Site-archief

4 mei, dodenherdenking

Geuzenliedboek

.

Op 4 en 5 mei mag ik altijd graag het ‘Geuzenliedboek 1940-1945’ erbij pakken om in te lezen. In dit boek staan vele gedichten die door vaak anonieme dichters zijn geschreven tijdens de bezetting van ons land door de Duitsers. Deze gedichten waren van grote betekenis voor het moreel, net als veel andere uitingen van ‘klein verzet’: het luciferkopje in het knoopsgat, een oranje kettinkje, de goudsbloemen en meer van dergelijke zaken.

De briefjes waarop de gedichten geschreven stonden konden makkelijk worden verstopt of, voor wie dat durfde, worden meegenomen in de portefeuille. Men kon ze aan iemand laten lezen of ze gewoon ergens laten slingeren in de hoop dat de vinder er even door gesterkt werd.

Ik heb voor gisteren 4 mei, de dag dat we de doden herdenken een gedicht over de drukkers van illegale bladen gekozen, die zoals de titel al zegt, dit vaak met hun leven moesten bekopen.

.

Aan de gevallen drukkers

.
Het vaderland is door den vijand bezet,
De vrijheid wordt onderdrukt.
Maar de drukker heeft toch aan de bokken gezet
En het woord van de vrijheid gedrukt.

.
Hij sprak, toen zich niemand meer dorst te uiten,
Want overal sloop het verraad:
Het woord van de vrijheid is niet te stuiten,
En ik rust niet, voordat het er staat.

 

En toen de eerste van hen was gevat,
Trad dadelijk de tweede naar voren.
Toen de derde zijn leven gegeven had,
Sprak de vierde: het is niet verloren.

.
Het lood, dat de vijand verschoot in kogels
Maakten zij tot de stem van het land.
Uit de schuilplaats vlogen de vrije vogels
Van de strijdende geuzenkrant.

.
Wie voor het leven der vrijheid vecht
Voert een strijd die moet voortgezet.
De salvo’s knalden. Zij stonden recht.
En hun leege plaats werd bezet.

.
In Nederland is zoo lang men zich heugt
Het woord van de vrijheid gehoord.
Wie vielen herrijzen in eeuwige jeugd
Met de vrijheid van het woord.

.

Oorlog

Remco Campert

.

Ik kan me herinneren dat het eerste gedicht van Remco Campert (1929) waar ik mee in aanraking kwam, een gedicht over de oorlog was. Volgens mij was het het gedicht ‘When we were very young’ uit zijn debuutbundel Vogels vliegen toch uit 1951. In het werk van Campert komt de oorlog regelmatig terug. Niet zo verwonderlijk natuurlijk als de zoon van Jan Campert (1902-1943) die misschien wel het meest iconische oorlogsgedicht schreef over de tweede wereldoorlog ‘De Achtien Doden’.

In een tijd waarin we dagelijks met de gruwelijkheden van de oorlog worden geconfronteerd via alle media vind het het toepasselijk om een gedicht over de oorlog te plaatsen en het gedicht ‘When we were very young’ verwoordt het gevoel van verwarring rondom alles wat met oorlog te maken heeft heel mooi.

.

When we were very young

.

verkoolde en verroeste brokken

van neergeschoten bommenwerpers

zijn de onheilstekens

waaronder ik jong nog speelde

.

tussen afgeknotte bomen

en verschroeid struikgewas

boven mij zonsverduisteringen

zat ik in de cockpit

.

mijn handen die onwetend

contact zochten ,et de dood

in het  verstoorde spinneweb

van het nieuwgeurend stuur

.

in dikke stukken kogelvrij glas

ving ik het schaarse licht op

dat uitliep op de grond

een lauwe, bleke plas

.

later ging ik verward naar huis

ik vond ook die dag het spoor nog niet

de sleepsteen van de tijd

in het rulle zand

,

Remco Campert

De dood van Wilfred Owen

Frans Budé

.

De Eerste Wereldoorlog heeft heel veel ellende opgeleverd, miljoenen doden, verminkten en de opmaak voor de Tweede Wereldoorlog met nog veel meer afschuwelijke ellende, dood en genocide.  En zoals zo vaak levert ellende soms ook wat moois op. Of moois, iets waardevols. Zoals de poëzie die de Eerste Wereldoorlog voortbracht van bijvoorbeeld een dichter als Wilfred Owen.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ van Frans Budé (1945) uit 2015 staat een gedicht over de dood van Owen getiteld ” De dood van Wilfred Owen op 4 november 2018′. Dit gedicht dat heel mooi past in de categorie ‘Dichters over dichters’ wil ik hier met jullie delen. Om het gedicht maar zeker ook om opnieuw stil te staan bij de waanzin die oorlog is.

.

De dood van Wilfred Owen op 4 november 1918

.

Toen het ophield, door overtrekkende wolken werd

meegezogen, toen het leek op te houden en het rampzalige

vuur aarzelend begon te doven, maar niet genoeg,

jouw ogen zich naar binnen richtten, de dode paarden

.

achter het overvolle lazaret wegzakten in hun eigen lijf,

jij naar het schelle licht zocht dat eerder nog op je viel.

Kameraden die hoorden hoe je hoofd begon te bartsen, je zocht

maar vond hen niet toen het zinkend vlot onder vuur lag,

jou meeversplinterde, alles zwart werd die koude ochtend

.

op het Sambre-Oisekanaal, de woorden die je ooit schreef

weggedreven uit je hoofd: ‘Welke doodsklokken voor hen die

sterven als vee? Slechts de monsterlijke woede der kanonnen.’

.

De slotregels zijn afkomstig uit Owens gedicht ‘Anthem for Doomed Youth’.

.

Vallei van het verlies

Andrew Fetler

.

Andrew Fetler (1925-2017) was een in Letland geboren Amerikaans schrijver van romans en korte verhalen. Hij was Professor Emeritus Engelse taal- en letterkunde aan de University of Massachusetts Amherst. Hij ontving voor zijn werk onder andere twee O’Henry awards (PEN prijzen voor korte verhalen). Afgelopen weekend was ik in Bad Münstereiffel op de Hürtgen Kriegsgräberstatte Soldaten Friedhof. Op deze begraafplaats liggen Duitse en Russische soldaten begraven die in de regio zijn omgekomen tijdens de eerste en tweede wereldoorlog. Andrew Fetler vocht in de tweede wereldoorlog mee in de slag rond de bossen van Hürtgen. Hij schreef er het volgende gedicht over dat bij een informatiebord bij het deel van de begraafplaats staat, waar de soldaten begraven liggen. In het Engels en in de Duitse vertaling.

 

Valley of Crosses
Valley of the losses
Why this sadness?
Mother Huertgen, are you listening?
Do you feel the warming breeze?
Do your hills resound with whistling
Where boys tramps with naked knees?
Hush, be still, my sons are sleeping,
They are tired of the war,
Flowers grow, but they are weeping,
Naked knees they’ll see no more.

.

Tal der Kreuze,

Tal der Verlorenen –

Warum diese Traurigkeit?

Mutter Hürtgen, hörst Du?

Fülst du die wärmende Brise?

Hallt er vond Deinen Höhen wider,

auf denen Jungen umherschweiften mit nackten Knien?

Sei still, meine Söhne schlafen,

sie sind des Krieges müde;

Blumen wachsen, doch sie weinen,

nackte Knie sie nie mehr sehen werden.

.

 

Verleidersspel

Vasko Popa

.

Vasile ‘Vasko’ Popa (1922 – 1991) was een Servische dichter van Roemeense afkomst. De verandering van naam (in feite een vorm van bijnaam) komt in de landen van het voormalige Joegoslavië vaker voor. Zo kende ik de Kroatisch-Bosnische dichter Hrvoje Senda eerst alleen als Pero Senda. 

Na het afronden van de middelbare school schreef Popa zich in als student aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Belgrado . Hij vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Boekarest en in Wenen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan en werd hij opgesloten in een Duits concentratiekamp in Zrenjanin in het huidige Servië. Na de oorlog in 1949 studeerde Popa af aan de Romaanse groep van de Faculteit der Wijsbegeerte aan de Universiteit van Belgrado. Hij publiceerde zijn eerste gedichten in het literaire tijdschrift ‘Književne novine’  en het dagblad ‘Borba’ (Worstel).

Van 1954 tot 1979 was hij redacteur van uitgeverij Nolit . In 1953 publiceerde hij zijn eerste grote verzenverzameling, Kora (Blaffen). Zijn andere belangrijke werk omvatte Nepočin-polje (1956), Sporedno nebo (1968), Uspravna zemlja (1972), Vučja so (1975) en Od zlata jabuka (1978), een bloemlezing van Servische volksliteratuur. Zijn ‘Collected Poems, 1943-1976′, een compilatie in Engelse vertaling, verscheen in 1978, met een inleiding van de Britse dichter Ted Hughes.

In 1995 heeft de stad Vršac een poëzieprijs ingesteld, vernoemd naar Vasko Popa. Het werd jaarlijks uitgereikt voor het beste dichtbundel gepubliceerd in het Servisch . De prijsuitreiking vindt plaats op de dag van Popa’s verjaardag, 29 juni.

Vasko Popa schreef in een beknopte modernistische stijl die veel te danken had aan het surrealisme en Servische volkstradities en absoluut niets aan het socialistisch realisme dat de Oost-Europese literatuur domineerde na de Tweede Wereldoorlog; in feite was hij de eerste in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog die brak met het socialistisch realisme. Hij creëerde een unieke poëtische taal, meestal elliptisch, die een moderne vorm combineert, vaak uitgedrukt in spreektaal en gewone idiomen en uitdrukkingen, met oude, orale volkstradities van Servië – epische en lyrische gedichten, verhalen, mythen, raadsels, en dergelijke. Hij is een van de meest vertaalde Servische dichters en in die tijd was hij een van de meest invloedrijke werelddichters geworden.

In de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries het gedicht ‘Spelen: Verleidersspel’ uit 1955 van hem opgenomen in een vertaling van de Rotterdamse dichter Jana Beranová.

.

Spelen: Verleidersspel

.

De een streelt de stoelpoot

Tot de stoel zich verroert

En lief gebaart met zijn poot

.

De ander kust het sleutelgat

Kust het als waanzinnig

Tot het sleutelgat hem terugkust

.

Een derde staat terzijde

Staart het tweetal aan

Schudt zijn hoofd en schudt

.

Tot het hoofd eraf valt

.

Geheim

Pierre Reverdy

.

De Franse dichter Pierre Reverdy (1889 – 1960) had veel invloed op (surrealistische) schilders uit zijn tijd. Hij was bevriend met grote namen als Guillaume Apollinaire, Louis Aragon, Georges Braque, André Breton, Juan Gris en Pablo Picasso.

Reverdy speelde hij een belangrijke rol tijdens de tweede wereldoorlog in het Franse verzet tegen de Duitse bezetter. Dit terwijl de liefde van zijn leven Coco Chanel, met wie hij een relatie had tussen 1921 en 1926, juist met de bezettende nazi’s samenwerkte.

Het gedicht ‘Geheim’ is afkomstig uit de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ uit 2018 en werd uitgegeven door Amnesty International en uitgeverij De Geus. Het gedicht is vertaald door Elisabeth Leijnse en genomen van de website poemes.co/pierre-reverdy.

.

Geheim

.

De lege stolp

De dode vogels

In het huis waar alles sluimert

Negen uur

.

De aarde houdt zich onbeweeglijk

.

Kan het zijn dat iemand zucht

Kan het zijn dat bomen glimlachen

.

Het water beeft op het puntje van elk blad

Een wolk doorkruist de nacht

.

Voor de deur zingt een man

.

Het raam gaat geluidloos open

.

Reverdy geschilderd door Modigliani.

High Flight

John Gillespie Magee

.

Eind vorige eeuw gaf de BBC met haar boeken divisie een aantal dichtbundels uit onder de serie naam ‘The Nation’s Favourite’. Ik schreef al over de Nation’s Favourite Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/23/do-not-stand-at-my-grave-and-weep/ The Nation’s Favourite Love poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/26/after-the-lunch/  en de Nation’s Favourite Comic Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/09/29/koffie-in-de-hemel/  .

Er zijn echter meer delen zoals The Nation’s Favourite Poems of Journeys uit 2000. Opvallend in deze bundeling reisgedichten is het grote aantal gedichten van dichters uit de 19e eeuw en eerder. Beroemde namen zijn vertegenwoordigd, van William Shakespeare, Alfred, lord Tennyson, W.H. Auden en vele anderen.

Ik koos uit deze bundel een gedicht van een wat minder bekende (maar nog steeds beroemde) dichter John Gillespie Magee (1922 – 1941). Hij was de Anglo-Americaanse Royal Canadian Air Force piloot en dichter in de Tweede Wereldoorlog, die het beroemde gedicht ‘High Flight’ schreef. Hij vond de dood bij een onfortuinlijke botsing tussen twee vliegtuigen boven England in 1941.

.

High Flight

.

Oh! I have slipped the surly bonds of Earth
And danced the skies on laughter-silvered wings;
Sunward I’ve climbed, and joined the tumbling mirth
Of sun-split clouds, – and done a hundred things
You have not dreamed of – wheeled and soared and swung
High in the sunlit silence. Hov’ring there,
I’ve chased the shouting wind along, and flung
My eager craft through footless halls of air…

.

Up, up the long, delirious burning blue
I’ve topped the wind-swept heights with easy grace
Where never lark, or ever eagle flew –
And, while with silent, lifting mind I’ve trod
The high untrespassed sanctity of space,
Put out my hand, and touched the face of God.

.

Vuur en wind

Muus Jacobse

.

In de loop der tijd heb ik heel wat dichtbundels verzameld die de oorlog als onderwerp hebben. In een aantal gevallen betreft het hier dichtbundels met poëzie die tijdens en na de oorlog zijn geschreven, vaak met verzetspoëzie maar in een aantal gevallen ook met persoonlijke gedichten.

De bundel ‘Vuur en wind’ van Muus Jacobse met als ondertitel Gedichten 1941 – 1945 waarvan ik een derde druk bezit uit 1946, is er een uit de laatste categorie. Deze bundel werd door D.A. Daamen uitgeversmaatschappij N.V. in Den Haag uitgegeven en werd in december 1945 (een maand na de eerste publicatie) bekroond met de Van der Hoogt-prijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde én met een prijs voor verzetspoëzie van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

De bundel is chronologisch ingedeeld (van 10 mei 1940 tot na de bevrijding), is geschreven in vast rijm en bevat vele verwijzingen naar God, die blijkbaar een belangrijke rol speelde in het leven van de dichter. Muus Jacobse was het pseudoniem van dichter Klaas Hanzen Heeroma (1909 – 1972). Ik schreef al eerder over deze dichter https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/02/het-boek-2/ als één van de dichters in de bundel ‘Het landvolk’.

Ik koos voor het gedicht ‘Wit afscheid’ omdat het zo vol van verwijzingen zit en niet doordrenkt is van religieuze overdenkingen. Voor de echte liefhebber is de hele bundel hier https://www.dbnl.org/tekst/heer023vuur01_01/heer023vuur01_01.pdf  integraal te lezen.

.

Wit afscheid

.

Vanmorgen lag als sneeuw

gespreid op gras en stam

een hagelbui, waarmee

de winter afscheid nam,

.

tussen de bloesemknop

en het uitdagend groen

een witte sluier op

de prilheid van ’t seizoen,

.

een hagelwitte kou

dun over ’t jonge gras,

opdat ons hart zich zou

herinneren wat wás…

.

Het is de laatste April

en morgen is het Mei.

Ons hart wordt wit en stil:

zijn wij nu morgen vrij?

.

Vandaag is het een eind,

morgen een nieuw begin:

wat er werd af gepijnd,

bracht het ons goed gewin?

.

Wit werd nu gras en stam,

dat ons hart nooit vergeet,

hoe ons de vrijheid kwam

door kou, honger en leed…

.

Misschien ligt in Berlijn

vandaag dezelfde sneeuw:

dat het begin mocht zijn,

God, van een beter eeuw!

 

In San Francisco, in

Moskou en Amsterdam

dezelfde sneeuw, waarin

Uw rijk een aanvang nam!

.

In San Francisco, in

Moskou en Amsterdam

Uw sneeuw als een begin,

Uw liefde als een vlam!

.

De verliefde

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) was naast dichter tevens een van Frankrijks bekendste surrealisten. Éluard was een zeer sociaal bewogen mens. In de Spaanse burgeroorlog vocht hij als lid van de Franse communistische partij mee tegen dictator Franco, in de tweede wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Franse verzet en na de oorlog was hij betrokken bij het verzet van de Griekse partizanen. Éluard (en zijn vrouw Gala die later Salvador Dali trouwde) waren goed bevriend met Max Ernst, de Duitse surrealistische schilder.

Toch is in zijn werk het surrealisme niet altijd heel prominent aanwezig. Zo is het gedicht ‘De verliefde’ of ‘L’amoureuse’ in een vertaling van Hans van Straten dat staat in de bundel ‘De moderne Franse poëzie, een anthologie’ uit 2001, meer een liefdesgedicht dan een surrealistisch gedicht, al heeft het hier en daar surrealistische verwijzingen.

.

De verliefde

.

Zij staat over mijn oogleden

en haar haren zijn in de mijne,

zij heeft de vorm van mijn handen,

zij heeft de kleur van mijn ogen,

zij verzinkt in mijn duister

als een steen op de hemel.

.

Zij heeft haar ogen altijd open

en laat mij niet slapen.

Haar dromen in het volle licht

slaan wolken uit de zonnen

laten mij lachen, huilen en lachen,

en praten zonder iets te hoeven zeggen.

.

%d bloggers liken dit: