Site-archief

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen

Lies van Gasse

.

Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.

Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.

In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.

Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben

bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –

we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid

wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe

een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus

.

Utrecht

Dubbel-gedicht

.

In de rubriek Dubbel-gedicht dit keer twee gedichten die gaan over Utrecht. Mijn eerste aandrang was om er de bundels van de Utrechtse dichters bij te pakken om daaruit een keuze te maken maar ik heb voor een andere manier gekozen. Ik ben gaan zoeken in verzamelbundels en in bundels waarvan ik dacht iets over Utrecht tegen te komen. Het was even een zoektocht maar het is gelukt.

Het eerste gedicht, getiteld ‘Lof van Utrecht’ is van de dichter Ad den Besten (1923 -2015) en haalde ik uit ‘de muze zwerft door Nederland’ uit 1956 maar het verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Verleden tijd’ uit 1950 van zijn hand.

Het tweede gedicht is van Dolf Hartkamp, dichter en sociaal advocaat (1946 – 1989) en is getiteld ‘Utrecht’. Het gedicht staat in zijn bundel ‘Vleugels van Satie’ uit 1981.

.

Lof van Utrecht

.

Stad, ik ben nietig als een stille plant,

die argeloos ontluikt in uw plantsoenen;

ik schuil in u voor ’t wiss’len der seizoenen

en bloei mijn bloemen in uw warme hand.

.

Of, nog veeleer ben ik van uw mosgroene,

rustieke torens aan de singelkant

een duif, die er de jonge vlerken spant

maar altijd weerkeert in de bladfestoenen.

.

O stad, ik heb u lief, ik ben uw kind;

ik ken uw parken, kerken en uw pleinen

als een die er verrukt zichzelf hervindt.

.

Maar ook, zo waar als ik uw kind mag zijn en

dit vers zich duizelend daarop bezint,

wordt uw bestaan bezegeld met het mijne.

.

Utrecht

.

Ook nu weer

lege lijsten

verlepte gladiolen

slapeloos in rood

geschikt door dat

meisje uit Warzawa

.

staat alleen op maandagmorgen

op perron 1 A

de Moskwa-London

expres in vreemde

wagons en letters

van Lenin in lange

optocht

.

ze weet altijd

de vale nachten

haar feuilleton

van bloemen gestremd

op een perron

in Hoek van Holland

.

 

%d bloggers liken dit: