Site-archief

Visuele poëzie

Warren Lehrer

.

De Amerikaanse schrijver en ontwerper/kunstenaar Warren Lehrer (1955) staat vooral bekend om zijn zeer visuele boeken en multimediaprojecten. Hij kreeg bekendheid in de jaren tachtig en negentig vanwege zijn pogingen om de vorm van gedachten en spraak vast te leggen op de gedrukte pagina in zijn boeken en performance-partituren die worden gekenmerkt door polyvalente (veelzijdige) verhalen en expressionistische typografie. 

In november 2019 ontving Lehrer de Lifetime Achievement Ladislav Sutner-prijs in Tsjechië. voor ‘zijn baanbrekende werk op het gebied van visuele literatuur en vormgeving’. De jaarlijkse onderscheiding, genoemd naar de Tsjechisch-Amerikaanse designpionier, erkent individuele kunstenaars uit de hele wereld die uitmuntende prestaties leveren op het gebied van schone kunsten, met name toegepaste kunst en design.

In 2020 had Lehrer een tentoonstelling in de Center for Book Arts in New York waarin hij zijn benadering van het visualiseren van poëzie en proza ​​in projecten met meerdere vertakkingen door middel van boeken, typografie, animatie en performance weergaf. Uit deze tentoonstelling hier een paar voorbeelden van zijn visuele vorm van poëzie.

.

Tijdelijk gedicht

Adriaan Jaeggi

.

Gedichten in de buitenruimte of ergens binnen in een gebouw kunnen ook een tijdelijk karakter hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gedichten op buiten- of binnenmuren of op het glas van ramen. Zo stond er in 2014 in de centrale bibliotheek van Den Haag een tentoonstelling van verschillende gedichten van het project ‘Poëzie op pootjes’ op posters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/06/poezie-op-pootjes-2/ .

Blijkbaar was 2014 een goed jaar voor tentoonstellingen van (tijdelijke) gedichten want ook in Amsterdam, op het binnenplein van het Amsterdam Museum, was poëzie te lezen die daar tijdelijk werd tentoongesteld. Hieronder een voorbeeld van een gedicht van (de eerste) stadsdichter van Amsterdam Adriaan Jaeggi (1963 – 2008) getiteld ‘II Toeristisch intermezzo / Gedicht dat op een T-shirt past’.

.

De eerste foto van God

Cees Nooteboom

.

Pas geleden was ik in het GEM, het museum voor actuele kunst in Den Haag en in een van de tentoonstellingen, een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Eddy Posthuma de Boer, hing een foto van hem met daarbij een gedicht. Het betrof hier het gedicht ‘De eerste foto van God’ van Cees Nooteboom.

Dit gedicht en deze foto verschenen voor het eerst in het tijdschrift Avenue, in het september nummer van 1982. Avenue was een Nederlands modetijdschrift opgericht in oktober 1965 en het heeft bestaan tot 1994. Het was een glossy, geïnspireerd op het toonaangevende Parijse modeblad Vogue. De bedenker was Joop Swart, een van de grondleggers van World Press Photo. Hij werd ook de hoofdredacteur.

Ik herinner mij de Avenue als een mooi vormgegeven, voornaam en stevig magazine waar inderdaad de fotografie belangrijk was maar waar ook ruimte was voor reportages, literatuur en poëzie. In dat magazine verscheen dus de foto van Eddy Posthuma de Boer waarbij dichter/schrijver Cees Nooteboom het gedicht ‘De eerste foto van God’ schreef.

.

De eerste foto van God

.

Zo zag ik eruit na die eerste dag
Ik alleen met mijn stenen van steen.
Ik alleen met mijn luchten van lucht.

.
Dat was de dag waarop ik nog gelukkig was,
de aarde nog woest en ledig.
Pas daarna schiep ik de bomen,
de dieren, het leger en die fotograaf.

.
Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping,
ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
hij met zijn oog als een spiegel op mijn stenen van steen,

.
en verder niets.

.

Rood

Tentoonstelling en magazine

.

Van november 2010 tot mei 2011 werd in het Tropenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Rood’ georganiseerd. In die periode verscheen ook het magazine Rood, een uitgave van het Tropenmuseum en KIT publishers. In het magazine een overzicht van wat er allemaal te zien was in deze tentoonstelling. Driehonderd objecten die rood van kleur waren of in overgrote mate rood gekleurd waren zoals een Engelse soldatenjas uit de slag bij Waterloo, een prachtige hoofdtooi uit Noord-Amerika, een Roemeens duivelsmasker en politieke affiches uit Nederland, Iran en China. Daarnaast veel kunstwerken van kunstenaars als Armando, Walter van Beirendonck, Inez van Lamsweerde en Constant.

In het magazine veel prachtige fotografie (van de verschillende objecten), rood in kunstfotografie maar ook artikelen over mensen met rood haar, rood in de erotiek en rood in volkskunst. En poëzie. Poëzie uitgezocht door Hafid Bouazza en wel van een dichter Tamim Ibn Al-Mu’izz (gestorven in 984) een prins uit de Fatimidische dynastie die heerste over Egypte en de rest van Noord-Afrika. Omdat hij geen troonopvolger was wijdde hij zich aan de poëzie. Het voorbeeld stond in het magazine.

.

O nacht waarin de maan mij lag te omhelzen

En waarin de zon een van mijn disgenoten was

.

En die ik verwijlde onbehoeftig door tanden aan hagelstenen

En door konen aan appels en mirte

.

Ik overhandigde haar de gelijkenis van haar wang: een wijn

Gemengd in de beker als het licht van een toorts

.

Ik kuste haar en zei sprak al wenend: –

Hoe kun je mensenwangen aan mensen schenken?

.

Ik zei: – Drink: zij ontsprong uit mijn tranen en haar menger

Is mijn bloed en mijn ademtochten kookten haar in haar beker

.

Zij zei: – Als je om liefde voor mij bloed hebt geweend

Drenk mij dan met deze wijn bij mijn ogen en hoofd! –

.

Vuurgedicht en meer

Villa Empain

.

Afgelopen weekend was ik in Brussel in de Villa Empain van de Boghossian Foundation. In 2010 opende de Boghossianstichting een residentie voor gastkunstenaars in deze Art Deco villa, dat al snel uitgroeide tot een belangrijk onderdeel van haar project. Door kunstenaars van alle achtergronden uit te nodigen om in de Villa Empain te verblijven, biedt de Boghossianstichting een serene context voor kunstenaars uit oost en west, om hun zich te ontwikkelen, terwijl ze zich laten inspireren door een dynamische culturele omgeving.

Naast de prachtige villa (die zeer de moeite waard is om te bekijken) was er ook de tentoonstelling Ekphrasis – het schrift in de kunst. Het beeld en het schrift zijn nauw aan elkaar verwant, complementair, en in zekere mate zelfs onderling verwisselbaar. Ekphrasis – Het schrift in de kunst presenteert werken en teksten van een veertigtal vooraanstaande kunstenaars die sinds de jaren zestig het schrift als middel om het beeld te vervangen of te beschrijven geëxperimenteerd hebben.

Er bestaat een grote traditie van kunstenaars die zich zowel met beeldende kunst als met literatuur, poëzie of politiek bezighouden en voor wie taal een wezenlijk onderdeel van hun oeuvre vormt. De tentoonstelling verkent via hedendaagse kunstenaars de verschillende obstakels en voorliefdes voor het gebruik van taal in kunst.

Omdat ik bijzonder geïnteresseerd in alles wat ik de rafelranden van de poëzie noem, was ik blij verrast door deze tentoonstelling. Zo hing er werk van Shirin Neshat waarover ik in 2013 al schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/06/24/poetische-kunst-of-kunstzinnige-poezie/. Maar ook van andere kunstenaars als Lieven De Boeck  met het werk ‘Yellow story’, Jean Boghossian met twee werken zonder titel waarin hij met vuur poëzie heeft gemaakt en Christian Dotremont met het werk ‘Logogrammen: Hendes haar…’.

.

Lieven De Boeck

Jean Boghossian

Christian Dotremont

Stiltedag

Grenspark Kalmthoutse heide

.

In het zuidwesten van Brabant (Nederland) ligt een stuk België dat eigenlijk voor een deel Nederland in lijkt te komen. In Nederland onder andere omgeven door de plaatsjes Huijbergen en Ossendrecht en in Vlaanderen door de plaatsjes Wildert, Achterbroek en Ertbrand, ligt het Grenspark Kalmthoutse heide. Een Grenspark want het parl lopt van België door in Nederland. Na dit stukje topografie dan nu de reden dat ik hier over schrijf.

Jaarlijks wordt in dit Grenspark een Stiltedag georganiseerd. Ook dit jaar weer en wel op zondag 27 oktober aanstaande. Dit jaar was aan deze Stiltedag een schrijfwedstrijd gekoppeld en maar liefst 372 gedichten werden ingestuurd als deelname aan deze wedstrijd die de natuur en stilte als thema had. Tijdens de Stiltedag van 27 oktober 2019, kan iedereen deelnemen aan een poëziewandeling waarbij de tien laureaten tentoon gesteld worden. Ook wordt de winnaar van de wedstrijd bekend gemaakt. Met deze wedstrijd wil de organisatie aandacht vestigen op de kwaliteiten van het Grenspark Kalmthoutse Heide: de aanwezige natuur en de uitzonderlijke stilte in het gebied.

Laureaten wandeling

Van 10.00 tot 17.00 uur is er een doorlopende tentoonstelling van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd; inzendingen van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd worden getoond langs een kort wandelparcours (1 km). Wil je meedoen met deze wandeling ga dan naar De Volksabdij Onze Lieve Vrouwe Ter Duinenlaan 199, 4641 RM Ossendrecht, Nederland. Ga naar het infopunt naast de ingang van restaurant De Blauwe Pauw.

Bekendmaking winnaars poëziewedstrijd

Tussen 12.30 en 13.00 uur wordt de winnaar officieel bekend gemaakt op De Volksabdij, O.L.V. Ter Duinenlaan 199 – 4641 RM Ossendrecht (NL).

Na de Dag van de Stilte blijven de 10 panelen met de winnende gedichten nog een tijdje op de wandelroute rondom De Volksabdij staan.

.

Een Stiltedag zonder een gedicht over de stilte is geen Stiltedag en daarom koos ik voor het gedicht van Simon Carmiggelt uit de bundel ‘Fabriekswater’ uit 1956 (onder het pseudoniem Karel Bralleput) met de titel ‘Zwijgplicht’ waarin de dichter zich afvraagt of hij wel genoeg heeft gezwegen in zijn leven.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie die hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. de snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef- maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen.

.

De koffer

John Ashbery

.

In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.

.

De taak

.

Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.

.

Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.

.

Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.

.

The task

.

They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.

.

Vuurgedicht

Robert Montgomery

.

Op 21 februari 2013 schreef ik al eerder over de kunstenaar/dichter Robert Montgomery. Toen over zijn Urban Poetry, de billboards met poëzie die hij plaatste in verschillende Engelse steden. De in Schotland geboren Montgomery (1972) is bekend om zijn locatiespecifieke installaties, gemaakt van licht en tekst, evenals zijn ‘vuurgedichten’. Montgomery werkt in een “melancholische post-situationistische” traditie (anti autoritair marxistisch, avant-garde, dada en surrealisme), voornamelijk in de openbare ruimte. Hij wordt beschouwd als een leidende figuur in de conceptuele kunstwereld.

Naast de billboards maakt Montgomery dus ook vuurgedichten. Zoals bijvoorbeeld tijdens een tentoonstelling in Parijs in 2014 in de Jardin des Tuileries. In dit geval zijn de gedichten vergankelijk, wanneer ze uitgebrand zijn blijft er slechts as over.

.

 

Brief aan de zee

Johanna Kruit

.

Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’  in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.

Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’  uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.

.

Brief aan de zee

ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang

vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet

dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg

en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen

.

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

%d bloggers liken dit: