Site-archief

Nu hoort gij mij misschien

Coert Poort

.

De in Rotterdam geboren dichter Coert Poort (1922 – 2004). Woonde drie jaar in India (Bombay) en een jaar in Indonesië (Medan). Hij debuteerde in 1953 met ‘Twee gedichte’n, waarin details uit de werkelijkheid op hallucinerende wijze worden uitvergroot waardoor hun essentie voor de waarnemer aan het licht komt. Een van de centrale thema’s in de poëzie van Poort is de geboorte als grondslag voor het `ik’.

In 1970 verscheen van Poort bij Uitgeversmaatschappij Holland de bundel ‘Gedichten’ waarin gedichten zijn opgenomen uit de bundels ‘Een kleine dag voor mijzelf’, ‘De koning van Wezel’, ‘Mannenwerk’ en ‘Zonder omslag’. C. Ouboter schreef over deze verzamelbundel: ‘Terwijl de voornaamste tendens in onze westerse cultuur expansief is, staat de poëzie van Coert Poort in een tegengesteld teken van versobering en zelfs verijling, van inkeer tot een begin: een geboorte in een huis van bewaring’.

Een andere criticus Anton B. Lam schreef over Poort: Voor Poort is de poëzie een gebeuren, waarin niet de dichter het woord voert, maar waarin de taal zich, in haar volle openbarende kracht, aan de dichter – en via hem aan de lezer – meedeelt en voltrekt.

Uit de bundel met verzamelde gedichten koos ik voor een vroeg gedicht van Poort met de titel ‘Nu hoort gij mij misschien’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Een kleine dag voor mijzelf’ uit 1955.

.

Nu hoort gij mij misschien

.

Nu hoort gij mij misschien

gaan door het leven

door een deur

zoals huizen mij horen

eenmaal of honderdmaal op een dag

zoals zij mij beter horen

dan ik zelf

ik strijk vuur in het donker

ik streel een huid tegen de zin

ik blaas averechts op een fluit

ik schop stenen tegen de hellingen op

ik zwem rond in de lange rivier

ik wacht in de voortsnellende treinen

ik praat maar wat tegen de zon

ik geef mijn kinderen terug aan God

tegen de wind

ik steek langzaam de nacht over

ik paasser de stilte

langs de wegen verlaat ik het land

langs de zeeën verlies ik het water

ik ga tussen mijn woorden door

om bij u te zijn.

.

Advertenties

Over het sparen

Gerrit Krol

.

De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) studeerde wiskunde en was computerprogrammeur. Naast poëzie schreef hij essays, en romans. Hij debuteerde in 1962 met de roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker en na nog eens 10 verhalenbundels, romans en essays kwam in 1976 zijn eerste dichtbundel uit met de titel ‘Polaroid’. Toch publiceerde Gerrit Krol al eerder gedichten zoals in Tirade 142 uit december 1968. Daarin zijn vier gedichten van hem opgenomen.

In deze gedichten (Over onze tekortkomingen, Over het sparen, Over het stukslaan van een ei, en Over het nut van borsten voor een vrouw en het gebruik van haar achterste) komt heel duidelijk het analytische denkvermogen van krol naar voren. In algemene zin gebruikte Krol regelmatig wiskundige elementen, schema’s en tekeningen. In het gedicht ‘Over het sparen’ ontleed Krol het sparen, hij werpt een stelling op en verbindt daar een conclusie aan die hij vervolgens weer tegen het licht houdt. In dit spel met de taal is de uitkomst even verrassend als onwaarschijnlijk.

.

Over het sparen

.

Sparen is nee zeggen tegen wat goed is.

Goed is datgene waartegen je

ja kunt zeggen, zoals slecht in het algemeen

datgene is waar je nee tegen zegt,

want wie ja zegt tegen het slechte

doet dat omdat het slechte

goed voor hem is.

.

Wat goed is

is slecht zodra het er niet meer is.

Het goede is datgene wat gekozen kan worden.

Het slechte wordt niet gekozen.

Daarom kan iets dat goed is veranderen in

iets dat slecht is.

Iets dat slecht is is goed

zodra het gekozen is.

Daarom kan het goede

dat slecht is omdat het er niet meer is

niet goed zijn omdat het

niet meer gekozen kan worden.

En daarom is het beter het slechte te kiezen hoewel dit

dus niet mogelijk is.

.

Handle with care

Mahlu Mertens

.

De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.

Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.

 

Handle with care

.

ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.

.

we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.

.

hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.

.

Wees voorzichtig als je voorover bukt

Charles Bukowski

.

Als groot fan van Charles Bukowski lees en herlees ik zijn poëzie met enige regelmaat. Wat Charles Bukowski als geen ander kon was van iets kleins, iets alledaags een boeiend gedicht maken. Poëtisch gezien is zijn werk misschien minder spannend maar inhoudelijk en qua vorm, realistisch, rauw, zeker zeer de moeite waard. Een gedicht waarin iets kleins als uitgangspunt wordt genomen is ‘Shoelace’ of veter. Het zijn niet de grote dingen die een man naar het gekkenhuis sturen maar juist de kleine dingen, zoals Bukowski heel duidelijk beschrijft in dit gedicht.

.

Shoelace

.

a woman, a
tire that’s flat, a
disease, a
desire: fears in front of you,
fears that hold so still
you can study them
like pieces on a
chessboard…
it’s not the large things that
send a man to the
madhouse. death he’s ready for, or
murder, incest, robbery, fire, flood…
no, it’s the continuing series of small tragedies
that send a man to the
madhouse…
not the death of his love
but a shoelace that snaps
with no time left …
The dread of life
is that swarm of trivialities
that can kill quicker than cancer
and which are always there –
license plates or taxes
or expired driver’s license,
or hiring or firing,
doing it or having it done to you, or
roaches or flies or a
broken hook on a
screen, or out of gas
or too much gas,
the sink’s stopped-up, the landlord’s drunk,
the president doesn’t care and the governor’s
crazy.
light switch broken, mattress like a
porcupine;
$105 for a tune-up, carburetor and fuel pump at
sears roebuck;
and the phone bill’s up and the market’s
down
and the toilet chain is
broken,
and the light has burned out –
the hall light, the front light, the back light,
the inner light; it’s
darker than hell
and twice as
expensive.
then there’s always crabs and ingrown toenails
and people who insist they’re
your friends;
there’s always that and worse;
leaky faucet, christ and christmas;
blue salami, 9 day rains,
50 cent avocados
and purple
liverwurst.

or making it
as a waitress at norm’s on the split shift,
or as an emptier of
bedpans,
or as a carwash or a busboy
or a stealer of old lady’s purses
leaving them screaming on the sidewalks
with broken arms at the age of 80.

suddenly
2 red lights in your rear view mirror
and blood in your
underwear;
toothache, and $979 for a bridge
$300 for a gold
tooth,
and china and russia and america, and
long hair and short hair and no
hair, and beards and no
faces, and plenty of zigzag but no
pot, except maybe one to piss in
and the other one around your
gut.

with each broken shoelace
out of one hundred broken shoelaces,
one man, one woman, one
thing
enters a
madhouse.

so be careful
when you
bend over.

.

Gevonden gedichten

Poetry issues

.

Toen ik pas geleden bij de Koninklijke Bibliotheek moest zijn kwam ik tussen de folders en krantjes een gevouwen A4 ‘foldertje’ tegen met op de voorzijde de tekst ‘poetry issues #20. Toen ik het A4tje openvouwde bleken er aan de binnenkant 5 gedichten in het Engels te staan. Daarnaast een website en toen ik deze opende via de QR code kwam ik op https://sans-systeme.com/blog terecht waar maar liefst 20 poetry issues te vinden zijn. De maker van deze website en dus de papieren poetry issues is Maria Exarchou.

Maria Exarchou blijkt een schrijver/dichter/kunstenaar te zijn die in Den Haag woonachtig is. In de informatie die ik over haar vond schrijft ze: Ik ben een talen professional geïnteresseerd in wat een taal,in een breder perspectief, dus zowel verbaal als visueel, kan doen voor mensen die haar gebruiken, en hoe we taal gebruiken om verhalen te maken, die sterk genoeg zijn om mensen te verbinden of van elkaar te verwijderen.

Op de vraag waarom ze poëzie in een pamfletvorm maakt geeft ze op haar website het volgende antwoord: Omdat we iets tastbaars nodig hebben om te zorgen dat we bestaan. Omdat verschillende platforms hetzelfde werk op verschillende manieren beïnvloeden. Omdat ik op onverwachte ontmoetingen vertrouw.

Zo’n onverwachte ontmoeting vond dus plaats toen ik haar pamflet zoals ze het zelf noemt in de KB tegen kwam en er meer over wilde weten. De vorm is op zichzelf vrij saai, een in vieren gevouwen A4 papiertje (in een stemmig grijsgroene tint met een typeletter waarin de gedichten zijn geschreven. Ik heb voor het gedicht ‘Fake Fighters’ gekozen omdat iets in dit gedicht me deed terugdenken aan een documentaire die ik zag over ‘preppers’ in de Verenigde Staten. Een prepper is iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of sociale, politieke en/of economische opschudding en ongeregeldheden, of deze zich nu op lokaal niveau of internationale schaal afspelen. In veel gevallen slaat men hier behoorlijk in door, zeker in de Verenigde Staten.

.

Fake Fighters

.

We thought it would be the last fine day.

We stayed outside and took it all in.

The sun, the breeze, the smell of green.

.

When more gleaming mornings came

we stayed in, restricted by circumstance

or obligation. We let out sighs of relief

.

when the land finally gave in to the cold.

Even hapiness had got tiring.

.

Indische poëzie

Tj. A. de Haan

.

In de boekhandel kwam ik de bundel ‘Album van de Indische poëzie tegen, een bloemlezing samengesteld door Bert Paasman en Peter van Zonneveld. Dichters en poëzie uit en over voormalig Nederlands Indië zijn bij mij eigenlijk niet zo bekend. In deze bundel wordt aan de hand van een aantal thema’s (taal, cultuur, dagelijks leven, reis, aankomst, historische personen,Japanse bezetting, revolutie, heimwee, herinneringen) de geschiedenis van ons land met Indië geschetst. In deze bloemlezing krijgt de beeldvorming van Indië, vanaf de VOC-tijd tot heden, gestalte in gedichten, liedjes, cabaretteksten en in allerhande rijmende verzen. Bijna alle bekende Nederlandse dichters, ook van wie je dat niet zou verwachten, hebben iets over Indië geschreven. Naast een aantal bekende namen van dichters zoals Bilderdijk, Slauerhoff, Vestdijk, Lucebert, Cola Debrot, Drs. P., Willem Wilmink en liedtekstdichters (Ernst Jansz, Wieteke van Dort) ook namen van dichters die ik niet ken zoals Tj. A. de Haan.

Bij deze bundel is ook een CD bijgesloten waarop Willem Nijholt een selectie van 44 gedichten voordraagt. Een bijzonder fraai vormgegeven boek met een zorgvuldige bronvermelding.

Van de dichter Tj. A. de Haan heb ik geen informatie kunnen vinden, de Minangkabau uit de titel is een etnische groep die leeft op West Sumatra.

.

Minangkabau

.

Dit land is anders dan de andere landen.

Hier woont de geest nog, uit het bergenwoud.

Hier bruist het water onder steile wanden,

De sawahs, teer en groen, tussen het hout.

.

Een bruidegom zal zijn bruid gaan trouwen.

De kleuren, zwart en rood en goud.

Een volk gaat verder aan de toekomst bouwen.

Een volk, zo jong en toch zo trots en oud.

.

De nacht zal hier de dag omarmen

Fèl als een beek, die van de bergen stort.

Een graf zal liggen onder kokospalmen.

Oók van de bruid, die nú verkoren wordt.

.

Wakker vallen

Recensie

.

Els de Groen ken ik van een optreden bij Ongehoord! in december 2016. Dat Els de Groen nogal wat in haar mars heeft blijkt uit de uitgebreide biografie op haar website http://www.elsdegroen.nl/ . De vele boeken die Els de Groen schreef (voor volwassenen en kinderen) zijn tot nu toe 27 maal vertaald, in 13 talen, en er zijn wereldwijd 1.750.000 exemplaren van verkocht. Centrale thema’s in haar werk zijn onze omgang met macht, vrijheid en verantwoordelijkheid. In de vrijheid van onze keuzes ligt ook de beperking van onze vrijheid besloten.

Nu is haar nieuwe dichtbundel ‘ Wakker vallen’ gepubliceerd bij uitgeverij In de Knipscheer. Ook in deze bundel komen de centrale thema’s uit haar eerdere werk terug maar daarover straks meer. De bundel is mooi uitgegeven, in vele kleuren met illustraties (op 1 na) van Els zelf. Het lettertype van de titels daar ben ik persoonlijk niet zo enthousiast over, die doet wat gedateerd aan. Maar dat er verder veel aandacht aan het uiterlijk van de bundel is geschonken is bewonderendswaardig. Mooie kwaliteit papier, goed formaat, met extra voor en achterflap met informatie. Op de extra flap aan de voorpagina schrijft Els een verklaring van de titel:

Britten en Fransen vallen verliefd, fall in love, tombent amoureux, Nederlanders vallen in slaap. Wakker vallen doet niemand. Waarom eigenlijk niet? Waarom sluiten we vriendschap als we openen bedoelen? Waarom is vogelvrij allerminst vogelveilig? Taal is boeiende materie. Wie woorden kantelt, verandert het perspectief en daarmee zijn kijk op de wereld. Wakker vallen is meer dan een spel met de taal. De vorm tornt aan de inhoud en wakkert je verbeelding aan. Dat is een heilzaam proces.

De inhoud van dit stuk tekst kan ik zeer waarderen maar maakt de bundel deze woorden waar? Dat Els in ‘ Wakker vallen’  met taal speelt is duidelijk maar het blijft wat betreft die ‘kanteling’ toch vooral bij de  voorbeelden zoals ze hierboven noemt. Niet dat dat erg is, haar poëzie is helder, goed leesbaar en beschrijvend zoals in het hoofdstuk ‘ Mensen’ in het gedicht ‘ Deskundige’:

 

Hij krijgt een glaasje water en

dezelfde stoel als gewone gasten

maar wanneer hij plaatsneemt is het op een troon en

houdt hij een rede in

zijn dasspeldmicrofoon.

 

Els achtergrond als Europarlementariër en schrijver en de thema’s waarmee ze zich al jaren bezighoudt komen vooral naar voren in het hoofdstuk ‘ Macht en Onmacht’. Hierin komen het rechtvaardigheidsgevoel en de democratische waarden van Els de Groen duidelijk naar voren in gedichten over recht, politici, solidariteit en staatshoofden. Daarnaast put ze uit eigen ervaring vanuit de reizen die ze maakte in de gedichten over Aleppo, Gaza, Sarajevo en Kaapstad. Maar ook haar woonplaats Nijmegen wordt niet over geslagen.

De gedichten in deze bundel zijn geen doorwrochte gedachten-experimenten, ze zijn niet doorspekt van symboliek en er staan geen vaste of ingewikkelde versvormen in. Ze maakt zo nu en dan gebruik van rijm (eindrijm, binnenrijm) en alliteraties en afbrekingen worden slechts sporadisch gebruikt. Hier is een dichter aan het woord die wat te vertellen heeft, die een boodschap aan de wereld wil sturen en vooral de inhoud laat prevaleren in haar poëzie.

Deze bundel bevat vele kleine schilderijtjes in woorden in gewone taal met hier en daar een twist. Els haar belezenheid en haar woordenrijkdom maken haar poëzie interessant en genietbaar.

Uit deze bundel het gedicht ‘Trump’ dat eerder ook in het literair tijdschrift Extaze verscheen.

.

Trump

.

Ook orkanen krullen hun lippen

als ze vanbinnen koken

en in vuilbekkerij toch hun

mond weer voorbijpraten.

.

Ook orkanen hebben hun ogen

diep in windstille zakken

en zijn blind voor de schade

die hun armen aanrichten.

.

Ook zeeën schikken hun kapsels

op de kop van de wereld

broeierig van gedachten aan geld

als water – smeltwater wordend.

.

Logos

Rozalie Hirs

.

In 2002 publiceerde dichter en componist Rozalie Hirs (1965) haar bundel ‘Logos’, genoemd naar de gelijknamige online hyperstructuur. In samenwerking met Matt Lee (die de site in flash programmeerde) en met illustraties van Noëlle von Eugen werd deze bundel omgewerkt tot een digitale bundel. Via hyperlinks op de anatomische kaart (en binnen de gedichten) kan de lezer direct naar de gedichten, waar het betreffende lichaamsdeel wordt belicht, navigeren (en ook van gedicht naar gedicht springen). De bundel is online te lezen op http://www.rozaliehirs.nl/rozalie-hirs-logos-2002/#gedichten en is al stand alone app te downloaden.

De logos uit de titel zou naar de wetten van het lichaam kunnen verwijzen, waarmee we ons dagelijks in het contact met de wereld geconfronteerd zien. Maar ook naar het denken, de verbeelding, en het woord. In de talrijke liefdesgedichten blijkt de beminde een mens van vlees en bloed maar tegelijkertijd ook de taal. Een mooi voorbeeld uit deze digitale bundel is het het liefdesgedicht ‘Orewoet’.

.

Orewoet

.

Ik wrijf het geluid van je stem
over mijn gezicht –
mijn vingers drukken
de druppels aan stukken.
Je likt over mijn wangen,
aan mijn wimpers,
op zoek naar zout: minerale
houdbaarheid voor banen van bloed.

Tranen meren aan je lippen en
keren zich buitenste binnen.
Je slikt de voedselvloed
met lome teugen – als een sluis.
De handeling klinkt terug
in de wijde buis van de omgeving –
de geesten zien elkaar op de brug.
Je tong ligt open voor de tijding:

Mijn antwoord op jouw getijde.

.

Lyrik line

Vertalingenwebsite

.

Via Facebook vroeg mij iemand naar een vertaling van een gedicht. Toen ik dit googlede kwam ik terecht op een Duitse website https://www.lyrikline.org

Op deze website, met partners uit 46 landen van over de hele wereld, kun je op dichter of gedicht zoeken en wanneer je deze gevonden hebt, kun je meteen zien of en welke vertalingen er beschikbaar zijn. In de menubalk bovenaan kun je al kiezen uit 9 talen. Onder Dichters kun je zoeken op land, op naam of op taal. Een voorbeeld:

Als ik op taal (Nederlands) zoek vind ik 27 dichters. Als ik dan naar de dichter Bernard Dewulf (1960) ga, dan vind ik daar 10 gedichten van deze dichter uit Brussel. Als ik vervolgens naar het onderstaande gedicht ga zie ik daar dat er maar liefst 3 vertalingen zijn van ‘Dido’s klacht’ namelijk een Franse, een Engelse en een Duitse vertaling. Naast het gedicht in tekst is er bij elk gedicht een geluidsfragment te horen waarin de dichter het gedicht voordraagt. Deze laatste overigens alleen in de oorspronkelijke taal. Naast de tekst is dan ook nog een biografie opgenomen. Een website kortom waar ik heel blij van word. Hier het voorbeeld van Dido’s klacht in de oorspronkelijke Nederlandse taal en in de vertaling in het Duits in een vertaling van Uwe Kolbe.

.

Dido’s klacht

De tijd is met ons klaar.
Vannacht nog rijdt hij mij de dageraad in
van een ander land. De nieuwe ochtend zal mij wekken
aan een onbegrijpelijk raam.

Niemand is voor iemand ooit gemaakt. Soms
raken wij verstrikt in het lamento van een tegenziel.
En is niet, zei je, elk moment op elk moment
bereid tot iedereens oneindigheid?

De oneindigheid is nu gedaan. Ik wil mijn tijd
en mijn geluk. Het kan ons tijdelijk hart bewegen
als het twintig mooie regels lang mislukt.
Maar in de spiegel valt het lelijk tegen.

Ik ga nu, man van mij van nooit. Ik ben van deze kant.
Ik ben van vrouw gemaakt.
Ik heb je lief.
Ik heb je lief alleen, zo ademen wij.

Mijn nieuwe land zal mij in stromend water wassen,
mij wiegen in zijn nette bedden, bedenken in zijn taal.
Ik zal er duizend foto¹s van je maken
en kijkend zal ik op je leegte uitgekeken raken.

.

Didos Klage

Die Zeit ist mit uns fertig.
Heut nacht noch fährt er mich in einen Tagesanbruch
eines anderen Landes. Der neue Morgen wird mich wecken
an einem unbegreiflichen Fenster.

Niemand wurde je für jemanden geschaffen. Manchmal
verstricken wir uns im Lamento einer Gegenseele.
Und ist nicht, wie du sagst, jeder Nu in jedem Nu
bereit zu jedermanns Unendlichkeit?

Die Unendlichkeit ist nun vorbei. Ich will meine Zeit
und auch mein Glück. Es kann die Weile unser Herz bewegen,
wenn es zwanzig schöne Zeilen lang mißlingt.
Doch im Spiegel kommt dir was ganz anderes entgegen.

Ich geh jetzt, du warst nie mein Mann. Ich bin aus diesem Land.
Ich bin aus Frau gemacht.
Ich hab dich lieb.
Ich hab dich lieb allein, so atmen wir.

Mein neues Land wird mich mit fließend Wasser waschen,
mich wiegen in adretten Betten, mich umdenken in sein Idiom.
Ich werd dort tausend Fotos von dir machen
und im Schauen mich an deiner Leere sattgesehen haben.

.

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets
%d bloggers liken dit: