heb wanneer ik een mooie oude dichtbundel in handen krijg en kan toevoegen aan mijn verzameling poëzie.

.

Bibliofilie

.

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

.

Klucht

Nina Cassian

.

Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.

Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.

In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.

Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.

In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.

.

Klucht

.

Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken

in een andere configuratie,

mijn beenderen die de weg van mijn vlees

versperren, lastige beletsels die

.

het omleggen in de vorm van een vrouw

en een peer, en een zeester voor mijn handen.

Ik zou graag mijn goddeloze beenderen

uitproberen in schema’s allerhande,

.

bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,

het doorkijkskelet van de luzerne,

ofwel de stamboom met postume vruchten

die opklimt tot een maagdelijke kern.

.

En ik wil graag ook mijn beenderen plooien

alsof ik geknield aan het bidden toog,

zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,

de argeloze Paleontoloog.

.

De Etruskische weduwe

Albertina Soepboer

.

Op 27 augustus heb ik een bezoek gebracht aan een nieuw poëziepodium ‘Unica’, een initiatief van Irene Siekman (onder andere directeur van stichting de Poëziebus) en Gilbert van Drunen in Koffie & Ambacht (Rotterdam zuid). Het idee van dit nieuwe poëziepodium is dat er 1 dichter te gast is die een hele avond vult onder het motto ‘One poet, one show’. Geen muziek, geen andere dichters of gasten maar een podium voor 1 dichter. Op deze manier leer je een dichter veel beter en ook van een andere kant kennen.

De avond die ik bezocht had Albertina Soepboer (1969) als gast. De Friese Soepboer is schrijfster, dichteres, vertaler en beeldend kunstenaar. Ze publiceert zowel in het Nederlands als in het Fries. In haar verhaal kwamen de verschillen tussen de Nederlandse taal en de Friese taal ter sprake, legde ze verbanden tussen mensen die Fries als thuistaal hebben en Marokkaanse of Turkse leerlingen van haar die het Berbers of Turks als thuistaal hebben. Ze droeg voor uit de verschillende dichtbundels die ze publiceerde en vertelde over haar leven, haar werk en haar dichterschap. Een bijzondere avond in een bijzondere setting. Het is duidelijk dat Irene en Gilbert hiermee iets moois neerzetten.

In 2005 publiceerde Soepboer de bundel ‘Zone’ een bundel die ontstond naar aanleiding van de reizen die zij maakte door het nieuwe en vaak nog chaotische Europa. Zone gaat over grenzen: over oude en nieuwe grenzen tussen noord en zuid, tussen man en vrouw en tussen toen en nu. Zone gaat ook over geweld: wie grenzen trekt of openbreekt, lijkt daar niet aan te kunnen ontkomen. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De Etruskische weduwe’.

.

De Etruskische weduwe

.

Je sterft gewoon, sprak ze

uit de binnentuin kwam ze op stamelende voeten

en die nacht was het niet de wind in de oleanders.

.

Later leunde ze tegen een zuil

in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap

en iemand anders zou de jurk op het gras leggen.

.

Geen woord van de keizer

dan de gescheurde beloftes, het te hgete waterbad

en zijn schroeiende woestijn in weer andere zuiden.

.

De rotte appels rolden

zo van de bomen, rijpten nog een hele zomer na

en haar polsen bleven de drempels over glijden.

.

Doorwaaiwoning

Olga Orman

.

De Arubaanse schrijver, vertelster en dichter Olga Orman (1943 – 2021) werd geboren in Noord op Aruba. Op 14 jarige leeftijd verhuisde ze naar Nederland. Ze behaalde haar lerarendiploma en werkte vijf jaar als leerkracht basisonderwijs op Curaçao. Orman keerde terug naar Nederland, en begon les te geven in de Amsterdamse Bijlmermeer , een multiculturele hoogbouwwijk uit de jaren zeventig. In 1994 debuteerde ze als kinderboekenschrijfster en ze werd bekend door twee boeken over de spin Anansi. Zij schreef zowel in het Nederlands als in het Papiaments. Orman introduceerde kamishibai , een Japanse vorm van verhalen vertellen, in Nederland en de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao).

In 2015 verscheen van haar hand de bundel ‘Cas di biento / Doorwaaiwoning’. De gedichten die in deze tweetalige bloemlezing zijn verzameld zijn voornamelijk geschreven in Nederland en voor een deel in Aruba en Curaçao. Zij stralen een grote betrokkenheid en verbondenheid uit met het wel en wee van haar geboorteland Aruba. 

In een vertaling van Fred de Haas hier het gedicht ‘Doorwaaiwoning’ uit de gelijknamige bundel.

.

Doorwaaiwoning

.

Ik zoek een huisje

met twee deuren,

eentje achter, eentje vóór,

ze laten me binnen,

ze laten me door.

Ik laat niets achter

dan mijn schim,

herinnering, wat geuren:

.

een doorwaaiwoning met twee deuren.

.

 

Het nieuwe doen

Paul van Capelleveen

.

De Nijmeegse dichter Paul van Capelleveen was enige jaren tegelijkertijd verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek en aan het Museum Meermanno, beide in Den Haag. Hij is auteur van een reeks boeken en artikelen, met name over boekgeschiedenis. Hij publiceerde ook essays en gedichten die deels in beperkte oplagen zijn verschenen. In 1992 werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs met zijn poëziedebuut ‘Altijd commentaar’ (winnaar werd Anna Enquist dat jaar met ‘Soldatenliederen’).

In 2004 verscheen van zijn hand de bundel ‘Laatste metamorfosen’ bij uitgeverij Meulenhoff. Op de achterflap van de bundel wordt hij omschreven als “de messenwerper van de Nederlandse poëzie, zijn dolken treffen zijn lieftallige assistente, de Muze, altijd recht in het hart. Zijn verrassende en expliciete regels zijn opgestapeld als muzikale variaties op een thema, vermomd als definitie of nieuwsfeit. Alles lijkt te berusten op de travestie van de vraag: wat wil de lezer? De lezer wordt voortdurend uit zijn tent gelokt en uitgedaagd om weerwoord te geven.”

Volgens mij heeft hier een copywriter met een reclameachtergrond zichzelf overtroffen in overdrive maar leesbaar is de bundel zeker. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Het nieuwe doen’.

.

Het nieuwe doen

.

Lees een gedicht, desnoods van mij.

Schrijf zomerbrieven. Evenaar

de poolnacht van een schone lei.

Niet, niet doen.

Voel je knoken,

doe wat je wilt – ik doe het ook.

Verwijder dagelijks smeerboel.

Niet, niet doen.

Maak je op voor de grote trek.

Doe je te goed aan het nieuwe jaar.

.

Als ik een vogeltje was

Clemens Brentano

.

Omdat het alweer even geleden is; tijd voor een liefdesgedicht. In dit geval van de 19e eeuwse Duiste dichter en schrijver uit de Romantiek, Clemens Brentano (pseudoniem van Clemens Brentano Wenzeslaus 1778 – 1842). Brentano, wiens vroege geschriften werden gepubliceerd onder het pseudoniem Maria, behoorde tot de Heidelberg-groep van Duitse romantische schrijvers, en zijn werken worden gekenmerkt door een overdaad aan fantastische beelden en door abrupte, bizarre uitdrukkingsvormen. Zijn eerste gepubliceerde geschrift was ‘Satiren und poetische Spiele’ (1800).

Richard Strauss zette zes gedichten van Brentano in ‘Sechs Lieder , Op. 68’ , in 1918, die ook bekend staan ​​als zijn Brentano Lieder. Naar het werk van Brentano wordt verwezen in Thomas Manns roman ‘Doctor Faustus’. Een cyclus van dertien liederen, gebaseerd op de gedichten van Brentano, wordt in het 21ste hoofdstuk vermeld als een van de belangrijkste vroege werken van de componist.

In 1943 publiceerde Bertus Aafjes de bundel ‘De toverfluit’ met de vertaling van een gedicht van Brentano en zo werd ‘Wenn ich ein Vöglein wär’ ‘Als ik een vogeltje was’.

.

Als ik een vogeltje was

.

Als ik een vogeltje was

En ook twee vleugels had,

Vloog ik u toe;

.

Wijl ik die niet bezit,

Weet ik niet hoe.

.

Ben ik ook ver van u,

‘k Ben in de slaap bij u,

En praat met u;

Doch als ik wakker schrik,

Alleen ben ik…

.

De klok slaat even vaak,

Als ik des nachts ontwaak

En aan u denk,

Omdat gij mij uw hart

Gaaft als geschenk.

.

Verleidersspel

Vasko Popa

.

Vasile ‘Vasko’ Popa (1922 – 1991) was een Servische dichter van Roemeense afkomst. De verandering van naam (in feite een vorm van bijnaam) komt in de landen van het voormalige Joegoslavië vaker voor. Zo kende ik de Kroatisch-Bosnische dichter Hrvoje Senda eerst alleen als Pero Senda. 

Na het afronden van de middelbare school schreef Popa zich in als student aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Belgrado . Hij vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Boekarest en in Wenen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan en werd hij opgesloten in een Duits concentratiekamp in Zrenjanin in het huidige Servië. Na de oorlog in 1949 studeerde Popa af aan de Romaanse groep van de Faculteit der Wijsbegeerte aan de Universiteit van Belgrado. Hij publiceerde zijn eerste gedichten in het literaire tijdschrift ‘Književne novine’  en het dagblad ‘Borba’ (Worstel).

Van 1954 tot 1979 was hij redacteur van uitgeverij Nolit . In 1953 publiceerde hij zijn eerste grote verzenverzameling, Kora (Blaffen). Zijn andere belangrijke werk omvatte Nepočin-polje (1956), Sporedno nebo (1968), Uspravna zemlja (1972), Vučja so (1975) en Od zlata jabuka (1978), een bloemlezing van Servische volksliteratuur. Zijn ‘Collected Poems, 1943-1976′, een compilatie in Engelse vertaling, verscheen in 1978, met een inleiding van de Britse dichter Ted Hughes.

In 1995 heeft de stad Vršac een poëzieprijs ingesteld, vernoemd naar Vasko Popa. Het werd jaarlijks uitgereikt voor het beste dichtbundel gepubliceerd in het Servisch . De prijsuitreiking vindt plaats op de dag van Popa’s verjaardag, 29 juni.

Vasko Popa schreef in een beknopte modernistische stijl die veel te danken had aan het surrealisme en Servische volkstradities en absoluut niets aan het socialistisch realisme dat de Oost-Europese literatuur domineerde na de Tweede Wereldoorlog; in feite was hij de eerste in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog die brak met het socialistisch realisme. Hij creëerde een unieke poëtische taal, meestal elliptisch, die een moderne vorm combineert, vaak uitgedrukt in spreektaal en gewone idiomen en uitdrukkingen, met oude, orale volkstradities van Servië – epische en lyrische gedichten, verhalen, mythen, raadsels, en dergelijke. Hij is een van de meest vertaalde Servische dichters en in die tijd was hij een van de meest invloedrijke werelddichters geworden.

In de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries het gedicht ‘Spelen: Verleidersspel’ uit 1955 van hem opgenomen in een vertaling van de Rotterdamse dichter Jana Beranová.

.

Spelen: Verleidersspel

.

De een streelt de stoelpoot

Tot de stoel zich verroert

En lief gebaart met zijn poot

.

De ander kust het sleutelgat

Kust het als waanzinnig

Tot het sleutelgat hem terugkust

.

Een derde staat terzijde

Staart het tweetal aan

Schudt zijn hoofd en schudt

.

Tot het hoofd eraf valt

.

Michel Houellebecq

Zo lang

.

Er zijn schrijvers van proza en er zijn dichters. Wat me steeds meer opvalt is dat deze twee totaal verschillende disciplines toch vaak door een en dezelfde persoon worden gecombineerd. Dichters die romans gaan schrijven en schrijvers die poëzie gaan schrijven. Over het algemeen is de eerste groep de meest voorkomende. Ik heb hier al eerder geschreven over schrijvers waarvan ik niet wist dat ze ooit als dichter zijn begonnen. Mooie voorbeelden van schrijvers die ook dichter zijn (en waarvan ik het niet wist) zijn Hella Haasse https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/03/22/hella-haasse/, Rita Mae Brown https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/06/13/rita-mae-brown/, Abdelkader Benali https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/12/13/ik-zag-jou-laatst-versnellen/ en Maarten ’t Hart https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/18/een-vrouw/ .

Aan dit rijtje wil ik vandaag de Franse Schrijver Michel Houellebecq (1958, pseudoniem voor Michel Thomas) toevoegen.  Van hem is de uitspraak: “In mijn poëzie kan ik gelukkig zijn, dat is vrijwel onbereikbaar in romans” en “In tegenstelling tot de literatuur weten zij (poëzie en schilderkunst) het geluk te vatten. Daarvoor is het genre van de roman niet geschikt”.

In Frankrijk kennen ze hem behalve als romancier wel ook als dichter. Hij debuteerde in 1985 in literair tijdschrift ‘La Nouvelle Revue’, publiceerde in 1992 de bundel ‘La Poursuite du bonheur’, die werd bekroond met de Prix Tristan Tzara, en hij bleef gedurende de rest van zijn loopbaan poëzie publiceren waaronder in 2010 zijn verzamelde gedichten. Vertaler Peter Verstegen (Heine, Rilke, Dante, Emily Dickinson) heeft zich over de poëzie van Houellebecq ontfermd en een deel van zijn vertalingen gepubliceerd in literair tijdschrift ‘Kort Verhaal’.

Onderstaand gedicht is er één van vijf die op de website https://www.actualidadliteratura.com/nl/michel-houellebecq-gedichten/ werden gepubliceerd.

.

Zo lang

.

Er is altijd een stad, met sporen van dichters
Dat ze tussen de muren hun lot hebben doorkruist
Overal water, de herinnering mompelt
Namen van mensen, namen van steden, vergeetachtigheid.

.

En hetzelfde oude verhaal begint altijd opnieuw,
Ongedaan gemaakte horizonten en massageruimtes
Aangenomen eenzaamheid, respectvolle buurt,
Er zijn echter mensen die bestaan ​​en dansen.

.

Het zijn mensen van een andere soort, mensen van een ander ras,
We dansen verheven een wrede dans
En met weinig vrienden bezitten we de hemel,
En de eindeloze vraag naar ruimtes;

.

De tijd, de oude tijd, die zijn wraak plant,
Het onzekere gerucht van het leven dat voorbijgaat
Het gesis van de wind, het druipen van water
En de gelige kamer waarin de dood voortschrijdt.

.

Dichter van de maand september

Wisława Szymborska

.

De maand september komt eraan en ik heb zin om weer eens een dichter een maand lang in het zonnetje te zetten. Nu heeft de dichter van de maand september dat helemaal niet nodig, zij is bij velen bekend, beroemd en geliefd en precies dat is reden genoeg om de komende zondagen in september steeds een gedicht van haar hand te delen.

Ik heb het hier over Wisława Szymborska (1923 – 2012) de in Bnin (midden-westen van) Polen geboren dichter die in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Haar gedichten zijn in meer dan 40 talen vertaald ondanks dat haar oeuvre maar uit zo’n 400 gedichten bestaat.

Ik heb verschillende bundels van Szymborska in mijn kast en vandaag wil ik beginnen met een gedicht te delen uit haar (kleine) bundel ‘Chwila’ of zoals ie in de Nederlandse (letterlijke) vertaling uit 2003 heet ‘Het moment’. Deze bundel bevat 23 gedichten en ik koos voor het gedicht ‘Notitie’. De vertaling van de gedichten is gedaan door Gerard Rasch.

.

Notitie

.

Leven is de enige manier

om met bladeren begroeid te raken,

op het zand naar adem te happen,

op vleugels proberen op te vliegen;

.

om hond te zijn

of hem over zijn gladde vacht te aaien;

.

om pijn te onderscheiden

van alles wat geen pijn is;

.

om zich in gebeurtenissen te bevinden,

zich in een uitzicht te verbergen,

naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

.

Een uitzonderlijke kans

om je even te herinneren

waarover werd gesproken

toen de lamp niet brandde

.

en om ten minste eenmaal

over een steen te struikelen,

in een of andere regen nat te worden,

je sleutels kwijt te raken in het gras;

.

en een vonkje in de wind na te kijken;

.

en zonder ophouden iets belangrijks

niet te weten.

.

%d bloggers liken dit: