Site-archief

Childe Harold

De omzwervingen van Jonker Harold

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The trip to Italy’ een vervolg op de geweldige road movie ‘The trip’ met Steve Coogan en Rob Brydon. In het begin van deze film, waarin ze in de voetstappen treden van de grote Engelse dichters Byron en Shelley, komt in een gesprek het gedicht ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ ter sprake. Ik kende het gedicht niet en ben dus eens op onderzoek uit gegaan.

In 1812 verschijnt van de hand van George Gordon, Lord Byron (1788 – 1824) een lang verhalend gedicht getiteld ‘Childe Harolds Pilgrimage’. Het gedicht is geschreven in de versvorm die door Edmund Spenser werd geïntroduceerd in diens gedicht ‘The Faerie Queene’. Deze naar hem genoemde versvorm (Spenserian stanza) werd na zijn dood niet meer gebruikt, tot hij in de 19e eeuw werd herontdekt door onder meer Lord Byron, Keats, Shelley en Scott. In deze versvorm bestaat elk couplet uit negen regels, de eerste acht daarvan zijn jambische pentameters, de laatste regel is een alexandrijn. Het rijmschema is “ababbcbcc.”.

‘Childe Harold’s is een melancholieke en romantische jongeman, die na een losbandig leven afleiding zoekt in buitenlandse reizen. Hij beschrijft die reizen door het Middellandse Zeegebied, bezoekt romantische plekken en diverse ruïnes en verbindt hieraan overpeinzingen over het verleden. In totaal beschrijft Lord Byron in vier canto’s de reis van de hoofdpersoon door landen als Portugal, Spanje, Albanië, Griekenland maar ook België (de slag bij Waterloo), Duitsland, het Alpengebied en tot slot Italië (een reis van Venetië naar Rome).

In 2009 werd ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ vertaald door Ike Cialona en zij gaf dit verhalende gedicht de titel ‘De omzwervingen van Jonker Harold’ mee. Uit deze editie een strofe waarin de hoofdpersoon het slagveld bij waterloo bezoekt.

.

’t Ardenner woud wuift met zijn loof, bedauwd
Door tranen die Natuur hier heeft gestort.
Het rouwt – als iets dat onbezield is rouwt –
Om elke krijger, ach! die binnenkort
Vertrapt zal zijn zoals het gras nu wordt
Geplet door hem, die niet meer op zal staan.
Het gras herleeft en zal deze cohort,
Die vurig hoopt de vijand te verslaan,
Bedekken wanneer zij tot stof zal zijn vergaan.

.

Leunen tegen de flanken van de tijd

Sabine Kars

.

De afgelopen week las ik op Facebook dat de, door mij bewonderde dichter, Sabine Kars, een (deel) van een gedicht op een muur kreeg in de gemeente waar zij woont, Zutphen. Zoiets laat ik natuurlijk niet zomaar gaan en ik heb haar gevraagd om het volledige gedicht. Zij was zo vriendelijk mij dit toe te sturen. Het is hieronder te lezen.

Het aantal muurgedichten in de gemeente Zutphen is op initiatief van de werkgroep Muurpoëzie Zutphen uitgebreid. Voor het eerst werden (delen van) gedichten op gevels in Warnsveld en De Hoven aangebracht.  Zo werd ook een deel van een gedicht van Sabine Kars – dichter op begane grond-, aan de Weg naar Voorst 3, De Hoven aangebracht. De tekst werd geschilderd door Dirk Aarnink.Het gedicht staat waterpas, de wereld er omheen staat uit het lood.

Leunen tegen de flanken van de tijd

op de maat van kantelende dagen en de nacht
met open ogen van hellende vragen
verlang ik naar een stad
die tot stilstand komt

maar alles beweegt en slaat snaren aan

zelfs het slapen in kantoren
rust op lawaaigevulde belangen
en het vangen van licht
dat gekunsteld is

apparaten zoemen machines
dreinen hun vastzittende hoest
wint verwoestend terrein verziekt me
snoeit me maakt me met de grond gelijk

ringtones
pushberichten
moord en brand
altijd binnen handbereik van
knipperende mensen

onderhuidse bommen en de schutters

op het dak springen van hak op tak op
tak hun verknipte woordenspel
en tumult ken ik van buiten

nu wil ik schuilen

zing me een lied
uit de diepte van vogels
vol vrijgelaten woorden
en wat zou kunnen zijn

ik vouw me op ik
rits me dicht
denk aan
ruimte

en weg van de zwerm
neem ik een vlucht
over heuvels van velours
hang aan wijzers en

zie de wereld wuiven

kijk mij
in gewaterverfde lucht
met reikhalzende ganzen wieken
leunend tegen de flanken van de tijd

ik strijk neer
op een pleisterplaats
waar spaties groeien
leg me te luister

bij de adem
van loofrijke suppoosten
die met tederhouten handen
stilte souffleren

ik nestel
en vertak me
in hun kruinen kijk uit
op weidse duinen waarachter

een einderloze branding
en een vloed aan alles
wat me lief is

daar
word ik ruimer
daar knip ik alle dromen aan

.

The Waste Land

T.S. Eliot

.

Vorige week bezocht ik het filmhuis voor de film ‘Problemski Hotel’ naar het boek van Dimitri Verhulst. Een bijzondere film, dramatisch en komisch tegelijk. In deze film citeert de hoofdpersoon Bipul enige keren een aantal zinnen uit het gedicht ‘The Waste land’ van T.S. Eliot (1888 – 1965) en dan met name de regels uit de eerste strofe  ‘April is the cruelest month’. De eerste 7 regels van de eerste strofe bevatten deze regels. In deze regels noemt T.S. Eliot April een wrede maand terwijl wij hier in het Westen April zien als de maand dat de Lente begint.

In dit gedicht spreekt een getormenteerd mens. Een dichter die aan depressies lijdt. In plaats van het mooie nieuwe te zien voelt de dichter hier een pijnlijke opluchting en brengt dit pijnlijke herinneringen bij hem boven. In de rest van het gedicht werkt hij dit (zijn depressie) verder uit. In de film verwijzen deze regels naar de problemen en uitzichtloosheid van de vluchtelingen in de opvang (het Problemski Hotel).

T.S. Eliot droeg dit gedicht op de dichter Ezra Pound. Het gedicht bestaat uit 5 delen. Als je het gehele gedicht wil lezen kan dat op http://www.poetryfoundation.org/poem/176735 Ik plaats hier het eerste gedeelte.

.

The waste Land

              I. The Burial of the Dead

 

 April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.
Summer surprised us, coming over the Starnbergersee
With a shower of rain; we stopped in the colonnade,
And went on in sunlight, into the Hofgarten,
And drank coffee, and talked for an hour.
Bin gar keine Russin, stamm’ aus Litauen, echt deutsch.
And when we were children, staying at the arch-duke’s,
My cousin’s, he took me out on a sled,
And I was frightened. He said, Marie,
Marie, hold on tight. And down we went.
In the mountains, there you feel free.
I read, much of the night, and go south in the winter.

 

  What are the roots that clutch, what branches grow
Out of this stony rubbish? Son of man,
You cannot say, or guess, for you know only
A heap of broken images, where the sun beats,
And the dead tree gives no shelter, the cricket no relief,
And the dry stone no sound of water. Only
There is shadow under this red rock,
(Come in under the shadow of this red rock),
And I will show you something different from either
Your shadow at morning striding behind you
Or your shadow at evening rising to meet you;
I will show you fear in a handful of dust.
                      Frisch weht der Wind
                      Der Heimat zu
                      Mein Irisch Kind,
                      Wo weilest du?
“You gave me hyacinths first a year ago;
“They called me the hyacinth girl.”
—Yet when we came back, late, from the Hyacinth garden,
Your arms full, and your hair wet, I could not
Speak, and my eyes failed, I was neither
Living nor dead, and I knew nothing,
Looking into the heart of light, the silence.
Oed’ und leer das Meer.

 

  Madame Sosostris, famous clairvoyante,
Had a bad cold, nevertheless
Is known to be the wisest woman in Europe,
With a wicked pack of cards. Here, said she,
Is your card, the drowned Phoenician Sailor,
(Those are pearls that were his eyes. Look!)
Here is Belladonna, the Lady of the Rocks,
The lady of situations.
Here is the man with three staves, and here the Wheel,
And here is the one-eyed merchant, and this card,
Which is blank, is something he carries on his back,
Which I am forbidden to see. I do not find
The Hanged Man. Fear death by water.
I see crowds of people, walking round in a ring.
Thank you. If you see dear Mrs. Equitone,
Tell her I bring the horoscope myself:
One must be so careful these days.

 

  Unreal City,
Under the brown fog of a winter dawn,
A crowd flowed over London Bridge, so many,
I had not thought death had undone so many.
Sighs, short and infrequent, were exhaled,
And each man fixed his eyes before his feet.
Flowed up the hill and down King William Street,
To where Saint Mary Woolnoth kept the hours
With a dead sound on the final stroke of nine.
There I saw one I knew, and stopped him, crying: “Stetson!
“You who were with me in the ships at Mylae!
“That corpse you planted last year in your garden,
“Has it begun to sprout? Will it bloom this year?
“Or has the sudden frost disturbed its bed?
“Oh keep the Dog far hence, that’s friend to men,
“Or with his nails he’ll dig it up again!
“You! hypocrite lecteur!—mon semblable,—mon frère!”
.
.

PH.

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 - 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 – 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

Strofe, metrum, voet, jambe

Poëzie analyse

.

De recensie van ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ is nog niet klaar, deze wordt waarschijnlijk morgen geplaatst. Vandaar vandaag een bericht over poëzie analyse. In mijn blogs over verschillende versvormen komen vaak termen voor als metrum, jambe, strofe etc. De ervaren poëzielezer weet meestal wel wat daar mee bedoeld wordt. Voor een ieder die bij dit soort termen zich achter op het hoofd krabt hier een korte uitleg van een aantal van de belangrijkste termen.

.

Strofe

Een strofe in een gedicht is meestal niet moeilijk te herkennen omdat het visueel gescheiden is. Het is vergelijkbaar met een paragraaf in een tekst. Strofen beschrijven meestal een gedachte en hebben een vastgestelde lengte van twee of meer lijnen. De namen voor verschillende strofenlengtes zijn:

2: distichon

3: terzine

4: kwatrijn

5: quintet

6: sextet

7: septet

8: octaaf

5 of meer: stanza (algemene term)

.

Zoals je ziet zitten er een paar namen tussen die je wellicht bekend voorkomen (octaaf en sextet) uit de muziek. De versvorm sonnet bestaat dus uit twee kwatrijnen gevolgd door een sextet of twee terzijnen.

Metrum en voet

Het metrum en voet zijn wat lastiger dan het rijmschema en de strofen. Metrum komt uit het Grieks: metron betekent meten. Het heeft dus te maken met de lengte van een lijn in het gedicht. De lengte van een gedicht wordt niet bepaald door gewoon de woorden te tellen. Dit werkt niet omdat woorden verschillende lengtes en ritmes hebben wat van invloed is op hoe je het gedicht leest. Je merkt dit heel goed als je een rijmend vers wilt schrijven: hoe lang de lijn wordt, hangt af van de lijn waarmee het rijmt. Je kunt niet ineens een lijn veel langer of korter maken, want dan klinkt het niet goed meer.
De lengte van een lijn meten we in voet. Elke voet is een herhaling van hetzelfde ritme in de lettergrepen. Meestal onderscheiden we zes verschillende voeten. Het ritme wordt weergegeven in vier verschillende notatievormen.

.

overzicht

Als je een gedicht analyseert, kun je zien hoeveel voeten het heeft. Dit tel je dan per lijn en dat is het metrum (de lengte). Termen die gebruikt worden om dit aan te duiden zijn:

1: monometer

2: dimeter

3: trimeter

4: tetrameter

5: pentameter

6: hexameter

7: heptameter

8: octameter

.

octameter-2part

%d bloggers liken dit: