Site-archief

Writers at work

C.B. Vaandrager

.

Naast onderwerpen als de liefde en de dood is de poëzie een zeer geliefd thema voor dichters om hun gedichten aan te wijden. Op dit blog staan een aantal voorbeelden van gedichten over poëzie. En daar wil ik er vandaag nog een aan toevoegen. De dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) is in Rotterdam (en daarbuiten) nog steeds een zeer gewaardeerd als dichter en peetvader van de no-nonsens generatie.  Vaandrager maakte met zijn schoolvriend Hans Sleutelaar deel uit van de redactie van het Rotterdamse literaire tijdschrift ‘Proefschrift’, dat halverwege de jaren vijftig verscheen. Later was Vaandrager met Sleutelaar, de dichter Hans Verhagen en schilder-dichter Armando redactielid van het Vlaams-Nederlandse literaire tijdschrift ‘Gard Sivik’ en het tijdschrift ‘De Nieuwe Stijl’.

In 1961 had Vaandrager zijn poëziedebuut met de bundel ‘Met andere ogen’ waarmee hij meteen naam maakte. Hij schreef een verhalenbundel en autobiografische (Rotterdamse) romans en in 1967 verscheen zijn tweede poëziebundel ‘Gedichten’. In de jaren zeventig ging het bergafwaarts met Vaandrager. Drugs en depressies beheersten zijn leven. Hij verbleef in een psychiatrische ziekenhuis of hij zwierf rond.  In 1981 werd hem de Anna Blaman Prijs van het Prins Bernhardfonds uitgereikt voor zijn gehele oeuvre. Daarna publiceerde hij nog slechts enkele dichtbundels, waaronder ‘Metalon’ (1987) en ‘Sampleton’ (1990). In 2008 verscheen ‘Made in Rotterdam’ zijn verzamelde gedichten bijeengebracht door Hans Sleutelaar en Martin Bril.

Wil je meer over C.B. Vaandrager lezen kijk dan op https://www.dbnl.org/tekst/_pas002199601_01/_pas002199601_01_0098.php

In 1981 verscheen bij De Bezige Bij de bundel ‘Totale poëzie’ waaruit het gedicht over poëzie getiteld ‘Writers at work’ staat.

.

Writers at work

.

Ik zit zo prachtig geparalyseerd

te wachten voor de ramen van een zeekasteel.

Stil als een boegbeeld.

Blad stil,

perfekt als een protese. Ik zit

.

zo prachtig geparalyseerd

te tikken met een meisje, pennemesje in mijn voorhoofd.

Ik geef schouderklopjes aan een windei.

.

Soms adem ik,

soms fluit ik,

soms ar-ti-ku-leer ik. Soms

.

beadem ik de ramen van mijn zeekasteel.

En kondenseer.

Schrijf

meer dan een moraal, meer

dan een kunstvoorwerp. Ik vier

mijn riem en denk

aan een bretel of vriendelijker buikband.

.

Mijn hart is intakt. Heb kontakt

met dat hart – weet het wel

zoals de meeuwen het wel weten, hartelijk?

snavelend

verschrikkelijk dicht bij de ramen van mijn zeekasteel.

Verrukkelijk

vergeefs. Ik

savoereer!

.

Ik schrijf zo prachtig geparalyseerd,

zwart, onbewogen,

aanhoudend (in een schietstoel) groei ik niet, vinger

in een stopkontakt. In een zee van tijd

ik prepareer.

.

De drang om niemand af te maken

Een recensie

.

Begin van dit jaar publiceerde uitgeverij Opwenteling de bundel ‘de drang om niemand af te maken’ van Anouk Smies (1975). Deze Rotterdamse dichter debuteerde in 2013 met de bundel ‘Citaten van een roofdier’ en inmiddels is dit alweer haar 4e bundel. Op de omslag van deze sober maar verder mooi vormgegeven bundel staat de titel van links naar rechts en en daarnaast in spiegelschrift nogmaals. De letter is wat klein maar de naam van de auteur staat rechtsboven duidelijk vermeld.

Voor deze bundel interviewde Anouk Smies een oorlogsveteraan, medewerkers van het Huis voor Klokkenluiders en een sekteverlater. De bundel begint met een citaat van Jean de Boisson: “Men kan de mensen verdelen in twee grote groepen: zij die zich door hun gevoel laten bedriegen, en zij die zich door hun verstand laten  misleiden”. Zonder op de conclusie vooruit te lopen kun je je afvragen of beide niet twee kanten van dezelfde medaille zijn. En je kan je afvragen bij welke van deze twee groepen de geïnterviewden ( in het geval van het Huis van Klokkenluiders; de klokkenluiders zelf) behoren.

De bundel bestaat uit 4 hoofdstukken: Oorlogsveteraan, Klokkenluider, Dichter en Tijdsgeest wat bij mij meteen de vraag deed rijzen waar de sekteverlater was gebleven. Maar daarover later meer.

In het eerste hoofdstuk, de oorlogsveteraan. In dit hoofdstuk is de oorlog alom aanwezig. In vaak hallucinerende taal en beelden brengt Smies de oorlog dichtbij, soms tussen droom en werkelijkheid dan weer in alledaagse dingen. De herinneringen van de oorlog liggen steeds vlak onder de oppervlakte en kunnen (en worden) elk moment zichtbaar en invoelbaar. Zoals in het gedicht ‘zwart’.

.

Stel jezelf nu de vraag of je op durft te kijken

Als je opkijkt zul je nooit in je leven meer een kleur omschrijven

Je zult je niet afvragen of dat een groot verlies is

Het verlies is al uitbesteed

.

In deze gedichten spreekt een oorlogsveteraan die de smerigheid, het geweld, de ontsporing en de zinloosheid van de oorlog aan den lijve heeft ondervonden. De zinnen zijn indringend en de situaties soms moeilijk voor te stellen.

In het tweede hoofdstuk de klokkenluiders. Een iets ander beeld, dit hoofdstuk is iets minder opgebouwd uit traumatische gebeurtenissen en gewelddadigheid. Hier worden meer processen beschreven, mechanismen, het deel uitmaken van een groep zonder er verantwoordelijk voor te zijn. Toch is in deze gedichten een zekere mate van traumaverwerking aan de orde. Het besef van de eigen daden die (achteraf bezien) niet goed waren. De wisseling tussen het toen (de actieve deelname) naar het nu ( de actieve schaamte). Daar hebben de gedichten in het eerste hoofdstuk en het tweede hoofdstuk iets gemeen. In de situatie het besef dat er iets niet klopt, dat er zaken gebeuren waar je deel van uitmaakt maar waar je het eigenlijk niet mee eens bent, geen deel van wil uitmaken.

In dit hoofdstuk is er sprake van beeldspraak, metaforen en raadselachtige zinnen waar je toch de achterliggende gedachte van begrijpt: En legt de betrokkene zijn ogen in een bakje / terwijl hij tekent voor akkoord  (uit het gedicht ‘Genade’). Het bewustzijn van de eigen daden, de twijfel aan die daden en het dan toch uitvoeren. De beschrijving van de innerlijke strijd en worsteling is steeds aanwezig. Het woordgebruik is veelzeggend: mythes, alfamannetje, mietjes, kuddedieren, buigzaamheid;  woorden die extra betekenis geven aan de worsteling van de hoofdpersonen, de klokkenluiders.

In het hoofdstuk ‘dichter’ is er ruimte voor lucht en vrijheid, voor introspectie op het eigen leven en werk als dichter. Ogenschijnlijk staat dit hoofdstuk los van de eerste twee terwijl in de taal de verbintenissen heel duidelijk zijn. Ook hier is ruimte voor de twijfel, het kwaad, de zinloosheid van onderdelen van het bestaan.

In het laatste hoofdstuk ‘tijdsgeest’ komt dan toch nog de sekteverlater aan het woord. Een Jehova’s getuige in het gedicht ‘Het hart der Jehova’s is verraderlijk en nietsontziend. In een staccato opgeschreven gedicht wordt in niet mis te verstane bewoordingen een dwingende, valse en onderdrukkende religie gefileerd. En dan valt er iets op zijn plaats, ook hier het terugkijken, de boosheid over wat was, het adresseren van het eigen falen, het domweg (op)volgen van wat anderen vinden of zeggen. Hier manifesteert dit verbindende thema van deze bundel zich.

In het gedicht dat volgt op het Jehova gedicht ‘herkenning’ komt een stukje van de oplossing naar voren, meteen in de eerste strofe:

.

Ik ben een meestervervalser

Succes blijft een keuze

waaruit voortvloeit dat

ik in een quantumspong mijn ware zelf kan zijn

.

En dan is er aan het einde van de bundel het gedicht ‘De zee hoopt’.

.

De zee hoopt

.

Ik houd van het strand

op de dagen dat het me aan Duinkerke doet denken

.

Een vlakte zou niet gezellig mogen zijn

Geen dagopvang voor afval of plezier

.

Geen agenda vol natte gele strookjes

.

Het is gezond

om je verwachtingen

niet op zandophopingen te projecteren

.

Het is goed

om in de naakte natuur

de dagelijkse sleur

als Tell Sell uit te zetten

.

Kijk ik ontkleed me

en wacht tot de wind

van mijn borsten clusterbommen snijdt

.

Tot mijn buikholte

de lever strikt van zijn verslavingen scheidt

.

De zee hoopt

op het geweld dat ik kan zijn

.

En met deze toch troostrijke en positieve woorden leg ik de bundel opzij. Een volwassen bundel vol bijzondere en schurende poëzie, die onderwerpen aansnijdt die niet altijd leuk zijn of hoopvol, maar die een stem geven aan hen die hun verleden met zich meetorsen maar een richting zoeken, een uitweg, een verklaring en toch ook hopen op een betere toekomst. Koop, leen of lees deze bundel, in bijzondere taal neemt Anouk Smies je mee in een wereld die je waarschijnlijk niet kent of niet eerder zo bezag.

.

Werken

Dubbelgedicht

.

Een dubbel-gedicht over werken, een baan, een carrière, ga er maar aanstaan. Toch wilde ik een twee gedichten vinden die bij deze thema’s aansluiten. En met een beetje fantasie is het gelukt. Het eerste gedicht is van de Rotterdamse dichter Jules Deelder (1944 – 2019). De titel ‘Ogenschijnlijk’ geeft nog niet veel weer tot je bij de tweede strofe bent. Het gedicht komt uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.

Het tweede gedicht is van een heel ander soort en geeft in de titel ‘Fin de carrière’ al weg wat de relatie tussen de twee gedichten is. Het gedicht is van de Vlaamse dichter Gust Gils (1924 – 2002) en ik nam het uit zijn bundel ‘Zanger met zuurstofmasker’ uit 1988.

.

Ogenschijnlijk

.

Ogenschijnlijk heeft het ene

niets te maken met het ander.

.

Ogenschijnlijk schuilt er

voordeel in een vaste baan.

.

Ogenschijnlijk zal er nog

een heleboel verand’ren.

.

Ogenschijnlijk staan de sterren

hier niet ver vandaan.

.

Fin de carrière

.

hij moet voor bekeken houden

de vervaarlijke jager

op grof hersenwild

.

en genoegen nemen

met het slapen van de slaap

der onschadelijken voortaan

.

na het in een al te

roekeloze bui verschieten

van zijn laatste denkpatronen

.

Light verse editie van MUGzine

#8

.

De nieuwe MUGzine, de achtste editie alweer en de derde al dit jaar die medio juni zal verschijnen, zal volledig in het teken staan van de Light verse. Light verse, ook wel plezierdichten of nonsensgedichten genoemd, is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Jaap van der Born schreef er een heel aardig stuk over op de, ook al prima, website Het Vrij Vers http://www.hetvrijevers.nl/index.php/over-light-verse .

Als je aan light verse denkt dan kom je al snel bij Het Vrije Vers terecht. In MUG #8 dan ook een aantal dichters die veelvuldig zijn terug te vinden op deze website: Inge Boulonois, Wim Meyles, Remko Koplamp en Frank van Pamelen. Het is dat MUGzine het leukste maar vooral ook kleinste poëziemagazine is van Nederland en Vlaanderen, anders hadden we uit een grote vijver dichters kunnen uitnodigen.

Lighgt verse dus in MUG #8, illustraties zijn dit keer van de New Yorkse kunstenaar en illustrator Karen Stolper (te volgen op Instagram @karenstolperinlunchwithlove ), natuurlijk een nieuwe Luule en een vrolijk stemmend voorwoord.

Als opwarmertje hier alvast een gedicht van één van de dichters in #8 Remko Koplamp getiteld ‘Pure shit’ van gedichten.nl

.

Pure shit

.

In mijn Bushmills verstopt zich steeds een luis
In de Bowmore word ik een worm gewaar
Mijn Famous Grouse biedt aan een mug een thuis
En in de Blair Athol logeert een haar
.
In mijn Glenlivet tref ik vliegen aan
De Lagavullin is gevuld met vuil
Een vlo komt uit mijn Convalmore vandaan
En in de Teeling houdt een neet zich schuil
.
In mijn Glenfarclas stuit ik op een nagel
Het glaasje Dhallas Dhu bevat een daas
In mijn Glen Garloch drijven korrels hagel
En in de Springbank is een spin de baas
.
Maar boven alles is het pure shit
Dat in die alcohol ook cola zit

.

 

Primo Levi en Dirk Kroon

Dubbel-gedicht

.

Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.

Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.

Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.

.

Wachten

.

Dit is de tijd van bliksems zonder donder,

Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,

Van rusteloze slaap en zinloos waken.

Gezellin, vergeet de dagen niet

Van lange gemakkelijke stilten,

Van nachtelijk toegenegen straten,

Van kalme overdenkingen,

Voordat de bladeren vallen,

Voordat de hemel betrekt,

Voordat ons opnieuw wekt,

bekend geluid, voor onze deuren,

Van met staal beslagen passen.

.

Wachttijd

.

Sta je op een tweesprong

in een uitgestorven landschap?

Kijk naar de knotwilg naast je

die na gekapt te zijn, ineens

weer uitbot of onaangeraakt

zal sterven – de takken in de lucht.

.

Wacht je met gelatenheid

de zoveelste winter af?

Bij het eerste voorjaarslicht

zal blijken of je ongemerkt

op nieuwe groei bent voorbereid.

.

Woman with blond hair an empty road. Girl waiting. Search for a new way. Hitchhiking trip. Travel, adventure. Sense of freedom, enjoy relax lifestyle. Scenic view, landscape. Explore North Norway

Gedichtendag 2021

Krijtpoëzie en meer

.

Vandaag is het Nationale Gedichtendag. En hoewel deze dag wat minder aandacht krijgt sinds de invoering van de Poëzieweek is het toch alweer de 22ste editie van de Gedichtendag die sinds 2000 bestaat. Poetry International initieerde destijds de Gedichtendag – de oorspronkelijk naam was Nationale Gedichtendag of Landelijke Gedichtendag – met het doel iedereen in Nederland de kans te geven op die dag in aanraking te komen met poëzie. Later werd ook Vlaanderen erbij betrokken, door samenwerking met Behoud de Begeerte. Sindsdien heet het evenement Gedichtendag.

Jaarlijks wordt ook een gedichtendag-bundel uitgegeven van de dichter(s) die daarvoor gevraagd worden. Namen van dichters die de bundel verzorgden zijn bijvoorbeeld Menno Wigman, Remco Campert, Toon tellegen, Hugo Claus, Mark Boog maar ook Antjie Krog. Dit jaar zijn de dichters van Gedichtendag de Vlaamse Maud Vanhauwaert en de Nederlandse dichter Rodaan Al Galidi.

Elk jaar heeft de Gedichtendag (of de Poëzieweek) een thema en dit jaar is dat (heel toepasselijk) ‘Samen’. Op de dag zelf staat het iedereen vrij om in het kader van de poëzie een activiteit te organiseren (jaarlijks zijn dar er tussen de 250 en 300). Ik heb voor dit jaar bedacht dat, nu met de lockdown er weinig mogelijkheden zijn om samen te komen, het leuk zou zijn om met krijt op stoepen, muren, pleinen en straten een gedicht met krijt te schrijven, hier een foto van te maken en deze te delen via een Instagram account @krijtpoezie2021 (mailen naar mijn emailadres woutervanheiningen@yahoo.com en dan plaats ik de foto). Inmiddels staan er al 6 voorbeelden op dit account maar er kunnen er altijd meer bij natuurlijk.

Hieronder een voorbeeld van Monique Smit met het gedicht ‘Bezit’ van Jean Pierre Rawie.

.

Bezit

.

Waar ik mijn hart aan heb verpand
in mijn verspild verleden,
het ging voorbij, het hield geen stand,
het is als zand vergleden.

.
Ik heb mij steeds het meest gehecht
aan sterfelijke zaken,
aan dingen die ik nimmer echt
tot mijn bezit kon maken.

.
Maar alles wat zo dierbaar was
dat ik het heb verloren,
is mij sinds ik het kwijt ben pas
voorgoed gaan toebehoren.

.

De zoek naar schittering

Gevelgedicht

.

Jiske Foppe heeft als initiatiefnemer van het project open/dicht_bruggedichten in oktober 2017 stichting De zoek naar Schittering opgericht. Haar missie is onder meer om poëzie in de openbare ruimte te stimuleren, door eenieder die dit voorstaat. Zoals je weet als je dit blogt regelmatig leest, heb ik al vanaf het begin van dit blog (oktober 2007) aandacht besteed aan poëzie in de openbare ruimte (middels de categorieën Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte).  Ik sprak Jiske pas geleden en zij wees mij op een nieuw project van haar stichting in de wijk Hordijkerveld in IJsselmonde.

Daar worden drie gevels voorzien van gevelgedichten in combinatie met muurschilderingen. Bewoners uit Hordijkerveld werden opgeroepen een eigen gedicht of een thema of hun favoriete gedicht in te sturen voor op een gevel in de wijk. Er waren 23 inzendingen van zelf geschreven gedichten door 14 bewoners van alle leeftijden.

Het gedicht van Ria Rippen uit Hordijkerveld is uitgekozen om in het voorjaar van 2021 op de eerste gevel op de hoek Emelissedijk en Ruimersdijk te worden geschilderd, in combinatie met een muurschildering van Ricardo van Zwol.  Hij zat ook in de jury, samen met de IJsselmondse dichter Joz Knoop , Adriaan Staal (bewoner en bestuurslid van Stichting CO IJsselmonde die het project steunt) en Jiske Foppe van de stichting.
Jiske over de selectie:
“Het was geen eenvoudige keuze want er zijn mooie, ontroerende en rake gedichten ingestuurd. We hopen die in een kleine dichtbundel te kunnen verspreiden begin volgend jaar want die verdienen het zeker gelezen te worden.”

Het gedicht van Ria Rippen dat geplaatst gaat worden op de gevel is het volgende:

Hier wonen de denker,
de doener, de dichter, de drammer
en degene die ziet hoe
de pluisjes van de paardenbloem
zomaar meegaan met de wind.

Over het geselecteerde gedicht van Ria Rippen schreef Jiske namens de jury:
“Wij vonden dit gedicht, dat uit maar één zin bestaat, poëtisch en aansprekend, herkenbaar. Het benoemt verschillende typen bewoners in de wijk, met een verrassende wending na de opsomming ervan. Een mooie alliteratie, met al die d’s aan het begin van de woorden. Het is sfeervol en brengt je op een bijna rustgevende manier naar het eind van het gedicht. Je waait zelf een beetje mee. Het is beeldend geschreven, wat goed past bij de combinatie met een muurschildering.”

Ria was heel verrast en gaf aan nieuwsgierig te zijn naar de andere inzendingen. Ze ontving ter felicitatie alvast een bloemetje namens de stichting. Ricardo van Zwol liet haar alvast de gevel zien waar het om gaat. Ria bleek al ervaring met schrijven te hebben en publiceerde zelfs een bundel “korte, gruwelijke verhalen”, zoals ze het omschrijft, genaamd ‘Mutaties’, via de Rotterdamse Kunststichting  in de Sonde Reeks in 1977.

De stichting ‘De zoek naar schittering’ heeft haar naam gekozen uit een gedicht van de Poolse Adam Zagajewski dat hij in 2003 op het Poetry International Festival ten gehore vind. In een vertaling van Karol  Lesman uit 2008.

.

Poëzie is de zoek naar schittering

.

Poëzie is de zoek naar schittering.
Poëzie is de koninklijke weg
die ons het verst brengt.
We zoeken schittering op het grijze uur,
’s middags of in de schouwen van de dageraad,
zelfs in de bus, in november,
als vlak naast ons een oude priester zit te dommelen.Een kelner in een Chinees restaurant barst in snikken uit
en niemand die vermoedt waarom.
Wie weet, misschien is ook dat wel zoeken,
net als dat moment aan zee,
toen aan de horizon een piratenschip verscheen,
tot stilstand kwam en nog lang onbeweeglijk bleef liggen.
Maar ook momenten van diepe vreugde
.

en ontelbare momenten van onrust.
Laat mij zien, vraag ik.
Laat mij volhouden, zeg ik.
’s Avonds valt een koude regen.
In de straten en de lanen van mijn stad
werkt geluidloos en hartstochtelijk de duisternis.
Poëzie is de zoek naar schittering.

 

MUG #5 is er!

Een nieuw (mini) poëziemagazine

.

Een dag als alle andere. Geen zin, geen woord, je ZOOM-top aan en klaar voor het thuiskantoor of fileleed. En bij thuiskomst of bij thuisblijf, weer geen brief. Of wacht even. Kijk nog eens, op je deurmat. Ja! daar ligt ie. Hij ligt er echt. Een pakketje poëzie verpakt in woorden vol belofte. En wat gebeurt er? Het licht is ineens zachtjes gaan schijnen, de luikjes gaan open, de wereld lacht. Gauw! Ga je tanden poetsen en begin daarna met lezen.

Met veel plezier presenteren wij, Marie-Anne van Poetry Affairs die zulke geweldige voorwoorden schrijft zoals hierboven , Bart van Brrt.Graphic.Design en ikzelf namens MUGbooks, de nieuwe MUGzine #5. De laatste editie van dit jaar want volgend jaar gaan we door met het publiceren van dichters uit Nederland en Vlaanderen in combinatie met kunstenaars en illustratoren.

In #5 staan gedichten van de volgende veelbelovende dichters en aanstormende talenten: Marloes van der Singel, Mattijs Deraedt, Sara De Lodder en Nele Bruynooghe. De illustraties zijn van de zeer getalenteerde illustrator en tekenaar Lies Schroeyen.

MUG verwondert zich dit keer over the morning-after. Het feest is geweest en het was goed want je herinneringen ben je kwijt. De dagen grijs, het uitzicht grijs, je grijze massa gelijk je grijze haren. Of zoals onze Luule het zo mooi kan zeggen:

.

Ze lag erbij als de gedekte tafel

na afloop van het feest. Het randje

was er nu wel af. De glazen waren

om. Het raam geopend voor

de allerlaatste sprong.

.

MUGzine is gratis te downloaden via http://mugzines.nl/ maar misschien wil je wel de papieren versie ontvangen? Of wil je niet alleen dit nummer maar ook alle vorige nummers (#1 t/m #4) met poëzie van onder andere Daniel Dee, Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Serge van Duijnhoven en Sabine Kars, ontvangen? Dat kan. Word donateur voor een jaar en ontvang alle nummers van dat jaar via de post thuisgestuurd. Voor meer informatie kijk je op http://mugzines.nl/word-donateur

Als voorproefje hier alvast een gedicht van Mattijs Deraedt getiteld ‘Bizon’ (dit gedicht staat niet in de MUG #5).

.

Bizon
.
Na de trip hield ik mijn geslacht vast
als een gewond dier
en leidde het naar de drinkplaats.

De vacht van de reuzenbizon werd weer een tapijt
en de spiegel klom terug de muur op.

Het ei dat in mijn borstkas had gegloeid was uitgelopen.
Ik doopte mijn handen in de regenplas op de tuintafel
en legde ze op mijn wangen.

Onder elk gezicht groeit een ander
en in elk kattenhaar gaat een lichtjaar schuil.

.

Ja, ik wil

Willem Alexander en Maxima

.

Soms kom ik dichtbundels tegen die ik wil hebben, niet perse door de inhoud maar door het thema of de gelegenheid waarvoor ze zijn gepubliceerd of uitgegeven. Dit gaat zeker op voor de kleine bundel ‘Ja, ik wil’ Gedichten voor Willem Alexander en Maxima, van uitgeverij Meulenhoff uit 2002, uitgegeven naar aanleiding van het huwelijk van de koning en de koningin.

Dit kleine bundeltje bevat veertien gedichten uit de cassette met achttien gedichten die door de stad Amsterdam als huwelijksgeschenk werd aangeboden aan Willem Alexander en Maxima. Het cadeau werd samengesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam naar een idee van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

In de bundel, die vooraf wordt gegaan door de toespraak van burgemeester Job Cohen, staan gedichten van een bonte verzameling dichters. Van Anneke Brassinga en Adriaan Morriën tot Def P. en Diana Ozon. Maar er staat ook een gedicht in van de Zuid Afrikaanse Elisabeth Eybers getiteld ‘Willem Alexander en Máxima’.

.

Willem Alexander en Máxima

.

Onverbiddelik aanwijs op die troon

moet hij die verwagting van almal beloon;

.

dog per ongeluk, óf per geluk, het hij

reeds sij gretige blik in die richting laat glij

.

van ’n liewe, innemende meisiemens

wat vervulling bied aan zij soetste wens:

.

tesame kan hiertoe begunstigde paar

die veeleisende opdaag klaarspeel, nie waar?

.

 

Klimaatdichters

Poets for the Planet

.

In navolging van Poets for the Planet is een groep Vlaamse en Nederlandse woordkunstenaars ‘Klimaatdichters’ begonnen. Op hun website https://www.klimaatdichters.org/  leggen zij onder het kopje ‘Manifest’ uit waar zij voor staan, namelijk met poëzie in al haar verschijningsvormen voor een klimaatvriendelijke wereld strijden. Dat het de verkeerde kant op gaat met deze wereld mag duidelijk zijn. Ook dichters kunnen een bijdrage leveren aan een betere wereld waarbij de schoonheid van de taal wordt ingezet om mensen, lezers en luisteraars bewustwording bij te brengen over de staat van de wereld, en wat we er met zijn allen aan kunnen doen om tot een betere, schonere en mooiere wereld te komen. Of zoals staat te lezen in het manifest: “We willen mens en planeet verbinden en de individuele en collectieve verantwoordelijkheid versterken.”

Je zou kunnen zeggen dat dichters maar een kleine groep mensen aanspreken maar juist wanneer er steeds meer dichters dit doen, groeit de groep die aan wordt gesproken. Daarom kun je je aansluiten bij de Klimaatdichters, net zoals ik heb gedaan. Want het motto van de Klimaatdichters is: Wij schrijven de aarde niet af.

Op de website vind je verder een lijst dichtbundels, romans, theaterteksten alsook andere literaire initiatieven waarin het klimaat (of de natuur, de aarde) een grote rol speelt. Maar ook een agenda, een aankondiging van een dichtbundel vol klimaatpoëzie en een gedicht van de maand alsmede een smoelenboek van de deelnemende dichters. Als voorbeeld van wat woorden kunnen zeggen over natuur, het klimaat en het denken over hoe we daar mee om zouden moeten gaan, een nieuw gedicht van mijn hand getiteld ‘We sluiten de rivier’.

.

We sluiten de rivier

 .

We sluiten de rivieren

leggen kanalen

en waterlopen onze wil

.

Het land luistert niet, de zeeën

geven niet mee

het bos geeft zich over

aan kap en brand

maar onkruid vergaat niet

.

Staal en beton, rubber

en plastic komen uit

natuurlijke bronnen

.

Na ons volgt geen zondvloed

slechts een liefdevolle inkapseling

 

 

%d bloggers liken dit: