Site-archief

Onzijn / Elftal

Versvorm

.

Drs. P. ( 1919 – 2015) was in zijn eentje goed voor heel veel verschillende versvormen die hij in zijn lange leven heeft geïntroduceerd in het Nederlandse literaire landschap. In 1983 kwam hij met de versvorm Onzijn of Elftal. Deze versvorm bestaat uit 3 maal 3 plus 2 regels, het rijmschema is abc bcd cda ee en het metrum is een pentameter (een versregel die bestaat uit vijf versvoeten) maar zoals je in het gedicht hieronder leest is dit een uitgangspunt waaraan ook Drs. P. zich niet altijd even streng hield. De titel van deze versvorm verwijst naar de inhoud en het aantal regels.

.

“Let op, ik zend een bode voor je uit.

Hij zal een weg door de woestijn je banen.

‘Maak nu de paden voor de Heer gereed’”.

.

Jesaia schreef dit om het volk te manen.

Johannes was er klaar voor, slechts gekleed

In camelhaar. Hij at woestijnsprinkhanen

.

En zei: “Wie na mij komt, die staat gereed

Voor negers, blanken en ook indianen.

Hij is de bruidegom. God is de bruid!”

.

Ik doop u vast met water, onbevreesd,

Maar hij doopt u temet met Heil’ge Geest!”

.

Advertenties

Helix

Versvorm

.

Op Google is veel moois te vinden. Zo ook vele versvormen. Een versvorm die ik nog niet kende is de Helix. Deze vorm werd in 2002 door Soolseas bedacht. Wie of wat Soolseas is dat verteld het verhaal niet en ik ben er ook niet achter gekomen maar de vorm is alleraardigst.

Een Helix bestaat uit een aantal strofen van steeds 4 regels, waarbij de eerste drie regels steeds twee anapesten bevat (een anapest is een versvoet die bestaat uit twee onbeklemtoonde lettergrepen gevolgd door een beklemtoonde) en de vierde regel twee trocheeën (een trochee is een combinatie van een beklemtoonde en daarna een onbeklemtoonde lettergreep). Het rijmschema is aaab, cccb, dddb, etc. De eerste drie regels rijmen, de vierde regel rijmt steeds op elke andere vierde regel.

.

Sprookje   

.         

In de buurt van de stad

Zit een lelijke pad

Voor zijn huis op de mat

Stil te zonnen.

 

Hij denkt terug aan de tijd,

Was zijn schoonheid niet kwijt,

Vriendschap deeld’hij bereid

Met baronnen.

 

Tja, als prins geef je raad,

Elke dag goede daad.

Leven is als een draad

Goed gesponnen.

 

Maar die heks was niet niks,

Hij vergiste zich fiks:

Nu zit hij in de Styx.

Wat begonnen?

 

Op een meisje gewacht?

Die hem kust op zijn vacht,

Want zij  heeft vaak een macht

Onontgonnen.

 

Wordt hij dan weer een prins,

Soms wat zoet, soms wat rins?

Hij geeft zich nog geenszins

Gewonnen!   

.

Rubliw

Versvorm

.

De Rubliw (Wilbur achterstevoren) is een kleine, speelse versvorm, bedacht door de Engelsman Richard Wilbur. De naam is echter afkomstig van Lewis Turco. Het is een negenregelig, jambisch vers: achtereenvolgens monometer,dimeter, trimeter, tetrameter en dan pentameter. Daarna gaat het weer terug via tetrameter, trimeter, dimeter naar monometer.
De vorm wordt gewoonlijk gebruikt als een bericht aan iemand, of aan een groep.

Twee voorbeelden in het Engels (in het Nederlands heb ik er geen kunnen vinden maar ik hou me aanbevolen!) van Richard Wilbur en van Lewis Turco.

.

Rubliw for Lewis

Dear Lew
All hail to you,
Old formalist, who through
Your Book of Forms inform the new.
If you can name this bloody form, please do,
before it disappears from view,
For you’re the one man who
Might manage to.
Adieu.


Rubliw for Richard 

Dear Dick,
It’s quite a trick
To name the form poetic
You sent Sam Gwynn who, in the nick
Of time, included it in his panegyric
Celebrating my arthritic
Remove from the academic,
But rubliw’s a quick
Kick.

 

Van Inge Boulonois heb ik een Rubliw gekregen (waarvoor mijn grote dank) die ik hier graag met jullie deel:

.

Rijmpraktijk

.

Ik lijd

van tijd tot tijd,

het rijm vormt dan een strijd

waarbij ik driftig nagelbijt.

Maar als zich eindelijk na taaie vlijt

een gave rubliw heeft bevrijd,

rest er één zekerheid:

zo’n wapenfeit

verblijdt!

.

‘T nicotiaansche kruid

Bilderdijk

.

Velen zullen de naam van Willem Bilderdijk kennen maar maar weinigen zullen zijn werk kennen. Bilderdijk (1756 – 1831) was geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat.  In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door Arbeid Verkreegen’ zijn vers over de Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur met de gouden medaille. Zijn ambitie om zich geheel aan de dichtkunst te wijden, werd door zijn strenge vader, die arts was en later belastinginspecteur, niet gesteund. In hetzelfde jaar begon hij met tegenzin als boekhouder op het kantoor van zijn vader te werken. In 1780 kon hij, inmiddels bekend als dichter en in contact met Rhijnvis Feith, beginnen aan zijn studie rechten te Leiden. Twee jaar later rondde hij deze studie af en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag. In 1781 zag zijn bundel met licht erotische verzen, ‘Mijn Verlustiging, met de door hem zelf geëtste vignetten, het licht.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een bloemlezing uit zijn gedichten getiteld ‘Ik reikhals naar het graf’ samengesteld door Peter van Zonneveld. In deze bundel korte en langere stukken, fragmenten en gedichten.  Toen ik de bundel doorlas bleef ik hangen bij ‘T nicotiaansche kruid. In dit lange gedicht gaat Bilderdijk tekeer tegen de slechte invloed en het ‘vergift voor borst en ingewand’ de tabak. Misschien moet Bénédicte Ficq Bilderdijk als boegbeeld nemen in haar strijd tegen de tabaksindustrie.

Hier een fragment uit dit lange gedicht. De hele tekst is digitaal terug te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/bild002dich08_01/bild002dich08_01_0023.php

.

‘T nicotiaansche kruid

.

Weg met dat stinkend stof! weg met die vuile dampen,
De lucht en ’t heldre licht van tafeltoorts en lampen
Verduistrend, d’ ademtocht verstikkend, en vergift
Voor borst en ingewand! Wat razerny van drift
Kon zoo het menschenras van zelfbesef berooven,
Om dus zich ’t leven in den boezem uit te doven?
En, Hemel, alles is aan deze dolheid vast,
En gaat op prikklingstank en walgingrook te gast!
Euroop, wat zijt ge dwaas! – Van waar toch dit gelusten
Naar ’t onkruid, naar ’t vergif van Oost- en Westerkusten?
Is ’t wonder, daar ge alom en ziekte en gift vergaârt,
Dat lichaamsplaag aan plaag ’t verzwakt gestel bezwaart?
Ja, ‘k gun u, specery der geurige Molukken,
‘k Vergun u, wierook, myrrhe uit Yemensgaard te plukken,
Verkwikkend, mits met maat genoten. – Maar venijn -?
Uw grond brengt giften voort, indien ze u noodig zijn.
’t Ontbreekt aan maankop niet of holle kervelstelen,
Indien ze noodig zijn om eenig kwaad te heelen;
Maar zeldzaam, zeldzaam ja, en minder dan men ’t denkt,
Is ’t heilzaam, wat uit d’ aart het menschlijk lichaam krenkt.
.

Retour

Versvormen

.

In de loop de jaren zijn al verschillende versvormen de revu gepasseerd op dit blog maar de laatste was alweer van enige tijd geleden. Daarom vandaag aandacht voor de Retour. Deze versvorm telt 3 strofen verdeelt over negen regels. De eerste strofe heeft twee regels, de tweede strofe drie regels en de laatste strofe is vierregelig. Het rijmschema is  ab abc bcac en het metrum is bij voorkeur pentameter maar dat is geen voorwaarde. Het leuke van deze vorm is dat het gedicht eindigt met het beginwoord (de beginwoorden), maar dan wel in verschillende betekenis. Een voorbeeld van Drs. P. (wie anders zou je bijna denken):

.

Retour

.

Retour wil zeggen dat men weer zal keren

Van ergens naar het punt waar men begon

.
Men kan zo ’n tocht ook eens op schrift proberen
In negen regels – dus geen marathon
En weinig ruimte voor geouwehoer
.
Men kent bij voorbaat al het eindstation
Het metrum zorgt voor aangenaam vervoer
Het schema is eenvoudig te hanteren
Zo komt men triomfantelijk retour
.
.

Kedinkedonkel

Versvormen

.

Verzen zijn er in vele soorten en maten en er komen er ook nog steeds bij. De Kedinkedonkel lijkt op het Ollekebolleke, door drs. P bedacht en genoemd in zijn oude boekje “Het Rijmschap” (1982). Het is nooit iets geworden, omdat het ollekebolleke nou eenmaal het ollekebolleke is en dat bekt nu eenmaal lekkerder dan kedinkedonkel, maar is toch vermeldenswaard vanwege de rijmvoet (kort-lang-kort-lang-kort), die waarschijnlijk Dasius heet.

De Kedinkedonkel bestaat uit twee maal 4 regels met als rijmschema abcd efgd, als metrum dus dasius en de zesde regel is een woord van vijf lettergrepen.

.

Kedinkedonkel

.

Zojuist geboren
Een nieuwe versvorm
( De vader maakt het
Gelukkig goed)

De naam van ’t kind is
Kedinkedonkel
Wat u vooral niet
Vergeten moet.

.

Vers

Jamila Faber en Sanne de Waard

.

Via via kwam ik op de website van VERS terecht. Een website van twee jonge schrijvers/dichters Jamila Faber (1989) en Sanne de Waard (1984). Dit zijn geen schrijvers of dichters in de klassieke vorm maar meer een soort multidisciplinaire kunstenaars die ook aan poëzie doen.

Faber is een schrijver/muzikant met een eigenzinnige aard en een scherpe pen. Haar stijl kenmerkt zich door absurditeiten, tragische humor en rake observaties. Terwijl de Waard  een professioneel fröbelaar is, die laveert tussen creatief schrijven, journalistiek,fotografie, ruimtelijk design en beeldende experimenten met onconventionele gebruiksvoorwerpen.

Kortom twee creatieve geesten zoals je ze tegenwoordig vaker tegen komt. VERS is hun initiatief, waarbij literatuur en popcultuur elkaar ontmoeten. Aan de basis van VERS ligt geïmproviseerde poëzie. Op diverse locaties, waaronder veel festivals, gooit VERS haar caravandeur open om een ieder te verwelkomen met een gedicht op maat en een portie gezelligheid.

De dames schrijven hun verzen op ouderwetse typemachines waarbij de gast voor de input zorgt van de gedichten. Als het gedicht klaar is krijgt de gast deze mee op een briefkaart.

.

vers

gedicht1

gedicht-2

Alles over VERS en hun aanbod is te vinden op https://versproducties.wordpress.com/

Paradise lost

John Milton

.

Pas geleden zag ik op televisie een programma waarin iemand een exemplaar van Paradise Lost kwam aanbieden bij een pandjesbaas. Het was niet de oudste versie maar wel een zeer fraai exemplaar met illustraties van Gustave Doré.  Paradise Lost is een episch gedicht in blank vers ( poëzie geschreven in vijfvoetige ongerijmde jamben of pentameters) door de 17e-eeuwse Engelse dichter John Milton. Hoewel Milton het bijna tien jaar eerder schreef, werd het pas in 1667 gepubliceerd.

Deze publicatie bestond uit tien delen met in totaal meer dan tienduizend versregels. Een tweede editie volgde in 1674, met een herverdeling over twaalf boeken (in navolging van de wijze van verdelen bij Vergilius’ Aeneis). Het grootste deel van het gedicht schreef Milton toen hij al blind was, zodat hij het moest dicteren.

Het gedicht heeft als onderwerp het christelijke verhaal van de zondeval van de mens: de verleiding van Adam en Eva door de gevallen engel Satan en hun verdrijving uit de Hof van Eden. In het gedicht volgde Milton een aantal van de klassieke epische conventies zoals teruggevonden wordt in Homerus’ Ilias en Odyssee, en Vergilius’ Aeneis.

Zo begint Paradise Lost net als vele klassieke heldendichten met een invocatie van de Muze,  ligt de nadruk op de ‘verheven onderwerpen’ zoals oorlog, liefde en heldendom en het gebruik van ‘In medias res’. In medias res betekent dat je een verhaal niet bij het begin begint, maar ergens in het midden of mogelijk zelfs al rond het einde.

Hier een stukje uit Paradise lost waarbij begonnen wordt met een invocatie ( een aanroeping of afsmeking) van de Muze.

.

Sing Heav’nly Muse, that on the secret top

Of Horeb, or of Sinai, didst inspire

That shepherd, who first taught the chosen seed,

In the beginning how the heav’ns and earth

Rose out of chaos; or if Sion hill

Delight thee more, and Siloa’s brook that flowed

Fast by the oracle of God: I thence

Invoke thy aid to my advent’rous song,

That with no middle flight intends to soar

Above the Aonian mount, while it pursues

Things unattempted yet in prose or rhyme.

.

paradise-lost-5

 

Paradise-lost-BIZ-03b-Large

 

paradise_lost84

 

PARADISE_LOST

Tripel

 Democratische versvorm

.

Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.

De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.

.

Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.

 

Lang leve de jarige

 

Mijn pa in de kroeg om de hoek

innemend op vele manieren

verzint wel bij ieder bezoek

een list om de teugels te vieren

.

De hoek van mijn pa in de kroeg

je hoort er gekraak van plankieren

drie dames zijn amper genoeg

om hier zijn verjaardag te vieren

.

De kroeg om de hoek van mijn pa

de plek om eens goed te versieren

met steevast het hiep hiep hoera

men sluit er de tent pas na vieren

.

tripels

Carol

Versvorm

.

De Carol komt van het Italiaanse carola dat stamt uit de Middeleeuwen. Later werd het een religieus lied en heden ten dage is de carol vooral bekend van de Christmas Carol.

Een carol bestaat uit het schema: A1A2 bbbA1 cccA2 ….  dddA1 A1A2 waarbij het refrein af en toe herhjaald mag worden bij een langer gedicht. Het metrum is vrij en de regels kort.

Hieronder een voorbeeld van Aat Terpstra en Ton Schuringa van versopmaat.nl

.

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

We zijn goed bevriend met een stel in de stad

Hij is heel innemend en zij is een schat

Maar waar wij wat moeite mee hebben is dat

gedweep met Japan

Je komt bij ze binnen, de schoenen gaan uit

De voeten gewassen, met lotus gekruid

Een zijden kimonootje strak op de huid

Ik krijg er wat van

Je zit bij die mensen direct op de vloer

Je krijgt wel een kussen; het helpt je geen moer

Je knabbelt een koekje van vogelenvoer
Gedweep met Japan

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

Je moet steevast eten en krijgt altijd vis

Alsof dat het enige is dat er is

Ik ben dan zo dat ik mijn biefstukje mis

Ik krijg er wat van

Ze doen wel hun best, maar ja, alles is rauw

De wijn is te warm en de groente te lauw

Als logisch gevolg van traditiegetrouw

Gedweep met Japan

En traditioneel is vooral het bestek

Een bron van frustratie en uren gesprek

Ik krijg visioenen van zuurkool met spek

Ik krijg er wat van

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

We danken het stel voor het fijne diner

Onvast door de honger en door de sake

Ontvluchten wij, waggelend als een pygmee

’t gedweep met Japan

De tuinvijver glinstert mystiek door de maan

Onwezenlijk kijken de karpers mij aan

Ze eten mijn braaksel en sterven spontaan

Dat krijg je ervan

Gedweep met Japan

Ik krijg er wat van

.

VLAG-JAPAN1

Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/
%d bloggers liken dit: