Site-archief

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijsvoor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Advertenties

Requiem

Eline Crols

.

Alweer zo’n jonge veelbelovende dichter uit het Vlaamse land, dit keer Eline Crols (1994) . In september was ze nog te zien en te horen op het podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam en in 2017 was ze een van de deelenemende dichters aan de toer van de  Poëziebus.  Op de website van het Collectief Dichterbij waar ze deel van uitmaakt staat ze als volgt aangekondigd: Eline Crols laat zich voor haar schrijfsels inspireren door vissen, spaghettisaus, versprekingen en nog het liefst van al door de creativiteit van anderen. Ze zou de hele dag interdisciplinaire projectjes willen uitwerken met een kopje koffie binnen handbereik. In afwachting daarvan vult ze haar hoofd met cursussen Nederlands en Frans in de opleiding Taal- en Letterkunde. Op haar  blog https://langoureus.wordpress.com  deelt ze woorden met iedereen die ze lezen wil.

Van haar hand het gedicht ‘ Requiem’  uit 2015.

.

Requiem

.

We zongen tot we zonken
Valse noten, te zwaar voor kabbelende beekjes
We dronken tot we verdronken
In regenstralen, rode wijn, in rozenblaadjes

We aten tot we tafelmanieren vergaten
En we spaghettislurpend
– tomatensaus is prachtig op melkwitte huid –
naast, op, over, aan elkaar klitten
als diezelfde spaghetti
waaraan jij tijdens het koken vergat
olijfolie toe te voegen

We verwelkten tot we verwolken
en wolken niet langer
figuurtjes vormden op ons netvlies
maar vijvertjes in onze ogen

We wandelden waar kronkelpaadjes ons leidden
Tot we – wild heen en weer geslingerd –
alleen nog maar leden

We vielen tot we ons
– misselijk door de geur
van liefde in ontbinding –
uitgeput overgaven

.

Foto: Hans Stockmans

Poëziebusdichter 2

Eline Crols

.

Eline Crols (1994) kampt al een jaar of twintig met een verslaving aan woorden. Op zoek naar een manier om daarmee om te gaan, volgde ze een reeks therapieën, waaronder studies Taal- en Letterkunde en Journalistiek. Gezien het wisselende succes daarvan experimenteert ze met de medicinale kracht van poëzie en werd ze lid van de Turnhoutse zelfhulpgroep Collectief Dichterbij. Wil je Eline ( of de andere dichters) zien performen? Kijk dan op http://www.poeziebus.nl voor de data en plaatsen.

.

Vloeibaar

.T

Terwijl wij elkaar ingekapseld in heet badwater beloven dat
ons verschrompeld verlangen onder dit oppervlak
telkens opnieuw wordt geboren,
strandt langs de Vlaamse vloedlijn een walviswijfje.
Ze strekt zich uit als een fata morgana,
weerspiegelt hoe week wij zijn wanneer we vervellen
als kreeften
het oude schild achter ons laten.
Ze leerde het water haar nodig te hebben,
tast haar vel af op zoek naar de pijnplek
wild vlees op een dreunende wonde na de doortocht van de vishaak.
De rest van haar leven zal ze tegen het littekenweefsel aankijken.
Wanneer het tij keert, wordt zij opnieuw meegezogen
in een golvende herinnering. Olietankers aan de horizon,
hoe we zeeslag speelden aan de rand van het zwembad,
elkaar verloren bij het treffen van het vliegdekschip.
Nazomerochtend in Oostende.
We zochten parels in tapijtschelpen,
vergisten ons wanneer we in de ruis op ons hart de zee meenden te horen.
Bij valavond vonden we happende vissen langs de kustlijn.
Hun kloppende kieuwen in de tanende septemberzon
leerden ons kwetsbaar zijn.
De mazen van het net slechts uitstelgedrag voor wat
onontkoombaar.
Op een dag zal ons hoofd niet meer boven water komen
na de vlinderslag.
Zullen we nog slechts halfslachtig spartelen bij het vollopen van de longen.
En van alles wat ophoudt
– de terugtocht van het water,
het opdrogen van de uitgelopen mascarawangen,
het hopen op een boze droom –
van al die dingen het rimpelen pas als laatste.
Wanneer de warmte uit ons trekt,
we kleur en spierspanning verliezen,
voorgoed verstijven in herinnering,
loopt de keukenwekker af in een huis
dat geurt naar schepsnoep en waterverf.
Schuift moeder de diepvrieslasagne op gretige kleuterborden.
Goede raad komt hier voorverpakt en in laagjes,
zoals moeder handdoek, zwempak en badmuts opstapelt in een rugzak.
Vanavond is er zwemles om alvast te leren drijven.

.

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb

%d bloggers liken dit: