Site-archief

Mijn activiteit in de Poëzieweek

Struikeloverpoëzie en MUGzine

.

Van 27 januari tot en met 2 februari is het Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Ik schreef er al verschillende keren over en over de activiteiten die er georganiseerd worden in deze week. Vorig jaar organiseerde ik via mijn instagram account een krijtpoëzie activiteit, ik vroeg aan mijn lezers om een gedicht met krijt op een muur of weg te krijten, te fotograferen en dan aan mij te mailen. Die foto’s deelde ik dan via mijn Instagramaccount.

Dit jaar doe ik ook weer wat met Instagram en ook via MUGzine, het minipoëziemagazine dat ik maak met Marie-Anne en Bart, gaan we aandacht besteden aan de Poëzieweek.

Via mijn account @struikeloverpoezieweek2022 wil ik deze Poëzieweek foto’s van uitingen van poëzie delen die je tegenkomt. Dat mag een straatnaambord zijn van een straat vernoemd naar een dichter, een gedicht of dichtregel die je buiten of ergens binnen tegenkomt (denk aan straatpoëzie) een standbeeld van een dichter, een café dat is vernoemd naar een dichter, een dichtregel die gebruikt wordt in een campagne of reclame, een poëtisch kunstwerk, je mag het zo gek maken als je zelf wilt als er maar een link is naar een dichter of poëzie. Stuur je foto naar woutervanheiningen@yahoo.com er schrijf er iets bij over de context van de foto. Ik zal je foto met naamsvermelding (ook van je Instagramaccount) dan plaatsen op @struikeloverpoezieweek2022

Op mugzines gaan we ook iets met de Poëzieweek doen. Elke dag van de Poëzieweek zullen we een gedicht uit één van de edities van de afgelopen twee jaar plaatsen die naar ons idee een relatie heeft met the thema van de Poëzieweek. Mocht je de edities van MUGzine nog niet gelezen hebben of ben je (nog) geen donateur, dan maak je op deze manier op een heel toegankelijke en leuke manier kennis met de dichters en gedichten die in één van die edities stonden. Hier alvast een voorproefje van het gedicht ‘Boom’ uit nummer 2 van mijn hand.

.

Boom

.
Ik wil boom zijn.
Niet gewenst of ongewenst
door haastige voorbijgangers,
boomomhelzers, verstokte wandelaars.

.
Gewoon boom. Langs de weg,
vanzelfsprekend onbelangrijk
voorbijgaand van aard, nooit
bij stil gestaan,

.
met de eigenschappen van een golf
in een oceaan of een wolk
in een lucht,
er zijn zonder er

.
te hoeven zijn, niet gemist
bij individuele absentie
geaccepteerd om wat het is,
boom.

.

.

December-elegie

Maurice Gilliams

.

Het Vlaams literaire kwartaalblad ‘Yang’ verscheen van 1963 tot en met 2009. In ‘Yang’ werd ruime aandacht besteed aan hedendaagse poëzie en proza van zowel Nederlandstalige auteurs als in vertaling en er stonden kritieken en essays in. In 2009 is het samengesmolten met het tijdschrift ‘freespace Nieuwzuid’ tot het nieuwe platform ‘nY’. In ‘Yang’ het tijdschrift voor Literatuur Kommunikatie (ja zo schreef men dat destijds) uit 1980, staat een passend gedicht voor deze tijd van het jaar. Wellicht iets te vroeg (het is nog november) maar niet minder mooi. Het is het gedicht ‘December-elegie’ van de Vlaamse schrijver en dichter Maurice Gilliams (1900 – 1982). Op zeventienjarige leeftijd debuteerde Gilliams met gedichten en proza onder de naam Floris van Merckem, een pseudoniem dat hij later introk. Hij brak op 36-jarige leeftijd door met zijn sterk autobiografische roman ‘Elias of het gevecht met de nachtegalen’.

Gilliams ontving voor zijn werk onder andere de Constantijn Huygensprijs (1969) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1980). In de tuin van het Elzenveld in Antwerpen staat een standbeeld van hem van de hand van beeldhouwer Rik Poot. Op de arduinen sokkel staat Gilliams’ tekstregel ‘De onrust schenkt vleugels aan de verbeelding’, die in 2018 het motto werd van de roman ‘De avond is ongemak’ van dichter en schrijfster Marieke Lucas Rijneveld.

.

December-elegie

.
Hier woont een bruid. De stallen staan vol paarden.

De wintermaan beschijnt door ’t vensterglas,

verschuivend langs een roerloos vlak van angst,

de teil met bloedmoer van geslachte hazen.

.

En stoel aan stoel en kast aan kast der vaderen

beluistren ’t kraken van de zorgentrap

waarlangs zij klommen, lijdzaam overlast,

naar nesten van vergetelheid op zolderkameren.

.

Voor barenswee verkoren dochter sluimert;

een arm, als bij het rapen, hangt ontbloot

naar ’t veld der dromen waar de wellust suizelt.

.

En met haar mond naar de appels aan de bomen

bewasemt zij het plekje op de wand

waar de afscheidszucht verstierf van verre doden
.
.

Triomf, triomf!

Hendrik Tollens

.

Hendrik Tollens (1780 – 1856) was de eerste echte dichter des vaderlands. Hij was er bij toen het moderne Nederland ontstond en hij dichtte erover. Tollens kreeg dan ook twee standbeelden: één in Rotterdam, waar hij in 1780 werd geboren, en één in Rijswijk, waar hij stierf in 1856. Toen hij jong was, maakte hij vertalingen en schreef hij herderszangen met overdadige sentimenten en een erotisch tintje, en ook strijdliederen voor opstandelingen.

En met name dat laatste werd niet altijd meteen herkend. In een interessant stuk van Machiel Jansen over het boek van Lotte Jensen met de titel ´Verzet tegen Napoleon´ op http://www.literairnederland.nl/verzet-tegen-napoleon-lotte-jensen/ blijkt dat Lotte Jensen in haar boek een gedicht van Tollens heel anders interpreteert dan bijvoorbeeld Komrij.

Gerrit Komrij gaf de dichter Tollens er nog van langs en vond dat zijn ’ lofdicht op de nieuwe tand van zijn zoon´ een ‘schoolvoorbeeld van slechte poëzie’ was. In haar boek komt Jensen met een heel andere kijk op dit gedicht voor de dag en weet overtuigend aan te tonen dat de tand hier als wapen wordt gebruikt. Het verzet tegen Napoleon blijkt een tand te hebben. Als je in dat licht de 5e en 6e strofe leest begrijp je hoe Tollens dit gedicht waarschijnlijk bedoeld heeft.

Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Op de eerste tand van mijn jongstgeboren zoontje

Triomf, triomf! Hef aan, mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
Laat dreunen nu de wanden!
Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht
De adem en het levenslicht,
Nu geeft zij ’t wichtje tanden.

Tromf, triomf! God dank er voor,
Want moeder zegt: de tand is door!
Nu lof en lied verheven!
Geluk nu, kind, met spel en zang!
Besteed het wel, bewaar het lang,
Wat u Gods gunst wil geven.

Bewaar het lang, besteed het wel:
Een goed gebruik is Gods bevel:
Laat u dat voorschrift leiden;
Hou, u ten nut en Hem ten dank,
De tandjes rein en ’t zieltje blank;
Zo knagen geen van beiden.

Groei op, groei op! Word groot en goed;
Win treflijk aan in kracht en moed
Om lot en leed te tergen;
En, wie u ’t eerloos hoofd moog’ biên,
Laat, jongen, laat uw tanden zien,
Waar eer en plicht het vergen.

Groei op, word braaf, bekroon zijn doel:
Laat vroeg uw ziel van diep gevoel
Voor recht en waarheid branden!
Belach der bozen wrok en wraak,
En neem altoos der braven zaak
Manmoedig op uw tanden.

Groei op, word vroom, word rijk aan deugd!
Laat nooit mijn oog, dat weent van vreugd,
Om u van weemoed krijten;
En geve u God tot aan de dood
Een eerlijk stukje daaglijks brood,
Waarop uw tandjes bijten!

.

tollens

Foto: A. Kramer, met dank aan http://www.gedichten.nl en http://www.literairnederland.nl
%d bloggers liken dit: