Site-archief

Evelien Verhegge

Poëzielessen in Vlaanderen

.

Op het bijzonder interessante en inspirerende symposium ‘Uitgesproken poëzie’ over poëzie in klas in Utrecht, verzorgde Evelien Verhegge een workshop met de titel ‘Spieken bij de buren; tips & tricks uit het Vlaamse poëzie-onderwijs’. Evelien Verhegge is docent aan het LUCA, school voor arts en drama in Vlaanderen en werkt bij Jeugd en Poëzie. In haar workshop gaf ze een overzicht van de verschillende opleidingen in België en welke plek poëzie in het Vlaamse onderwijs inneemt.. Daarnaast ging ze in op de volgende vragen:

Welke lessen krijgen Vlaamse leerlingen dan precies wat poëzie en declameren betreft? Welke leerdoelen worden er met het memoriseren en voordragen van poëzie (en andere talige uitingen) behaald? Wat kunnen Nederlandse docenten meenemen naar hun schoolpraktijk? | Workshop voor secundair onderwijs.

Als oefening had ze een bijzonder aardig voorbeeld meegebracht uit haar praktijk als docent. De deelnemers aan de workshop kregen het gedicht Boem Paukeslag van Paul van Ostayen, uit de bundel ‘Bezette stad’ (1921) uitgereikt maar niet in één geheel maar in verknipte stukken. Boem Paukeslag is de artistieke weergave van de dramatische gebeurtenissen in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog; het is ook een van de optisch mooiste gedichten uit de Vlaamse letterkunde.

De eerste opdracht was om de verknipte stukken weer tot één gedicht te maken, en hoewel iedereen die gedicht kent blijkt het toch moeilijk om de verschillende zinnen en onderdelen zo te plaatsen dat het het originele gedicht weergeeft. Daarna kregen we de opdracht om bij onderdelen van het gedicht onomatopeeën (klanknabootsingen) en assonanties (halfrijm) bij een aantal woorden te verzinnen.

Tot slot moesten we een omgeving bedenken waar veel mensen tezamen komen en dit allemaal in het gedicht ‘Boem Paukeslag’ verwerken. Op deze manier krijg je dus een heel nieuw gedicht. In mijn groepje kwam hier het volgende uit waarbij de plek waar veel mensen samen komen een begrafenis was.

.

BOEM

Paukeslag

schrijden, stappen, schrijden, stappen, schrijden, stappen

Stop!

Daar ligt alles                                            plat

O_________________________________________o

Weer razen violen celli bassen koperen triangel

Trommels Pauken

Drama in volle slag hoeren en nabestaanden

werpen zich op eerlike mannen de kerk wankelt

de eer wankelt ligt er

alle maskers vallen

zzzzzzzzzzzzt                                          POF!

.

en vergelijk dat dan met het origineel:

 

Dat is alles

Gerrit Kouwenaar

.

Dinsdag was ik op het symposium ‘Uitgesproken poëzie; over poëzievoordracht in de klas, georganiseerd door de Universiteit van Utrecht, de Stichting Lezen en het Nederlands Letteren Fonds. Over dit symposium later meer. Naast de vele inspirerende ideeën die ik daar heb opgedaan en de bijzondere mensen die daar waren heb ik ook een paar gedichten en dichters onthouden.

Een van de dichters die genoemd werd is Gerrit Kouwenaar (1923 -2014), met zijn bundel ‘Data/Decors’ uit 1971 en het gedicht ‘Gedacht’. Ik kende het gedicht niet maar er zit zoveel in en dat in een klein gedicht van maar vier regels. Pieter Hagoort roemt de rijkdom van het menselijk taalvermogen in dit gedicht en zei dit er ooit over: “Wij kunnen met een beperkt aantal klanken oneindig veel uitingen vormen. Het klankverschil kan miniem zijn, zoals in huid en huis, maar het levert totaal verschillende betekenissen op.”

.

Gedacht

Je hand is bijna je hond
je huid is bijna je huis
je vorm is bijna je worm
je gedicht is bijna wat je gedacht had

.

Columbus dus

Het nieuwe avontuur

.

Naast dat je op avontuur en ontdekkingsreis kunt gaan in de poëzie (wat ik iedereen kan aanraden) kun je ook in de poëzie op zoek gaan naar ontdekkingsreizen. Dat is precies wat Hans Heesen in 1991in opdracht van uitgeverij Kwadraat uit Utrecht gedaan heeft. Hij stelde de bundel ‘Het nieuwe avontuur’ ontdekkingsreizen in de poëzie samen.

In deze thematische verzamelbundel staan gedichten van dichters uit de vorige eeuw over ontdekkingsreizen. Veelal gaan ze over Columbus maar ook Stanley Livingstone Diego Cam, Vasco da Gama, Pizarro en James Cook komen voorbij. Dat je een gedicht over ontdekkingsreizen kunt schrijven en toch heel dichtbij huis kunt blijven bewijst dichter Leendert Witvliet (1936) in het gedicht ‘Columbus dus’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Sterrekers’ uit 1984.

.

Columbus dus

.

Een boot vaart voor het raam

het vloerkleed is de zee

elke stoel krijgt naam

van land of water mee

.

en de kast die op een flat gelijkt

waarop de kat soms ligt als ze niet krabt

waarvoor de boot de zeilen strijkt

en waarheen een reus nu stapt

.

nog zonder naam, nog echt

een kast met grote la

totdat de jongen zegt

die noem ik Amerika.

.

Poëzie in het leslokaal

Symposium

.

Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.

Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.

Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0  Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.

Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.

Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.

.

Waarom ik geen Neerlandistiek studeer

.

Van de beroemdste dertien dichtersnamen

uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,

behaalden tien het Literair Examen

en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

.

Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,

Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen

tot hoge ambten, maar schreef poëzie

zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

.

Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.

Heeft één gedicht dat op z’n poten staat

niet méér gewicht dan een professoraat?

.

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,

(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).

Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

.

 

 

 

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.

Als vrouwen me niet tegenhouden

Citroengeel

.

De Poëziebus gaat weer rijden en tot die tijd stel ik je aan enkele deelnemers voor die dit jaar meerijden. Vandaag is dat Steff Geelen (Citroengeel). Steff is schrijver en performer, studeerde Antropologie aan de Amsterdam University College en Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Steff schrijft poëtisch proza en gedichten waar vaak minstens één dier in verschijnt en droeg voor op o.a. Roots Festival, Radio 1, in de Tolhuistuin en in Het Amsterdam Museum. Daarnaast maakt Steff theater bij Likeminds Factory en maakte Steff van 2016-2018 onderdeel uit van het talentontwikkelingstraject Poetry Circle Nowhere. Steff is organisator en oprichter van Uitgesproken Queer, een platform dat LHBT+ (woord)kunst stimuleert in Utrecht.

.

Als vrouwen mij niet tegenhouden,
val ik in ze, zoals je door iets heen
kan vallen wanneer je weerstand verwacht.

Ik bleef alleen vrijwilliger bij de Regenboog,
omdat iemand me er kind bleef noemen.
Wanneer ik broccoli sneed of vegetarische burgers bakte, er iemand was die zei:
Je doet het toch goed, kind.
Ik werd daar week van.

Zo het hebben van talloze moeders die verschijnen in een moment, vervangen zijn
het volgende.

Als dat echt was,
kon ik er op elk moment een opbellen
of tegenkomen in de supermarkt bij de komkommers.
En dat ze me overal kleinigheden toestoppen: toffee en zuurtjes en meer snoep
zoals vroeger. En dat iedereen
met ongepast advies kwam.
Er iemand was die zei:
Trek die vale sokken uit.
Er zit een gat in je broek.
Kind, kam je haren eens.

Als vrouwen me niet vasthouden, dan vouw ik mezelf door ze heen, verweef me
met hun handen, vraag hen kleren
van me te maken, zodat ik om hun schouders,
rug, over zachte buik hang.

Ik kan het niet laten, ik wil
altijd dichterbij zijn, waar het zacht
is zijn. Ik wil altijd meer terug en meer verder, meer kind en meer moeder zijn

Iets mij laten sussen, wiegen
Iets hebben om te sussen, wiegen.

.

Madurodam

Den Haag, de stad in gedichten

.

Henk van Zuiden (1951) debuteerde in 1983 met de dichtbundel ‘Monument voor moeder’ en in 2003 stelde hij de bloemlezing ‘Den Haag, de stad in gedichten’ samen voor uitgeverij 521. Eerder deed hij dit voor de steden Utrecht en Groningen. In totaal stelde van Zuiden al 40! bloemlezingen samen. In ‘Den Haag’ (her)ontdek je de stad door ogen van de dichter volgens de achterflap. Er zijn al meerdere bundels over Den Haag verschenen maar deze is zeer uitgebreid. Maar liefst 95 dichters met meer dan 100 gedichten zijn in deze bundel opgenomen. Met bekende Haagse dichters als M. Nijhoff, Kees van Kooten, Remco Campert en Bart Chabot maar ook dichters van buiten de stad als C.B. Vaandrager, Annie M.G. Schmidt en Gerrit Komrij dragen hun steentje bij. De dichters die in deze bundel zijn vertegenwoordigd zijn dan ook dichters die in Den Haag geboren zijn, op bezoek kwamen, er een periode woonde of uiteindelijk voorgoed gebleven zijn “op een van de duin- of parkachtige begraafplaatsen”.

.

Ik koos voor een mij wat minder bekende dichter, Co Woudsma (Weesp, 1960), met het gedicht ‘Madurodam’ oorspronkelijk verschenen in ‘Viewmaster’ uit 1997.

.

Madurodam

.

Nu ben ik groot genoeg,

de straat ligt aan mijn voet.

.

Beloop hier de essentie van het land:

een gracht met pand,

een koe met waterkant.

.

alles houdt zijn maat:

het regiment, de dirigent,

de torenklok die steeds maar slaat.

.

De optocht maakt een zacht kabaal,

men fluistert Nederlandse taal,

ook Surinamers zijn op schaal.

.

Wij reuzen doen geen kwaad,

omhelzen kerken,

doven nog een waakvlambrand

en nemen afscheid van dit goede dal.

.

Het leven is er niet te groot

de mensen gaan er heel klein dood.

.

 

Londen

Voces intimae

.

In 1982 werd in het Centraal Museum in Utrecht en in de Hedendaagse Kunst in Utrecht de tentoonstelling van Fedde Weidema (graficus 1915-2000) georganiseerd. Weidema werd onder andere bekend door zijn spoorwegaffiches en zijn illustratie bij het gedicht van Jan Campert ‘De achttien dooden’ onder het pseudoniem Coen van Hart. Ter gelegenheid van deze tentoonstellingen werd een dichtbundel ‘voces intimae’ in een oplage van 400 exemplaren uitgegeven van gedichten van Wouter Kotte. In de bundel drie illustraties van Fedde Weidema.

Wouter Kotte (1933-1998) was dichter en museumdirecteur van onder andere het museum van hedendaagse kunst in Utrecht. Wouter Kotte studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis. Zijn eerste uitgaven van poëzie ontstonden in Arnhem. In zijn publicaties thematiseerde hij vooral de parallellen van denken en uitbeelden. Hij maakte als dichter ook beeldende collages en werken in gemengde techniek op papier.

Voces intimae (Intieme stemmen) bestaat uit twee suites en een gedicht. De suites bestaan uit respectievelijk 5 en 3 gedichten aangevuld met nog een gedicht. In de suite ‘kleine Londense suite’ staat het gedicht ‘Londen’.

.

Londen

.

Elke straat verlangt naar het verleden

teveel voeten stoten zich aan trottoirs

teveel geluiden verstikken hier de lucht.

blijdschap even onvindbaar als dit voorjaar

.

daarom vervloeken straten sterren en stilte

glitteren geschenken en geesten in étalages

waarvan de ruiten toeristen weerspiegelen:

schimmen die er dodelijk echt uitzien

.

warenhuizen zijn de aktuele piramides

pleinen asfaltvelden de stad een jungle.

pneumatisch wordt de dag de grond ingeboord.

luidkeels prijst Londen zich het graf in

.

 

Door stad en land

Kom je de mooiste dingen tegen

.

Ik geef het toe, het is een afwijking. Overal waar ik ben in Nederland (of daar buiten), als een ik gedicht ergens zie op een muur, een raam, een gevel, bankje of een andere plek in de openbare ruimte, dan neem ik daar een foto van. Inmiddels weten veel mensen dat en die beginnen mij nu ook foto’s toe te sturen van gedichten in de openbare ruimte. Wanneer ik die mensen minder goed ken wijs ik ze altijd op de onvolprezen website https://straatpoezie.nl/ en met al die foto’s zit ik dan. Daarom nog maar eens een kijkje in mijn fotoalbum met gedichten uit Leeuwarden, Utrecht, ‘s-Hertogenbosch, Franeker, Sneek, Schiedam en Warnsveld.

.

Leeuwarden

Leeuwarden

Franeker

Franeker

Sneek (geintje!)

‘s-Hertogenbosch

‘s-Hertogenbosch

‘s-Hertogenbosch

                                                                                                                     Schiedam

Warnsveld

Poëzieweek

31 januari t/m 6 februari 2019

.

Vandaag begint de Poëzieweek 2019, een week lang landelijke (Nederland en Vlaanderen) aandacht voor poëzie in de media, boekhandels, bibliotheken en andere plekken waar poëzie leeft. Na een aantal jaar de Nationale Gedichtendag te hebben georganiseerd is er nu alweer voor het zevende jaar sprake van de Poëzieweek. Ik schreef het al eerder en ik herhaal het nog maar een keer; liever zie ik, net als in de Verenigde Staten, een Poëziemaand maar ik ben al blij met een week.

Dit jaar heeft de Poëzieweek als thema ‘Vrijheid’. Een mooi algemeen thema waar je werkelijk alle kanten mee op kan. Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk ‘Zonder handen, zonder tanden’ en dat krijg je in de Poëzieweek gratis bij besteding in de boekhandel van minimaal € 12,50 aan poëzie (zeg maar de aankoop van 1 poëziebundel). Dan wordt op 6 februari bekend gemaakt welke bundels genomineerd zijn voor de Grote Poëzie Prijs (de opvolger van de VSB Poëzieprijs) waarvan de winnaar op 16 juni bekend wordt gemaakt.

Maar er is meer. Op 2 februari is de finale van het NK Poetry Slam in Tivoli Vredenburg, en er zijn tal van voordrachten, projecten, podia rond en met dichters. Zo zijn er poëziewedstrijden, poëzievertaalwedstrijden, Poëzie en Kunst, een poëzieparcours, een light verse middag, interviews met dichters en ga zo maar door. En dan op 7 februari, na een week van tientallen en misschien wel honderden poëzieactiviteiten, wordt het stil.

Ik ben heel blij met de Poëzieweek, de dichtkunst staat een week lang in het centrum van de belangstelling en tegenwoordig in deze vluchtige maatschappij mogen we daar al heel blij mee zijn. Voor de ware liefhebber (en dat zijn er vele en worden er steeds meer) is het dan weer wachten op een initiatief, een project, een voordracht ergens in het land. Dat zou toch ander moeten. Hier op dit blog kan je dagelijks terecht voor een portie poëzie en wie weet komt het ooit zover dat poëzie net proza een vaste plek in het literaire landschap weet te veroveren.

Tot die tijd ook vandaag een gedicht. Van Tom Lanoye uiteraard, de Poëzieweek dichter van 2019. Uit de bundel ‘Hanestaart’ uit 1990 het gedicht ‘Programma’.

.

Programma

.

Weet ik veel hoe poëzie eruit
moet zien. Niet dat statische,
dat uniforme. Daar hou ik niet
zo van. Dezelfde toon herhaald
tot in den treure, en dat dan
‘vormvastheid’ noemen, of ‘een
eigen stem’, dat soort gelul.
Nee daar hou ik niet zo van.

Geef mij dan maar het favoriete
snoepgoed uit mijn jeugd. De
toverbal. Je zuigt en zuigt
maar, telkens komen er andere
kleuren te voorschijn en voor
je ’t weet, heb je helemaal
niets meer. Dát is het, vind
ik. Zoiets. Ongeveer.

.

%d bloggers liken dit: