Site-archief

Spiegelsestet

Versvorm

.

De Spiegelsestet is een versvormpje bedacht door Shelley A. Cephas (Mirror sestet). Cephas bedacht ook de vormen Decquain, Octameter, Trilonet en de Triquain.
De Spiegelsestet bestaat uit zes regels, het eerste woord van regel 1 rijmt op het laatste woord van regel 1.Het eerste woord van regel 2 is het laatste woord van regel 1 en het laatste woord van regel 2 is het eerste woord van regel 1. Voor de volgende twee regels en de daaropvolgende twee regels geldt hetzelfde. In de oorspronkelijke vorm wordt niet over metrum gesproken.
Hier twee voorbeelden:
.

Zomerklacht

 

Verdriet geeft regen mij nog niet,

Niet nattigheid zorgt voor verdriet,

Toch maakt klimaat mij stuurs en log.

Log is het juiste woord, ja toch?

Laat zonschijn mij nu zijn tot baat.

Baat mag zij zijn, eer vroeg dan laat!

.

It worked

.

“Turds like him can speak in fancy words.

Words that  promise much. Those phony turds.

Great gods I fell for it.”  Here I wait,

Wait for Merlin to do something great.

“Smile for then he’ll make it worth your while.

While there, he’ll match figure to your smile.”

.

Advertenties

De dichter des walgens

Poet Nauseate

.

In 2001 werd in Nieuw Zeeland een ‘Terribly Bad Verse & Awful Poetry Competition’ georganiseerd door het blad Artscape. De vreugde van ‘echte’ slechte poëzie ligt natuurlijk in het feit dat het onbewust slecht is. Niemand – behalve deelnemers aan de competitie! – schrijft het opzettelijk; het is alleen dat door voor het hoogste te gaan, de daders er op de een of andere manier in slagen om vreselijke ‘poëzie’ te schrijven.. En dat is om verschillende redenen – rijmdwang, verkeerd gebruik van jambes; het verbrijzelen van de stemming door een onoordeelkundig woord of zinsdeel; het onvermogen om een ​​onderwerp te presenteren in andere dan puur feitelijke termen – kortom, het gebrek aan gevoeligheid en enige vorm van zelfkritiek.

Een aantal voorbeelden van slechte poëzie zoals men daar aantrof: Hugh Smith zijn Ode aan Jean Batten.

.

Ode to Jean Batten

“Dear Jean, there’s not a heart that beats
In great and grand New Zee,
That does not feel a lofty pride
And boundless love for thee.
One mind, one engine, and one heart
Combined to take you through,
And all the listening world is proud
Of each and all and you…”

of wat te denken van de dichter F.C Meyer, die ooit een brief met een afwijzing kreeg van een uitgeverij in 1928 met de volgende woorden:

Geachte heer, Nee u mag ons niet uw verzen toesturen, en wij zullen u niet de naam van een andere uitgever geven. Er is geen enkele rivaliserende uitgever die wij dusdanig haten, dat wij u hen hiermee laten belasten. het voorbeeld gedicht is simpelweg verschrikkelijk, sterker nog, we hebben nog nooit erger gezien.

Frederick Charles Meyer gaf na deze keiharde afwijzing toch niet op en uiteindelijk werd zijn werk toch gepubliceerd in meerdere boeken. Tot 2001, toen zijn werk als voorbeeld werd meegenomen in ‘Jewels of Mountains and Snowlines of New Zealand’ Nieuw Zeelands lschtste vers en verschrikkelijke poëziewedstrijd. Een stuk uit het werk van Meyer:

.

My pet dog

.

“Pluto! come here my dearest little dog,
Don’t get mixed up with every rogue,
And do not run into a fog…”

.

17 oktober Black Poetry Day

Jupiter Hammon

.

Op 17 oktober 1711 werd Jupiter Hammon geboren in Long Island, New York, als telg van  een slavenfamilie op het Lloyd Estate in Queens Village. In tegenstelling tot vele andere slaven van zijn tijd, kon Hammon naar school gaan en leren lezen en schrijven. Hij zou later de eerste Afro-Amerikaanse dichter worden die in de Verenigde Staten gepubliceerd werd met zijn  werk, “An Evening Thought. Salvation by Christ with Penitential Crienes: Composed by Jupiter Hammon, a Negro belonging to Mr. Lloyd of Queen’s Village, on Long Island, the 25th of December, 1760.”. Jupiter Hammon wordt dan ook gezien als een religieus dichter, zijn werk is doorspekt met zijn liefde voor god.

Hammon leefde met vier generaties van de familie Lloyd en bleef een eeuwige christen tot zijn dood in circa 1806. Door zijn invloed op de literaire wereld is de verjaardag van Hammon de officiële viering van de Black Poetry Day in de Verenigde Staten. Op deze dag wordt behalve Hammon ook de eerste officiële gepubliceerde zwarte vrouwelijke dichter Phillis Wheatley, en alle anderen die bijgedragen hebben tot de bevordering van de zwarte poëzie en expressie in de Verenigde Staten, zoals Maya Angelou, Langston Hughes, Rita Dove, Gwendolyn Brooks, Arna Bontemps en vele anderen geëerd.

Vandaag op Black Poetry Day daarom een gedicht van een zwart dichter uit de Verenigde Staten, niet van Jupiter Hammon (zijn poëzie is zo religieus dat het nu nog nauwelijks leesbaar is, maar ben je nieuwsgierig kijk dan eens op https://www.poetryfoundation.org/poets/jupiter-hammon ) maar van een andere zwarte dichter die ik nog niet kende Gwendolyn Brooks (1917 – 2000). Brooks publiceerde haar eerste gedicht in een kindermagazine op haar 13e en toen op haar 16e waren er al 75 gedichten van haar hand gepubliceerd. Daarna volgde gedichten in de poëzie column van de Chicago Defender, een Afro-Amerikaans dagblad. Brooks schreef haar gedichten in sonnetvorm en in de vorm van traditionele ballades maar later maakte ze ook gebruik van blues ritmes en free verse. In 1945 debuteerde ze met de bundel ‘A street in Bronzeville’. Met haar tweede bundel ‘Annie Allen’ uit 1950 won ze als eerste Afro-Amerikaanse de Pulitzer prize for Poetry. In haar leven ontving Brooks verschillende prijzen, werd ze opgenomen in the National Women’s Hall of Fame en was ze in 1985 een jaar lang Consultant in Poetry to the Library of Congress. Uit haar omvangrijke werk heb ik gekozen voor het gedicht  ‘The Mother’ dat verscheen in haar debuutbundel.

.

The Mother

.

Abortions will not let you forget.
You remember the children you got that you did not get,
The damp small pulps with a little or with no hair,
The singers and workers that never handled the air.
You will never neglect or beat
Them, or silence or buy with a sweet.
You will never wind up the sucking-thumb
Or scuttle off ghosts that come.
You will never leave them, controlling your luscious sigh,
Return for a snack of them, with gobbling mother-eye.

I have heard in the voices of the wind the voices of my dim killed
children.
I have contracted. I have eased
My dim dears at the breasts they could never suck.
I have said, Sweets, if I sinned, if I seized
Your luck
And your lives from your unfinished reach,
If I stole your births and your names,
Your straight baby tears and your games,
Your stilted or lovely loves, your tumults, your marriages, aches,
and your deaths,
If I poisoned the beginnings of your breaths,
Believe that even in my deliberateness I was not deliberate.
Though why should I whine,
Whine that the crime was other than mine?–
Since anyhow you are dead.
Or rather, or instead,
You were never made.
But that too, I am afraid,
Is faulty: oh, what shall I say, how is the truth to be said?
You were born, you had body, you died.
It is just that you never giggled or planned or cried.

Believe me, I loved you all.
Believe me, I knew you, though faintly, and I loved, I loved you
All.

.

Wij

Een liefdesgedicht

.

Anne Sexton (1928 – 1974)  wordt gerekend tot de zogenaamde ‘confessional poets’of de ‘bekentenis dichters’, sterk autobiografisch schrijvend, steeds sterk haar vrouwelijke identiteit benadrukkend, met blootlegging van de meest intieme details uit haar leven, onder het motto ‘poëzie moet pijn doen’. Sexton had geen makkelijk leven, ze leed aan anorexia en manische depressiviteit en haar psychiater raadde haar aan poëzie te gaan schrijven. Haar gedichten werden gepubliceerd in The New Yorker, Harper’s Magazine en Saturday Review.

In 1960 debuteerde ze met de bundel ‘To Bedlam and Part Way Back’ en hierna volgde nog een aantal bundels maar ook postuum verschenen nog 5 boeken na haar overlijden in 1974. Ze was tijdens haar leven heel succesvol met haar poëzie, in 1967 won ze de Pulitzer Prijs voor poëzie. Ze was bevriend met Sylvia Plath en na dat Plath zelfmoord had gepleegd dacht ook Sexton na over zelfmoord en of dat voor haar misschien ook het beste zou zijn (ze had sinds 1956 al een aantal pogingen gedaan). Uiteindelijk deed ze een geslaagde poging in 1974.

Uit de bundel ‘Kreupel hart, gedichten’ het door Katelijne de Vuyst vertaalde liefdesgedichtgedicht ‘Wij’ waarin ze een het proces van een liefde beschrijft.

.

Wij

.

Ik was gehuld in zwart

bont en wit bont en

je kleedde me uit en toen

zette je me in gouden licht

en toen kroonde je me

terwijl achter de deur sneeuw

viel in schuine schichten.

Terwijl een dikke laag sneeuw

als sterren neerdaalde

in kleine calciumdeeltjes,

waren wij in ons lichaam

(de kamer die ons zal begraven)

en was jij in mijn lichaam

(de kamer die ons overleven zal)

en eerst wreef ik je

voeten met een handdoek droog

omdat ik je slavin was

en toen noemde je me prinses

Prinses!

.

O, toen

stond ik op mijn gouden huid

en liet de psalmen achterwege

en liet de kleren achterwege

en jij maakte de breidel los

en jij maakte de teugels los

en ik maakte de knopen los,

de botten, de verwarring,

de ansichten uit New England,

de januarinacht van tien uur ’s avonds,

en we rezen op als koren,

are na are van goud,

en we oogstten,

we oogstten.

.

%d bloggers liken dit: