Site-archief

Reiger

Remco Ekkers

.

Vakantie kun je natuurlijk op vele manieren hebben. De een gaat twee weken all-in naar een resort aan een Turkse kust, de ander bij een biologische boer kamperen en de derde spendeert zijn tijd aan het zitten aan de waterkant, met een hengel en een visserstentje. Die laatste zal waarschijnlijk weleens worden bezocht door een reiger, op zoek naar een makkelijk hapje. Remco Ekkers (1941-2021) schreef het gedicht ‘Reiger’ in zijn bundel ‘Praten met een reiger’ uit 1986.

.

Reiger

.

Met die reiger aan de waterkant

zou ik wel een praatje willen maken

naast hem hurken en vragen:

‘Nog wat kikkers gevangen?’

.

Samen kijken over het water en

als hij een beetje vertrouwd raakt

wil ik met mijn hand zachtjes

glijden langs zijn hals.

.

Hem eens lekker pakken

in zijn verenjas en later

de spitse snavel gevaarlijk

laten rusten tegen mijn wang.

.

Advertentie

Vacantie

Willem Barnard

.

In zijn bundel ‘na veertig’ uit 1973 (vandaar de c in vacantie) schrijft dichter Willem Barnard (1920-2010) een vakantiegedicht met de bijpassende titel.

.

Vacantie

.

Met de grote schuldgevoelens

op de hielen van mijn geest

en een bril van sleutelbloemen

wiebelende op mijn neus

.

loop ik in het bos te zoeken

berg op en berg af

naar de ogen van de onschuld,

vogels uit een open graf;

.

met de woorden in de longen

achter adem om

loop ik in de zomergangen

denkend boom na boom,

.

denkend met een kier van blijdschap

tussen schors en stam

waar genadesap door sijpelt

wat mij overkwam.

.

Ligstoel I

Herman de Coninck

.

In de vakantie is een ligstoel ineens een belangrijk meubelstuk waar dat in de rest van het jaar eigenlijk helemaal niet zo is. Een ligstoel in de tuin of op het strand maar zo gauw de zomer over is verdwijnt de ligstoel uit beeld. Herman de Coninck (1944-1997) schreef er in zijn debuutbundel ‘De lenige liefde’ uit 1969 een gedicht over getiteld ‘Ligstoel I’.

.

Ligstoel I

– Voor Jan Fabre –
.
Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar
.
in mezelf kan liggen, op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig.
Hoe is dit liggen? Zoals je een cognac afmeet door het glas
horizontaal te leggen, zo is dit liggen, ik heb niet veel van mezelf
nodig om vol te zijn, wat ik nodig heb is vooral: weinig:.
.
Er is te weinig weinig. De vergevensgezindheid
van het niets waarin wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.
.
De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid.
De lucht is zo blauw als het blauwsel waarmee destijds
linnen werd gewassen om witter te zijn.

.

En leefde er

Eva Gerlach

.

Geen vakantie zonder een gedicht van Eva Gerlach (1948) leek me, en daarom uit de bundel ‘De kracht van verlamming’ uit 1988 het gedicht ‘En leefde er’.

.

En leefde er

.

staand in de paskamer merkt
mijn uitgeklede lichaam
dat het niet goed meer werkt,
het valt, het houdt op te staan.

.

Languit op de vloer tussen
kreukels zie ik mijzelf
languit aan ophanglussen
tegen de wanden sterven.

.

Stel dat je hier nu was.
Dadelijk hield ik je vast
tot je, precies, gedegen,
dood tot vertrek zou bewegen.

.

Ik veeg mijn natte vel droog,
kijk langs de spiegels omhoog
tot waar zij de zoldering raken,
sta op en verlaat de zaak.

.

Friesland

Dien L. de Boer

.

Bij vakanties denken de meeste mensen aan verre reizen, of de camping in Frankrijk, stedentripjes of een dagje aan het strand. Je kunt natuurlijk ook naar Friesland afreizen. Meren, watersport, natuur, genoeg te doen en te zien. Dien L. de Boer, initiatiefneemster van Dichter op de Deel, schreef in haar bundel ‘Vluchtstofgoud’ dat pas geleden uit kwam een gedicht over wat Friesland ook is.

.

friesland

.

waar de wind altijd werkt

en de voorraad vogels zowat

is teruggebracht tot meeuwen

zwalkend boven de mestdrap

van geïnjecteerde landerijen

.

het waaien bolt fietsers-

jassen en zeilen, rolt golven

tegen het basalt van dijken

wordt in turbines getemd

tot stroom, helpt de zaden

.

zich ritselend te verplaatsen

het leeft diep in het riet

in eieren van de kiekendief

of eend om deuntjes

in hen te blazen

.

Borobudur

Willem Brandt

.

In de bundel van Willem Brandt (1905-1981) getiteld ‘Het land van terugkomst’ een Indonesisch reisjournaal in poëzie uit 1976 staat het gedicht ‘Borobudur’. Dit ten noordwesten van Jogjakarta liggende boeddhistische heiligdom is een trekpleister voor elke toerist die (midden) Java aandoet. Daarom in het kader van de vakantiepoëzie dit gedicht.

.

Borobudur

.

Grijs en geweldig maar hoe stil en teer

oprijzend uit de vlakte, nevelbergen;

heilige vijgebomen, kromme dwergen,

fluistren de hoge roepnaam van hun heer.

.

Glimlacht de Buddha in het labyrinth,

onzichtbaar, roerloos achter tempelbogen?

Moeizaam ben ik de treden opgetogen,

machtloos en klein geworden als een kind.

.

Mijn begeleider hoedt mij als ik zwicht,

struiklend omhoog, tastend als een blinde;

ik voel de aarde onder mij ontbinden,

reizende naar de omgang van het licht.

.

Als ik mijn hart en adem overwin,

nu staande op de hoogste piramide,

weet ik en tijd en dood mijzelf ontvlieden;

er is geen einde, alles is begin.

.

 

hoe het mij gaat…

Jozef Eijckmans

.

In het gedicht ‘hoe het mij gaat…’ van de (bijna) vergeten dichter Jozef Eijckmans (1907-1996) las ik de tweede strofe als ‘vakantie’ en daarom besloot ik dit gedicht te gebruiken in mijn categorie vakantiepoëzie. Het gedicht komt uit de bundel ‘Verzamelde Gedichten’ uit 1988.

 

hoe het mij gaat…

.

hoe het mij gaat?

ik bied je mijn verontschuldiging aan

want kijk:

.

de huizen ontvangen hun warmte

van de zon

en het water lacht

de bomen fluisteren elkaar

geheimen toe

.

zo zie je

.

voorlopig moet dit mijn

antwoord zijn

.

Geluk

Maarten Willems

.

Voor sommige mensen staat vakantie of op vakantie gaan gelijk aan geluk. Voor anderen (Maarten ’t Hart, Maarten van Rossem) is op vakantie gaan een gruwel (zou het aan die voornaam liggen?) en kun je het best thuis blijven en lezen over verre bestemmingen. Want dan heb je geen last van wachttijden op Schiphol, irritante buitenlandse taxichauffeurs, zonnesteek, diarree, ongemak van een vreemd bed of erger. Maarten Willems (nog een Maarten) kijkt anders naar geluk. In onderstaand gedicht uit zijn bundel ‘Tenslotte wint de liefde’ uit 2007.

.

Allen weten wat

geluk is, zolang zij

niet gelukkig zijn.

.

Uitgerekt heet het

‘niet houdbaar’

of noemt men het

‘geduldig zijn’.

.

Mijn liefste…

je bent te mooi

om niet waar te zijn.

.

Chicago blues

Wouter van Heiningen

.

In het kader van vakantiegedichten vandaag een gedicht van mijzelf.  Ik heb een aantal jaar geleden een drietal gedichten geschreven na een reis door de Verenigde Staten. Het gedicht hieronder ‘Chicago blues’ komt uit mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2011.

.

Chicago blues

.

Deze stad ademt de blues

vlak onder de huid bijgezet

in het geheugen  van schoonmakers

en slachters

.

hier trekt de gospel

van mond tot hart

en biedt zij troost

als bijvangst van de fles

.

het centrum als een pacemaker

die in een oud en versleten lijf

ligt te wachten op de laatste regel

uit een lied van Muddy Waters

.

‘You ain’t gonna trouble

poor me, anymore’

.

Vakantiegedicht

Ingmar Heytze

.

In de vakantie neem ik altijd een korte pauze op dit blog. Dan deel ik elke dag gewoon een gedicht maar zonder al teveel duiding, informatie, of in relatie met de categorieën die ik op dit blog heb. In realiteit komt het neer op het gedicht van een dichter, als het kan heeft het een relatie met de vakantie of reizen of rust, waar het gedicht uitkomt, uit welke bundel bijvoorbeeld en wie het heeft geschreven.

Daar begin ik zo half augustus mee maar voor dat het zover is wil ik alvast vakantievierders in de stemming brengen door het delen van een vakantiegedicht van Ingmar Heytze dat te lezen is op de website van het Poëziecentrum in Gent.

Wat ik erg leuk vind aan dit gedicht is dat het begint met een quote van een groot (woord)kunstenaar Wim T. Schippers dat ook meteen de titel verklaart.

.

De grote vacantie

.

Vacantie moet met een c, vind ik, anders is het geen vacantie.

Wim T. Schippers, interview in Onze Taal, 1996

.

Minder gestampte pot, oké,

meer Méditerranée, maar dan de leegte

in de letter ‘c’, alles opeens veel meer vacant –

de klapperende deuren van een uitgestorven

restaurant, tuimelkruid over het strand,

het thema van Monsieur Hulot

uit de buizenradio in je achterhoofd

maar dan op een eenzame mondharmonica.

Vacantie is een hoofd vol vragen: is de zon

soms kouder, de vis te taai, liggen er haaien

voor de kust? Waar is iedereen naar toe?

Waarom hier vandaan?

.

 

 

%d bloggers liken dit: