Site-archief

Atletische verzen

Ivo de Wijs en Theo Danes

.

Zoals je misschien weet ben ik gek op thematische poëziebundels, Je hebt ze werkelijk in alle vormen en maten en thema’s. In 2006 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de charmante bundel ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en (zijn neef) Theo Danes. In deze bundel passeren alle atletieknummers de revue. Van de 100 meter sprint, de 400 meter hordelopen, hoogspringen en verspringen, de tienkamp, veldloop  en het speerwerpen, tot de halve marathon en het kogelslingeren toe. Theo Danes is Nederlands tienkamper en werd in deze bundel op poëtisch gebied gecoacht door zijn oom Ivo.

In de bundel vooral vrolijke gedichten in vaste versvormen van beide heren. Daarom van zowel Ivo de Wijs als van Theo Danes een gedicht.

.

Kogelslingeren (geschiedenis)

.

De ‘hammer throw’ stamt uit de tijd

Van louter burchten in de atlas

Toen het van pas kwam in de strijd

Wanneer het buskruit veel te nat was

.

Theo Danes

.

100 meter

.

Ik heb eens bij de New York Open

De benen van mijn kont gelopen

De benen liepen onverwacht

Een tijd van 10 seconden 8

Maar, teleurstellend, liep de kont

Een tijd van 12 seconden rond

Ik viel, helaas, op deze wijze

Gemiddeld nét niet in de prijzen

.

Ivo de Wijs

.

Stiltedag

Grenspark Kalmthoutse heide

.

In het zuidwesten van Brabant (Nederland) ligt een stuk België dat eigenlijk voor een deel Nederland in lijkt te komen. In Nederland onder andere omgeven door de plaatsjes Huijbergen en Ossendrecht en in Vlaanderen door de plaatsjes Wildert, Achterbroek en Ertbrand, ligt het Grenspark Kalmthoutse heide. Een Grenspark want het parl lopt van België door in Nederland. Na dit stukje topografie dan nu de reden dat ik hier over schrijf.

Jaarlijks wordt in dit Grenspark een Stiltedag georganiseerd. Ook dit jaar weer en wel op zondag 27 oktober aanstaande. Dit jaar was aan deze Stiltedag een schrijfwedstrijd gekoppeld en maar liefst 372 gedichten werden ingestuurd als deelname aan deze wedstrijd die de natuur en stilte als thema had. Tijdens de Stiltedag van 27 oktober 2019, kan iedereen deelnemen aan een poëziewandeling waarbij de tien laureaten tentoon gesteld worden. Ook wordt de winnaar van de wedstrijd bekend gemaakt. Met deze wedstrijd wil de organisatie aandacht vestigen op de kwaliteiten van het Grenspark Kalmthoutse Heide: de aanwezige natuur en de uitzonderlijke stilte in het gebied.

Laureaten wandeling

Van 10.00 tot 17.00 uur is er een doorlopende tentoonstelling van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd; inzendingen van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd worden getoond langs een kort wandelparcours (1 km). Wil je meedoen met deze wandeling ga dan naar De Volksabdij Onze Lieve Vrouwe Ter Duinenlaan 199, 4641 RM Ossendrecht, Nederland. Ga naar het infopunt naast de ingang van restaurant De Blauwe Pauw.

Bekendmaking winnaars poëziewedstrijd

Tussen 12.30 en 13.00 uur wordt de winnaar officieel bekend gemaakt op De Volksabdij, O.L.V. Ter Duinenlaan 199 – 4641 RM Ossendrecht (NL).

Na de Dag van de Stilte blijven de 10 panelen met de winnende gedichten nog een tijdje op de wandelroute rondom De Volksabdij staan.

.

Een Stiltedag zonder een gedicht over de stilte is geen Stiltedag en daarom koos ik voor het gedicht van Simon Carmiggelt uit de bundel ‘Fabriekswater’ uit 1956 (onder het pseudoniem Karel Bralleput) met de titel ‘Zwijgplicht’ waarin de dichter zich afvraagt of hij wel genoeg heeft gezwegen in zijn leven.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie die hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. de snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef- maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen.

.

Poëzie werkt op de zenuwen

Andreas Thalmayr

.

Via dichter Evy van Eynde werd ik gewezen op een bericht van Allard van Gent op zijn website https://allardvangent.com over een boek van Andreas Thalmayr met de intrigerende titel ‘Lyrik nervt’ of in het Nederlands ‘Poëzie werkt op de zenuwen’.  Allard van Gent (1966) is werkzaam als freelance journalist, copywriter en vertaler Duits – Nederlands. Sinds april 2011 woont hij in Berlijn.

Het boek ‘Lyrik nervt’ of ‘Poëzie werkt op de zenuwen’ is 15 jaar oud en geschreven door de literatuurwetenschapper, vertaler, schrijver en dichter Andreas Thalmayr.  De uitdrukking ‘Lyrik nervt’ kun je op ieder Duits schoolplein horen. Poëzie is om gek van te worden, betekent het. Of poëzie werkt op de zenuwen. Want als gedichten in verbinding worden gebracht met huiswerk, interpretaties of voorbereidingen op een examen, dan is het geen wonder dat ze bij veel mensen niet zo geliefd zijn.

Allard van Gent geeft ook een mooi voorbeeld van een 12 jarig meisje dat een brief schrijft aan Rainer Maria Rilke (wat op zichzelf al knap is aangezien Rilke al bijna 100 jaar dood is. Toch geeft de toon van de brief goed weer wat bedoeld wordt met poëzie die op de zenuwen werkt.

.

Zeer geachte heer Rilke,

ik heb me helaas over u geërgerd! Het is uw schuld dat ik een zesje op mijn rapport kreeg. Mevrouw dr. Schiedling, onze lerares Duits, smeet afgelopen donderdag een gefotokopieerd gedicht van u bij ons op de schoolbanken en wij moesten hierover een taak schrijven. Ik stuur u mijn tekst toe, zodat u zelf ziet wat mij bij dit gedicht te binnen is geschoten. Veel is het niet. Eerlijk gezegd, ik weet niet wat u daarbij eigenlijk gedacht heeft!
Die mevrouw Schiedling stortte zich natuurlijk meteen op mij. “Thema niet gevonden!” had ze gezegd en alles had ze met een rood potlood vol gekriebeld. Sindsdien wil ik met gedichten helemaal niets meer te maken hebben! Gedichten hangen me de keel uit! Neemt u mij niet kwalijk! Misschien kunt u er ook helemaal niets aan doen, misschien is het gewoon de schuld van die Schiedling.
Help!  Anna Jonas, Kastanienallee 12, Oberkappel

.

Het boek begint met deze brief die, laten we eerlijk zijn, ook net zo goed door elke willekeurige leerling in Nederland of elders geschreven had kunnen worden. Te vaak wordt poëzie (en literatuur wat dat betreft) op scholen gebracht op een manier die een jongere eerder afschrikt dan warm laat lopen. Ik schreef er op 6 oktober nog een bericht over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/06/poezie-in-het-leslokaal/ .

Helaas is in het artikel dat Allard van Gent schreef verder niet veel over de inhoud van dit boek te lezen. De voorbeelden die hij geeft gaan wel in op wat poëzie is en niet is maar dar verklaart de titel toch te weinig vind ik. In een andere recensie vond ik dit over de inhoud: Door de deskundige, gedetailleerde uitleg van Thalmayr, doorspekt met vergelijkingen en voorbeelden, leert de lezer veel over de inhoud, vorm en structuur van gedichten en de trucs van de dichters en krijgt daardoor een nieuwe kijk op de poëzie: vrij en ontspannen omgaan met poëzie. Poëzie is een spel dat gevarieerd en opwindend kan zijn. Precies dat is het wat ik ook in ‘Woorden temmen’ van Kila & Babsie ontdekte.  Mede daarom ondersteun ik zijn gedachte om het boek in het Nederlands te vertalen van harte. Elk boek dat bijdraagt aan een vrolijker, enthousiasmerend en aanstekelijk poëzie-onderwijs is een stap op de goede weg.

En om niet zonder gedicht te eindigen hier het gedicht ‘Vrees’ van Rainer Maria Rilke.

.

Vrees

.

In ’t dorre bos weerklinkt een vogelroep,
die in dit dorre bos verloren lijkt.
En toch heeft zich die ronde vogelroep
in de seconde die hem worden deed
uitspanselbreed op ’t dorre bos gevlijd.
Volgzaam trekt alles samen in die kreet:
Heel ’t land lijkt er geruisloos in aanwezig;
’t is of de stormwind er naar binnen glijdt,
en de minuut, die toch eens verder moet,
is bleek en stil, alsof ze dingen weet,
waaraan een ieder sterven moet,
ontstegen aan die kreet.
.
.

 

 

 

10 tips voor het schrijven van een gedicht

Een ‘handleiding’

.

Op zijn zeer informatieve website https://jerz.setonhill.edu/ beschrijft Dennis G. Jerz van de Amerikaanse universiteit van Settonhill (vandaar de naam van zijn website) hoe je een goed gedicht schrijft. Hiervoor heeft hij tien tips. Ik heb al vaker websites en dichters aangehaald die een soort van menu voor het schrijven van goede poëzie hadden geformuleerd maar deze wilde ik je toch niet onthouden, want Dennis G. Jerz weet waar hij het over heeft.

De tien tips voor het schrijven van een goed gedicht zijn:

  1. Ken je doel
  2. Vermijd clichés
  3. Vermijd sentimentaliteit
  4. Gebruik ‘afbeeldingen’
  5. Gebruik metaforen en simile
  6. Gebruik concrete woorden in plaats van abstracte woorden
  7. Communiceer het thema
  8. Draai het gewone om
  9. Rijm met uiterste voorzichtigheid
  10. Herzie, herzie, herzie

Omdat deze 10  tips waarschijnlijk niet helemaal meteen duidelijk zijn wil ik er kort bij stilstaan.

  1. Als je niet weet waar je heen gaat, hoe kun je daar dan komen? Weet wat je wil bereiken voor je aan een gedicht begint. Onderzoek je een persoonlijke ervaring? Wil je ergens voor of tegen protesteren? Wil je de schoonheid van iets of iemand beschrijven? Wil je met de taal spelen om de taal? Het maakt eigenlijk niet uit welk doel het is, als je maar een doel hebt.
  2. Een cliché is een woord of een combinatie van woorden die al zo vaak gebruikt zijn dat ze eigenlijk aan betekenis hebben ingeboet of deze helemaal zijn verloren. Clichés gebruiken betekent saaie betekenis. Een gedicht vol clichés is als een bord met oud voedsel: onsmakelijk.
  3. Het probleem met sentimentaliteit is dat dit afbreuk doet aan de literaire kwaliteit van je werk. Als je gedicht papperig of met tranen in de ogen is, kunnen je lezers openlijk rebelleren tegen je poging om emotionele reacties in hen op te roepen. Als dat gebeurt, zullen ze stoppen met nadenken over de problemen die je wilt aankaarten, en in plaats daarvan hun energie besteden aan het proberen hun eigen kokhalsreflex te beheersen.
  4. Gebruik afbeeldingen als in de zin van schilder met woorden een beeld. Gebruik daarbij al je zintuigen.
  5. Een metafoor is een bewering die beweert dat één ding echt iets anders is, zoals bijvoorbeeld ‘die bokser is een gladde paling waarmee bedoeld wordt dat je hem wel kan raken maar dat alles van hem afglijdt. De definitie van een metafoor is een vorm van beeldspraak, waarbij er sprake is van een impliciete (onuitgesproken) vergelijking. Een simile is een vergelijking waarbij je zegt dat een object vergelijkbaar is met een ander object. Bij similes worden woorden als ‘zoals’ of ‘als’gebruikt.
  6. Met concrete woorden als poes, rivier, glimmende ogen schets je een beeld dat de lezer begrijpt en kan plaatsen. Hij of zij kan daar verder zelf een invulling aangeven. Bij Abstracte begrippen als liefde, geluk, vrijheid en dergelijke is dat veel moeilijker. Ik  zie abstracte begrippen als containerbegrippen; je kunt er echt zoveel in kwijt dat het het gedicht alleen maar onduidelijker maakt en dus minder persoonlijk voor de lezer.
  7. Een thema is gelijk aan een idee en een mening. Een thema is niet alleen maar een gebeurtenis maar ook hoe de dichter denkt over die gebeurtenis. De dichter streeft ernaar de lezer zijn/ haar thema gedurende het hele gedicht te laten zien, met behulp van literaire technieken.
  8. Je hoeft geen speciaal of literair genie te zijn om goede gedichten te schrijven – het enige wat je hoeft te doen is een gewoon object, plaats, persoon of idee nemen en er een nieuwe perceptie van bedenken. Zo kan een oude vrouw in een bus een actieve senior worden die marathons loopt voor goede doelen.
  9. Rijmen in een gedicht is een valkuil. Rijmen is niet alleen rijmen maar ook een metrum toepassen, muzikaliteit inbouwen. En met rijmt komt rijmdwang dat het vrije van de poëzie juist in de weg kan zitten.
  10. Een gedicht is vrijwel nooit in een keer klaar. Herlees het, schaaf eraan, kijk waar je niet helemaal tevreden over bent , leg het gedicht een paar dagen weg en kijk er dan nog eens naar. Vraag mensen die kritisch kunnen kijken je gedicht te lezen. Aan een opmerking als; mooi gedicht heb je niks, goede opbouwende kritiek is veel waard en uiteindelijk ben jij degene die beslist.

Dit zijn 10 tips om tot het schrijven van goede poëzie te komen. Zelf zou ik er nog aan toe willen voegen: lees veel poëzie, dan ga je goede en minder goede poëzie vanzelf herkennen. En door poëzie te lezen ga je je eigen stem als dichter vinden. Bespreek je gedicht ook met andere dichters en ga luisteren naar voordrachten. op die manier leer je de muzikaliteit en het metrum ontdekken en beheersen.

Zo word je een kind

Dichter op verzoek

.

Op verzoek van Riet Lamers plaats ik vandaag een gedicht van dichter Delphine Lecompte (1978) uit haar bundel ‘De baldadige walvis’ uit 2014 waarin het ‘kind zijn’ meerdere malen terugkomt als thema.

.

Zo word je een kind

.

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Hol naar het dichtstbijzijnde bos
En laat je adopteren door wolven
Ook al kun je ‘INSECT’ al spellen, en op de valreep ‘NEILPAARD’
Het is beter laat dan nooit, en je bent nog maar zeven.

Wolven zijn altijd happig om kinderen aan te nemen
Zolang de kinderen niet te veel noten op hun zang hebben
En bereid zijn de waarschuwingsfabels van hun ouders achter te laten
En hun twistzieke zussen, en hun aanstellerige namen, en hun brevetten
En de domme dashond, en de pedofiele tuinman, en het vlindernet, en de waterput.

Nu ben je een kind geworden dat een wolvenfamilie kan verzinnen
Het hoeft niet te stoppen in het bos, je moet je niet beperken tot wolven
Je kunt ook naar de zee en onder de hoede van de onstuimige Neptunus
Slierten kweken, zeepaardjes berijden en baarzen belazeren
Of naar de steppe om je te laten koesteren door korzelige kamelen.

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Ga naar het hoenderhok, strooi granen in het rond
En laat de zorgeloze kippen je toekomst voorspellen
Ze komen uit hun hok en ze zijn gulzig
Dat kan maar 1 ding betekenen: het wordt een verrukkelijk leven!

.

Om buiten te zingen

Hugo von Hofmannsthal

.

De Oostenrijkse dichter Hugo von Hofmannsthal (1874 – 1929) kende ik niet (ik ken eigenlijk geen Oostenrijkse dichters behalve Erich Fried en Ernst Jandl) maar toen ik in de bundel ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen tegen kwam was ik aangenaam verrast. Het simpele feit dat Paul Claes deze dichter met een gedicht heeft opgenomen zegt wel iets. In ‘De liefste’ zijn de allergrootsten van de wereldliteratuur vertegenwoordigd.

Hugo von Hofmannsthal was een laatromantisch dichter en toneelschrijver. Al moet gezegd dat hij eigenlijk vooral een toneelschrijver was. Deze eenvoudige omschrijving doet hem echter te kort. Hugo von Hofmannsthal was bijzonder productief; vele van zijn plannen zijn evenwel onafgewerkt gebleven. Hij gaf naast vele toneelwerken ook meerdere verzamelbanden met redevoeringen en verhandelingen uit. In de jaren twintig gaf hij lezingen over de kunst en het cultuurleven: hij aardde niet in de modernistische, formele kunststromingen zoals het dadaïsme en verlangde naar een meer conservatieve kunst, waarin de mens zijn geest ontwikkelt en door middel van de kunst tot wijsheid komt.

Ondanks zijn hang naar een meer conservatieve kunst, blijkt uit het gedicht dat is opgenomen in ‘de liefste’ een moderne en vrije geest.

.

Om buiten te zingen

.

De liefste sprak: ‘Ik weerhoud je niet,

Je hebt me niets gezworen.

Men moet de mensen niet weerhouden,

Ze zijn niet tot trouw geboren.

.

Kies je eigen weg, mijn vriend,

Bewonder land na land,

En rust in vele bedden uit.

Neem vele vrouwen bij de hand.

.

En als de wijn te zuur is,

Drink dan malvezij,

En als mijn mond je zoeter is,

Kom dan terug naar mij!’

.

Im Gruenen zu singen

.

Die Liebste sprach: ‘Ich halt dich nicht,

Du hast mir nichts geschworn.

Die Menschen soll man halten nicht,

Sind nicht zur Treu geborn.

.

Zieh deine Strassen hin, mein Freund,

Beschau dir Land um Land,

In vielen Betten ruh dich aus,

Viel frauen nimm bei der Hand.

.

Wo dir der Wein zu sauer ist,

Da trink du Malvasier,

Und wenn mein mund dir süsser ist,

So komm nur wieder zu mir!.

.

Proost!

Om een bokaal van wijn

.

Poëzie kan werkelijk over elk onderwerp gaan. Vaak worden gedichten over een bepaald onderwerp bij elkaar gebundeld. Dit soort themabundels zijn populair bij liefhebbers van poëzie en van het desbetreffende thema. Zo zal uitgeverij van Lindonk in 1967 ook gedacht hebben toen ze ‘Om een bokaal vol wijn’ uitgaven met gedichten van dichters rondom het thema Wijn. De bundel met 24 verzen van ‘eigentijdse Nederlandse dichters’ is uitgegeven in het 125ste wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v. in Arnhem (en dus niet het 123ste zoals abusievelijk op de website https://www.nederlandsepoezie.org/jl/1967/zz_om_een_bokaal_vol_wijn.html staat te lezen).

Bekende en minder bekende dichters hebben hun medewerking verleend aan deze bundel; van A. Roland Holst, C. Buddingh’ en Hans Andreus tot Jan Engelman, Fem Rutke en Tom Naastepad. In een fraai uitgegeven bundel met fijne harde kaft en illustraties van Kurt Löb en van een voorwoord voorzien door Jan Wit is dit een fijne bundel voor poëzieliefhebbers en ook wijnliefhebbers.

Ik koos voor een gedicht van Ankie Peypers, één van de twee vrouwelijke dichters in deze bundel ( de ander is Ellen Warmond) getiteld ‘Verzoek aan wijn’.  Ankie Peypers (1928-2008) debuteerde in 1946 met de bundel ‘Zeventien’, met daarin zeventien jeugdgedichten. In 1951 verscheen haar officiële debuut ‘October’. Sindsdien verschenen gedichtenbundels, vertalingen en enkele romans.  In 1972 verscheen de verzamelbundel ‘Gedichten 1951 – 1971’. Als journalist werkte ze voor De Vlam en Het Vrije Volk. Daarnaast was ze medeoprichter van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus en publiceerde ze regelmatig over de positie van vrouwen.

.

Verzoek aan wijn

.

Laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die jou deed rijpen

toen je geboorte lange maanden

zomermaanden in de heuvels

werd verwacht

tot eindelijk de dorpelingen

op het dagen nachten durend

feest je loflied zongen

dat je goed was

als je voorgeslacht;

.

laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die een oogstfeest verwacht.

.

Laat je drinken

wie dan jij

moet de verhalen

die ons denken

als in de heuvels

gevangen houdt

vertalen?

.

Het werk

Hans van de Waarsenburg

.

De bloemlezing ‘Het werk’ uitgegeven in 1980 door de Erven Thomas Rap was het vijfde deel uit een serie Thema-poëzie die door Wiel Kusters werd samengesteld. Wiel Kusters (1947) is zelf dichter en was hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Maastricht. In ‘Het werk’ heeft Kusters gedichten bijeengebracht over de arbeid van dichters uit de vorige eeuw waarbij de nadruk toch wel ligt bij gedichten uit de jaren ’60 maar vooral ’70. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘N.N.’ van Hans van de Waarsenburg (1943 – 2015).

In dit gedicht schetst van de Waarsenburg de gruwel van het werkeloos zijn. Eerst denk je nog dat de man misschien met pensioen is gegaan, tot je leest dat ‘de kinderen thuis komen’ en over de ‘stemmen uit de begeleiding’. Dan weet je dat hij onvrijwillig thuis zit en van de Waarsenburg schetst de keiharde realiteit en het zwart gat waarin de man dan terecht komt, waarbij de begrijpelijke houding van zijn echtgenote ook niet echt helpt in het ‘doorbrengen van zijn wat langere vakantie’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De dag van de witte chrysanten’ uit 1979.

.

N.N.

.

Hij stond niet meer waar hij had gestaan

Hij moest onwennig lopen in het daglicht

.

Mocht van zijn vrouw de handen niet voor

de ogen houden

.

Moest gewoon lopen, praten, dingen doen

en boodschappen

.

Niet in de weg zitten, te lang in bed liggen

en af en toe eens fluiten, wanneer

.

De kinderen uit school kwamen, dat stond

wat vrolijker

.

Er was immers niets aan de hand zeiden

de stemmen uit de begeleiding

.

Hij moest het zien als een wat langere

vakantie, hij was voorlopig vrij

.

Kon gaan en staan waar hij wilde zeiden

ze, als hij maar niet de hele dag thuis

.

Rond hing, zei ze. Hij moest toch begrijpen

dat dat voor haar ook niet leuk was

.

Ja, zeiden ze samen, hij moest eens wat

gaan doen, binnenshuis, of er buiten

.

Gewoon dus,

alsof er niets aan de hand was

.

Liefdesgewoonten

Bertolt Brecht

.

De Duiste toneelschrijver, prozaïst en dichter Bertolt Brecht (1898 – 1956) werd in 1933 door de nazi’s verdreven (hij werd vervolgd om een opvoering van het toneelstuk ‘De Maatregel’voor hoogverraad) waardoor hij vele jaren in Exil leefde. In eerste instantie vlucht hij naar Denemarken  en na vijf jaar naar Finland. In 1941 vlucht hij opnieuw en komt ij terecht in de Verenigde Staten. Door zijn politieke en kritische stukken wordt hij daar echter opnieuw vervolgd, nu door de anti-communistische krachten in de VS. Hij wordt verhoord en daags daarna reist hij naar Zurich. Hij wil zich vestigen in Duitsland maar hem wordt de toegang ontzegd tot de Amerikaanse bezettingszone. In 1949 reist hij via Praag naar Oost Berlijn. Maar ook binnen de DDR krijgen zijn stukken met kritiek te maken.

Als er een dichter is die zijn hele leven op zoek is geweest naar vrijheid dan is het Bertolt Brecht wel. In zijn liefdesgedichten schuwt Brecht, net als in zijn toneelwerken, het vulgaire en scabreuze niet. Zijn bewogenheid met het lot van de onderdrukten doen hem inzake de liefde  stelling nemen vóór de barmeisjes, de prostituees en de weduwes. En altijd zit er een toon van ontroering en tederheid in zijn poëzie.

In de bundel ‘Een engel verleid je niet’ uit 1998 koos en vertaalde Gerda Meijerink 20 gedichten van Brecht. In de bundel zijn de gedichten in het Duits en in vertaling opgenomen. In de Poëzieweek die als thema ‘Vrijheid’ heeft mag een gedicht van deze dichter die zijn hele leven op zoek was naar vrijheid, niet ontbreken.

.

Liefdesgewoonten

.

Het is niet zo dat het genot zomaar beklijft.

Vaak dient geconsumeerde kus zich nogmaals aan.

Het nog een keer te doen, al hebben we ’t net gedaan

Dat is wat ons zo naar elkander drijft.

.

Die kleine beving van je kont, zo lang

Verwacht al! O, jouw sluwe vlees!

Hoe aangenaam, wanneer je hees

Opnieuw te kennen geeft je geile drang!

.

Hoe jij je knieën buigt! Hoe jij mij weet te geven!

Jouw beven dan, waardoor mijn vlees herkent

Dat je in al je lust nog niet bevredigd bent!

Dat lome draaien! het achteloze naar mij tasten

Terwijl je al glimlacht!

Ach, steeds als je het doet:

Was ’t niet al vaak gedaan, was ’t niet zo goed!

.

Liebesgewohnheiten

.

Es ist nicht so, dass der genuss nur bleibt.

Oftmals verspürt, steigt er noch oftmals an.

Das noch einmal zu tun, was wir schon oft getan

Das ist es, was uns so zusammentreibt.

.

Dies kleine Zucken deines Hintern, längst

Erwartet schon! Oh deines Fleisches List!

Dies angenehme, was das Zweite ist

Wonach du mit erstickter Stimme drängst!

.

Dies Aufgehn deiner Knie! Dies sich Begattenlassen!

Dies Zittern dann, durch das mein Fleisch erfährt

Das kaum gestillte Lust dir wiederkehrt!

Dies faule Drehn! Dies lässig nach mir fassen

Wenn du schon lächelst!

Ach, so oft man’s tut:

Wär’s nicht schon oft getan, wär’s nicht so gut!

 

Poëzieweek

31 januari t/m 6 februari 2019

.

Vandaag begint de Poëzieweek 2019, een week lang landelijke (Nederland en Vlaanderen) aandacht voor poëzie in de media, boekhandels, bibliotheken en andere plekken waar poëzie leeft. Na een aantal jaar de Nationale Gedichtendag te hebben georganiseerd is er nu alweer voor het zevende jaar sprake van de Poëzieweek. Ik schreef het al eerder en ik herhaal het nog maar een keer; liever zie ik, net als in de Verenigde Staten, een Poëziemaand maar ik ben al blij met een week.

Dit jaar heeft de Poëzieweek als thema ‘Vrijheid’. Een mooi algemeen thema waar je werkelijk alle kanten mee op kan. Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk ‘Zonder handen, zonder tanden’ en dat krijg je in de Poëzieweek gratis bij besteding in de boekhandel van minimaal € 12,50 aan poëzie (zeg maar de aankoop van 1 poëziebundel). Dan wordt op 6 februari bekend gemaakt welke bundels genomineerd zijn voor de Grote Poëzie Prijs (de opvolger van de VSB Poëzieprijs) waarvan de winnaar op 16 juni bekend wordt gemaakt.

Maar er is meer. Op 2 februari is de finale van het NK Poetry Slam in Tivoli Vredenburg, en er zijn tal van voordrachten, projecten, podia rond en met dichters. Zo zijn er poëziewedstrijden, poëzievertaalwedstrijden, Poëzie en Kunst, een poëzieparcours, een light verse middag, interviews met dichters en ga zo maar door. En dan op 7 februari, na een week van tientallen en misschien wel honderden poëzieactiviteiten, wordt het stil.

Ik ben heel blij met de Poëzieweek, de dichtkunst staat een week lang in het centrum van de belangstelling en tegenwoordig in deze vluchtige maatschappij mogen we daar al heel blij mee zijn. Voor de ware liefhebber (en dat zijn er vele en worden er steeds meer) is het dan weer wachten op een initiatief, een project, een voordracht ergens in het land. Dat zou toch ander moeten. Hier op dit blog kan je dagelijks terecht voor een portie poëzie en wie weet komt het ooit zover dat poëzie net proza een vaste plek in het literaire landschap weet te veroveren.

Tot die tijd ook vandaag een gedicht. Van Tom Lanoye uiteraard, de Poëzieweek dichter van 2019. Uit de bundel ‘Hanestaart’ uit 1990 het gedicht ‘Programma’.

.

Programma

.

Weet ik veel hoe poëzie eruit
moet zien. Niet dat statische,
dat uniforme. Daar hou ik niet
zo van. Dezelfde toon herhaald
tot in den treure, en dat dan
‘vormvastheid’ noemen, of ‘een
eigen stem’, dat soort gelul.
Nee daar hou ik niet zo van.

Geef mij dan maar het favoriete
snoepgoed uit mijn jeugd. De
toverbal. Je zuigt en zuigt
maar, telkens komen er andere
kleuren te voorschijn en voor
je ’t weet, heb je helemaal
niets meer. Dát is het, vind
ik. Zoiets. Ongeveer.

.

%d bloggers liken dit: