Site-archief

Kind

Dubbel-gedicht

.

Opnieuw een Dubbel-gedicht en dit keer over het kind. De meeste gedichten over kinderen zijn, valt me op, nogal sentimenteel of juist vanuit het kind geschreven en daardoor spelend in de verleden tijd.  In de twee gedichten die ik over het kind bij elkaar heb gezocht gaat het over het opgroeiende kind, in het gedicht ‘Toen ik een kleine jongen was’ van de dichter J.C. Noordstar uit de bundel ‘De zwanen en andere gedichten’ uit 1967 (2e druk), en over de innerlijke wereld van een kind in het gedicht ‘Kind’ van Gerrit Achterberg uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 (mijn exemplaar).

De dichter J.C. Noordstar (1907 – 1987) is minder bekend dan Gerrit Achterberg. J.C. Noordstar was het pseudoniem van prof. dr. Arnold Jan Pieter Tammes. Hij debuteerde met ‘De zwanen en andere gedichten in 1930 waarna al snel de bundel ‘Het pierement’ verscheen (ook in 1930) dat hij samen schreef met Halbo C. Kool, N.E.M. Pareau en Herman Poort. Hierna schreef hij nog samen met N.E.M. Pareau de bundel ‘Argos en Arcadia’ (poëzie en proza) en daar bleef het bij voor wat betreft de bijdrage van Noordstar aan de literatuur.

.

Toen ik een kleine jongen was

.

Toen ik een kleine jongen was

ging ik ’s avonds liggen tussen de koude lakens.

Mijn bed was groot en wijd als de wereldzee,

daar lag ik lekker als een opgerolde slak.

Maar later werd mijn lichaam groter en harder,

en wanneer ik nu mijn benen strek

dan slaat mijn harde hoofd tegen de planken.

O, ja wanneer je groter wordt

stoot je je hoofd tegen de beddeplank.

.

Kind

.

Terwijl we het niet laten blijken

dat werelden in ons bezwijken,

kijkt het kind ons aan.

.

Hij weet er alles van

en vindt vanzelf een naam,

bewaard binnen zijn koninkrijken,

.

en vangt met ons het spelen aan

als zijnsgelijke.

.

Een gans heelal is eeuwig voor zolang.

.

%d bloggers liken dit: