Site-archief

Experimentele poëzie

Rozalie Hirs

.

Op het gebied van experimentele poëzie ken ik een aantal bijzondere vormen. Zo is er de visuele en klankpoëzie van Paul van Ostaijen, de klankpoëzie van ACG Vianen, de poëzie van F. van Dixhoorn (‘Verre uittrap’ een hele bundel met welgeteld 93 woorden) en de soms omgrijpbare maar o zo prachtige poëzie van E.E. Cummings met zijn complexe en bijzondere interpunctie. Dit zijn maar een paar voorbeelden, er zijn er uiteraard veel meer (denk aan de Dada dichters).

Een naam die ik zo aan dit rijtje kan toevoegen is die van de Nederlandse componist en dichter Rozalie Hirs (1965). Iedere nieuwe bundel van haar kenmerkt zich door de keuze van een nieuwe benadering van taal, perspectief, narratief. Haar stijl is beeldrijk, associatief, en is zowel klank- als betekenisgericht te noemen.

Dat geldt ook zeker voor de bundel ‘verdere bijzonderheden’ uit 2017. Lezend in deze bundel moet ik steeds aan de poëzie van Cummings denken (wat als een compliment kan worden opgevat). Het volledig loslaten van alle regels omtrent taal, interpunctie, lopende zinnen of de regelmaat van geschreven teksten is hier verheven tot een experimentele vorm van poëzie.

Oordeel zelf, het gedicht zonder titel met alleen de aanhef [6] komt uit het hoofdstuk ‘bewegingslijnen’.

.

[6]

.

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je

sokken.

op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij <hier>. hij

evenmin.

buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig

rillen

.

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes –

zonovergoten

god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan

tilt

een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

.

%d bloggers liken dit: