Site-archief

Poëziebusdichter 2

Eline Crols

.

Eline Crols (1994) kampt al een jaar of twintig met een verslaving aan woorden. Op zoek naar een manier om daarmee om te gaan, volgde ze een reeks therapieën, waaronder studies Taal- en Letterkunde en Journalistiek. Gezien het wisselende succes daarvan experimenteert ze met de medicinale kracht van poëzie en werd ze lid van de Turnhoutse zelfhulpgroep Collectief Dichterbij. Wil je Eline ( of de andere dichters) zien performen? Kijk dan op http://www.poeziebus.nl voor de data en plaatsen.

.

Vloeibaar

.T

Terwijl wij elkaar ingekapseld in heet badwater beloven dat
ons verschrompeld verlangen onder dit oppervlak
telkens opnieuw wordt geboren,
strandt langs de Vlaamse vloedlijn een walviswijfje.
Ze strekt zich uit als een fata morgana,
weerspiegelt hoe week wij zijn wanneer we vervellen
als kreeften
het oude schild achter ons laten.
Ze leerde het water haar nodig te hebben,
tast haar vel af op zoek naar de pijnplek
wild vlees op een dreunende wonde na de doortocht van de vishaak.
De rest van haar leven zal ze tegen het littekenweefsel aankijken.
Wanneer het tij keert, wordt zij opnieuw meegezogen
in een golvende herinnering. Olietankers aan de horizon,
hoe we zeeslag speelden aan de rand van het zwembad,
elkaar verloren bij het treffen van het vliegdekschip.
Nazomerochtend in Oostende.
We zochten parels in tapijtschelpen,
vergisten ons wanneer we in de ruis op ons hart de zee meenden te horen.
Bij valavond vonden we happende vissen langs de kustlijn.
Hun kloppende kieuwen in de tanende septemberzon
leerden ons kwetsbaar zijn.
De mazen van het net slechts uitstelgedrag voor wat
onontkoombaar.
Op een dag zal ons hoofd niet meer boven water komen
na de vlinderslag.
Zullen we nog slechts halfslachtig spartelen bij het vollopen van de longen.
En van alles wat ophoudt
– de terugtocht van het water,
het opdrogen van de uitgelopen mascarawangen,
het hopen op een boze droom –
van al die dingen het rimpelen pas als laatste.
Wanneer de warmte uit ons trekt,
we kleur en spierspanning verliezen,
voorgoed verstijven in herinnering,
loopt de keukenwekker af in een huis
dat geurt naar schepsnoep en waterverf.
Schuift moeder de diepvrieslasagne op gretige kleuterborden.
Goede raad komt hier voorverpakt en in laagjes,
zoals moeder handdoek, zwempak en badmuts opstapelt in een rugzak.
Vanavond is er zwemles om alvast te leren drijven.

.

Advertenties

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb

%d bloggers liken dit: