Site-archief

Sonnet 30

Edna St. Vincent Millay

.

Op zondag 30 augustus 2015 schreef ik op ‘Herman de Coninckzondag’ over zijn bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978. Deze bundel bestaat uit vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981. Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)  was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, voor de bundel ‘The Harp-Weaver and Other Poems waarmee ze de eerste vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend (de Pulitzerprijs voor poëzie wordt uitgereikt sinds 1922).

Haar eerste poëziebundel ‘Renascence and Other Poems’ (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing ‘The Lyric Year’. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn. Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.

Hoewel biseksueel en bekend door haar schoonheid en onconventionele leefstijl trouwde ze in 1923 met de veel oudere en rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain. In 1950 overleed ze na een val van een trap waarbij ze haar nek brak.

Het gedicht ‘Sonnet 30′ werd door Herman de Coninck vertaald en gepubliceerd in ‘Ter ere van de goedertieren maan’.

.

Sonnet 30

.

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

.

Sonnet 30

.

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.

Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,

geen reddingsboei voor wie verdrinken.

Liefde is nergens voor en nergens tegen.

Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.

Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,

tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.

Je hebt er niets aan maar je kunt niet zonder.

Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,

verslagen van pijn en kreunend om respijt,

gesard door armoe en moe van het huilen

jouw liefde voor rust zou verruilen,

of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.

Het kan best zijn. Maar ik geloof het niet.

.

Foto: Calr van Vechten, 1933

Advertenties

Als ik te lang gezeten had bij jou

Herman de Coninck

.

Zondag, dus een gedicht van meester dichter Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978 (vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay). In dit geval gedicht nummer 6.

.

6

.

Als ik te lang gezeten had bij jou,

te weerloos en te dicht tegen je aan,

wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,

want van te grote warmte krijg je gauwer kou.

.

En als ik langer dan een mens verdragen kon

gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar

dan ging ik duizelen en werd ik raar

zoals van te lang kijken naar de zon.

.

Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer

waar alles donker is en koud en klein,

rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer

.

omdat ze me vervreemd geworden zijn.

Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister

tot ik weer gewoon word aan het duister.

.

donkerekamer

Ik lees geschiedenis

Ter ere van de goedertieren maan

.

Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.

Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:

Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler.  De gedichten ademen een soort luguber realisme.

Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.

.

Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.

Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd

en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd

en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.

.

En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen

en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt

door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen

en door de absurde energie, daaraan gewijd.

.

Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat

heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.

Maar hoeveel moediger is niet een man

.

die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,

dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,

kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.

.

vincent-millay1

 

 

%d bloggers liken dit: