Site-archief

Spiegel van de Surinaamse Poëzie

Michaël Slory

.

De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).

In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.

.

Nachtregen (I)

.

En in de koude regen

het harteleed

dat klaagt.

.

Straatstenen, schaduwen

luisteren niet

waar de nacht woedt,

verloren.

.

Nachtregen (II)

.

In de koude wind

vleermuizenscherts

na regen.

.

De sapotille

is reeds aangevreten

en valt daarna.

.

Nachtregen (III)

.

(kikkers)

.

De koperen blazers

wachten op het orkest.

Maar

het valt niet in.

.

Zelfs de sterren

hebben hun stemrecht

verloren.

.

Nachtregen (IV)

.

(hond)

.

Waf!

Alleen

een diep geblaf.

Van bijten

komt er niets.

.

De regen

houdt hem

ervan af.

Waf!

.

 

 

 

Straatkunst

Wan bon

.

R. Dobru (1935-1983) is het pseudoniem van vakbondslid en activist Robin Ravales, die zich zowel binnen als buiten de poëzie verzet heeft tegen de sociaal-maatschappelijke problemen in zijn land Suriname en de koloniale overheersing van de Nederlandse staat. Vlak voor zijn dood heeft hij ook nog in de regering van Suriname gezeten als Minister van Cultuur, in welke hoedanigheid hij zich inzette voor de politieke en culturele eenwording van Suriname.
Zijn poëzie kenmerkt zich door een sterke betrokkenheid bij het lot van de Surinamers en het lijden van hen die sociaal achtergesteld waren. Als dichter verwoordde en voedde hij vanaf de jaren zestig het steeds sterker wordende nationalisme en verlangen naar onafhankelijkheid van zijn volk. Het gedicht ‘Eén boom’  of ‘Wan bon’ is een van de bekendste voor-beelden van de behoefte om saamhorigheid te creëren in een tijd waarin de roep om vrijheid steeds luider wordt. De metaforiek is eenvoudig en geeft weinig ruimte voor misverstanden. Dobru stierf op achten-veertigjarige leeftijd aan de gevolgen van suikerziekte.

Het gedicht is in Suriname op het gebouw van het Welzijns Instituut Nickerie (Wingroep) aangebracht maar ook in Rotterdam West op het Virulyplein op de gevel van een huizenblok. De kunst is van kunstenaar Carlos Blaaker (1961). Het gedicht (in het Surinaams en het Nederlands) gaat als volgt:

.

Wan bon 

Wan bon
someni wiwiri
wan bon.

Wan liba
someni kriki
ale e go na wan se

Wan ede
someni prakseri
prakseri pe wan bun mus’ de

Wan Gado
someni fasi fu anbegi
ma wan Papa

Wan Sranan
someni wiwiri
someni skin
someni tongo

Wan pipel

.

Eén boom

.
Eén boom
zovele bladeren
één boom.

Eén rivier
zovele kreken
alle stromen naar één zee

Eén hoofd
zovele gedachten
gedachten waar een goede tussen moet zitten

Eén God
zoveel manieren om te aanbidden
maar één enkele Vader

Eén Suriname
zoveel soorten haar
zovele huidskleuren
zoveel talen

Eén volk

.

Als de hemel valt

Typhoon

.

Zanger/rapper Typhoon (Glenn de Randamie) brak met zijn CD ‘Lobi da Basi’ (liefde is de baas) in 2014 door en gaf niet alleen hiphop liefhebbers maar ook andere muziekliefhebbers een prachtige persoonlijke cd. Lobi da Basi werd verschillende keren onderscheiden en Typhoon werd wereldberoemd in Nederland, België en Suriname.

De nummers op deze cd zijn behalve heel aanstekelijk ook qua tekst anders dan je zou verwachten van een hiphop of rap cd. Poëtische, melodische zinnen afgewisseld met heel down to earth zinnen maken de taal van Typhoon bijzonder.

Als voorbeeld kun je hieronder de tekst van het nummer ‘Als de hemel valt’ lezen en je kunt via Youtube het nummer beluisteren.

.

Als de hemel valt

Wat ze worden opgeschreven als de kern van wat ik word begrepen,
Voorbij het punt van lezen is er de kunst van leven

Tussen de regels buiten de kantlijn,
Hoe anders zou het zijn, hoe anders zou het zijn

Ben er gezegen maar maar een man met gebreken,
Soms belabberd niet eerlijk, soms te berekenen

Alles op de tekentafel, liefde,
Geven is makkelijk maar ontvangen van een ander kaliber

Je kent mijn streken en mijn kracht,
Ken de muziek, de poëzie en wat het heeft gebracht

(hèhè)

En ik ben dankbaar voor mijn lach,
Als ik dat niet had was ik depri of suïcidaal

Ze zeggen doe normaal, verman jezelf,
Al gaat het goed, het paradijs lijkt soms verdacht op de hel

Maar goed, ik sta verstelt, sta stil en herinner me,
Alles is er al van binnen

Als de hemel valt, de hemel valt
De druk op God wordt groter en ze draagt het allemaal

Maar als de hemel valt,
Zullen we het samen moeten dragen en kunnen zij en Allah samen even weg

Misschien ben ik een domme jongen maar mijn god zegt maar waarom men zonnen blijven verkondigen als liefde de bron is

Dat is geen brood maar kruimels uit mensenhanden,
Bieden jou of de zogenaamde duivel

Zeg, hoe is het nou als een multispagaat,
Er altijd zijn voor iedereen en alles een beetje zoals mijn eigen ma

Zij is te goed voor deze wereld,
We willen meer, plus door de crisis is iedereen skeerer

En dan de eeuwige strijd,
Klopt drama aan de deur als elite van de partij

Ja, ja we willen ons gelijk,
Opgehangen aan ideeën van het liefst één waarheid

Lieve hou zou het zijn,
Even een break, telekenesis of met de trein

Pootje baden in een universum onderpand,
verse koffie en de ochtendkrant

Als de hemel valt, de hemel valt
De druk op God wordt groter en ze draagt het allemaal

Maar als de hemel valt,
Zullen we het samen moeten dragen en kunnen zij en Allah samen even weg

.

Lobi

Kwakoe

Poëzie bij een standbeeld

.

Paramaribo telt veel beelden, maar geen ervan is zo populair als dat van Kwakoe. Het stelt geen historische figuur voor – al willen velen dat graag geloven dat Kwakoe de eerste zwarte grondbezitter van Suriname zou zijn geweest.  Geregeld is het voorzien van hoofddeksels en kledingstukken, en dan vooral van de pangi. Dit zijn de kleurige omslagdoeken die nog altijd door de marrons gedragen worden. Marrons zijn nakomelingen van slaven die van de plantages waren weggevlucht en die vanuit het binnenland de koloniale overheid belaagden.

.

Dit standbeeld is van beeldhouwer Jozef Ludwig Klas (1923-1996). Het beeld staat in Paramaribo. Het beeld stelt een bevrijde negerslaaf voor die zijn ketenen heeft verbroken. ‘Kwakoe’ is de naam voor een man geboren op woensdag. De afschaffing van de slavernij was op woensdag 1 juli 1863. Het beeld werd 100 jaar na de afschaffing van de slavernij onthuld door de toenmalige premier van Suriname Johan Adolf Pengel.

Eelco van  der Waals schreef een gedicht over Kwakoe.

.

Kwakoe (1)

Geen woensdag
zoals die ene

juli 1863
waarop de

nazaten van overzee
burgers werden

van hun
nieuwe land

Bij Ondrobon
Coronie
Commewijne

Kwakoe
ging ons voor

.

Met dank aan Meland Langeveld

Kwakoe

Arubaanse poëzie

Eva Beeldsnijder

.

In april 2011 won de toen 17 jarige Eva Beeldsnijder de Jazz/Poëziewedstrijd van de stichting Let’s do it. De in 2010 in Paramaribo opgerichte stichting ‘Lets do it’ wil op zoek gaan naar naar getalenteerde dansers zangers en dichters zowel individueel als in collectief verband. Op de Jazz/Poëzieavond wedstrijd werd door elf woordkunstenaars  op kunstzinnige en creatieve manier hun zelfgeschreven gedichten gepresenteerd.

“Ik heb heel veel geleerd. Vooral hoe ik mijn emoties kan tonen bij het voordragen van een gedicht. En ook hoe je een gedicht levendiger kan maken”, zegt de poëziewinnares aan de Ware Tijd (krant in Suriname).  De opgedane kennis toepassen in haar carrière is voor haar belangrijker dan de prijzen die ze gewonnen heeft. “Het staat wel vast dat ik als een dichteres door het leven ga”, zegt ze vastberaden. De wedstrijd heeft zij als een nieuw concept van poëzierevolutie ervaren. Beeldsnijders mag een contract sluiten met de stichting.

Inmiddels is Eva Beeldsnijder een blog begonnen waarop zij haar poëzie plaatst. Haar blog kun je hier lezen: http://zivahanpoezija.blogspot.nl/search?updated-min=2013-01-01T00:00:00-08:00&updated-max=2014-01-01T00:00:00-08:00&max-results=12

Hier staan haar Nederlandstalige en Engelse gedichten waaronder het gedicht  ‘Fuchsia licht, roze zeden’.

.

Fuchsia licht, roze zeden

Ik wil dat de avond mij geeft waar ik voor op straat ben.
Onthoofde vrouwenlichamen, bloot voor mij.
Een list, gesneden rozenkransen.
Mag ik mij aan jou voorstellen, vrouw met vlees van lust?
Mond open, benen gespreid.
Ik verlang naar jou drum spel in mijn tempel.
Wrijven, wormen, kwijlen.
Een nijl varen van verlangen.
Het vangen van vissen die smaken naar aardbei.
Onder het licht van een fuchsia roze lamp.
Verdronken in lust op een droog bed.
Huid dat fluistert in mijn huid.
Sopperig van zweet.
Ik kom dichterbij mijn hoogte.
Mijn denken verlaat mij, ik ga mijn gang.
Tijd legt zich naast ons neer.
Een slok van stilte, jou kus neemt mijn stem weg.
Ik sluit mijn ogen.
God verlichtend vloeit mijn bloed, warm, uit mijn derde been
Nimmer voelde vrijheid zó vrij.
Met één vrouw wilde ik de natuur en astrologie vergeten.
In het geheim gevreeën met de nacht.
Vuil in de lucht door de kolenverbranding van mijn fantasie.
Gegeven schoonheid op mijn rauw geweten.

.

Beeldsnijder Eva Beeldsnijder

%d bloggers liken dit: