Site-archief

Erotiek in poëzie

Dana Hokke

.

In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).

Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4

Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.

.

Vergelijking

.

Het paren van nijlpaarden

is minstens zo subtiel

als onze logge bezigheid

in bed. Ook hier

stroomt Gods water echter

opgewekt over de akkers

of onbekommerd de delta in

al naar gelang het

zo uitkomt.

.

nijlpaarden

 

Liefste

J.W.F. Werumeus Buning

.

Vandaag onder de noemer (bijna) vergeten dichters, de Nederlandse dichter en schrijver Werumeus Buning (1891 – 1958). Werumeus Buning was bevriend met Adriaan Roland Holst. Roland Holst moedigde zijn vriend, die op dat moment kunstredacteur bij de Telegraaf was, aan gedichten te gaan schrijven.

In 1921 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘In memoriam’, over de dood van zijn geliefde. Daarop volgde ‘Hemel en Aarde’ (1927) waarin Werumeus Buning de stijlvorm van de ballade uitprobeerde. In die vorm dichtte hij zijn grootste succes: ‘Mária Lécina’ (1932) gevolgd door ‘Drie balladen’ (1935), waarvan de ‘Ballade van den boer’ de bekendste is ( wie kent de regel :”Maar de boer, hij ploegde voort” niet?).

In de oorlog trad Werumeus Buning toe tot de Kultuurkamer, wat hem na de oorlog een publicatieverbod van één jaar opleverde. Mede hierdoor was zijn populariteit tanende. Na de oorlog bleef hij actief als dichter en vertaalde hij werken van Shakespeare, Cervantes en Herman Melville.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1948 het gedicht ‘Liefste’.

.

Liefste

.

Liefste ik ben de droefenis gaan beminnen,

omdat geen andere méér uw ogen had.

Het was een duister, roekeloos beminnen;

Ik heb niet meer van haar dan u gehad.

.

Want droefenis was als gij waart in mijn leven

om uwe ogen heb ik haar bemind.

Was zij van u niet liefde’s enigst kind?

Zij was als gij, zij is niet lang gebleven.

.

En droefenis ging henen om het smeken

dat zij van u zou laten wat nog was:

de zachtheid, die in mij gebleven was

als een oud nest, waarom de takken breken.

.

En droefenis, mijn lief, heeft mij verlaten

want ik was nimmer gans met jaar alleen

ik bleef van u, ik ben alleen gelaten;

Zij was als gij, en anders was er geen.

.

En droefenis, mijn lief, heeft al het oude

gebroken uit de takken van het hart.

Waar zijn haar ogen, ùwe bleke, gouden,

en waartoe zwelt genezen in het hart?

.

J.W.F.-Werumeus-Buning

%d bloggers liken dit: