Site-archief

Knipoog

Elma van Haren

.

Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift  De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.

Uit  haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.

.

Knipoog

.

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

.

                                                                                                                                                                                          Foto: Astrid Dewaele
Advertenties

Dracula

Gedicht uit 2012

.

In de afgelopen jaren heb ik wat geëxperimenteerd met stijlen en vormen en een aantal voorbeelden heb je op dit blog kunnen lezen. Hoewel ik vaker verhalend dicht was dit een poging om een heel verhaal (van Dracula) in een gedicht te vatten met tal van verwijzingen. Misschien niet de meest verfijnde poging maar ik wilde hem jullie toch niet onthouden.

.

Levenslang lezen

 

In plaats van in zijn kist, klimt de graaf

de trap op van zijn boekenkast. Nog maar

1897 te gaan, hij veegt wat bloed van zijn

mondhoek. De ijzersmaak van  Transsylvanische

aderen staat hem tegen

 

Als een chemokuur verlengt het echter

zijn getunnelde leven. Nog maar 1897 te gaan

dan is zijn werk gedaan, zijn de regels genoten,

de hoofdstukken verorbert, een levenswerk

geschreven en gelezen

 

Vannacht, bij het doven van de zon, wanneer

de stoker van zijn onrust het vuur in hem

aanwakkert, zijn dorst naar leven hem voert

naar jonge maagden en middernachtelijke

verjonging, zal hij denken

 

aan de vele woorden die hem nog wachten,  1897

titels te gaan. Laat hem zijn hoofd neer leggen,

de vrees in de zwarte uren van de dag wegnemen.

Alles gelezen wat hij wilde, verslaafd aan bloed en letters

zelf een verhaal geworden

.

dracula 1

 

dracula2

 

dracula3

 

dracula4

%d bloggers liken dit: