Site-archief

Stiltedag

Grenspark Kalmthoutse heide

.

In het zuidwesten van Brabant (Nederland) ligt een stuk België dat eigenlijk voor een deel Nederland in lijkt te komen. In Nederland onder andere omgeven door de plaatsjes Huijbergen en Ossendrecht en in Vlaanderen door de plaatsjes Wildert, Achterbroek en Ertbrand, ligt het Grenspark Kalmthoutse heide. Een Grenspark want het parl lopt van België door in Nederland. Na dit stukje topografie dan nu de reden dat ik hier over schrijf.

Jaarlijks wordt in dit Grenspark een Stiltedag georganiseerd. Ook dit jaar weer en wel op zondag 27 oktober aanstaande. Dit jaar was aan deze Stiltedag een schrijfwedstrijd gekoppeld en maar liefst 372 gedichten werden ingestuurd als deelname aan deze wedstrijd die de natuur en stilte als thema had. Tijdens de Stiltedag van 27 oktober 2019, kan iedereen deelnemen aan een poëziewandeling waarbij de tien laureaten tentoon gesteld worden. Ook wordt de winnaar van de wedstrijd bekend gemaakt. Met deze wedstrijd wil de organisatie aandacht vestigen op de kwaliteiten van het Grenspark Kalmthoutse Heide: de aanwezige natuur en de uitzonderlijke stilte in het gebied.

Laureaten wandeling

Van 10.00 tot 17.00 uur is er een doorlopende tentoonstelling van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd; inzendingen van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd worden getoond langs een kort wandelparcours (1 km). Wil je meedoen met deze wandeling ga dan naar De Volksabdij Onze Lieve Vrouwe Ter Duinenlaan 199, 4641 RM Ossendrecht, Nederland. Ga naar het infopunt naast de ingang van restaurant De Blauwe Pauw.

Bekendmaking winnaars poëziewedstrijd

Tussen 12.30 en 13.00 uur wordt de winnaar officieel bekend gemaakt op De Volksabdij, O.L.V. Ter Duinenlaan 199 – 4641 RM Ossendrecht (NL).

Na de Dag van de Stilte blijven de 10 panelen met de winnende gedichten nog een tijdje op de wandelroute rondom De Volksabdij staan.

.

Een Stiltedag zonder een gedicht over de stilte is geen Stiltedag en daarom koos ik voor het gedicht van Simon Carmiggelt uit de bundel ‘Fabriekswater’ uit 1956 (onder het pseudoniem Karel Bralleput) met de titel ‘Zwijgplicht’ waarin de dichter zich afvraagt of hij wel genoeg heeft gezwegen in zijn leven.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie die hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. de snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef- maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen.

.

De koffer

John Ashbery

.

In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.

.

De taak

.

Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.

.

Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.

.

Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.

.

The task

.

They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.

.

Vuurgedicht

Robert Montgomery

.

Op 21 februari 2013 schreef ik al eerder over de kunstenaar/dichter Robert Montgomery. Toen over zijn Urban Poetry, de billboards met poëzie die hij plaatste in verschillende Engelse steden. De in Schotland geboren Montgomery (1972) is bekend om zijn locatiespecifieke installaties, gemaakt van licht en tekst, evenals zijn ‘vuurgedichten’. Montgomery werkt in een “melancholische post-situationistische” traditie (anti autoritair marxistisch, avant-garde, dada en surrealisme), voornamelijk in de openbare ruimte. Hij wordt beschouwd als een leidende figuur in de conceptuele kunstwereld.

Naast de billboards maakt Montgomery dus ook vuurgedichten. Zoals bijvoorbeeld tijdens een tentoonstelling in Parijs in 2014 in de Jardin des Tuileries. In dit geval zijn de gedichten vergankelijk, wanneer ze uitgebrand zijn blijft er slechts as over.

.

 

Brief aan de zee

Johanna Kruit

.

Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’  in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.

Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’  uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.

.

Brief aan de zee

ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang

vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet

dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg

en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen

.

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

Ede en Nepal

Gedichten op vreemde plekken

.

Van mijn collega Ronald krijg ik zo nu en dan foto’s toegestuurd van gedichten die hij aantreft op vreemde plekken, meestal in de buitenruinmte maar ook in gebouwen of zoals onderstaand geval, toen hij op vakantie in Nepal was. Of dit een gedicht is, op deze muur in Llam in Nepal, weet ik eerlijk gezegd niet zeker maar de afbeelding en de tekst zijn fraai genoeg om hier te delen.

De andere foto heeft hij genomen in Cultura in Ede, het Centrum voor Kunst en Cultuur aldaar waarin ook de bibliotheek gevestigd is. Van een collega uit ede kreeg ik de informatie dat de tekst is geschreven in 2010 in het kader van de Kinderboekenweek dat toen als thema Poëzie had. De tekst is geschreven door de toenmalig directeur van de bibliotheek Ko Oosterwijk. Er zijn toen meerdere gedichten geschreven en tentoongesteld, deze is bewaard gebleven en aangebracht op de kolom in het gebouw.

.

 

I’dd tell you

how a Yak flies

It’s not

as hard as you think

all you have to do

is close your eyes and

dream

De Samurai

.

Niets is eenzamer

dan de tijger die bij nacht

gejaagd wordt, misschien

 

 

paviljoen De Witte

Gedichten in de buitenruimte

.

Een tijdje geleden ben ik benaderd door Kila van der Starre om bijdragen te leveren aan http://www.straatpoezie.nl, een PhD-onderzoek van deze student aan de Universiteit van Utrecht. Doel is om alle gedichten in de openbare ruimte in kaart te brengen in Nederland en Vlaanderen. Omdat ik via mijn rubrieken Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte al veel voorbeelden heb verzameld was het bijna logisch dat ze ook bij mij terecht kwam. Deze week werd ik door John Jansen van Galen van ‘Met het oog op morgen’ op radio 1 (de poëzierubriek) gebeld met de vraag of ik wist of er ooit onderzoek gedaan was naar poëzie in de buitenruimte?

Voor zover ik weet is dat niet het geval, veel voorbeelden zijn plaatselijk en in hun soort redelijk uniek. Vaak zijn het voorbeelden van stadsdichters ter verfraaiing van de buitenruimte en maar een enkele keer gaat het om, wat Kila noemt, canonieke gedichten, gedichten die in het collectief geheugen van de Nederlander (en Vlaming) zitten.

Tweede kerstdag was ik in Beelden aan zee, een museum op de duinrand van Scheveningen met beeldhouwwerk (en een tentoonstelling van  Picasso) dat voor een deel onder paviljoen De Witte is gesitueerd. Op 18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, namen koning Willem I en zijn vrouw namen met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed. In 1994 werd museum Beelden aan zee door koningin Beatrix geopend.

Aan de Pellenaerstraat kant van het paviljoen is ‘De Transparant’ een glazen afscheiding tussen straat en paviljoen van 65 meter lang. Op zestien panelen staan stukken tekst en gedichten over kunst, glas en de zee/het strand.

Hieronder een paar voorbeelden met gedichten van Jan Wolkers, Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar.

.

g1

g4

g5

Met dank aan http://www.denhaag.wiki/index.php/cultuur/monumenten/278-paviljoen-von-wied

Zomer in Rotterdam

Frans Vogel (1935-2016)

.

Op 11 maart zou de Rotterdamse kunstenaar/dichter Frans Vogel 81 zijn geworden. Hij haalde het net niet. Op 19 februari overleed hij in Rotterdam. Vogel werd ooit bestempeld als het Rotterdamse antwoord op zelfkantschrijver Charles Bukowski, wat mij betreft een prima reden om hier een gedicht van hem te plaatsen.

In 2015 werd, naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag, nog een tentoonstelling ingericht in Galerie Wind op het Noordereiland in Rotterdam. Onder de titel ‘Ken zó in Boijmans’ vierde de galerie het leven van de dichter en beeldend kunstenaar. Van Frans Vogel was ook enige tijd de dichtregel ‘Jong begeerd, oud afgedaan’ te vinden op een vuilniswagen van de Roteb.

Uit ‘Passionate’ uit 1996 het gedicht ‘Zomer in Rotterdam’.

 

Zomer in Rotterdam.
.
Nou de stad van gloeiend beton is,
doorklief je het beste nog de Maas
per watertaxi: langs je kanis
strijkt dan een briesje – vlindergeraas.
.
De ‘stuur’ koerst aan op Hotel New York,
waar je van boord stapt naar het terras
om te gaan lunchen met knife   fork:
top is ’t leven, ’t ligt waterpas.
.
Tink’lende glazen, een schaterlach.
Scheepshondgeblaf, heel in de verte.
Een heli- chopt retour zo ie kwam.
.
Wijl de havens rondom met hun pracht
je niets doen dan wereldofferte:
profiteer – zomer in Rotterdam!
.
.
fransvogel
Met dank aan http://www.dbnl.org

Tentoonstelling poëzie en verbeelding

Bibliotheek en museum Maassluis

.

Ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de Kunst en Cultuur Academie (KCA) in Maassluis,  is vanaf zaterdag 27 juni a.s. een tentoonstelling te bezoeken en te bewonderen van de deelnemers en cursisten van de KCA in de bibliotheek, de Kunstuitleen en het Museum Maassluis. Als uitgangspunt voor deze expositie is gekozen voor mijn gedichtenbundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ maar ook diverse andere dichters (o.a. Annie M.G. Schmidt) boden inspiratie aan de exposanten. Zij werkten de gedichten uit in aquarellen, acrylschilderijen, houten en stenen beelden plus keramiek.

De officiële opening is op zaterdag 27 juni om 14.00 in de bibliotheek van Maassluis en de feestelijke receptie, waar ook een film over 50 jaar KCA wordt vertoond, is vanaf 15.00 uur in het Museum Maassluis.

Ik ben zeer vereerd dat men mij heeft gevraagd om met mijn gedichtenbundel als uitgangspunt te dienen voor deze tentoonstelling. Vooral ook omdat de 86! kunstenaars zich (voor de grote meerderheid) hebben laten inspireren op gedichten die ik  geschreven heb. Heel verrassend ook om te zien hoe deze inspiratie heeft geleid tot de kunstwerken die nu te zien zijn.

De tentoonstelling is tijdens openingsuren van het museum en de bibliotheek te bezichtigen. In het museum van 27 juni t/m 30 september  en in de bibliotheek van 27 juni t/m 31 augustus.

Speciaal voor deze tentoonstelling is mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ te koop € 10,-.

De bibliotheek (en de Kunstuitleen) is gevestigd aan de Uiverlaan 18 in Maassluis (http://www.debibliotheekmm.nl), het museum is gevestigd aan de Zuiddijk 16 (http://www.museummaassluis.nl).

Hieronder een aantal foto’s van de tentoonstelling in de bibliotheek.

.

IMG_0491

 

Schilderijen en aquarellen bij ‘Stiltegebied’

IMG_0493

 

Schilderijen en aquarellen bij  ‘Stiltegebied’

IMG_0494

 

Schilderijen bij ‘Kijk’ en ‘Jong’

IMG_0495

 

Kunst n.a.v. mijn gedichten

Project Kunst en Cultuur Academie

.

Begin dit jaar werd ik benaderd door een bestuurslid van de Kunst en Cultuur Academie Maassluis met de vraag of ik het leuk zou vinden als mijn gedichten gebruikt zouden worden in een project van de KCA. Het project bestaat eruit dat mijn gedichten (en voor cursisten die graag een ander gedicht willen is die mogelijkheid er) gebruikt zouden gaan worden ter inspiratie voor allerlei kunstzinnige uitingen zoals aquarel, keramiek, tekening en schilderijen.

Je zult begrijpen dat ik me zeer vereerd voelde en uiteraard ja heb gezegd op dit verzoek. De gedichten die worden gebruikt komen uit mijn bundels ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ en ‘Winterpijn’ die gratis is te downloaden via https://mugbookpublishing.wordpress.com/2014/03/14/eerste-titel-nu-te-downloaden/

De tentoonstelling van de kunstwerken zal plaats vinden in juli, augustus en september 2015 in het Museum Maassluis en in de bibliotheek van Maassluis. Uiteraard zal ik hier verslag doen van dit, zeker voor mij, bijzondere evenement.

Uit ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ het gedicht: ‘Nacht’.

.

Nacht

 

Waar tussen kastanjes en eiken

grondig het hoofd wordt geschud,

een grijze jas afgelegd wordt,

glijden warm voedende stralen binnen

in hoofd en nest

 

de eerste muggen rond de regenton,

razernij nog in het verschiet

in een nacht die niet meer lengt

zich prijs geeft aan de ochtendzon

 

wortels van elastiek die zich vastzetten

in de zwetende klei, op zoek naar ruimte

 

daar meen ik in de luchtdans van de

pimpelmezen, een bijenvolk te herkennen

de laatste zomer indachtig

.

KCA

KCA

Zoals_in_maart

Winterpijn  2

%d bloggers liken dit: