Site-archief

De troost van het zegbare

Herman de Coninck

.

Al jaren ben ik een groot bewonderaar van het werk van Herman de Coninck (1944 – 1997). Bijna een half jaar lang plaatste ik elke zondag een gedicht van hem als dichter van de maand, op dit blog. Maar dat is alweer jaren geleden. In mijn boekenkast kwam ik, terwijl ik iets anders zocht, zijn bundel ‘Vingerafdrukken’ tegen uit 1997 en ik merkte dat ik meteen weer werd gegrepen door zijn taal.

Daarom en omdat je nooit teveel van Herman de Coninck kunt lezen, vandaag opnieuw een gedicht op zondag van deze fantastische Vlaamse dichter.

.

*

.

De troost van het zegbare.

-Schatje, is er iets?

-Nee liefje, er is niets.

.

Avond. Zo’n rustige druppelregen.

De avond als pianist.

.

Zo werd er thuis gebeden, vijftig keer

weesgegroet Maria vol van genade.

.

Zo werd er gepreveld, ssst gezegd

tegen de koude oorlog bij de warme kachel.

.

-Schatje, is er iets?

-Nee, liefje.

-Sorry, ik dacht even dat er iets was.

.

Het einde

Lucebert

.

Bij het opruimen van mijn boekenkast (met de beperkte ruimte die ik he is het echt belangrijk om af en toe de boel opnieuw in te richten) kwam ik de bundel ”Poetry wereld’ 25 jaar Poetry International tegen. Het betreft hier het Poetry International programmaboek uit 1994. Altijd leuk en interessant om door heen te bladeren en te lezen welke dichters destijds werden geprogrammeerd.

In dit A4 grote programmaboek zat echter ook een losse brochure van 15 september 1994 (de geboortedag van Lucebert) van De Rode Hoed in samenwerking met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) getiteld Hommage aan Lucebert. In deze 12 pagina’s bevattende zwart-wit brochure bestaande uit 3 gevouwen A4 velletjes staat naast het programma van die dag, gepresenteerd door Cox Hobbema met voordrachten van onder andere Simon Vinkenoog, Rudi Fuchs, H.H. ter Balkt en Frank Lodeizen, saxofoon improvisaties van Hans en Candy Dulfer, een poëzieconcert en een inleiding over drie korte films getiteld ‘Lucebert, tijd en afscheid’ van Johan van der Keuken, ook een groot aantal gedichten die Lucebert (1924 – 1994) schreef door de jaren heen.

Een van deze gedichten ‘Het einde’ komt uit de bundel ‘van de afgrond en de luchtmens’ uit 1953.

.

het einde

.

oud de tijd en vele vogels sneeuwen

in de leegte in de verte

wordt men moe en de stemmen

staan stijf om zelfs de zuiverste lippen

.

ruw en laag wandelt de regen

waarheen zijn de lichte dagen gegaan

waar zijn de wolken gebleven

alles is stom en van steen

.

alleen die in zijn engte de elementen telde

buigend bevend als geselslagen

geeft het laatste geluid: het lied

heeft het eeuwige leven

.

Bont

Iris Brunia

.

Toen ik mijn boekenkast aan het herinrichten was (dat is nogal eens nodig) kwam ik de bundel van Iris Brunia (1977) tegen met de intrigerende titel ‘Laten we mijn lichaam delen’. Meteen begon ik weer te lezen. Ik herinner mij een optreden van Iris op het Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam tijdens een poëziepodium georganiseerd door Ongehoord!

Die voordracht van Iris, frêle maar heel stevig en dat in combinatie met haar zachte heldere stem maakte toen veel indruk op me. Haar bundel heb ik destijds, de bundel is uit 2013, met veel plezier gelezen. Daarom, bij uitblijven van nieuw werk van Iris, hier het gedicht ‘Bont’ uit de bundel ‘Laten we mijn lichaam delen’.

.

Bont

.

Zou ik de dingen die ik doe kunnen doen zonder schaamte, in de wetenschap

dat het jou – als het er op aankomt – niet werkelijk uitmaakt wat ik wel of niet laat

.

Ik vermoed dat het een geruststelling kan zijn

.

Alsof alles vanzelfsprekend was legden we hier onze huiden af. Met de kat

tegen mijn borst behelsde ik mezelf en jij omhelsde me

.

Aan jouw gezicht ontleende ik mijn oprechtheid. Je gluurde in mijn pupillen

week een tel

.

we waren slordig , de tijd spleet ons

.

Je kunt het nog zien: de peuk op de wasmachine, de kleding nat, de lakens opgepropt

.

Ik zou een verstaanbare pijn willen hebben – die te troosten is – zodat ik gestild kan

worden met een verleden dat van ons beiden is

.

As

Anneke Brassinga

.

In mijn boekenkast staat de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ uit 2015. In die bundel staan allerlei gedichten die door bekende Nederlandse vrouwen zijn gekozen als ware het dat zo’n gedicht zo’n vrouw aan het huilen maakt. Nu kun je je afvragen of dat echt zo is, je kan ook denken dat zo’n gedicht een speciale betekenis heeft voor degene die het gedicht heeft gekozen. Een van de vrouwen die een gedicht koos is schrijfster Marjan Berk (1932). Zij koos het gedicht ‘As’ van Anneke Brassinga (1948) die oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Wachtwoorden’ Verzamelde, herziene gedichten 1987-2003 uit 2005. De reden dat Marjan Berk koos voor dit gedicht vind ik dan heel grappig:  het geeft een overzicht van wat ons in dit leven te wachten staat, met keiharde conclusie en een goeie grap aan het eind , daar ga ik voor. Aldus Marjan Berk. Reden genoeg om dit gedicht met jullie te delen.

.

As

.

Als ruimte is de tijd van afscheid naar terugkeer, als

tijd nadert nabijheid, alsnog op ons voorloopt,

als wij stilstaan bij elkaar, jij in winter- ik

in zomertijd, als ooit weer als destijds

.

als een vliegend tapijt de tijd

oprolt al die ruimte: as,

verbrande turf.

.

 

Herfst

W.J. van der Molen

.

In mijn boekenkast staan vele dichtbundels, bloemlezingen en verzamelbundels. Zo ook ‘Van de morgen tot morgen’ uit 1964 (tweede druk) een bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs. Toen ik deze bundel uit mijn boekenkast pakte en de ondertitel las moest ik onmiddellijk denken aan een bericht dat Kila van der Starre mij toestuurde over een symposium in Utrecht op dinsdag 5 november 2019 met als thema ‘Uitgesproken poëzie: over poëzievoordracht in de klas’ waar ik gisteren nog over schreef.

In begin jaren zestig was poëzie in de schoolklas blijkbaar belangrijk genoeg dat er zelfs een bundel aan gewijd werd. In deze bundel staan gedichten van alle grote dichters. En soms kom ik een naam tegen van een dichter die ik (nog) niet ken. Zoals de dichter W.J. van de Molen (1923 -2002). Volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie https://www.nederlandsepoezie.org was Willem Johan van der Molen bevriend met Michaël Deak. Hij publiceerde met hem onder het pseudoniem Aernout van Leiden zes bloed- en bodemverzen in nr. 5/6 (mei/juni) 1944 van het door de SS gerunde tijdschrift ‘Groot Nederland’.

In 1985 verklaarde Deak daarover dat deze zes verzen dienden om vijf sonnetten met een verborgen verzetsboodschap een door de Amsterdamsche Keurkamer uitgeschreven poëziewedstrijd te laten winnen. Na de oorlog zouden hij en Van der Molen deze boodschap dan onthullen. Probleem is evenwel dat niemand vóór 1985 van deze wedstrijd gehoord had. De enige bron voor het bestaan van die poëziewedstrijd is Michaël Deak, die erover repte in een brief d.d. 14-08-1985 aan literair onderzoeker Frank van den Bogaard. In kranten- en tijdschriften uit 1944 is geen spoor van de wedstrijd aangetroffen. Het lijkt erop dat Van der Molen, een paar jaar jonger dan Deak, door deze in dit avontuur is gesleept (Bron NPE).

In 1949 publiceert van der Molen zijn bundel ‘Sous-terrain’ (1949) in de Windroos-reeks. In het tweede deel van zijn leven hield van der Molen zich vooral bezig met Haiku’s. Zo was hij vanaf 1981 redacteur van ‘Vuursteen’, het vierjaarlijkse tijdschrift van de Nederlandse en Vlaamse Haiku centra. Na zijn dood wijdde de vanuit Japan opererende World Haiku Association een internetpagina aan hem, vanwege zijn grote verdiensten op haiku-gebied:
www.worldhaiku.net/poetry/nl/wjvan.molen.htm

In ‘Van de morgen tot morgen’ is het gedicht ‘Herfst’ opgenomen. In deze, al donker wordende, dagen leek me dat wel toepasselijk.

.

Herfst

.

De herfst komt met een tondeuse van wind

en een schaar van zilveren schemerregen.

Met lakens wolken om wachtende bomen.

.

Hij legt in het lover een watergolf van tranen

Hij schudt uit flessen doorzichtig grijs

brillantine van dauw en lotions van dromen.

.

Hij snijdt met een scheermes het licht uit de hemel.

Hij knipt met een schaar het geluid uit de tijd,

met zijn vingers de as van de werkelijkheid.

.

Bonus Track

Ja, blokfluit

.

Ik kwam het kleine maar o zo fijne bundeltje ‘Ja, blokfluit’ van Merlijn Huntjens tegen in mijn poëziecollectie en ik dacht: Dit bundeltje is alweer uit 2012. Zou er al nieuw werk gebundeld zijn van Merlijn? Een terechte vraag vind ik want zijn poëzie is heerlijk, een beetje vreemd, verrassend en heel eigen. Eerder schreef ik al over dit bundeltje met 10 gedichten en een bonus track. Vandaag koos ik voor de Bonus track: De eenzame spin.

,

Bonus track: De eenzame spin

.

En dit gaat over de druppel,

die aan de bladeren hangt waar

de spin woont die zijn leven opschrijft

langs de bast van de stam van de dunne eik,

en zegt dat hij toch gelooft in zijn dag, en zijn week,

in het leven van de triestige eenzame spin,

en met die gedachte in zijn kop,

en met een draadje aan zijn kont,

daalt hij af tussen het mos en steekt hij een kaarsje

op,

voor alle andere,

eenzame spinnen,

om hem heen.

.

Aan het verre lief

M. Vasalis

.

Hoe fijn is het om voor je boekenkast te staan en zomaar een dichtbundel te pakken en daarin te gaan lezen zonder datje van te voren heb bepaald welke bundel dat is. Ik doe het met regelmaat. Op die manier lees je bundels op een andere manier, veel verrassender, waarbij je opnieuw ontdekkingen doet.

dit gebeurde toen ik de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954 van Vasalis uit mijn boekenkast pakte en ik begon te lezen. Niet alleen kwam ik een uit de krant geknipt gedicht tegen waar de knipper ‘Vasalis’ op had geschreven ( heerlijk dit onverwachte vondsten in tweedehands boeken) maar ik stuitte ook op het gedicht ‘Aan het verre lief’.

In dit licht melancholieke gedicht lijkt Vasalis het verre lief te beschrijven als iets uit de natuur waardoor het geheel een romantische lading krijgt.

.

Aan het verre lief

.

Ik denk aan ledematen in de ochtendstond,
fris als tulpenstelen, rond
en stroef.
Ach lief.
En aan het ondergronds geluk
dat door de aders van de ziel
stroomt en in plotseling gelach
opspringt, hoog als de eerste dag.
Denk aan de aandacht en de rust
als bij ’t bestijgen van een berg.
Daarboven sneeuw, brandend van wit.
Zo zou het zijn: langzaam en aandachtig,
ingespannen, stijgende, tot het wit-gloeiend eind,
dat heilig is, eenzaam en wijd.

.

                                                                                                                                                                 Schilderij: William Turner

Sylvia Plath

Koeriers

.

Over Sylvia Plath (1932 – 1963) schreef ik al enkele malen. Maar toen ik de bundel ‘Ariel’ (oorspronkelijk uit 1965 maar in mijn geval in vertaling door Anneke Brassinga uit 1980) weer eens in handen nam en herlas wist ik dat ik uit de bijzondere bundel nog een gedicht wilde delen. Het betreft hier het gedicht ‘Koeriers’ of ‘The Couriers’ zoals het in het Engels luidt.

.

Koeriers

.

Het woord van een slak op het bord van een blad?

Het is niet van mij. Neem het niet aan.

.

Azijnzuur in een verzegeld blik?

Neem het niet aan. Het is niet puur.

.

Een ring van goud, en daarin de zon?

Leugens. Leugens en droefenis.

.

Rijp op een blad, de smetteloze

Heksenketel, zwetsend en knetterend

.

In zichzelf, op elke top

Van negen zwarte alpen.

.

Beroering in spiegels,

De zee die de zijne, zo grijs, verbrijzelt –

.

Liefde, liefde, mijn seizoen.

.

The Couriers

.

The word of a snail on the plate of a leaf?
It is not mine. Do not accept it.

Acetic acid in a sealed tin?
Do not accept it. It is not genuine.

A ring of gold with the sun in it?
Lies. Lies and a grief.

Frost on a leaf, the immaculate
Cauldron, talking and crackling

All to itself on the top of each
of nine black Alps.

A disturbance in mirrors,
the sea shattering its grey one-

Love, love, my season.

.

Twee uitspraken over poëzie

Herman de Coninck

.

Wanneer ik voor mijn boekenkast sta valt mijn oog regelmatig op ‘de gedichten’ van Herman de Coninck. Ik blader dan meestal door deze dikke bundel en lees er wat gedichten uit. En een enkele keer, zeker wanneer ik al enige tijd niet meer over deze fantastische dichter heb geschreven dan plaats ik hier een gedicht van hem. Zo ook vandaag. Uit het hoofdstuk ‘Nagelaten gedichten’het gedicht ‘Twee uitspraken over poëzie’.

.

Twee uitspraken over poëzie

.

Poëzie is niet noemen, maar

wat bijen na uren rondzoemen

boven dahlia’s, of Glenn Gould over partituren

.

valszingend, er naast neuriënd, meenemen.

Wat een vrouw van verte weet

die ramen heeft staan zemen.

.

Maar poëzie is ook een poes die over een toets of tien,

voorzichtig, van een piano is gelopen

en omkijkt: heb je dat gehoord, heb je me gezien?

.

Ze legt haar lippen te luister

Dimitri Verhulst

.

Ik werd vanmorgen wakker en ik voelde de behoefte aan schoonheid, aan ware poëzie, aan iets moois dat ik vandaag wilde delen. Staand voor mijn boekenkast kwam ik uit bij de bundel van Dimitri Verhulst ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ met daarin uit het hoofdstuk ‘De dochters worden wakker’ het gedicht 3.

.

3

.

De jacht is open op de dromen.

Ze opent de blinden en verzint

dat ze kan vrijen met het licht.

Zij is tezelfdertijd een vrouw,

tezelfdertijd een man,

en zij bemint zichzelf in evenwicht.

Ze legt haar lippen te luister

aan het vuile woord dat ze graag fluistert

wanneer ze koude ruiten likt.

Wat het vel veel beter weet:

de aanraking heeft een hekel

aan de zienden.

Zij sluit haar ogen

en laat zich wild bekruipen

door het onbekende.

Buiten tuchtigt de natuur

de wereld met haar wetten.

Maar in haar valt het licht nu in.

.

%d bloggers liken dit: