Site-archief

Fatras

Versvorm

.

Er zijn zoveel verschillende versvormen, ik schreef er al vaak over, en nu kwam ik de Fatrasie of Fatras tegen. De Fatrasie en de daaruit ontstane vorm Fatras, stamt uit de 13e eeuw uit Frankrijk. Maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten is deze versvorm opmerkelijk actueel te gebruiken.

Het onderwerp van de fatrasie moet onmogelijk of ondenkbaar zijn. Of anders gezegd: hoe gekker hoe beter. Doel van het gedicht is de lachlust op te wekken, te verwonderen of de lezer in verwarring te brengen. Daarnaast genieten woorden als poep, pies, kut en  lul een duidelijke voorkeur.

De Fatrasie bestaat uit elf versregels volgens het rijmschema AABAAB BABAB. De eerste zes versregels bestaan uit vijf lettergrepen, de laatste vijf uit zeven lettergrepen. De eerste keer dat de vorm gesignaleerd werd, was in de “Fatrasies d’Arras” (vandaar de naam), een uit 55 gedichten bestaand manuscript uit de 13e eeuw.

In de 14e eeuw werd het genre verder ontwikkeld en ontstond de Fatras. De eerste gebruiker van deze doorontwikkelde versvorm was Watriquet Brassenel de Couvin (omstreeks 1325). De Fatras heeft het rijmschema ABAABAABBABAB en telt dus 13 regels. Voorts valt de vorm op doordat deze wat van een rondeel heeft.

Hoewel beide vormen zijn gebaseerd op een zekere lompheid is de Fatras iets verfijnder. Een mooi voorbeeld van een Fatras komt van Frits Criens, die de Fatras en de Fatrasie een nieuw leven gaf in deze tijd.

.

Verklaring
.
We hadden onze zaken snel beklonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat
We hadden onze zaken snel beklonken
Dus ligt ze kwijlend onder me te ronken
Onwetend van haar aandeel in de daad
Door liefdespijn was ik al diep gezonken
En zij stond op een hoek naar me te lonken
Een asfaltdistel, onkruid van de straat
Ze leek op jou die mij wreed heeft versmaad
Terwijl ik je mijn jawoord had geschonken
Maar die als maagd nu naar het klooster gaat
Dus lig ik met je lookalike te bonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat

.

Poëzie als therapie

Perie J. Longo

.

Op de website https://www.huffpost.com las ik een bijzonder aardig artikel van John Lundberg over poëzietherapie. Dit artikel sluit heel mooi aan bij de blogpost die ik op 1 oktober schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/01/anti-stress-poezie/ . Omdat ik het artikel in zijn geheel te interessant vond om er een korte samenvatting van te geven heb ik hieronder de vertaling van dit artikel gezet.

 

Kan poëzie genezen?

Ik ken een paar dichters waarvan ik denk dat ze wat therapie zouden kunnen gebruiken (inclusief ikzelf), maar tot voor kort had ik deze kunstvorm nooit als een serieus therapeutisch hulpmiddel beschouwd. Sommige therapeuten blijken poëzie zeer effectief te vinden bij het helpen van patiënten om geestesziekten het hoofd te bieden en te overwinnen. In een artikel voor het Psychiatric Centres Information Network instrueert geregistreerd poëzietherapeut Perie J. Longo ons dat ‘het woord therapie tenslotte afkomstig is van het Griekse woord therapeia, wat betekent: verpleegkunde of genezing door dans, lied, gedicht en drama.’ Ik had geen idee. Er zijn een paar basale, geaccepteerde methoden voor poëzietherapie.

In één groepsmethode selecteert de therapeut een gedicht dat een probleem belicht waar de patiëntengroep mee te maken heeft en dat kan helpen een dialoog over het onderwerp te openen. Door bijvoorbeeld Emily Dickinson te lezen, kunnen patiënten zich realiseren dat eenzaamheid niet uniek is. Het lezen van Roethke’s “The Waking” zou kunnen dienen om een ​​discussie te richten op het stap voor stap nemen van het leven. Natuurlijk moet dit zorgvuldig worden beheerd: gedichten betekenen verschillende dingen voor verschillende mensen, en een gedicht dat de ene patiënt verheft, kan de andere depressief maken.

Een tweede methode van therapie roept patiënten op om hun eigen gedichten te schrijven. Longo organiseert poëzieworkshops voor patiënten die veel lijken op workshops in de academische wereld. Wanneer het gedicht van een patiënt ter discussie komt, lezen een paar mensen het om de ritmes en de muziek te laten bezinken, waarna de groep het stilzwijgend in overweging neemt totdat iemand een vraag of mening hierover heeft. Natuurlijk worden gedichten in poëzietherapie niet bekeken vanwege hun waarde als kunst, maar als een venster naar de psychologie van de dichter en, bij uitbreiding, als een middel om te genezen. Volgens Longo zijn er twee belangrijke facetten aan dergelijke genezing: het definiëren van, en helpen verbindingen te leggen tussen,  jezelf en anderen.

Als je ooit een gedicht hebt geschreven, weet je dat het schrijven van een gedicht dat eerste facet zeker kan bereiken. Elk gedicht dat ik heb geschreven, heeft me in elk geval een gevoel gegeven dat ik mezelf definieerde. Voor een patiënt met een psychische aandoening kan deze handeling van bijzonder belang zijn. Longo vroeg een patiënt eens hoe het voelde om een ​​gepubliceerde kopie van een gedicht dat hij had geschreven vast te houden. De man antwoordde eenvoudig: “Ik voel me eindelijk iemand.” Wat betreft de connectie met anderen, citeert Longo de dichter Stephen Dobyns, uit zijn boek Best Words, Best Order: Essays on Poetry, waarin Dobyns schreef: “Ik geloof dat een gedicht een venster is dat hangt tussen twee of meer mensen die anders wonen in verduisterde kamers. “Longo beschreef een workshop waarin op raadselachtige manier verbinding werd gemaakt: Vaak neem ik een zin uit een gedicht en herhaal het voor elk groepslid om hun gedachten mondeling in te vullen, voordat ze hun eigen gedicht schrijven.

Op een dag begon ik met zo’n zin: “Ik heb het recht.” Terwijl we in de woonkamer rondgingen, werden de meest ontroerende lijnen gesproken: ik heb het recht om midden in de nacht een kopje melk te krijgen; Ik heb het recht om te ademen; Ik heb het recht om mijn gitaar te spelen; Ik heb het recht om mijn haar te kammen, enzovoorts. Plots zei een jonge man die suïcidaal was: “Ik heb het recht om een ​​pistool te krijgen om mezelf neer te schieten.” Een vrouw, die heel stil in zichzelf had gezeten elke keer dat ze naar de groep kwam, wat niet vaak was, sprak zich uit. Zich tot hem wendend, zei zij zacht maar krachtig: “En ik heb het recht het van u af te nemen.” Op dat moment was de stilte verbluffend.

Longo spreekt ook een derde potentieel voordeel van het schrijven van poëzie: dat het schrijven van een gedicht kan helpen om de emoties over een complexe kwestie op te helderen. Vorm speelt hier een sleutelrol omdat het vereist dat je je gedachten in een structuur manipuleert – ik heb af en toe het gevoel dat ik bij het schrijven van een gedicht chaotische ideeën tot een soort stilte heb gedwongen. Longo noemt een radicale formele techniek: ‘een vak in het midden van de pagina tekenen en woorden beperken tot die ruimte. Emoties zullen op deze manier geen opschudding verwekken, maar worden beschermd in het kader dat natuurlijk is in de volgorde van de poëzie.’ Het is logisch dat poëzie aanzienlijke genezende effecten kan hebben en ik vraag me af of die effecten misschien wat dichters naar de kunst trekken. Ik weetdat er dichters zijn die serieus van mening zijn ​​dat als ze niet regelmatig zouden schrijven, ze gek zouden worden.

En er zijn beroemde voorbeelden – zoals Plath – van degenen die worstelden met hun demonen op de pagina. In sommige gevallen, zou men kunnen beweren, heeft poëzie het erger gemaakt. Experts benadrukken dat poëzie een hulpmiddel is dat, op een verkeerde manier gebruikt, een patiënt pijn kan doen in plaats van genezen. Maar velen denken dat het een aanzienlijk potentieel heeft. In een Time Magazine-artikel over poëzietherapie gaf Yale-psychiater Albert Rothenberg aan dat ‘poëzie op zichzelf niet geneest’, maar hij merkte het voordeel op van de unieke focus op verbalisatie, die volgens hem ‘de levensader van psychotherapie’ is.

.

Het gedicht dat wordt aangehaald in de tweede alinea van dit artikel is ‘The waking’ van Theodere Roetkhe (1908 – 1963). Dit is het titelgedicht in de villanelle vorm uit zijn bundel ‘The waking’ waarvoor hij in 1953 de Pulitzerprijs kreeg.

.

The waking

.

I wake to sleep, and take my waking slow.
I feel my fate in what I cannot fear.
I learn by going where I have to go.
.
We think by feeling. What is there to know?
I hear my being dance from ear to ear.
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Of those so close beside me, which are you?
God bless the Ground! I shall walk softly there,
And learn by going where I have to go.
.
Light takes the Tree; but who can tell us how?
The lowly worm climbs up a winding stair;
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Great Nature has another thing to do
To you and me; so take the lively air,
And, lovely, learn by going where to go.
.
This shaking keeps me steady. I should know.
What falls away is always. And is near.
I wake to sleep, and take my waking slow.
I learn by going where I have to go.

.

Paean

Versvorm

.

Er zijn al heel veel versvormen. Er bestaan vele klassieke versvormen, vrijere versvormen en nieuwe versvormen. Een bedenker van nieuwe versvormen was de Amerikaan Evelyn M.Watson (1886-1956). Hij bedacht onder meer de donata, de trine en de quaternion. Maar ook de Paean. Een Paean is in het Latijn een hymne of een overwinningshymne voor Apollo of een andere god.

Deze versvorm is opgebouwd uit 13 regels (4 + 3 + 3 +3) met als schema abab ccc abc ddd. Het schema dat daarbij hoort is 5 jamben, kort, 5 jamben, kort. Hoe zo’n Paean eruit ziet lees je hieronder.

.

Kort kerstverhaal
.
Het kerstkind werd in Bethlehem geboren.

Daar waren eng’len en ook herders bij.

De os en ezel waren uitverkoren:

Ze hoorden feestgezang, fluit en schalmei.

 .

De herberg vol.

Het is te dol,

Wat een gesol!

 .

Een ster kon vreemde koningen bekoren.

Ze volgde hem van verr’. Ze waren blij.

Twee reden er kameel, één op een knol.

 .

Herodus verstoord,

Plek gehoord.

Dat wordt moord!

.

4 x 5 = 8

Christiaan Abbing

.

Als het gaat om versvormen is er een grote variëteit te vinden. Ik heb al vele malen geschreven over verschillende versvormen (te vinden onder de categorie Versvormen). Toen ik echter de versvorm 4 x 5 = 8 tegen kwam moest ik onwillekeurig denken aan Pippi Langkous. Op zichzelf had er nog best een relatie kunnen zijn tussen de twee want de versvorm 4 x 5 = 8 is laat in de 20ste eeuw ontstaan. We spreken hier eigenlijk over een vierregelig rijm, schema BBBB in pentameter. Het binnenrijm A schuift elke keer een jambe op. De oneven regels van een 4 x 5=8 beginnen met één versvoet en krijgen er telkens één bij. De even regels vullen de vijftallen aan. Regel 1 kan een trefwoord zijn, maar dit is niet verplicht.

Hier een voorbeeld van Christiaan Abbing getiteld ‘Bij de plaszak van de NS’ over de introductie van de plaszak in treinen (Sprinters) zonder WC in 2011 (die overigens in 2018 weer werd afgeschaft).

.

Bij de plaszak van de NS

.

Gemak
Is wat de Sprinter node mist:
’t Toilet ontbrak
NS verzon een list
Maar voor vertrek al sprak
De machinist:
‘Zeg op, wie heeft hier naast de zak
Gepist?’

.

Kamerlid

Versvorm

.

Op de dag van de Provinciale verkiezingen (en de waterschapsverkiezingen natuurlijk), in een tijd waarin kamerleden elkaar via YouTube zwarte maken of de pers niet willen spreken leek het mij wel een verstandig idee om het kamerlid eens van een positieve kant te belichten. De Kamerlid Versvorm is namelijk ook een versvorm en als zodanig een variant op de Schaap Veronica gedichten (een andere versvorm). In 2017 werd het Kamerlid geïntroduceerd door Hanneke van Almelo (Hendrikje de Koning)

De voorwaarden voor een Kamerlid vers zijn:

Een zevenvoetige jambe (met waar mogelijk een cesuur), een rijmschema abab, cdcd … xyxy afwisselend vrouwelijk en mannelijk rijm; afsluitend distichon met mannelijk rijm zz. Vier vaste typetjes:

  • kamerlid: man, niet kerkelijk, meent het goed, maar glad als een aal,
  • Kurt en Cor. Homo stel. Kurt heeft een Turks/moslim achtergrond en Cor PKN. Altijd solidair met elkaar en met alle minderheden
  • Babcia Baranowska. Pools voor Oma Schaap (een knipoog naar Veronica). Pools, katholiek, spreekt Nederlands met Oost Europees accent.  

Het Kamerlid wordt grotendeels in een dialoog (altijd jij) geschreven, verteld in de derde persoon, onvoltooid tegenwoordige of verleden tijd, geen aanhalingstekens. Leenwoorden hebben (in tegenstelling tot Schaapverzen) een juiste spelling.  De 1e regel begint met verzuchting of kreet van één van de personages, Kurt en Cor spreken unisono, stijl is lichtvoetig en spottend, titel begint altijd met “Het Kamerlid…” en het eindigt altijd met een exotisch hapje of drankje.

Nogal wat voorwaarden dus maar wanneer aan al deze voorwaarden wordt voldaan komt er wel vaak een heel grappig vers uit. Zoals in het onderstaande gedicht van de bedenkster duidelijk wordt.

.

Het Kamerlid gaat ook mee
.

Natuurlijk, riepen Kurt en Cor, wij gaan ook demonstreren,
want wat die mensen in het Rifgebied wordt aangedaan,
dat vinden wij niet kunnen, hoor. Dat vraagt om protesteren.
Wie heeft er zin om straks met ons mee naar Den Haag te gaan?

Ach ja, sprak Babcia Baranowska, dat zou ik wel willen.
Dan neem ik ook een kroekje mee, want kan niet staan zo veel.
Ik maak gauw loenchpakketjes klaar om chonger mee te stillen,
met brood en cham, augoerk en ei, dat glijdt zo door jouw keel.

Ze gaf het kamerlid de raad: Stop noe met nota’s schrijven
en sloit je aan bij Cor en Kurt. Die laptop, laat maar staan,
dan maak ik extra snack voor jou met kaas en wat olijven.
We gaan hoor, zeiden Kurt en Cor, dan staan we mooi vooraan.

Toen vroegen ze het kamerlid, Misschien wil jij wel spreken?
Da’s goed voor je imago als bezield politicus.
Je haar zit goed, daarover hoef je niet je hoofd te breken.
Het is een prima oefening in public speaking. Dus …?

Ik weet het niet, zei ‘t kamerlid. Ik twijfel of mijn fractie
een standpunt over deze kwestie heeft geformuleerd.
Maar ja, een demonstratie is een nobele reactie …
Kies anders voor incognito, dan kan het niet verkeerd.

Na afloop zeiden Kor en Kurt, Het was een openbaring!
Protesten zijn geweldig, zoveel lotsverbondenheid.
En samen slogans roepen … Oh, een heerlijke ervaring.
‘t Is tijd, zei ‘t kamerlid, dat ik mij van die pruik bevrijd.

Die briwats die ik kreeg, zei Babcia met een volle mond,
zijn lekker! Proeven jullie maar. Ze gaf het zakje rond.

.

Onzijn / Elftal

Versvorm

.

Drs. P. ( 1919 – 2015) was in zijn eentje goed voor heel veel verschillende versvormen die hij in zijn lange leven heeft geïntroduceerd in het Nederlandse literaire landschap. In 1983 kwam hij met de versvorm Onzijn of Elftal. Deze versvorm bestaat uit 3 maal 3 plus 2 regels, het rijmschema is abc bcd cda ee en het metrum is een pentameter (een versregel die bestaat uit vijf versvoeten) maar zoals je in het gedicht hieronder leest is dit een uitgangspunt waaraan ook Drs. P. zich niet altijd even streng hield. De titel van deze versvorm verwijst naar de inhoud en het aantal regels.

.

“Let op, ik zend een bode voor je uit.

Hij zal een weg door de woestijn je banen.

‘Maak nu de paden voor de Heer gereed’”.

.

Jesaia schreef dit om het volk te manen.

Johannes was er klaar voor, slechts gekleed

In camelhaar. Hij at woestijnsprinkhanen

.

En zei: “Wie na mij komt, die staat gereed

Voor negers, blanken en ook indianen.

Hij is de bruidegom. God is de bruid!”

.

Ik doop u vast met water, onbevreesd,

Maar hij doopt u temet met Heil’ge Geest!”

.

Helix

Versvorm

.

Op Google is veel moois te vinden. Zo ook vele versvormen. Een versvorm die ik nog niet kende is de Helix. Deze vorm werd in 2002 door Soolseas bedacht. Wie of wat Soolseas is dat verteld het verhaal niet en ik ben er ook niet achter gekomen maar de vorm is alleraardigst.

Een Helix bestaat uit een aantal strofen van steeds 4 regels, waarbij de eerste drie regels steeds twee anapesten bevat (een anapest is een versvoet die bestaat uit twee onbeklemtoonde lettergrepen gevolgd door een beklemtoonde) en de vierde regel twee trocheeën (een trochee is een combinatie van een beklemtoonde en daarna een onbeklemtoonde lettergreep). Het rijmschema is aaab, cccb, dddb, etc. De eerste drie regels rijmen, de vierde regel rijmt steeds op elke andere vierde regel.

.

Sprookje   

.         

In de buurt van de stad

Zit een lelijke pad

Voor zijn huis op de mat

Stil te zonnen.

 

Hij denkt terug aan de tijd,

Was zijn schoonheid niet kwijt,

Vriendschap deeld’hij bereid

Met baronnen.

 

Tja, als prins geef je raad,

Elke dag goede daad.

Leven is als een draad

Goed gesponnen.

 

Maar die heks was niet niks,

Hij vergiste zich fiks:

Nu zit hij in de Styx.

Wat begonnen?

 

Op een meisje gewacht?

Die hem kust op zijn vacht,

Want zij  heeft vaak een macht

Onontgonnen.

 

Wordt hij dan weer een prins,

Soms wat zoet, soms wat rins?

Hij geeft zich nog geenszins

Gewonnen!   

.

Rubliw

Versvorm

.

De Rubliw (Wilbur achterstevoren) is een kleine, speelse versvorm, bedacht door de Engelsman Richard Wilbur. De naam is echter afkomstig van Lewis Turco. Het is een negenregelig, jambisch vers: achtereenvolgens monometer,dimeter, trimeter, tetrameter en dan pentameter. Daarna gaat het weer terug via tetrameter, trimeter, dimeter naar monometer.
De vorm wordt gewoonlijk gebruikt als een bericht aan iemand, of aan een groep.

Twee voorbeelden in het Engels (in het Nederlands heb ik er geen kunnen vinden maar ik hou me aanbevolen!) van Richard Wilbur en van Lewis Turco.

.

Rubliw for Lewis

Dear Lew
All hail to you,
Old formalist, who through
Your Book of Forms inform the new.
If you can name this bloody form, please do,
before it disappears from view,
For you’re the one man who
Might manage to.
Adieu.


Rubliw for Richard 

Dear Dick,
It’s quite a trick
To name the form poetic
You sent Sam Gwynn who, in the nick
Of time, included it in his panegyric
Celebrating my arthritic
Remove from the academic,
But rubliw’s a quick
Kick.

 

Van Inge Boulonois heb ik een Rubliw gekregen (waarvoor mijn grote dank) die ik hier graag met jullie deel:

.

Rijmpraktijk

.

Ik lijd

van tijd tot tijd,

het rijm vormt dan een strijd

waarbij ik driftig nagelbijt.

Maar als zich eindelijk na taaie vlijt

een gave rubliw heeft bevrijd,

rest er één zekerheid:

zo’n wapenfeit

verblijdt!

.

Spiegelsestet

Versvorm

.

De Spiegelsestet is een versvormpje bedacht door Shelley A. Cephas (Mirror sestet). Cephas bedacht ook de vormen Decquain, Octameter, Trilonet en de Triquain.
De Spiegelsestet bestaat uit zes regels, het eerste woord van regel 1 rijmt op het laatste woord van regel 1.Het eerste woord van regel 2 is het laatste woord van regel 1 en het laatste woord van regel 2 is het eerste woord van regel 1. Voor de volgende twee regels en de daaropvolgende twee regels geldt hetzelfde. In de oorspronkelijke vorm wordt niet over metrum gesproken.
Hier twee voorbeelden:
.

Zomerklacht

 

Verdriet geeft regen mij nog niet,

Niet nattigheid zorgt voor verdriet,

Toch maakt klimaat mij stuurs en log.

Log is het juiste woord, ja toch?

Laat zonschijn mij nu zijn tot baat.

Baat mag zij zijn, eer vroeg dan laat!

.

It worked

.

“Turds like him can speak in fancy words.

Words that  promise much. Those phony turds.

Great gods I fell for it.”  Here I wait,

Wait for Merlin to do something great.

“Smile for then he’ll make it worth your while.

While there, he’ll match figure to your smile.”

.

Kyrielle

Versvormen

.

Ik heb al vele versvormen behandeld en beschreven op dit blog maar de Kyrielle is wel een bijzondere. Door de terugkerende herhaling lijkt deze vorm al snel op een kinderliedje, gedram of een carnavalsnummer (of elke andere vorm die je erbij kunt bedenken).

De Kyrielle stamt uit het middeleeuwse Frankrijk waar ze door troubadours werden gezongen en is ontstaan uit de kerkelijke smeekbede kyrie eleison (heer ontferm u). De Kyrielle bestaat steeds uit twee herhalende regels in het rijmschema AA, AA, AA. Het metrum bestaat meestal uit vier jamben.

.

Wie is het die men gaarne ziet?
Dat’s Piet.
Wie is een kei op zijn gebied?
Dat’s Piet.
Wie speelt de hoofdrol in dit lied?
Dat’s Piet.
.
%d bloggers liken dit: