Site-archief

2000 straatgedichten

Straatpoezie.nl

.

Zoals jullie weten ben ik partner en groot fan van https://straatpoezie.nl/, de website waar gedichten in de openbare ruimte (op straat, in parken op molens, ramen, muren, deuren en ga zo maar door) geplaatst kunnen worden en waar je per gemeente, per dorp of stad kunt terug vinden waar er allemaal gedichten te vinden zijn op ‘straat’. Vorige week kreeg ik van Kila van der Starre, de geestelijk moeder van dit prachtige initiatief, te horen dat er inmiddels 2000 gedichten op https://straatpoezie.nl/ vermeld staan. En de teller loopt gewoon door. Ook ik kom nog regelmatig gedichten op straat tegen en als de ondergrond waarop zo’n gedicht is geplaatst interessant genoeg is plaats ik die hier op dit blog.

Via de account van Bertjanssen3 via Instagram kreeg ik van Ruben Philipsen nog een tip. Helaas weet ik niet precies waar deze schoorsteen zich bevindt maar ik vind het een mooi voorbeeld van poëzie in de buitenruimte en als zodanig een aanwinst voor https://straatpoezie.nl/ (als deze er niet al opstaat).

.

Achter mijn rug

zocht de avond

sluipend onderdak

bij de sterren

.

Advertenties

UbuWeb.com

Visuele poëzie

.

Van Kila van der Starre (van o.a. straatpoezie.nl en het geweldige boek ‘Woorden temmen’ kreeg ik een tip over een website met allerlei bijzondere vormen van poëzie. Deze website http://www.ubu.com staan vele verwijzingen naar websites die zich met avant-garde kunst bezig houden of hielden. Zeer de moeite waard om daar eens een bezoekje aan te brengen. Uiteraard ben ik vooral (maar niet exclusief) geïnteresseerd in de avant-garde poëzie.

Een mooi voorbeeld vond ik onder ‘Visual poetry’ en dan onder Poor.Old.Tired.Horse. Daar zijn vele voorbeelden te vinden van avant-garde visuele poëzie. Vanwege het ongrijpbare en kortstondige karakter van concrete en visuele poëziepublicaties, is er een waargenomen gebrek aan innovatie in het genre. Zonder te worden blootgesteld aan radicale praktijken, artistieke precedenten en innovatieve modellen, grijpen concrete dichters te vaak terug naar vertrouwde en bekende waarden en onbetwistbare vormen. Poor.Old.Tired.Horse van Ian Hamilton Finlay verscheen tussen 1962 en 1968 en is één van de meest invloedrijke en belangrijke magazines op het gebied van de visuele poëzie. Finlay (1925-2006) zou in zijn latere leven overigens afstand nemen tot deze vorm van poëzie. 

Verschillende beroemde dichters en kunstenaars hebben gepubliceerd in de Poor.Old.Tired.Horse zoals Kurt Schwitters, Paul Celan en Robert Simmons. Hieronder twee voorbeelden van dichters die publiceerden in de Poor.Old.Tired.Horse.

 

At the lion’s roar

the deer cannot hold still.

Hyenas sniff the air.

ART CAN FULFIL.

 

Kurt Schwitters

 

E

.

the

dawn with its (as music)

.

odor of sun and white mer

(casts) maid lips begonia woven

(gladly

.

madness over i suppose mad people

who)

tugs at my chest hair

.

darling

(were trying to elude who by

swallowing their skulls like a pill

.

) i think

you have given me a little brother

for sleep

.

Piero Heliczer

.

Als kind moest ik een walvis eten

Wiel Kusters

.

Pasgeleden liep ik lang de universiteitsbibliotheek in Maastricht en ik werd daar gewezen op een gedicht van Wiel Kusters dat daar op een zijmuur was aangebracht. Naast het fietsenhok zodat alle studenten het regelmatig tegen komen. Ik heb gelijk even gecheckt of het al op https://straatpoezie.nl stond en dat was al het geval (wat ik al dacht maar je weet het nooit zeker).

Wiel Kusters (1947) is dichter en was hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Maastricht. Kusters is naast dichter ook schrijver van proza, brieven, theaterstukken, kinderboeken en hij heeft verschillende vertalingen op zijn naam staan. Naast landelijke bekendheid als dichter was en is hij vooral actief in Limburg onder meer als  voorzitter van de Zuidelijke Afdeling van het letterkundig-historisch genootschap de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

De foto is van de muur bij de universiteitsbibliotheek, het gedicht komt uit de bundel ‘Als kind moest ik een walvis eten’ uit 2002.

.

Dubbelganger

.

Het is zomer en ik lig
met andere jongens in het gras
op mijn buik zodat ik ruik
hoe vroeger alles anders was
of moet ik zeggen dat ik rook
hoe later alles eender wordt?

er is een meisje bij dat zit
met bruine benen in het gras
zij lacht beweegt zodat iets wits
soms even zichtbaar wordt
of moet ik zeggen dat het zwart
voor ogen mijn verlangen was?

het gras staat vol met klavertjes
het gras ruikt naar geluk
zolang het niet gemaaid was
want dan rook het naar geruk
of moet ik zeggen dat de geur
weemoedig en opstandig is?

ik was er nu ik ben er toen
er is geen prikkeldraad geen heg
een open veldje veertien jaar
het gras staat hoog je ziet me niet
of moet ik zeggen dat ik lieg
dat ik me met mezelf bedrieg?

.

Woorden temmen

Een recensie

.

De bundel, of moet ik zeggen het boek ‘Woorden temmen’ van Kila en Babsie heeft als ondertitel ‘Poëzie ontdekken, zelf gedichten schrijven met Kila&Babsie op elk moment, waar dan ook’. En ik kan jullie nu al verklappen; daar is geen woord van gelogen. Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) vormen samen het dichtersduo Kila&Babsie. In 2005 vonden zij elkaars als dichters tijdens een poëzieproject en sindsdien hebben ze al vele podia veroverd en is hun manier van performen of voordragen bekend geraakt als stereopoëzie waarbij zij beurtelings en door elkaar praten en hun woorden en zinnen elkaar overlappen.

Kila van der Starre is mij vooral bekend van haar geweldige project Straatpoëzie waarbij zij poëzie in de openbare ruimte in kaart heeft gebracht in Nederland en België met behulp van een heleboel ijverige bijdragers (waaronder ook ik).

Maar nu dus het boek ‘Woorden temmen’. In dit boek willen ze de lezer laten kennismaken met 24 van hun lievelingsgedichten, willen ze de lezer laten zien hoe je gedichten kan lezen, hoe je er over kan nadenken, wat je ermee kan doen en hoe poëzie je kan inspireren tot het schrijven van gedichten. Als je zoiets leest denk je in eerste instantie nog: dat is een heleboel voor 1 boek. Na het lezen van het boek kan ik volmondig beamen dat deze inleiding helemaal accuraat is. Het is alsof Kila&Basbsie mijn lievelingsboek hebben geschreven voordat ik met dit blog begon.

Over heel veel van de onderwerpen die ze in het boek behandelen, daar heb ik over geschreven op dit blog. Herkenning dus gekoppeld aan een interessante kijk op poëzie, intrigerende gedichten als voorbeelden, tips (lees-, luister- en kijktips) en bij elk gedicht een stukje lees, doe, denk, schrijf, weet en meer.

In zekere zin deed het boek me een beetje denken aan het Kwadraats Groot Literair Lees Kijk Knutsel en Doe Vakantieboek uit 1993 van Ronald Giphart maar dan op het gebied van de poëzie. Op een heel speelse en creatieve manier bezig zijn met poëzie. Een onderwerp waarvan nog steeds veel mensen denken dat het ingewikkeld is. Kila&Babsie bewijzen in dit boek dat dat het helemaal niet is of hoeft te zijn. Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen. Kila&Babsie maken het lezen en het gebruik van dit boek tot een groot plezier.

Als ik een favoriet stuk uit dit boek zou moeten noemen (wat moeilijk is want het geheel bevalt me zeer!) dan is het denk ik de rubriek ‘Meer’. Daar geven Kila&Babsie de tips om verder te lezen, te luisteren en te kijken, te ontdekken en brengen ze je op ideeën. De allerlaatste quote op de achterflap van dit prachtige boek luidt: Echte poëzie kan communiceren voordat ze wordt begrepen’ van T.S. Elliot. Wil je een handje geholpen worden bij dit begrip dan is dit boek een absolute aanrader, wil je gewoon verwonderd worden, verrast, onderhouden of gevoed worden lees dan dit boek. Of beter koop het! Dan kun je er op elk gewenst moment op terug vallen.

In eerste instantie dacht ik nog; Wat een vreemde vorm heeft dit boek, helemaal niet handig voor in de boekenkast, tot ik erin aan het lezen was, toen  viel me op dat het de vorm van een boek heeft, opengeslagen zoals je zelf een opengeslagen boek zou tekenen. Verantwoordelijk hiervoor zijn De Vormforensen (Annelou van Griensven en Anne-Marie Geurink).

Een van de lievelingsgedichten van het duo dat wordt besproken in dit boek is het gedicht ‘dordrecht 25 november 1963′ van C. Buddingh’. Kila & Basie schrijven hierover in de inleiding: “Dit gedicht heeft samen met het werk van Buddingh’s collegadichters een boel stof doen opwaaien toen het gepubliceerd werd, want is dit wel een gedicht? C. Buddingh zag eens een brief van de oudercommissie van school liggen en werd gefascineerd door de tekst. Hij bracht regelafbrekingen aan, maar veranderde niets aan de tekst zelf. En opeens was de brief een gedicht”. Een ready made dus eigenlijk naar aanleiding van de moord op J.F. Kennedy.

.

dordrecht 25 november 1963

.

l.s.
wegens de gebeurtenissen in amerika
gaat de ouderavond vandaag niet door
de avond wordt nu gehouden
op maandag 9 december (over veertien dagen)
ook weer in de meerpaal
om acht uur
de oudercommissie

.

 

 

 

Wild-dichten

Sandra Burgers

.

Gedichten in de buitenruimte, op gevels en straten, op pleinen en tunnels, de website straatpoezie.nl staat er vol mee. Toch zijn er ook dichters die niet gevraagd worden om hun poëzie ergens in de buitenruimte te plaatsen. Zij doen het gewoon. Zoals Sandra Burgers uit Wemeldinge. In 2004 won ze de poëziesalon-prijs van de bibliotheek Vlissingen en bracht ze aldaar ook al gedichten aan in de openbare ruimte. Ze krijgt daar meer voldoening van dan van het voordragen van gedichten:

“Je ziet meteen dynamiek ontstaan als je zo’n gedicht hebt aangebracht. Mensen kijken ernaar of maken foto’s… kinderen die wel tien keer heen en weer lopen om te kijken wat er precies staat. Daar kan ik van genieten.’’

Sandra zal de gedichten – die zijn aangebracht met witsel – niet weghalen. ,,Ze zullen in de loop der tijd vanzelf verdwijnen.’’  en hoewel Burgers er zeker geen geheim van maakt dat zij de gedichten heeft aangebracht, ondertekent ze deze bewust niet. ,,Ik heb er geen vergunning voor aangevraagd, dus je weet maar nooit. Straks haalt de gemeente ze weg en valt bij mij de rekening op de mat.’’

Op één van de muren van het oude havenplateau in de Oosterschelde staat een gedicht dat inmiddels zijn weg naar straatpoezie.nl heeft gevonden.

.

Verliefd slaat ze een arm om Kattendijke heen

‘Zo mooi als jij’ zegt de Schelde ‘is er geen’

.

Maar inmiddels is er ook op een trap naar de zee een gedicht bijgekomen:

Na deze tree

De zee

Spuugschreeuwt in het gezicht

Trekt je aan de haren mee

Na deze tree

De zee…

.

En deze aan het water uit 2016.

Lieve zee, klote zee

over deze zee:
bijna alles gezwegen en gezegd
kinders in verwekt
voor een ander
bloemen neergelegd

ellende in eb
soms vreugde in vloed
lieve zee klote zee
drijf het in een zak
neem vlug een beetje mee.

.

Foto’s Marc Machielse

 

 

Straatpoëzie in New York

Frank O’Hara

.

In Nederland (en Vlaanderen) heb je sinds vorig jaar een prachtige website https://straatpoezie.nl waar je een vrij uitputtend overzicht krijgt van alle poëzie die je in de openbare ruimte kan tegenkomen of kan opzoeken. Maar niet alleen in ons land en België bestaat zoiets als poëzie in de openbare ruimte. Zo kwam ik een mooi voorbeeld tegen van regels uit een gedicht van de Amerikaanse Frank O’Hara die zijn aangebracht in een hek in Lower Manhattan langs het water bij Battery Park in de buurt van het World Financial Centre.

Het betreft hier een regel uit het gedicht ‘Meditations in  an Emergency’. Frank O’Hara (1926 – 1966) was kunstcriticus, schrijver en dichter die zich veelvuldig liet beïnvloeden door jazz, het surrealisme, het abstract expressionisme, action painting en verschillende avant-garde kunststromingen.

Zijn poëzie heeft een geheel eigen toon en inhoud en werd wel beschreven als dat ze klonk als ‘het begin van een dagboek’. O’Hara zoekt de intimiteit van het leven in zijn poëzie omdat “poëzie zou moeten gaan tussen twee mensen en niet tussen twee bladzijden”. Behalve dat zijn werk heel autobiografisch is, gaat het ook heel erg over New York, de stad waar hij zijn leven lang gewoond heeft. Zijn werk is eigenlijk de vertelling van zijn leven.

Het gedicht ‘Meditations in an Emergency’ is uit 1957.

.

Meditations in an Emergency

.

Am I to become profligate as if I were a blonde? Or religious as if I were French?

Each time my heart is broken it makes me feel more adventurous (and how the same names keep recurring on that interminable list!), but one of these days there’ll be nothing left with which to venture forth.

Why should I share you? Why don’t you get rid of someone else for a change?

I am the least difficult of men. All I want is boundless love.

Even trees understand me! Good heavens, I lie under them, too, don’t I? I’m just like a pile of leaves.

However, I have never clogged myself with the praises of pastoral life, nor with nostalgia for an innocent past of perverted acts in pastures. No. One need never leave the confines of New York to get all the greenery one wishes—I can’t even enjoy a blade of grass unless I know there’s a subway handy, or a record store or some other sign that people do not totally regret life. It is more important to affirm the least sincere; the clouds get enough attention as it is and even they continue to pass. Do they know what they’re missing? Uh huh.

My eyes are vague blue, like the sky, and change all the time; they are indiscriminate but fleeting, entirely specific and disloyal, so that no one trusts me. I am always looking away. Or again at something after it has given me up. It makes me restless and that makes me unhappy, but I cannot keep them still. If only I had grey, green, black, brown, yellow eyes; I would stay at home and do something. It’s not that I am curious. On the contrary, I am bored but it’s my duty to be attentive, I am needed by things as the sky must be above the earth. And lately, so great has theiranxiety become, I can spare myself little sleep.

Now there is only one man I love to kiss when he is unshaven. Heterosexuality! you are inexorably approaching. (How discourage her?)

St. Serapion, I wrap myself in the robes of your whiteness which is like midnight in Dostoevsky. How am I to become a legend, my dear? I’ve tried love, but that hides you in the bosom of another and I am always springing forth from it like the lotus—the ecstasy of always bursting forth! (but one must not be distracted by it!) or like a hyacinth, “to keep the filth of life away,” yes, there, even in the heart, where the filth is pumped in and courses and slanders and pollutes and determines. I will my will, though I may become famous for a mysterious vacancy in that department, that greenhouse.

Destroy yourself, if you don’t know!

It is easy to be beautiful; it is difficult to appear so. I admire you, beloved, for the trap you’ve set. It’s like a final chapter no one reads because the plot is over.

“Fanny Brown is run away—scampered off with a Cornet of Horse; I do love that little Minx, & hope She may be happy, tho’ She has vexed me by this Exploit a little too. —Poor silly Cecchina! or F:B: as we used to call her. —I wish She had a good Whipping and 10,000 pounds.” —Mrs. Thrale.

I’ve got to get out of here. I choose a piece of shawl and my dirtiest suntans. I’ll be back, I’ll re-emerge, defeated, from the valley; you don’t want me to go where you go, so I go where you don’t want me to. It’s only afternoon, there’s a lot ahead. There won’t be any mail downstairs. Turning, I spit in the lock and the knob turns.

.

Over poëzie

Cultuurindex 

.

Ten aanzien van poëzie en wat er allemaal speelt rond het uitgeven, het verkopen en het lezen van poëzie krijg ik nogal eens vragen. Deze week nog werd ik geïnterviewd door Bibliotheekblad.nl over poëzie in de bibliotheek en ook daar werden vragen gesteld over het uitlenen en het lezen van dichtbundels. Nu de Poëzieweek net achter de rug is zie je dat er wat meer interesse is in poëzie (ook bij de bibliotheek) maar het blijft toch marginaal in vergelijking met bijvoorbeeld proza. Van een lieve lezer kreeg ik een link doorgestuurd met daarin een aantal infographics die de Cultuurindex heeft gemaakt n.a.v. de Poëzieweek onder de titel ‘Gedichten en getallen’.

Een aantal zaken die hierin benoemd worden vind ik interessant. Zo is slechts 2 tot 4% van alle boeken die verkocht worden poëzie, leest 2% van de Nederlanders boven de 14 jaar tenminste één poëziebundel per maand maar verschijnen er toch maar liefst 176 gedichtenbundels per jaar gemiddeld. Dat laatste vind ik nog best een respectabel aantal al weet ik niet of daar allerlei uitgaves in eigen beheer of via self publishingsites is meegeteld.

Het aantal bloemlezingen is juist erg gedaald. Waren dat er in 2009 nog 46, in 2015 waren dat er nog maar 17! Net nu ik in het interview heb aangegeven dat je als bibliotheek juist bloemlezingen en bundels op thema zou moeten kopen omdat daar juist veel verschillende dichters in staan. Wanneer je een bloemlezing of bundel op thema leest kom je soms tot verrassende ontdekkingen (als het om nieuwe dichters gaat of dichters die je nog niet kent).

Maar liefst 97% van de Nederlanders komt weleens in aanraking met poëzie en maar liefst 70% hiervan komt door poëzie in de openbare ruimte (iets waar ik al jarenlang aandacht aan besteed maar ook straatpoezie.nl wordt (terecht) genoemd). En 9% van de Nederlanders schrijft zelf enige vorm van poëzie. De conclusie van de Cultuurindex is dan ook een terechte denk ik: Voor de meeste volwassenen Nederlanders leeft de poëzie vooral buiten het papieren boek.

Verder was ik toch een beetje teleurgesteld in het aantal stadsdichters in Nederland (54 in 393 gemeenten in 2015) maar werd ik wel weer heel vrolijk van de cijfers over de groei van de poëzieomzet rondom de poëzieweek (al liep die wel weer wat terug in 2017) en vooral blij makend was het bericht dat het aantal dichtersoptredens rond de poëzieweek al jaren een stijgende lijn laat zien (van 74 in  2014 naar 133 in 2017 en ik denk dat er in 2018 opnieuw meer zijn.

Vooral dat laatste gegeven sluit naadloos aan bij mijn pleidooi om de Poëzieweek uit te breiden naar een Maand van de poëzie. Zoals ze in de Verenigde Staten de Poetry Month hebben in april. Op die manier geef je mensen meer de mogelijkheid om een dichterspodium te bezoeken, geef je dichters de mogelijkheid om vaker hun werk voor te dragen, en komt poëzie (ook de gepubliceerde papieren poëzie) nog beter voor het voetlicht.

Om na al deze informatie toch te eindigen met een gedicht koos ik voor een gedicht over poëzie van de dichter J.C. Bloem getiteld ‘Dichterschap’ uit de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994.

.

Dichterschap

.

Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten,
voor de rechtvaardiging van een bestaaan
In ‘t slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen broode allengs verdaan?

En hierom zijn der op een doel gerichten
bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
in ‘t zicht van ‘t eind der onherkeerbre baan.

van al de dingen die ‘k droomen zocht
Erger: van alle, die ik wel vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.

.

Instagrampoëzie

Kila van der Starre

.

De naam van Kila van der Starre komt nog al eens terug op dit blog. Terecht, want ze houdt zich bezig met boeiende dingen. Kila van der Starre schrijft aan de Universiteit Utrecht een proefschrift over ‘poëzie buiten het boek’ in Nederland en Vlaanderen. Haar onderzoek richt zich op de manieren waarop poëzie onder het brede publiek leeft en door het brede publiek wordt gebruikt. Haar proefschrift zal begin 2019 verschijnen en ik kijk er nu al met veel nieuwsgierigheid naar uit.

Onderdelen van het proefschrift zijn: Poëzie in de openbare ruimte http://www.straatpoezie.nl , poëzie op gebruiksvoorwerpen (zie hier onder de categorie gedichten op vreemde plekken), poëzie op lichamen (idem), poëzie op de radio, poëzie op internet en poëzie rond speciale gelegenheden. Veel van wat ze onderzoekt heb ik over geschreven. Zij pakt het wetenschappelijk aan en juist daarom ben ik zo nieuwsgierig ernaar.

Op dit moment is ze bezig met het onderdeel poëzie op Instagram. Op dit sociale netwerk zijn veel mensen actief met poëzie, ze plaatsen teksten en gedichten van zichzelf en anderen in beeld. Kila heeft speciaal voor deze mensen een enquete opgesteld waarin ze vragen stelt over dit fenomeen. Doe je aan Instagrampoëzie en wil je meedoen (en waarom ook niet!) ga dan naar https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScqS2CtUGlLsYJR_WMuaOwItrkqK7gxWhr6PcBWuUaU3k6POg/viewform

Uiteraard heb ik een voorbeeld gezocht van Instagrampoëzie, in dit geval van Joost Jonges, getiteld ‘Knipsel’.

.

 

 

Utrecht Centraal Station

Hanny Michaelis

.

Van mijn collega Ronald kreeg ik een foto toegestuurd die hij maakte op Utrecht Centraal station. In het station heeft men een gedicht van Hanny Michaelis geplaatst bij de gele borden met de vertrektijden van de treinen.  Uiteraard heb ik gelijk gekeken of dit gedicht al op Straatpoëzie.nl was geplaatst en dat was het geval. Daar las ik het volgende:

Het gedicht is een geschenk van ProRail en de NS aan de reizigers. Het gedicht werd onthuld in december 2016 tijdens de officiële opening van het nieuwe stationsgebouw. Het gedicht komt uit de bundel ‘Water uit de rots’ uit 1957.

.

Nacht: veilige overkapping
waar de droomtrein te wachten staat
die me naar jou terugbrengt
door een tunnel van slaap

Samen gaan we het pad
naar de zee, blauw
en warm onder de zon
van een voorbije zomer

Maar altijd rijdt de trein
terug naar het lege perron
van een dag zonder jou

.

 

Straatpoëzie

Ida Gerhardt

.

In ‘Onze taal’ het maandblad van het genootschap Onze Taal staat deze maand (nummer 7/8) een groot artikel van vier pagina’s over straatpoëzie met Kila van der Starre. De regelmatige lezer van dit blog weet dat Kila van der Starre de drijvende kracht is achter het project Straatpoëzie waaraan ook ik als partner ben verbonden. In het interview/artikel veel achtegrondinformatie over het project straatpoëzie en de website met deze naam.

Wat ik heel interessant vond om te lezen was dat in de top 10 van meestvoorkomende dichters, als het gaat om gedichten in de buitenruimte, Ida Gerhardt bovenaan staat. Gevolgd door twee, mij veel onbekendere, dichters Ina Stabergh (gewezen stadsdichter van Diest) en Tine Hertmans (tot voor kort dorpsdichter van Destelbergen) beide uit Vlaanderen, want straatpoëzie beperkt zich niet alleen tot Nederland  Er staan meer onbekendere namen in de top 10 maar dat komt omdat sommige streek- of stadsdichters vaak meerdere gedichten op straat hebben staan.

Het gedicht dat het vaakst voortkomt is ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt, maar liefst 7 keer kun je dat in Nederland/Vlaanderen tegen komen in de publieke ruimte. Zoals Kila stelt in het artikel; Dat gedicht wordt vaak gebruikt voor Tweede Wereldoorlog-monumenten. het gedicht gaat weliswaar ook over kerkklokken en muziek, maar als het op zo’n monument staat, lijkt het alleen te verwijzen naar de Joodse gemeenschap en de Holocaust’.

Nog een conclusie uit het onderzoek van Kila; Nederlanders komen in aanraking met poëzie op verschillende manieren. Op 1 staan bruiloften en begrafenissen, op 2 allerlei televisieprogramma’s en op 3 de openbare ruimte. Toen ik dit las wist ik weer waarom een initiatief als Straatpoëzie.nl maar ook de Poëziebus van grote waarde zijn voor de waardering van poëzie. In het artikel vertelt Kila dat ze ook nader onderzoek gaat doen naar poëzie op sociale media, poëziefestivals, kussenslopen, waterflesjes en zelfs getatoeëerde gedichten. Ik zal haar wijzen op mijn rubriek Gedichten op vreemde plekken (maar volgens mij weet ze die wel te vinden), daar staan honderden voorbeelden.

Je kunt nog steeds gedichten in de openbare ruimte aanmelden bij http://www.straatpoezie.nl, eenvoudig en snel, dus weet je ergens een gedicht op straat of buiten check de website even en als het er nog niet op staat, voeg het toe!

.

Het carillon

.

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, –
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius : – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

.

In het Hof van Breda in Kampen.

 

%d bloggers liken dit: