Site-archief

Orde!

T. van Deel en Hannes Meinkema

.

Vandaag een dubbel-gedicht van twee oudgedienden; Tom van Deel (1945 – 2019) en Hannenes Meinkema (1943) over orde in het klaslokaal.

Allereerst het gedicht ‘Overwegingen van T. van Deel dat is genomen uit de bundel ‘Strafwerk’ de debuutbundel van deze dichter en literatuurcriticus uit 1967, waarin hij het eeuwige dilemma van de leerkracht verdicht; eruit sturen of niet.

In het tweede gedicht van schrijver, dichter en feminsite Hannes Meinkema ‘Ik betrap ze allemaal…’uit de bundel ‘En dan is er koffie’ uit 1976 komt opnieuw de leraar aan het woord maar nu als almachtige in het klaslokaal.

.

Overwegingen

.

Als ik nu tegen die jongen

zeg dat hij eruit moet gaan

zegt hij misschien waarom

meneer ik dee toch niks

en moet ik eerst staan

uitleggen dat hij weliswaar

inderdaad geen schuld heeft

maar dat het mij om di-

daktische redenen beter

lijkt dat hij verdwijnt

en hoe mooi het van hem

zijn zou als hij dat zonder

verdere discussie doen zou –

dus zeg ik maar niets.

.

Ik betrap ze allemaal…

.

Ik betrap ze allemaal, ik hoor alles,

niets ontgaat me.

Zo, zeg ik streng, jij hebt voorgezegd,

ik hoor het wel.

En terwijl ik heel ernstig kijk maak ik

met rode vilstift een puntje in mijn

agenda bij de naam van het kind dat

heeft voorgezegd.

Streng maar rechtvaardig, is mijn motto.

De klas is helemaal stil.

Ze denken dat het een slechte aan-

tekening is.

In werkelijkheid is het een klein onbe-

duidend tekentje waar niets uit op te

maken valt.

Maar ik heb macht over ze.

Ik zaai angst en slechte rapportcijfers.

.

Laat

T. van Deel

.

Uit de bundel ‘Strafwerk’ uit 1969 van T. van Deel het vakantiegedicht ‘Laat’. Een gedicht in de vorm van een herinnering waarbij aan het einde van het gedicht ineens de dichter reageert vanuit het moment dat hij het gedicht schreef.

.

Laat

.

Op warme zomeravonden

als het laat nog licht was

zaten we in de tuin en mocht ik

langer opblijven omdat slapen niet ging.

Ik ving sprinkhanen

en stopte die in mijn moeders nek.

Dikwijls stond een buurman

over het hekje geleund te praten.

Het scheen grappig te zijn

want er werd gelachen –

dat hoor ik voor het eerst.

.

%d bloggers liken dit: