Site-archief

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.
Advertenties

Bericht aan de reizigers

Gedicht in het Centraal Station van Antwerpen

.

Toen ik begin van dit jaar in een week tweemaal in Antwerpen moest zijn kwam ik even voorbij de stationshal een prachtig vormgegeven gedicht tegen, op de muur/plafond van een van de doorgangen van het station. Het gedicht blijkt van Jan van Nijlen (1884-1965) .

Op 18 maart 2011 werd het gedicht onthuld en daarmee ging een lang gekoesterde wens van schrijver Johan Anthierens in vervulling. In aanwezigheid van de weduwe van Johan Anthierens, Elisabeth Erauw, Brigitte Raskin en stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen werd het volgende gedicht onthuld:

.

reiziger2

 

antwerpen gedicht

Gedichten op vreemde plekken

Deel 10: Het station
.
Hier op de foto, de onlangs overleden dichter Simon Vinkenoog bij een gedicht van Guido Gezelle; Dichtersgeest, in het station van het Belgische plaatsje Denderleeuw.

.

Op 26 juli 1877 reisde Guido Gezelle van Kortrijk naar Brussel, maar had in het spoorwegstation in Denderleeuw een oponthoud van een goed half uur. In die korte tijdspanne heeft hij een van zijn treffendste gedichten’O Dichtergeest’ geschreven en noteerde er de plaats en datum onder. Zaterdag 16 juni 1977 werd de gedenkplaat met dat gedicht aangebracht in de toegangshal van dat station: geen reiziger betreedt of verlaat de stationshal zonder voorbij die plaat te stappen.

.

O dichtergeest

o Dichtergeest, van wat al banden
hebt gij mij, armen knecht, verlost,
en, uit uw’ handen,
wat heeft uw’ dierste gunst mij weinig werks gekost!
Gij Godlijk wezen doet mij leven
waar menig andre sterven zou,
en ongegeven
is nog de groote gift waarom ‘k u derven wou.
Gij zijt genezing, en de wonden,
de diepe, o wondre, toen gij, teer,
die hebt gevonden,
getint en toegetast, zijn gave en zonder zeer.
Hoe menig werf, hoe duizend malen
hebt Gij, o Geest, mij dit gezeid:
maar hoe verhalen?
‘ik gevoel ‘t, en zuchte, eilaas, naar uw’ welsprekendheid!
.

.

.

%d bloggers liken dit: