Site-archief

Een kap van afschuw

Vera Brittain

.

In de Volkskrant van 20 februari stond een mooi artikel over dichteressen aan de frontlinie. Dit artikel gaat over een boek  ‘A Cap of Horror / Een Kap van Afschuw’ van medisch historicus Leo van Bergen, dat als onderwerp heeft de gedichten van verpleegkundigen die werkzaam waren achter het front van de Eerste Wereldoorlog en daar geconfronteerd werden met de gruwelen van de oorlog, en later tijdens de oorlog met de gevolgen van de Spaanse Griep. De Spaanse griep was een pandemie die in omvang vele malen erger was dan de huidige pandemie (100 miljoen doden). Deze vrouwelijke verpleegkundigen schreven gedichten over wat ze meemaakten. Bekend zijn dichters als Wilfred Owen, Guillaume Apollinaire en Siegfried Sassoon maar deze vrouwelijke dichters zijn veel minder bekend.

Leo van Bergen selecteerde voor ‘A Cap of Horror / Een Kap van Afschuw’ zeventien Engelstalige vrouwen werkzaam in de zorg, die poëzie over hun ervaringen in de hospitalen van de Eerste Wereldoorlog hebben geschreven. Van hen vertaalde hij veertig gedichten en een sonnettencyclus. Honderd jaar na dato lezen zij nog steeds alsof ze gisteren geschreven zijn. Stille, schreeuwende getuigen van een tijd die kansen bood, grenzen stelde en afschuw wekte.

Het boek bestaat uit twee delen, de vertalingen en de originelen, en is voorzien van een twintigtal illustraties. Het bevat 40 gedichten en een sonnettencyclus geschreven door 17 verschillende verpleegsters en verzorgsters en handelend over hun ervaringen in de hospitalen van de Eerste Wereldoorlog. Zij zijn in tien onderwerpen ingedeeld: verpleging, hospitaal, ondersteuning, geweld, gender, verlangen, verlies, nostalgie, ontsnapping, terugkeer.

Een van deze verpleegkundigen is Vera Brittain (1893-1970). Deze Britse schrijfster, feministe en pacifiste was vooral bekend als de auteur van het biografisch boek ‘Testament of Youth’ uit 1933. Dit boek werd eind jaren ’70 verwerkt tot een televisieserie waarna in 2009 opnieuw een televisieserie zou volgen bij de BBC. Uiteindelijk kwam er zelfs een bioscoopfilm naar dit boek uit in 2014. Het boek gaat over haar ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog en het begin van haar weg naar het pacifisme. In 2008 werd ‘Because You Died’, een nieuwe selectie van Brittain’s poëzie en proza uit WOI gepubliceerd, en ik vermoed dat het onderstaande gedicht uit dit boek is genmomen.

..

Toevluchtsoord hospitaal

.

Als je alles hebt verloren toen de wereld werd vermoord,

Hebt geleden en gebeden, al zag je de zinloosheid,

Als liefde dood is en iedere hoop de grond ingeboord,

Juist dan hebben zij jou nodig; wees tot terugkeer bereid.

.

Als door trieste dagen alle ambitie verloren is gegaan,

En dromen zijn uiteengespat, beslissingen groot of klein,

Als de trots is verdwenen die de kracht gaf alles te doorstaan,

Wend je dan tot hen, die van jouw zorg afhankelijk zijn.

.

Ook zij daalden af tot in de krochten van menselijk lijden,

Zagen dat alles van waarde werd weggevaagd,

De grauwe plek van pijn waar zij nu uitzichtloos strijden,

Geeft hun de vrede waar jij in je gebeden om vraagt.

.

Hospital Sanctuary

.

When you have lost your all in a world’s upheaval,
Suffered and prayed, and found your prayers were vain,
When love is dead, and hope has no renewal –
These need you still; come back to them again.
.
When the sad days bring you the loss of all ambition,
And pride is gone that gave you strength to bear,
When dreams are shattered, and broken is all decision –
Turn you to these, dependent on your care.
.
They too have fathomed the depths of human anguish,
Seen all that counted flung like chaff away;
The dim abodes of pain wherein they languish
Offer that peace for which at last you pray.

.

Bloem over Verlaine

Dichters over dichters

.

In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van J.C. Bloem getiteld ‘Verlaine’. Dichter J.C. Bloem (1887 – 1966) is beroemd geworden door de eerste twee regels uit zijn gedicht ‘Insomnia’ dat je hier kan lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/18/de-weg-naar-het-graf/ . Hij behoort tot de bekendste en meest gewaardeerde dichters van Nederland en hij wordt nog steeds gelezen. Bloem is de dichter van het verlangen, van de hunkering naar een vervulling of een geluk dat altijd onbereikbaar zal zijn, terwijl de dood steeds dichterbij komt. Berusting voert uiteindelijk de boventoon, gemengd met flarden liefde, genot, aanhankelijkheid en vreugde die de melancholie eigenlijk alleen nog maar sterker maken.

Paul Marie Verlaine (1844 – 1896) werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Zijn gedicht “Art poétique” werd een manifest van de symbolisten. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

Twee verschillende dichters uit twee verschillende tijdperken. Bloem schreef over Verlaine het gedicht ‘Verlaine’ waarin hij verwijst naar de laatste dagen van de dichter Verlaine die hij doorbracht verarmd en eenzaam, levend in cafés en bordelen. Het gedicht is genomen uit Bloems ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981.

.

Verlaine

.

De wereldwijzen zijn de onwijsten,

De onnoozle flinken, die vanzelf

Zich wringen in de krapste lijsten,

Zich krommen onder elk gewelf.

.

Wat geeft het lot aan de gedweesten.

De dienenden mèt heug en meug?

Een vorm, gebootst op geijkte leesten,

Een muffe bete, een zure teug.

.

De wereld is een sluw belover,

Een bieder vol arglistigheid;

Maar slaat gij toe – gij houdt niets over:

Gij zijt èn koop èn koopsom kwijt.

.

Waarom dan ’t hart te laten derven,

Den weg langs naar het eind der reis,

En niet gelijk Verlaine sterven,

Dichter en dronken, vuil en wijs?

.

J.C. Bloem

Paul Verlaine

Louise Glück

Winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur 2020

.

Donderdag werd bekend dat de Nobelprijs voor de Literatuur dit jaar naar de Amerikaanse dichter Louise Glück gaat. Ik kende haar niet maar in een artikel over haar dat in het NRC verscheen kun je al veel informatie halen https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/08/zoeken-naar-het-universele-a4015223 .

Louise Glück (1943) debuteerde in 1968 met de bundel ‘Firstborn’ waarna nog 15 bundels volgden. Glück werd in 2003 benoemd tot ‘Poet Laureate Consultant in Poetry’ aan de Library of Congress, nadat ze daaraan van 1997 tot 2000 als ‘Special Bicentennial Consultant’ verbonden was geweest. Zij is assistent-hoogleraar en ‘Rosencrantz Writer in Residence’ aan Yale University. Belangrijke thema’s in haar werk zijn verdriet en verlangen als facetten van inspiratie, vaak verbonden met de natuur. Haar poëzie valt op door de openlijke expressie van droefenis en eenzaamheid. Door in haar gedichten eigen ‘personae’ in het leven te roepen verbindt ze autobiografische elementen met klassieke mythologie. Naast de Nobelprijs voor de Literatuur is de belangrijkste prijs die ze mocht ontvangen de Pulitzer Prize voor haar bundel ‘The Wild Iris’ uit 1992.

Dichter Erik Menkveld vertaalde in 2004 een aantal gedichten van Glück en haar gedicht ‘Sunset’ werd in zijn vertaling ‘Avondrood’.

.

Avondrood

.

Mijn grootste vreugde

is het geluid van jouw stem

als die me roept zelfs in wanhoop; mijn verdriet

dat ik je niet kan antwoorden

in een spraak die je als de mijne ervaart.

.

Je hebt geen vertrouwen in je eigen taal.

Dus hecht je gezag aan tekens

die je niet nauwkeurig kunt lezen.

.

En toch bereikt je stem me altijd.

En ik antwoord aanhoudend,

terwijl mijn woede luwt, naarmate de winter vergaat. Mijn tederheid

zou je duidelijk moeten zijn

in de koelte van de zomeravond

en in de woorden die uitgroeien

tot je eigen antwoord.

.

Sunset

.

My great happiness

is the sound your voice makes
calling to me even in despair; my sorrow
that I cannot answer you
in speech you accept as mine.

.

You have no faith in your own language.
So you invest
authority in signs
you cannot read with any accuracy.

.

And yet your voice reaches me always.
And I answer constantly,
my anger passing
as winter passes. My tenderness
should be apparent to you
in the breeze of summer evening
and in the words that become
your own response.

.

Twee maal twee

H. Marsman

.

Waar ik op maandag een gedicht uit de bundel ‘1 x 1’ of ‘One Times One’ van E.E. Cummings, werd ik verrast door een gedicht in de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1941, van Hendrik Marsman (1899 – 1940) met de titel ‘Twee maal twee’ alsof het hier een vervolg op ‘1 x 1’ lijkt. Dit is natuurlijk helemaal niet het geval maar door de titel getriggerd las ik het gedicht en wat blijkt;  het gedicht van Marsman gaat over een sluimerend verlangen waaraan toe wordt gegeven. Wat dat verlangen is en in welke context dit gebeurd valt uit het gedicht goed op te maken. Kijk dat noem ik nog eens verrassend. Alle reden om het gedicht met jullie te delen.

.

Twee maal twee

.

Kaarsen staan naast ons bed.
het donker hangt om het onrustige woud
van de vlammen; maar in mijn armen houd
ik den jongen, die bed,
brood en gebeden met mij deelt.
.
boven mij, tegen den zolder, verdeelt
een waterpas spiegel de vage ruimte
der kamer met de kleine trillende vlammen
in twee bijna gelijke vertrekken;
ook boven mij lekken de vlammen,
ook boven mij houd ik den jongen
in mijn armen, die bed,
brood en gebeden met mij deelt.
.
hier, onder het deinen van mijn buik
voel ik het kloppende leven dat woelt in mijn schoot
en door mijn bezwijming dansen de vlammen bij honderdtallen
maar boven mij zie ik zijn rug zoo dreigend hangen
alsof hij loodrecht omlaag zal vallen;
en terwijl ik hiér mij verlies in vervoerende ondergangen,
zie ik dáar mijn ontuchtig-spiedend masker neerhangen
over zijn schouder – totdat ik de oogen sluit.
.
.

Lente

Jan Wolkers

.

Behalve een groot schrijver en kunstenaar schreef Jan Wolkers (1925 – 2007) ook poëzie. Dat deed hij overigens pas aan het einde van zijn leven. In 2000 verscheen de bundel ‘Jaargetijden’ en in 2003 de bundel ‘Wintervitrines’. Na zijn dood werden in 2008 zijn ‘Verzamelde gedichten’ gepubliceerd. De bundel ‘Winterbeelden’ is een verrassend serene uitgave, zonder opsmuk, gedichten en gefotografeerde illustraties door Peter Mookhoek (4 foto’s in het hoofdstuk ‘Seizoenen’ bij elk seizoen een foto).

In deze bundel veel aandacht voor de natuur zoals je zou verwachten bij Wolkers. Het noorderlicht, het tij, de winterslaap, de duinen, de seizoenen, ze komen allemaal langs. Zo ook in het gedicht ‘Zeeaas’. De woorden zenen en verzenen betekenen ‘hielen’ en ‘verlangen’.

.

Zeeaas

.

Hectisch mijn leven nu, omringd door duingebieden,

Verzande zee, mul verstikkend schuim, asgrauw doorngebroed.

De gewrichten van de branding liggen verstijfd in lompen en

Helmgras geselt vlijmscherp de zandgeschuurde verzenen,

Het gebeente wordt tot snelfiltermaling verwerkt.

De geluidsoverlast van Beethoven grijpt me aan,

gekartelde horizon als zeeziek zwalken, , non-stop.

Onder mijn voetzool verkruimeld het verraderlijke drijfzand.

Het is zo zeker als wat dat de vloedlijn een leven lang meegaat.

Poseidon harkt vol plichtsbesef stookolie en wier bijeen,

Jaagt soms verbeten op iets dat nog leeft en beweegt,

Aan het zand gespietst siddert de zilveren spiering.

Tussen versleten luchters en glazige zenen mijd ik

Zijn zonderlinge schaduw en pekelgeur, roestig statue.

.

Geloken luiken

J.H. Leopold

.

In een kringloopwinkel vond ik een grappig, typisch jaren ’70 bundeltje. Het betreft hier ‘Geloken luiken’ van Querido uit 1976 in de serie Kort en Goed. Donkere kaft, bruingele steunkleur en verder een beetje goedkoop uitgegeven. De dichter van deze bundel, of over wie deze bundel is uitgegeven is echter J.H. Leopold, niet de eerste de beste dichter overigens.

Jan Hendrik Leopold (1865 – 1925) was een Nederlands dichter en classicus die wordt gerekend tot het symbolisme. Hij wordt door sommigen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse dichter sinds Vondel. Zijn werk draait om de tegenstelling tussen het verlangen in een groter romantisch of metafysisch verband op te gaan en de onmogelijkheid om buiten de eigen persoonlijkheid te treden. De symbolistische dichter probeert in zijn gedichten uitzicht te bieden op een hogere wereld, een pretentie die bij Leopold niet waargemaakt wordt. Daarom wordt hij wel een ‘dissidente’ symbolist genoemd, of zelfs een modernist. Tijdens zijn leven publiceerde hij slechts enkele gedichten in tijdschriften, waarvan ‘Cheops’ ook als boekje verscheen, en twee bundels.

Geloken luiken is een bloemlezing van zijn gedichten, gekozen en ingeleid door Kees Fens. Uit dit bundeltje het gedicht ‘Regen’ mede omdat ik gisteravond door de regen fietste en doordrenkt thuis kwam.

.

Regen

.

De bui is afgedreven;

aan den gezonken horizont

trekt weg het opgestapelde, de rond-

gewelfde wolken; over is gebleven

het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen

een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.

.

En hier nog aan het vensterglas

aan de bedroefde ruiten

heeft in wat nu weer buiten

van winderigs in opstand was

een druppel van den regen,

kleeft aangedrukt er tegen,

rilt in het kille licht…

.

en al de blinking en het vergezicht,

van hemel en van aarde, akkerzwart,

stralende waters, heggen, het verward

beweeg van menschen, die naar buiten komen,

ploegpaarden langs den weg, de oude boomen

voor huis en hof en over hen de glans

de daggeboort, de diepe hemeltrans

met schitterzon, wereld en ruim heelal:

het is bevat in dit klein trilkristal.

.

 

Atlas van de tijd

Anneke Wasscher

.

Dichter Anneke Wasscher (1946) schrijft vanaf eind 2007 serieus gedichten. Ze deed regelmatig mee aan schrijfwedstrijden en poëziewedstrijden en won daar regelmatig prijzen mee. Niet dat ze het daarvoor deed, ze was vooral nieuwsgierig naar de reacties van lezers, juryleden en andere vakmensen. Haar werk werd in meer dan zestig verzamelbundels gepubliceerd en nu is er dan haar debuutbundel als solo dichter getiteld ‘Atlas van de tijd’.

Ik ken Anneke onder andere van haar deelname aan mijn eigen dichtwedstrijd (samen met de uitgeverij De Brouwerij) waar ze de tweede prijs behaalde in 2011, de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die ze won) in 2013 en van haar optreden in Maassluis waar ik haar samen met Alja Spaan vroeg voor te dragen, een gedenkwaardig optreden was dat.

Bij uitgeverij Kontrast dus nu haar debuutbundel. Volgens de tekst op de achterkant is de rode draad die hoor haar gedichten loopt de droefheid van het voorbijgaan. Na lezing van de bundel zou ik daar toch graag iets aan toevoegen namelijk het verlangen. In het eerste hoofdstuk met name komt het verlangen naar de liefde, het samenzijn en naar het verlangen zelf regelmatig terug.

Over het algemeen kan ik het wel eens zijn met de omschrijving ‘droefheid van het voorbijgaan’ maar toch is het geen bundel vol treurnis. Anneke Wasscher weet als geen ander in begrijpelijke taal haar onderwerpen zo te verdichten dat het eerder tot herkenning leidt of begrip en zeker niet tot een mistroostige droefenis.

Schijnbaar zonder moeite behandeld ze ook zware onderwerpen, de dood, psychische problemen, de eenzaamheid, de onomkeerbaarheid van het ouder worden. Het zijn gedichten om te lezen als je zelf met dergelijke situaties te maken hebt of mensen kent die hiermee te maken hebben, ze bieden troost en het gevoel dat je niet alleen bent in die eenzaamheid, de aftakeling en het uiteindelijke sterven.

In het laatste hoofdstuk nog enige gedichten over plekken die Anneke Wasscher geïnspireerd hebben waaruit blijkt dat ze een goed kan observeren. Die observaties weet ze vervolgens in fijne poëzie om te zetten.

‘Atlas van de tijd’ is een bundel die raakt, die je meevoert en die zorgvuldige en fijne poëzie bevat. Een prachtig en terecht debuut.

.

bezoekuur

.

de oprijlaan doet geen beloftes meer

aan iemand die een uitweg zoekt

de hoop wordt in de kiem gesmoord

door elke regel die de wurggreep kent

.

het huis hecht aan rechtlijnigheid

de strakke vormen uit verleden tijd

een zaal houdt vast aan binnenpijn

het is de prijs voor anders zijn

.

een zachte hand op huid en haar

de warme kus die wordt herhaald

het antwoord altijd onverwacht

een lach die op herkenning lijkt

.

de traagheid van bewegingen

wanneer je oude lichaam vraagt

om onvoorwaardelijk dichtbij

.

ik reik naar jou zo ver ik kan

soms ben ik meer alleen dan jij

.

 

 

 

Misplaatst in de tijd

Valentijnsgedicht

.

Op zoek naar een heel ander onderwerp kwam ik een artikel tegen van Suzanne Hurt. Wat mijn aandacht meteen trok was de afbeelding onderaan dit bericht. Toen ik verder las wist ik dat ik hier over wilde schrijven. Hoewel Valentijnsdag in februari valt (en dus pas weer over een klein jaar) is de uiteenzetting op de afbeelding er een waar dichters altijd iets aan hebben. Liefdespoëzie is van alle tijden en kent geen vaste data.

Een goed liefdesgedicht gaat over het verlangen naar connectie, of dat nu een fysieke, emotionele of mentale verbinding is maakt in wezen niet uit, zegt  professor Engelse literatuur Nikia Chaney van San Bernardino Valley College.

“Het is een zeer persoonlijke uitdrukking van liefde, van dankbaarheid. Het is een omhelzing die we zelden laten zien. En daarom wordt het een liefdesgedicht; Omdat er iets in zit dat niet is aangetoond, “zegt Juan Felipe Herrera, Dichter Laureaat van Californië, die creatief schrijven aan de universiteit van Riverside doceert.

Herrera heeft in een soort blokkenschema (in dit geval heel toepasselijk een hart met kamers), de 5 elementen genoemd waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. En het proces beschreven om tot een liefdesgedicht te komen. Misschien heb je hele andere ideeën over hoe een liefdesgedicht eruit zou moeten zien of waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. Voor degene die er moeite mee hebben en toch graag iets mee zouden willen is het hart van Ferrera wellicht een goede hulp.

Geen post over liefdespoëzie zonder een mooi voorbeeld en daarom hier een liefdesgedicht van Gerrit Achterberg uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1963.

.

Democraat

.

In deze kamer ben ik eindlijk thuis.

Ik zal geen vers meer schrijven dat mijn leven

uiteen moet rukken om te zijn geschreven.

Ben ik een dichter, dan is ’t per abuis.

.

Ik lees het nieuwe boek. De kachel suist.

Geertruida staat een overhemd te strijken.

Ik heb maar van de bladzij op te kijken

om te beseffen welk geluk hier huist.

.

Zo zal het door de jaren blijven duren.

We krijgen straks een kind en mijn pensioen

zal voor onze ouwe daghet zijne doen.

We hoeven niet voortijdig te verzuren.

.

Ook leven wij in vrede met de buren.

De ene heet van Brakel, de ander Griffioen.

.

Maiandros, een recensie

Herve Deleu

.

Sinds het winnen van de eerste Ongehoord! gedichtenwedstrijd in 2012 ken ik Herve Deleu en mag ik zijn poëzie graag lezen. Dichter en schrijver van korte verhalen Herve Deleu heeft zich de laatste jaren ontwikkeld als een allround schrijver met een enorme dadendrang. Zo heeft hij nu een nieuwe dichtbundel met als titel ‘Maiandros’ wat Grieks is voor Meanderen. Waarom hij voor deze titel heeft gekozen wordt me niet helemaal duidelijk uit de gedichten in de bundel. Maar daarover zo meer.

Eerst de bundel zelf. Mooi uitgegeven in eigen beheer met een stevige kaft en goede kwaliteit papier. Op de eerste pagina een colofon waarop alleen summier wat informatie. Titel, eerste druk en dichtbundel 2016. Op de titelpagina een bevestiging van wat er op het omslag staat, dat het hier poëzie betreft. Daarna meteen het eerste gedicht. Op de laatste pagina een inhoud met de titels van alle gedichten en op welke pagina ze zich bevinden.

Ik zal heel eerlijk zijn, ik zie vaker bij in eigen beheer uitgegeven bundels een zekere eenvoud, een zeer summiere duiding van wie, wat, waar en waarom. Ook hier mis ik dat. Ook de bladspiegel met naar links en rechts naar de bladzijde rand uitgevulde tekst vind ik niet fraai en leidt af van de inhoud. Noem me ouderwets maar de klassieke indeling van het boek, met titelpagina, Franse titelpagina, inhoudsopgave en wat meer duiding van de inhoud stel ik als lezer zeer op prijs. In dit geval had dat ook best gekund. Enige informatie over Herve, titels van zijn andere uitgaven en wellicht een reden waarom deze bundel is gevuld met liefdes- en erotische gedichten.

Want dat zijn het. Stuk voor stuk hebben ze als onderwerp, verlangen, liefde, genot en een onderhuids borrelen van het ondermaanse. Ik zie de dichter bij de gedichten en begrijp hem, ken hem (een beetje) en weet dat hij een liefhebber is. Waarom niet een beetje info over de inhoud? Het maakte mij in ieder geval nieuwsgierig.

Herve kan dichten, en als het onderwerp de liefde in al haar verschijningsvormen is, is hij op zijn best. Niet voor niets was zijn winnende gedicht bij de Ongehoord! gedichtenwedstrijd er een die zo in deze bundel had kunnen staan, broeierig, opwindend en erotisch geladen.

Het lezen van de gedichten was opnieuw een plezier. Het Nederlands van Herve is die van een Vlaming en dat geeft zijn poëzie voor mij net dat beetje extra. Hoewel verenigd door het onderwerp zijn de gedichten toch steeds anders en soms verrassend zoals ‘Isabelle’ en ‘Genesis 2′(waar is Genesis 1?). Ondanks wat bezwaren is het een mooie bundel met 34 zeer lezenswaardige gedichten geworden zoals te verwachten viel van Herve. Hoe je aan de bundel moet komen? Eerlijk gezegd heb ik geen idee maar probeer het eens via zijn Facebook of Linkedin account.

Uit al deze opwinding en verlangen heb ik gekozen voor wat ik het mooiste gedicht vind; ‘Tango’. Voor mijn gevoel zit in dit gedicht alles wat in deze bundel aanwezig is. Hier is de dichter toeschouwer, scribent, analyticus en bewonderaar. Precies zoals ik het graag zie.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak

glimmen veld in ravenzwart

siddert als een wespenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat

.

ijdel glijdt z’haar schoenen in

de hak als fallus opgericht

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht

.

hij leidt haar dwingend in het rond

zij is het vuur, hij is de lont

hun lijven smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt

.

hun blikken haken elkaar vast

’t begeren in haar schoot gevat

door ’t overrijpe breekt de bast

zij wordt een vrucht in eigen nat

.

synchroon bewegen ze hun lijf

dat van haar rondom het zijn

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt uit hun verzadigd zijn.

.

img_5507

 

Glimp

F. Starik

.

Op de onvolprezen app van Muze (een app voor je telefoon of tablet waarop wekelijks een gedicht geplaatst wordt dat zowel gelezen als beluisterd kan worden) las ik deze week het gedicht ‘Glimp’ van F. Starik en ik moest meteen denken aan een gedicht van Charles Bukowski dat ik ooit plaatste op dit blog (2 maart 2010)  getiteld ‘Girl In A Miniskirt Reading The Bible Outside My Window’.

Hoewel beide gedichten over een andere situatie gaan hebben ze gemeen dat er, door een (oudere) man naar een meisje wordt gekeken zonder dat deze dat doorheeft. In beide gedichten schuilt een zekere melancholie en verlangen. In dit gedicht eindigt Starik echter met het feit dat alles, ook ‘de schoonheid van de jeugd, vergankelijk is terwijl Bukowski positiever eindigt (wat bevreemdend is) met de zinnen “she is dark, she is dark / she is reading about God. / I am God.”

.

Glimp

.

Voorjaar loeide aan.

In de trein naar huis zag ik,

tussenstation, op het perron

een meisje staan en noteerde van

achter mijn raam hoe, terwijl ze

bukte,

een bandje van haar hemdje van een

schouder

losschoot en een ondeelbaar ogenblik

uitzicht op haar blanke borsten bood.

O bloem der jeugd, o schande van

mijn steelse blik, ze bukte en zal

oud en lelijk worden

net als ik.

.

 

muze (1)

%d bloggers liken dit: