Site-archief

Brief aan de zee

Johanna Kruit

.

Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’  in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.

Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’  uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.

.

Brief aan de zee

ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang

vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet

dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg

en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen

.

Wat ik graag zie

Anton Korteweg

.

Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.

Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.

Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.

.

Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.

 

Wat ik graag zie

.

Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.

Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?

.

Pretpark Poëzie

Ted van Lieshout

.

In 2015 december begon Ted van Lieshout ‘Pretpark poëzie’, een online magazine met poëzie voor kinderen en volwassenen. Hij riep mensen op om gedichten in te zenden voor een online magazine. Het idee achter Pretpark poëzie was dat er voortdurend gedichten aan toegevoegd konden worden, zodat het uiteindelijk een magazine vol gedichten zou worden. Omdat er vanaf het begin veel meer gedichten werden ingezonden dan er konden worden geplaatst moest men al meteen gaan selecteren.

Op Gedichtendag 2016 (in januari) verscheen deel 1 van Pretpark Poëzie en nu, ditzelfde jaar is men al aan deel 6 toe (verschijnt eind november). Pretpark Poëzie is er voor alle leeftijden maar er wordt in het selectieproces natuurlijk wel rekening gehouden met de leeftijd van de inzenders.

Het magazine (deel 2) is een feest om te lezen. Van gevestigde dichters tot heel onbekend, van poëzie van een 9 jarig meisje tot SMS poëzie. Prachtig vormgegeven is  Pretpark Poëzie een plezier om te lezen en door te bladeren.

De tweede aflevering van dit magazine is hier https://issuu.com/tedvanlieshout/docs/pp2  te lezen en bekijken. Meer informatie staat op http://pretparkpoezie.nl/

Uit deze tweede editie het gedicht van Annie van Gansewinkel ‘Geen weg terug’.

.

Geen weg terug

.

Ik keer op mijn schreden

en zoek mijn sporen.

De weg terug is

nooit meer hetzelfde,

mijn voetstappen

staan achterstevoren.

.

pp-logo-perpsctief-plat

 

 

Verzet

Ted van Lieshout

.

Dat de combinatie dichter en verzet ook tot opmerkelijke gedichten kan leiden bewijst Ted van Lieshout met zijn gedicht ‘Verzet’ uit 1997.

.

VERZET

Toen de buren waren weggevoerd, stalde zij hun spullen
veilig op haar eigen zolder. Tegen plunderaars en met
groot gevaar voor eigen leven, want wie de vijand
van de Duitsers hielp, werd op zijn minst gedeporteerd.
.
.
En toen de oorlog over was, bleek van het gezin alleen
de buurman nog in leven. Hij haalde zijn huisraad af,
zweeg, en deed de deur op slot. Al die tijd, moppert
zij, had ik ondergedoken joodse spulletjes in huis
en toen de vrede kwam, kon er nog geen bedankje af!
Wat, vraag ik haar, als niemand was teruggekeerd?
Aan wie zou u ze dan hebben gegeven? Aan niemand
natuurlijk, zegt ze. Dat had ik dan wel verdiend..
Met dank aan http://www.4en5mei.nl
.
logo_nationaal_comite_4_5mei

Gedichten op vreemde plekken

Deel 76: Het Paleis in Antwerpen

.

In Antwerpen staat aan de Meistraat het Paleis, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Het Paleis is er voor kinderen en jongeren en richt zich op de podiumkunsten. In het restaurant/kantine van het Paleis staat op een muur een gedicht van Ted van Lieshout.

.

Gedicht in het Paleis te Antwerpen theaterhuis

%d bloggers liken dit: