Site-archief

Bloem en een bloem

Dubbel-gedicht

.

Ik las in de bundel ‘Kruis en munt’ van Toon Tellegen (1941) het gedicht ‘Een bloem’. Deze verscheen speciaal ter gelegenheid van de eerste Landelijke Gedichtendag van 27 januari 2000 in een eenmalige oplage van 20 000 exemplaren. En toen ik dit gedicht las dacht ik: waarom geen dubbelgedicht over een bloem. Mijn tweede gedachte was waarom geen dubbel-gedicht over een bloem en de dichter Bloem. Dus ging ik op zoek naar een gedicht van J.C. Bloem (1887 – 1966) en ik vond het gedicht ‘Het huisje in de duinen’ dat begint met (muur) bloemen uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1965.

.

Een bloem

.

Als ik een bloem was,

zou ik dan nu bloeien?

.

Of zou ik een bijzondere bloem zijn,

een onvoorstelbare bloem,

een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien

en niet bloeien,

.

en die over de rand van een vaas voorover

leunt

om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?

.

Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,

moeten bloeien,

rood en gedachteloos,

op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens

tussen schaamte en geluk?

.

En als ik een bloem was,

zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?

Nu nog niet?

.

Het huisje in de duinen

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.
.
En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.
.
Hier scheen de macht van ’t onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen ’t geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.
.
Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

.

De aanzet tot een web

Toon Tellegen

.

Lezend in de bundel ‘Gedichten 1977 – 1999’ van Toon Tellegen (1941) kwam ik het gedicht ‘De mug’ tegen. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten ben ik sinds 2014 actief als faciliterend uitgever met MUGbooks en sinds vorig jaar samen met Marie-Anne en Bart oprichters en uitvoerders van het leukste en meest eigenwijze mini poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine. Het zal je dan ook niet verbazen dat mijn ogen blijven steken bij een gedicht getiteld ‘De mug’.

Naast dit gegeven is Toon Tellegen een dichter met een geheel eigen stem die altijd weer verrast met zijn poëzie.  Reden genoeg voor mij om dit gedicht met jullie te delen. het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.

.

De mug

.

Een witte Dante en een spekstenen ventje met hoogrode konen,

mollige handen op zijn rug

en nietsontziende ogen,

beiden ver van huis, misschien voorgoed

-naspeuringen naar vroeger zijn tevergeefs geweest, hangt boven allebei hun hoofden-

staan naast elkaar en kijken ernstig door mij heen.

Mijn bureau.

De muze die naar binnen vliegt, een mug,

vliegt in een web, het web van mijn herinnering.

Wie is de spin

van al die wonderlijke, wiebelende draden?

Nooit is het genoeg, nooit.

Verlangen laat de voordeur kraken.

.

Moeder

Toon Tellegen

.

Omdat het vandaag Moederdag is (of je daar nou aan doet of niet), wilde ik een gedicht over een moeder plaatsen. Zoals ik al verwacht had is de keuze reuze. Grappig genoeg vond ik in een klein bundeltje van Toon Tellegen, dat ik pas vorige week kocht, een prachtig gedicht over een moeder. Het betreft hier het bundeltje ‘Kruis en munt’ uitgegeven door Querido en Poetry International in 2000. Een klein dun bundeltje met dertien gedichten, dat verscheen speciaal ter gelegenheid van de eerste Landelijke Gedichtendag in dat jaar. De oplage van het bundeltje was 20.000 en de gedichten zijn in opdracht van Poetry International geschreven door ˜Toon Tellegen. Het bundeltje was uitsluitend op die eerste Landelijke Gedichtendag en twee maanden daarna te koop.

.

Een moeder

.

Ze hebben een moeder onder de voet gelopen,

ze keken naar de hemel,

ze zagen een meeuw –

.

schepen schoven langs de horizon,

wijd en zijd de scherven van haar kinderen.

.

Ze wezen elkaar de veren aan –

zo wit,

zo zonder een vleugel treurigheid

of angstvalligheid –

.

heksen ruimden de rommel op,

zaaiden distels en herinneringen,

vlogen gillend weg.

.

Ze liepen verder, de zon ging onder,

ze keken naar de sterren,

ze hoorden een schreeuw:

.

‘Kinderen!’

.

Over liefde en niets anders

Toon Tellegen

.

Omdat het weer eens tijd was voor een liefdesgedicht (dacht ik) stond ik voor mijn boekenkast en vond daar de bundel ‘Over liefde en over niets anders’ van Toon Tellegen uit 1997. Tsja, als je dan op zoek bent naar een liefdesgedicht laat zo’n titel niets meer aan de fantasie over, dit gaat over de liefde (en over niets anders). Toch is Toon Tellegen geen gewone liefdesgedichtendichter. In een recensie over deze bundel van Gert Jan de Vries in de Volkskrant las ik: Tellegen mag alles nog zo omdraaien, vergroten, verkleinen en verdwazen, nergens verhult hij zijn onderwerpen: herkenbaar menselijk gedrag en herkenbare menselijke emoties.

En zo is het. Toon Tellegen beschikt als geen ander over een bijzondere manier van kijken naar de dingen en het vervolgens op een misschien nog wel bijzondere manier verwerken in een gedicht. Dat gebeurt ook in het gedicht zonder titel maar met de eerste zin ‘De jaloezie was jong’

.

De jaloezie was jong,

ze dampte nog,

en de liefde schuifelde onwennig langs het eerste koren,

prikte zich aan de eerste doornen,

wist nog niet wat schrikken was

en bloeden.

.

In de verte lag het woord: groot, rimpelig en leeg.

.

De natuurwetten kraakten, knarsten,

kwamen een voor een op gang.

Appels vielen, bladeren, sterren.

Rivieren stroomden van de eerste bergen.

.

Kaïn hief zijn arm omhoog.

Alles begon, alles was nieuw,

alles was onontkoombaar.

.

Gedichtendag 2021

Krijtpoëzie en meer

.

Vandaag is het Nationale Gedichtendag. En hoewel deze dag wat minder aandacht krijgt sinds de invoering van de Poëzieweek is het toch alweer de 22ste editie van de Gedichtendag die sinds 2000 bestaat. Poetry International initieerde destijds de Gedichtendag – de oorspronkelijk naam was Nationale Gedichtendag of Landelijke Gedichtendag – met het doel iedereen in Nederland de kans te geven op die dag in aanraking te komen met poëzie. Later werd ook Vlaanderen erbij betrokken, door samenwerking met Behoud de Begeerte. Sindsdien heet het evenement Gedichtendag.

Jaarlijks wordt ook een gedichtendag-bundel uitgegeven van de dichter(s) die daarvoor gevraagd worden. Namen van dichters die de bundel verzorgden zijn bijvoorbeeld Menno Wigman, Remco Campert, Toon tellegen, Hugo Claus, Mark Boog maar ook Antjie Krog. Dit jaar zijn de dichters van Gedichtendag de Vlaamse Maud Vanhauwaert en de Nederlandse dichter Rodaan Al Galidi.

Elk jaar heeft de Gedichtendag (of de Poëzieweek) een thema en dit jaar is dat (heel toepasselijk) ‘Samen’. Op de dag zelf staat het iedereen vrij om in het kader van de poëzie een activiteit te organiseren (jaarlijks zijn dar er tussen de 250 en 300). Ik heb voor dit jaar bedacht dat, nu met de lockdown er weinig mogelijkheden zijn om samen te komen, het leuk zou zijn om met krijt op stoepen, muren, pleinen en straten een gedicht met krijt te schrijven, hier een foto van te maken en deze te delen via een Instagram account @krijtpoezie2021 (mailen naar mijn emailadres woutervanheiningen@yahoo.com en dan plaats ik de foto). Inmiddels staan er al 6 voorbeelden op dit account maar er kunnen er altijd meer bij natuurlijk.

Hieronder een voorbeeld van Monique Smit met het gedicht ‘Bezit’ van Jean Pierre Rawie.

.

Bezit

.

Waar ik mijn hart aan heb verpand
in mijn verspild verleden,
het ging voorbij, het hield geen stand,
het is als zand vergleden.

.
Ik heb mij steeds het meest gehecht
aan sterfelijke zaken,
aan dingen die ik nimmer echt
tot mijn bezit kon maken.

.
Maar alles wat zo dierbaar was
dat ik het heb verloren,
is mij sinds ik het kwijt ben pas
voorgoed gaan toebehoren.

.

Treurig gedicht

Toon Tellegen

.

Lezend in de bundel ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit 2000 van Toon Tellegen kom ik een interessant, mooi en misschien ook treurig gedicht tegen. De titel zegt het eigenlijk al ‘Treurig gedicht’. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998. Maar al lezend merk ik dat er van treurnis geen sprake is bij mij. Eerder een gevoel van opluchting. Treurnis kan door van alles worden veroorzaakt en er zijn heel veel treurige gedichten die niet de titel dragen die ze misschien zouden moeten dragen. Waar je treurig van wordt. Juist door de titel in combinatie met de tekst veroorzaakt Toon Tellegen precies het tegenovergestelde gevoel bij mij. De verhalen en gedichten van Toon Tellegen kennende denk ik dat dit precies de bedoeling was. Oordeel zelf.

.

Treurig gedicht

.

‘Dit is het einde van de weg,’ zeiden ze.

Er stond een bordje:

DIT IS HET EINDE VAN DE WEG

‘Hier, dit punt,’ zeiden ze.

Ze hurkten erbij neer

en raakten het voorzichtig even aan.

‘Is dit het?’

‘Dit is het.’

Het was herfst, het regende, het stormde.

Ze stonden op, draaiden zich om.

.

Later kwamen ze nog even terug

met een vergrootglas.

Het was het einde van de weg.

.

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.

Cliffhanger in een gedicht

Toon Tellegen

.

Pas geleden las ik een gedicht van Toon Tellegen in de bundel ‘Stof dat als een meisje’ uit 2009, zonder titel, waarna ik me voornam een stukje te schrijven over een fenomeen dat in dit titelloze gedicht voorkomt; de cliffhanger. Een cliffhanger is een vakterm uit de film- en televisiewereld, die ook gebruikt wordt voor verhalen in boeken en toneelstukken. Het houdt in dat een verhaal van bijvoorbeeld een serie of aflevering, film of boek eindigt op een moment waarop de spanning het grootst is, en waarbij niet duidelijk is hoe het verder afloopt. Op dat moment is de plot nog niet afgerond en blijft de kijker met een onbevredigend gevoel achter, nieuwsgierig naar het verdere verloop. Dat verdere verloop wordt dan meestal gegeven in een volgende aflevering. Maar dus ook in gedichten, alleen daar volgt dan geen volgende aflevering maar moet de lezer zijn of haar fantasie gebruiken om de verdere loop van het gedicht in te vullen.

Ik heb kort gezocht naar andere voorbeelden van cliffhangers (of soms zijn het open eindes met een twist) in poëzie en heb er een gevonden in een gedicht dat ik zelf schreef en dat verscheen in mijn bundel ‘Winterpijn’ uit 2014. Uiteraard zijn er meerdere voorbeelden te vinden (ik hou me aanbevolen voor suggesties!). Daarom eerst het gedicht van mezelf ‘Reasons to be cheerful part three, My big love’. En daarna het gedicht van Toon Tellegen.

.

Reasons to be cheerful part three

My big love

 

Haar jurk is wit. Niet gewoon wit maar

gebroken wit, of hoe dat dan ook heet, meer

crèmekleurig.  Heel veel jurk. ‘Dat hoort erbij’

had ze gezegd.  Bij afwezigheid van haar

vader , loopt haar oudere oom met haar op.

 

Links en rechts gaan mensen staan.  Zijn

Schoenen knellen, vooral links bij zijn enkel

De lach rond haar moeders mond is nog

nooit zo breed geweest, nog even en hij valt

van haar gezicht, denkt ie en kijkt weg.

 

Nog twee rijen, dan zijn ze bij hem.  Daar zit zijn

oude buurmeisje.  Hij kijkt naar haar lichaam,

haar lange blonde haren.  Hij lacht om haar

krullende mondhoeken.  Dan staat ze naast hem

‘Je hoeft alleen maar ja te zeggen’  had ze gezegd.

.

Gedicht van Toon Tellegen

 

Het regende

en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid

.

en een engel verscheen,

zag om zich heen

en sloeg iemand neer,

en nog iemand,

en nog iemand

.

en achteraan, in het donker, achter iedereen,

in elkaar gedoken, met zijn rug tegen de muur,

zat een man, keek naar de grond

en dacht na,

dacht dagen maanden jaren na

en dacht tenslotte, op een ochtend,

in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen

krijsend in de bleke lucht:

ik, ik zal…

.

en de engel baande zich een weg naar hem

.

Poëzie zeker

Wat is poëzie?

.

Als je al jaren over poëzie schrijft, zelf poëzie schrijft en er dagelijks mee bezig bent dan wordt de vraag nog wel een gesteld wat poëzie nu eigenlijk is. Op die vraag is geen eenduidig antwoord mogelijk blijkt. Definities genoeg maar geen enkele definitie is hetzelfde. Daarom ben ik eens op onderzoek uitgegaan wat er zoal over wordt gedacht en gezegd. Ter lering ende vermaeck zeg maar.

De Amerikaanse dichter Emily Dickinson schreef ooit in een brief: “If I feel physically as if the top of my head were taken off, I know that is poetry.” De Engelse dichter A.E. Housman zei hierover: “I  have to keep a close watch over my thoughts when I’m shaving in the morning, for if a line of poetry strayed into my memory, a shiver races down my spine and my skin would bristle so that my razor ceased to act.”

Ik vergelijk dit met een eigen ervaring. Wanneer je gaat slapen en je bent bijna in slaap maar nog niet helemaal en je gedachten vormen zich in zinnen waarvan je weet dat dit een gedicht op gaat leveren. Dan moet je jezelf dwingen op te staan, of een pen en papier pakken en deze zinnen op schrijven. Hieruit komen vaak de mooiste gedichten.

Dichters kunnen soms ook heel dichterlijk zijn in het omschrijven wat nu precies poëzie is. Voorbeelden hiervan zijn: ‘A thought, caught in the act of dawning’, ‘Means of bringing the wind in the grasses into the house’, of ‘Poetry is a pheasant disappearing in the brush’.

Net als andere vormen van literatuur kan poëzie proberen een verhaal te vertellen, een drama uit te voeren, ideeën over te brengen, levendige, unieke beschrijvingen te geven of onze innerlijke spirituele, emotionele of psychologische staat van zijn uit te drukken. Toch vestigt poëzie bijzondere aandacht op de woorden zelf: hun geluiden, texturen, patronen en betekenissen. Het is vooral ook interessant om je te concentreren op de verbale muziek die inherent is aan de taal.

Een ander opmerkelijk feit is dat meer dan negentig procent van de gedichten in een standaard poëziebloemlezing ( of dat nu Nederlandstalig, Engels, Duits, Spaans of wat voor taal dan ook is) in formele gestructureerde, hoogpatroonvormige metrische versen geschreven zijn. Terwijl de productie van actuele poëzie in meer dan negentig procent bestaat uit vrije vormen. Hieruit blijkt dat wat er onder poëzie verstaan wordt in de loop van de jaren, deccenia, eeuwen, verandert.

Een Amerikaans dichter zei ooit dat een gedicht  een “tijdsmachine” is die uit woorden is gemaakt, waarmee mensen in het verleden met ons kunnen praten en wij kunnen spreken met mensen in het verleden, het heden en de toekomst.

Voorzichtige conclusie na een kort onderzoekje dat in geen enkel opzicht enige wetenschappelijke waarde heeft: Poëzie is een god met vele gezichten of zoals Allen Ginsberg het zei: “Poetry is the one place where people can speak their original human mind, it is the outlet for people to say in public what is known in private”.

En omdat elke aanleiding genoeg is om een gedicht te plaatsen of te lezen deze keer een gedicht van Toon Tellegen over poëzie uit ‘Gewone gedichten’ uit 1998.

.

Voorwaarden waaraan een..

Voorwaarden waaraan een
gedicht moet voldoen

Het moet pijnlijk zijn:
altijd, hoe dan ook.

Ik moet het er nooit mee eens
zijn.

Met een lantaarn en een vergrootglas moet ik –
op mijn knieen en vervolgens op mijn buik –
de logica zoeken,
die het telkens laat vallen.

Het moet zich verheffen – daar mag geen twijfel over zijn –
het moet zich altijd verheffen uit zijn nederige stoel,
de ramen opendoen
en zingen – luidkeels, schor en onzinnig –
over de liefde en over mij,
de geur van rozen en onsterfelijkheid, bijna geloofwaardig,
om zich heen,

en nog pijnlijker moet het zijn, nog veel pijnlijker.

.

                                                                                                                                                                                                                                      Afbeelding Poëziecafé Bibliotheek Amstelland

 

 

De spiegel

Laatste maal dichter van de maand

.

Vandaag is Toon Tellegen voor het laatst dichter van de maand want het is de laatste zondag van oktober. Zoals al aangekondigd zal de in oktober overleden dichter Derrel Niemeijer, als eerbetoon, in november dichter van de maand zijn. Nu dus nog eenmaal een gedicht van Toon Tellegen. Uit de bundel ‘De andere ridders’ uit 1984 heb ik gekozen voor ‘de spiegel’ zo’n typisch Tellegen gedicht waarin je, na zorgvuldige lezing, zoveel meer leest dan er op het eerste oog staat geschreven.

.

De spiegel

.

Er hing een spiegel boven het water.

De zwemmer keek omhoog

en zag zichzelf daar zwemmen in het glinsterende water,

hij zag hoe kalm hij zich bewoog.

De lucht was blauw

en de spiegel zweefde allengs naar de verte, weerkaatste

nog een waterlelie

en verdween.

De zwemmer zwom ontroostbaar verder

zo zonder spiegel zwom hij nergens heen.

.

zwemmer

%d bloggers liken dit: