Site-archief

Sterke werkwoorden

Hans Dorrestijn

.

Dichter van de maand februari is Hans Dorrestijn. Omdat het thema van de poëzieweek nog nagalmt heb ik voor deze dichter gekozen, Dorrestijn weet als geen ander de wrang-humoristische toon te raken. Op Wikipedia staat te lezen dat Hans Dorrestijn (1940) een Nederlandse tekstschrijver, vertaler, schrijver en cabaretier is, met een typische zwartgallige stijl. Vreemd genoeg ontbreekt het woord dichter in de opsomming terwijl hij toch wel degelijk poëzie geschreven heeft. Misschien omdat hij vooral bekend is als cabaretier en liedjesschrijver dat dit deel van zijn oeuvre wat onderbelicht is.

Daar komt dus nu verandering in. Op elke zondag in februari zal ik een gedicht van Dorrestijn plaatsen. Vandaag het gedicht ‘Sterke werkwoorden’ en vooruit nog een klein gedicht ‘Havenstad’uit zijn bundel ‘de liefde wandelt vreemde wegen’ nieuwe liedjes en gedichten voor volwassenen uit 1997.

.

Sterke werkwoorden

.

Ik rook niet meer, ik drink niet meer

en doe aan gymnastiek.

Ik  smook niet meer, ik spook niet meer

en lees de encycliek.

.

Vroeger was het andersom

toen leefde ‘k niet zo braaf.

Toen rookte ik en drinkte ik

en klonk de pornograaf…

.

.

Havenstad

.

Somber wachtend op perron elf

van Rotterdam Centraal

lijk ik het meeste op mezelf

van jullie allemaal.

.

hd

Advertenties

Zijwaarts springen

Een recensie

.

Van Méland Langeveld kreeg ik de bundel ‘Zijwaarts springen’. Een bundel die op een bijzondere manier tot stand kwam, maar daarover straks meer. Méland Langeveld is (tekst)schrijver, redacteur en dichter. Langeveld deed meerdere malen mee met de Turing gedichtenwedstrijd. Zes gedichten in deze bundel eindigden hoog in de Turingprijs ranglijst. Gedichten uit de edities van 2012, 2013 en 2014 en ongetwijfeld zal ook dit jaar zijn naam niet ontbreken op de ranglijst (als hij weer meedoet) want zijn poëzie heeft een heel eigen toon.

Uit eerdere besprekingen van zijn gedichten door de Turingprijs redactie: “Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar heen, vooral als er een vergelijking wordt gemaakt tussen een vader die lispelt en meubelen die praten.”

Maar ook: “zeer ontroerende, beeldende beschrijving van de relatie tot een dementerende ouder. Nergens wordt dit gedicht zeemzoet – wat met een gevoelige thematiek niet gemakkelijk te vermijden is.”

De verwachtingen voor lezing waren dan ook hoog gespannen bij mij. Dan als eerste de bundel. Deze is een gevolg van het feit dat Langeveld in de zomer van 2015 de eerste prijs bij de door uitgeverij aquaZZ georganiseerde gedichtenwedstrijd, won.

Als prijs werd deze bundel uitgegeven. Mooi vormgegeven door Angélique Kersten en opgedragen aan Leonie en Roos. De bundel is ingedeeld in zes hoofdstukken met titels als: Huilend leeg landschap’, ‘Sleetse loper naar het avondland’ en ‘Lepe ogen van de melancholieke koe’. Dit zijn mijns inziens willekeurig gekozen titels, ik heb tenminste geen directe link kunnen vinden met de gedichten die na de hoofdstuktitels volgden en de titel van een desbetreffend hoofdstuk. Overigens vind ik dit totaal geen probleem, misschien zie ik iets over het hoofd, misschien zijn het slechts vehikels om enige structuur aan te brengen in de bundel.

Uit deze titels komt al naar voren wat voor soort dichter Méland Langeveld is, wat ik een bijvoeglijke naamwoordendichter zou noemen. Dat is overigens zeker niet altijd een negatieve connotatie. In het geval van Langeveld zeker niet. Juist door de ongebruikelijke manier van toepassen. Voorbeeld: ‘Het vochtig ruisen van rul water’, ‘Fris gewassen sneeuw’ en ‘onverschillige regen’. Juist door het gebruik van dit soort ongebruikelijke combinaties van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden is het lezen van deze bundel een plezier.

De gedichten zijn dan weer heel ‘down to earth’ en even later weer volledig ontspoord (op een positieve manier). Hierbij speelt de fantasie van de dichter een belangrijke rol. Voor de ervaren poëzielezer valt er veel te genieten maar ook voor de minder ervaren lezer zijn de gedichten zeer te genieten (ik heb de proef gedaan!). Een bundel die ik kan aanraden kortom.

Ik heb voor het gedicht ‘Stilte’ gekozen omdat dit voor mij heel duidelijk illustreert wat Langeveld kan.

.

Stilte

.

Vandaag rouwt de treurwilg paars

haar takken reiken tot aan

het somber, vileine water

haar lijzige bladeren

ruizelen in de schrale wind

.

voor even toont ze me een grimas

speelt met haar uitgerekte schaduw

aaibaar groen in nevelslierten omhuld

.

tijd is verzonnen door verlangen

lauwwarm water laat me erin wiegen

schudt me wakker

in fluisterend geschreeuw

.

zwalkend licht zindert uit de verte

drijft weg in ’t cadans van het getij

verstarring voorgoed doorbroken

.

in spraakloze taal ademt ze

zonder te ademen

.

ML

ISBN: 978 94 91897 50 4
86 pagina’s, prijs € 13,95

 

Ivo de Wijs

Sonnet

.

Vandaag wil ik graag de koning van de Light Verse in het zonnetje zetten namelijk Ivo de Wijs (1945). Ivo de Wijs is oud-leraar Nederlands, cabaretier, tekst- en liedjesschrijver, en radiomaker. Als dichter en samen met andere dichters (bijvoorbeeld Drs. P.) is hij verantwoordelijk voor vele mooie en bijzondere bijdragen aan de Nederlandse liedkunst en poëzie.

Uit ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ uit 1985 het gedicht ‘Sonnet’.

.

Sonnet

.

Ze wil me overwegend niet geloven

Als ik oprecht zeg dat ik haar bemin

Ze schenkt me, spottend lachend, nog ‘ns in

Of schampert:’Zit je niet zo uit te sloven!’

.

De mooie pathetiek van ons begin

Borrelt bij mij nog af en toe naar boven

Maar wordt door haar met liefde weggewoven

Het hoeft niet meer, we zijn nu een gezin

.

Het hoeft niet meer, want tussen haar en mij

Werd het gewone, bijna ondermaatse

Het dagelijkse tot een soort symbool

.

Wat hield ik van haar toen ze onlangs zei:

‘Ik moet een nieuw spiraaltje laten plaatsen

Haal jij vandaag de kinderen uit school?’

.

Ivo

 

200

Voor de spiegel

Vlaardings eigen

.

Uit mijn boekenkast vandaag een alleraardigst bundeltje op oblong formaat getiteld ‘Vlaardings eigen’ een literair en historisch geschenk van de Stadsbibliotheek Vlaardingen. Met gedichten van Look J. Boden,  Benne van der Velden, Sander Groen, Elma Oosthoek, Mirjam Poolster en Aat Rolaff. Daarnaast zijn gedichtjes en tekeningen uit de unieke poëziealbums van een aantal Vlaardingse families uit de collectie van het Stadsarchief in de bundel opgenomen.

Van Look J. Boden (1974) tekstschrijver, fotograaf en grafisch vormgever heb ik het gedicht gekozen ‘Voor de spiegel’.

.

Voor de spiegel

.

Ze maakt zich op

voor het avondmaal.

.

Nog één keer

zorgt de poederkwast

voor schaamrood op de kaken.

.

Nog één keer

haalt ze de merkstift

van liefde over haar mond.

.

Nog één keer

paradeert ze

langs het uitzinnig publiek.

.

Na haar verjaardag

blijft het stil

en vraagt de nieuwe alfahulp

of die mensen op de foto

soms haar kinderen zijn.

.

Soms wel, ja.

.

VE2

VE

Gedicht versus songtekst

Poëzie in muziek

.

Op deze blog staan in de categorie Poëzie in songteksten, voorbeelden van liedteksten die een poëtische lading hebben of die ook als poëzie gelezen zouden kunnen worden. Toch zou je kunnen stellen dat maar weinig songteksten echt poëtisch zijn. Hoe kan dat? Een songtekst heeft over het algemeen de lengte die ook een gedicht heeft of kan hebben. Beide vertellen in weinig tekst een verhaal of proberen met weinig woorden een beeld of een verhaal te vertellen. En toch zijn ze zo verschillend.

Pat Pattison, tekstschrijver en dichter heeft in 2009 het boek ‘Writing better lyrics’ gepubliceerd. In een interview met hem komt de vraag over het verschil tussen liedtekst en gedicht aan de orde. Hij zegt er het volgende over:

Sinds de uitvinding van de drukpers zijn gedichten vooral geschreven voor het oog waar liedteksten vooral geschreven zijn voor het oor. Als consequentie volgt hieruit:

A. Dichters kunnen er van op aan dat de lezer in staat is om te stoppen en terug te gaan, of om een woord op te zoeken tijdens het lezen van het gedicht. Een tekstschrijver kan dit niet.

B. Omdat het einde van een regel in de poëzie een visuele cue is, kan een dichter een zin beëindigen, maar de inhoud verder naar de volgende regel laten doorlopen, waarmee hij spanning kan creëren, zonder dat dit tot verwarring leidt:

You may see their trunks arching in the woods?
Years afterwards, trailing their leaves on the ground?
Like girls on hands and knees that throw their hair?
Before them over their heads to dry in the sun.?
Robert Frost –“Birches”

De spanning tussen het einde van de derde zin en hoe dit beeld wordt voortgezet in de volgende regel, voelt alsof de meisjes daadwerkelijk met hun haar gooien …

Een liedtekstregel heeft een sonische cue-einde van een melodie frase. Omdat het lied is gericht op het oor. Wanneer een tekstschrijver probeert een gedachte uit te voeren in de volgende melodische frase, creëert dit meestal verwarring, want er is een discrepantie tussen de melodische routekaart en grammaticale structuur.

C. Omdat een songtekst een sonische gebeurtenis (gericht aan het oor) is,  is rijm belangrijk, want het bevat een stappenplan voor het oor; toont relaties tussen de zinnen, creëert het een voorwaartse beweging, creëren het zowel stabiliteit als instabiliteit in onderdelen, en vertelt het het oor waar deze onderdelen eindigen.

Hoewel rijm gebruikelijk is in de poëzie, is het minder belangrijk, omdat de lezer kan zien waar een sectie eindigt. Zelfs wanneer gedichten rijmen, wordt niet per se aangekondigd waar het einde van een zin of het einde van een sectie is:

O wild West Wind, thou breath of Autumn’s being,
Thou, from whose unseen presence the leaves dead
Are driven, like ghosts from an enchanter fleeing,

Yellow, and black, and pale, and hectic red,
Pestilence-stricken multitudes: O thou,
Who chariotest to their dark wintry bed

The winged seeds, where they lie cold and low,
Each like a corpse within its grave, until
Thine azure sister of the Spring shall blow

Her clarion o’er the dreaming earth, and fill
(Driving sweet buds like flocks to feed in air)
With living hues and odours plain and hill:
Shelly –“Ode to the West Wind”

Hierbij moet worden opgemerkt dat de recente trend naar de presentatie van gedichtenslams en rap, beide meer gericht zijn op het oor dan op het oog, rijm wordt een belangrijk element, daar beide gericht zijn op het oor in plaats van op het oog.

D. De compositorische strategieën van de dichter verschillen dramatisch van die van de tekstschrijver. De overgrote meerderheid van de gedichten, vaste vorm, leeg vers, of het vrije vers, zijn lineaire verplaatsingen, het verplaatsen van idee naar idee, zin naar zin, tot het einde. Behalve in uitzonderlijke gevallen, zoals het rondeel, maakt poëzie in haar compositorische strategie geen gebruik van herhaling van de inhoud. Oudere ballade-achtige poëzie maakt soms gebruik van herhaling, maar let op dat het werd uitgevoerd, en gericht aan het oor in plaats van het oog.

Teksten zijn sterk afhankelijk van herhaalde content, meestal refreinen en coupletten. In de ontwikkeling van ideeën moet de tekstschrijver rekening houden met de herhaalde secties, en in het ideale geval, proberen deze te transformeren of te verdiepen telkens als we de zinnen opnieuw horen. Let op hoe de zin “What’ll I do” gewicht legt in elke sectie als gevolg van de focus. Eerst afstand; tweede, het gevaar van het vinden van een nieuw iemand; en tot slot, de hartverscheurende aankondiging dat de liefde voorbij is:

What’ll I do
When you are far away
And I am blue
What’ll I do?

What’ll I do?
When I am wond’ring who
Is kissing you
What’ll I do?

What’ll I do with just a photograph
To tell my troubles to?

When I’m alone
With only dreams of you
That won’t come true
What’ll I do?
Irving Berlin 

E. Een tekstschrijver heeft een zeer beperkte ruimte om mee te werken. Normale commerciële songs duren maximaal 2 ½ tot 3 minuten, wat deze ruimte dramatisch beperkt. Nog afgezien van de herhaalde refreinen of refreinen, bestaat het gemiddelde commerciële lied uit 12 tot 20 zinnen. Tenzij wordt gewerkt in een vaste vorm (sonnet, terza rima, haiku’s etc), kan het gedicht zo lang als het nodig heeft doorgaan.

F. Liedteksten zijn veel meer afhankelijker van regelmatig ritme dan gedichten, omdat het ritme van een songtekst is verbonden met het muzikale ritme. Het muzikale ritme, omdat het de lengte van een lettergreep kan verlengen, het ritme kan syncoperen ( het verdringen van beats of accenten in (muziek of een ritme), zodat sterke beats zwak worden en vice versa), en kan transformeren van iets wat gesproken heel saai zou zijn naar wat een interessante reis kan worden.

Er zijn nog vele andere verschillen. Dus als iemand zegt dat een liedtekst pure poëzie is, dan wordt waarschijnlijk bedoeld dat de tekst is een frisse, interessante taal is geschreven waarbij beelden en metaforen effectief worden gebruikt. Want dat is iets dat interessante en goede poëzie en liedteksten gemeen hebben.

Pat

Wil je het hele interview met Pat Pattison lezen ga dan naar http://www.writersdigest.com/qp7-migration-books/writing-better-lyrics-interview

 

 

%d bloggers liken dit: